41 Tankbataljon (1953-1994)

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Het 41 Tankbataljon (militair jargon voor het 41ste tankbataljon) was een onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht en werd opgericht op 1 juni 1953 als 4de bataljon Zware Tanks van de 4de Divisie. Het tankbataljon werd in oktober 1994 mobilisabel gesteld.

Inhoud

Het Tankbataljon

De eerste commandant was de luitenant-kolonel Piet Ootmar. Het tankbataljon werd uitgerust met Amerikaanse Shermantanks met 76 mm kanon en gelegerd in de Boskamp te Leusden. Het 1ste eskadron was echter al in februari 1953 geformeerd.

In september 1953 nam het bataljon deel aan de internationale oefening `Grand Repulse`. In het voorjaar van 1954 werden de Shermantanks afgestoten en vervangen door 69 Engelse Centuriontanks met een 20 ponder kanon (kaliber 84 mm). Het bataljon bestond toentertijd uit een stafeskadron met drie tanks, drie tankeskadrons en een verzorgingseskadron met o.a. drie bergingstanks. Een tankeskadron had 22 tanks: twee staftanks en vier pelotons van vijf tanks.

De Centurion was een bijzondere tank met een aantal typische Engelse kenmerken. Een ieder die met deze tank gewerkt heeft zal ze herkennen. Het tijdrovende onderhoud, de ontelbare antivrieslekkages, altijd problemen met de hulpmotor. De tank had ook een paar prettige bijkomstigheden voor zijn gebruikers: je kon met vier man makkelijk warm slapen op het achterdek, op de camouflagenetten die met het vallen van de nacht werden uitgerold. De koepel was zo ruim als daarna nooit meer vertoond. Om thee te zetten was er standaard een elektrische waterketel aan boord.

Met de start van het nieuwe jaar 1958 werd de naam van het 4de bataljon Zware Tanks veranderd in het 41 Tankbataljon. Dit was een uitvloeisel van het "Legerplan 1958". In 1958 was het 41ste het enige parate tankbataljon binnen de Nederlandse krijgsmacht.

In de periode tussen 1961 en 1963 werd het 41 Tankbataljon, evenals de andere tank- en verkenningsbataljons, tengevolge van de dreiging uit het oosten (o.a. de crisis door de bouw van de Berlijnse Muur) bij toerbeurt een aantal maanden in Duitsland bij de 121 Lichte Brigade ingedeeld en gelegerd in Bergen Hohne op de Lüneburgerheide.

In februari 1963 werd 41 Tankbataljon voor de laatste keer, als aflossing van 101 Tankbataljon, voor drie maanden naar Hohne gezonden. Na deze periode bleef 41 Tankbataljon permanent in Duitsland als onderdeel van de opvolger van de 121 Lichte Brigade. De nieuwe brigade die permanent in Duitsland zou blijven was in eerste instantie de 41 Pantserinfanteriebrigade. In het zelfde jaar werd de naam veranderd en dus ook de samenstelling van de brigade in 41 Pantserbrigade.

De 41 Pantserbrigade werd gehuisvest in Seedorf, een legerplaats net ten noorden van het Duitse plaatse Zeven. 41 Tankbataljon bleef in Hohne gehuisvest.

Kazerne Bergen-Hohne en krijgsgevangenenkamp

Bergen-Hohne in 1938
Als gevolg van de uitbreiding van de voormalige Reichswehr, nu genaamd de Wehrmacht, werd in maart 1935 de dienstplicht (Wehrpflicht) opnieuw ingevoerd. Omdat de uitgebreide strijdkrachten kazernes en oefenterreinen nodig hadden, werd er in geheel Duitsland gezocht naar geschikte locaties. Deze gebieden zouden groot genoeg moeten zijn om twee bataljons te trainen op hetzelfde moment.

De Lüneburgerheide werd gekozen voor de grootste van deze opleidingsgebieden. In 1934 werd ondanks krachtige protesten, zowel in de regio als in Berlijn begonnen met een omvangrijke operatie om 24 dorpen en kleine nederzettingen te evacueren en de hervestiging van 3650 mensen te realiseren. De boeren, handelaars en landarbeiders werden gecompenseerd door de overheid en konden werk vinden door een betaalde opleiding te volgen of kregen een functie binnen de nieuwe kazernes.

Het nieuw aangelegde militaire oefenterrein besloeg honderden vierkante kilometers. Aan de buitenste rand van het terrein werden twee nieuwe kampen gebouwd. In het dorp Belsen kwam de kazerne Bergen-Hohne. Deze kazerne werd voltooid in december 1935. Aan de westkant van het oefenterrein werd de kazerne Fallingbostel gebouwd. Deze was in 1938 klaar.

De eerste troepen die op de kazerne Bergen Hohne kwamen waren de III. Abteilung Artillerie-Regiment, en de 17de en 19de infanterieregimenten. Op 4 mei 1936 marcheerden zij voor het eerst door de poorten van de nieuwe kazerne.

In 1938 was het gehele oefenterrein volledig operationeel. In augustus 1938 vond de eerste grote pantseroefening plaats (Panzer-Regt5, infanterie Regt73, artillerie Regt19, antitankeenheden van de Wehrmacht en de Luftabwehrverbände van de Luftwaffe).

In augustus 1938 onderging de kazerne een naamsverandering. De nieuwe naam werd Panzertruppenschule Kamp Bergen-Hohne. Het oefenterrein kreeg ook een officiële naam: Truppenübungsplatz Bergen. Deze laatste naam wordt nog steeds gebruikt. De kazerne en de omliggende Truppenübungsplatz Bergen bleven gedurende de oorlog in gebruik als opleidinglocatie voor eenheden die werden klaargestoomd voor de strijd die nazi-Duitsland voerde in Europa en Afrika.

Iets ten zuiden van de Panzertruppenschule Kamp Bergen-Hohne werd voor de arbeiders die de kazerne bouwden een kamp met dertig barakken gebouwd. Dit barakkenkamp lag in het staddeel Bergen-Belsen. Na de inval van de Duitsers in België en Frankrijk in juni 1940 werd het voormalige barakkenkamp gebruikt als krijgsgevangenenkamp voor zeshonderd Belgische en Franse soldaten.

Nog later in de oorlog hebben we de naam Bergen-Belsen in een andere context leren kennen.

Het Regiment

Logo regiment.jpg

Het devies van het regiment

Gereed, Bereid, Getrouw

Het Regiment Huzaren Prins Alexander kent een lange aanloop. Als je de stamtafel van het regiment bekijkt, begint deze in 1672 bij de Dragonders van Coerland, het Regiment te Paard en Regiment Dragonders van Christiaan Brandt. Door de eeuwen heen is de naam regelmatig veranderd. Uiteindelijk is het huidige regiment vastgesteld bij KB op 1 juli 1950 bij KB no. 26. In het KB no. 27 van dezelfde datum werd bepaald dat het regiment de tradities van het voormalige 3de regiment Huzaren en die van het 1ste en 2de regiment Huzaren-Motorrijder overgingen op en werden voorgezet door het Regiment Huzaren van Alexander.

Het regiment heeft twee bijnamen: Het hofregiment en de rode Huzaren. De naam hofregiment dankt het regiment aan de periode dat het de paleiswacht leverde in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. De overige regimenten die de Nederlandse cavalerie kent (Huzaren van Sytzama, Huzaren Prins van Oranje en Huzaren van Boreel) hebben de bijnaam Boerenregiment omdat de eenheden van deze regimenten in de provincie zijn gelegerd vanuit de historie.

De tweede bijnaam verwijst naar de rode Attila die aan de rechterzijde van de beremuts is bevestigd.

Zoals elk regiment, heeft het Regiment Huzaren Prins Alexander ook een eigen regimentsstandaard. De huidige standaard werd op 5 december 1972 door Z.K.H. Prins Bernhard uitgereikt aan de regimentscommandant luitenant-kolonel Jan van Unen. Op deze standaard staat een gekroonde "J" en Regiment Huzaren Prins Alexander. De uitreiking vond plaats op het Hoytemaplein achter de Bernhardkarzerne in Amersfoort.

Eenheden die tot het regiment behoorden waren 41 tankbataljon, 101 tankbataljon en 57 tankbataljon. Het 41ste en het 101ste zijn paraat geweest. Het 57ste tankbataljon is een mobilisabele eenheid geweest.

Het regiment is inmiddels opgelegd. De tradities van het regiment worden verder gevoerd door het Regiment huzaren Prins van Oranje.

Het verblijf in Duitsland

Vanaf februari 1963 was het 41ste tankbataljon permanent gevestigd in Duitsland op de legerplaats Bergen Hohne (afgekort "Hohne"). In het begin was de huisvesting nog niet zo riant als in latere periodes. Veel van het beroepspersoneel woonde (nog) niet in het nabijgelegen dorp Bergen maar in Walsrode, wat een kleine 20 km ten noordwesten van de kazerne ligt. Het personeel pendelde dan ook dagelijks met de bus heen en weer tussen Walsrode en Hohne. In de jaren 70 is er in Bergen een Nederlandse wijk gebouwd, waar veel van het Nederlandse beroepspersoneel ging wonen.

In die periode leefde de dreiging van een Sovjet-inval veel meer dan in latere jaren. Dit had op sommige mensen een grote invloed. Een motor-transportofficier hield dan ook alarmoefeningen met zijn gezin en ging zelfs zo ver dat hij in zijn auto onderweg van Walsdorde naar Hohne zich met gasmasker in beschermstelling verplaatste. De eerste jaren stonden ook in het teken van "paraatheidsappels". Hoewel vervelend, leidden die appels in de weekenden ook tot veel gezelligheid, omdat dan vaak het hele gezin meekwam.

In 1972 werden bij het 41ste de Centuriontanks vervangen voor Leopard 1-tanks. Nog voordat de eerste Leopard de poort binnen kwam lagen de schappen al vol met reserveonderdelen voor deze tanks. Deze reserveonderdelen waren niet via de organieke lijn bij het bataljon gekomen. Veel Duitse collega-cavalerieeenheden hadden niet alleen felicitaties gestuurd met het nieuwe wapen, maar ook een deel van de voorraad van die reserveonderdelen waaraan zij zelf aanvankelijk de meeste behoefte hadden gehad. Door de verdere doorontwikkeling van de tank waren veel kinderziektes er reeds uit. Zo kon het voorkomen dat een oorspronkelijk geschonken reserveonderdeel van een Duitse eenheid aan een andere Duitse eenheid werd geschonken omdat er bij het 41ste genoeg in voorraad lag, of dat dit reserveonderdeel niet meer in die mate nodig was. Het "mijn hand wast jouw hand" is binnen de cavalerie een internationaal devies.

Over de legering van eenheden in Duitsland bestond in het Haagse een lichte twijfel met betrekking tot de "verduitsing" van het personeel dat daar gedurende langere periodes diende. Tijdens een bezoek van een aantal autoriteiten werd door de bataljonsstaf uitleg gegeven over het functioneren van het bataljon. Aan het eind werd door één van de gasten gevraagd: "Hoe zit dat nu met de verduitsing van het personeel?" waarop majoor Thomas antwoordde: "Quatsch!"

In 1972 werd aan de grote hoeveelheid schietbanen in Hohne een baan toegevoegd. Het ging hier niet om een schietbaan voor welk wapen dan ook, maar om het Protestants Militair Tehuis (PMT)! Het kreeg de naam BAAN 41 en werd in oktober 1973 door Z.K.H. Prins Claus geopend. In die jaren werd de eetzaal ook vernieuwd en kwam er in de kelder van de eetzaal een WZZ-winkel (WZZ = welzijnszorg), waar belastingvrije artikelen konden worden gekocht door Nederlands militair personeel dat in Duitsland was geplaatst.

Eind jaren 70 verhuisde de bataljonsstaf van gebouw MB 26 naar WB 7. Tijdens de renovatie van dit gebouw werd het o.a. van buiten helemaal wit geschilderd. Dit in tegenstelling tot alle andere gebouwen om het plein. De combinatie van bataljonsstaf en wit gebouw leidde ertoe dat er reeds een dag na het betrekken van het gebouw een groot bord met het opschrift "Het Witte Huis" op was aangebracht. De naam was meteen ingeburgerd en het bord heeft er tot het einde toe gehangen.

Bij de invoering van de Leopard-2 tank in 1984 werd het C-eskadron weer paraat gesteld. Het bataljon was nu met 52 tanks en een volledige parate bezetting weer op oorlogssterkte met drie gevechtseskadrons. Bij de grote internationale oefening "Atlantic Lion" kon het bataljon voor het eerst met drie eskadrons Leopard-2 aan een Brits-Amerikaanse tegenpartij laten zien wat het waard was.

Als gevolg van de val van "die Mauer" op 9 november 1989 en de ontspanning tussen oost en west werd vanaf februari 1991 het C-eskadron weer een klein-verlof-eenheid. Verder werden de tankeskadrons verkleind van 17 tot 13 tanks met drie pelotons van elk vier tanks en een staftank. Ook werd de tank van de bataljonscommandant omgeruild voor een YPR 765, zodat daarna nog slechts 26 tanks paraat waren.

Das war einmal

Het bataljon heeft de 41 jaar van haar bestaan naam en faam gemaakt door een grote mate van vakmanschap. Het bataljon won 11 maal de BFC-cup (Bult Francis Cup). Het bataljon won 5 maal de Wapenoudste Cavaleriebeker en 6 maal de Bergen op Zoombeker. Op 1 juni 1993 bestond 41 tankbataljon 40 jaar en op 1 februari was het bataljon 30 jaar onafgebroken gelegerd in Duitsland. Deze beide feiten werden groots gevierd. Een van de meest bijzondere programmapunten was een parade van het gehele bataljon door de Stadt Bergen.

Op 28 januari 1994 vond voor de laatste maal in de legerplaats Hohne het "Koningin Beatrixbal" plaats, dat jaarlijks op of omstreeks 31 januari werd gehouden. Op 17 februari 1994 werd het laatste schot met een Leopard-2 door het bataljon afgevuurd. Op 16 april 1994 werd op de "Marktplatz der Stadt Bergen" met een indrukwekkende plechtigheid afscheid genomen van deze garnizoensstad, na 31 jaar daar gelegerd te zijn geweest. Nadat in december 1993 het B-eskadron was opgeheven, volgde eind april 1994 het A-eskadron. In de loop van dat jaar werd de rest van het bataljon opgeheven en in oktober 1994 verliet de Koninklijke Landmacht de Legerplaats Hohne na een permanente aanwezigheid van 33 jaar.

Persoonlijke instellingen