AMX-13 VTT

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
AMX-13 VTT Mle 56
De AMX-13 VTT
Algemeen
Land van herkomst Frankrijk
Aantal gebouwd ca. 3,570
Operationeel sinds 1956
Operationeel tot heden
Basis kenmerken
Bemanning 3 + 10-11
Lengte 5,70 m
Breedte 2,67 m
Hoogte 2,41 m
Gewicht 11,34 ton
Pantser en bewapening
Pantser 15 mm (achter) 20 mm (zij & onder) 40 mm (voor)
Hoofdbewapening 1 mitrailleur .50 M2HB of 7,62mm MAG of 7,5mm AA 52
Mobiliteit
Motor SOFAM 8Gxb 8-cilinder benzine van 250 pk
Snelheid 60 km/h
Rijbereik 350 km


Inhoud

Geschiedenis

Op basis van de lichte tank AMX-13 (type 2D) ontstond in 1955 in het Franse Atelier de Construction d'Issy-les-Moulineaux (AMX) een APC die de Franse legeraanduiding TT 12 CH Mle 56 (transport de troupe chenillé modèle 1956) kreeg. Het voertuig werd later herdoopt in AMX VTP (véhicule transport de personnel) maar is ook vaak gekend als AMX VCI (véhicule de combat d'infanterie) en AMX-13 VTT (véhicule transport de troupe), en volgens sommige bronnen zelfs als AMX-12. Voor de exportmarkt werden 1.883 exemplaren geproduceerd die aan een 15-tal landen verkocht werden. Frankrijk ontving 1.683 stuks; deze werden vanaf 1973 vervangen door de AMX-10P.

De AMX-13 VTT is standaard uitgerust met IR-lichten en vuurpoortjes wat vrij ongewoon was voor die tijd en door velen als "tactisch voordeel" werd beschouwd. Het voertuig was echter niet amfibisch en een NBC-systeem kon pas later optioneel ingebouwd worden.

De AMX-13 VTT
Het voertuig werd o.m. door Argentinië en België onder licentie geproduceerd. Laatstgenoemde en Nederland selecteerden het type ondanks het feit dat de M113 reeds bestond. Over het algemeen waren de strijdkrachten van beide landen niet tevreden met de AMX, vooral vanwege de vaak voorkomende technische problemen waardoor het type een reputatie van onbetrouwbaarheid verwierf. Ook de aanvankelijk zo geprezen vuurpoortjes bleken in de praktijk heel wat minder praktisch: er waren onaanvaardbaar grote dode hoeken en bovendien kon men enkel precies vuren als het voertuig stil stond. Al met al was de introductie van de AMX geen groot succes. Nochtans zijn er tegenwoordig nog een hoop landen die het type inzetten en er bestaan een aantal moderniseringspakketten waarbij o.a. de originele benzinemotor vervangen wordt door een zuinigere dieselmotor, bijv. de 6V-53T van Detroit Diesel zoals gebruikt door de M113-reeks.

De Belgische AMX-13 Model 56

Van de Belgische licentieversie AMX-13 mod.56 werden 555 stuks door C.F.C. te Familleureux geproduceerd. Hij bestond in de volgende varianten:

  • AMX-13 VTT (véhicule transport de troupe) - basismodel met mitrailleur MAG in een CALF38-torentje (305 stuks);
  • AMX-13 PC (poste de commandement) - commandopost met aangepast interieur en met een ringaffuit voor een .50-mitrailleur M2HB. (72 stuks)
  • AMX-13 Cargo - vrachtversie, eveneens voorzien van een .50-mitrailleur. (58 stuks)
  • AMX-13 Mor - mortierplatform met 81mm-mortier M1. Deze kon vanuit het voertuig afgevuurd worden, langs een ronde opening in het dak dat voorzien was van een 4-delig luik. In het bemanningscompartiment bevonden zich rekken voor 40 korte en 88 lange mortierbommen. (90 stuks)
    • AMX-13 MILAN - tankjager met MILAN-systeem, zeer waarschijnlijk gebaseerd op de versie Mor. Hij beschikte dus noch over een torentje, noch over een ringaffuit, maar was voorzien van een 4-delig dakluik en bijkomend een aantal steunen voor de lanceerpost. Die werd tijdens verplaatsingen in een rek in het gevechtscompartiment geplaatst. Verder was er nog een rek voor 8 missilecontainers in het midden en zitjes voor de MILAN-ploeg aan weerszijden. (86? stuks)
  • AMX-13 ENTAC - tankjager met intrekbare lanceerafuit voor de ENTAC-missile. Deze werd op het einde van de jaren '70 vervangen door de MILAN. (30 stuks)

De AMX-13 verving vanaf 1969 de M75 "Full-Track" bij de infanterie-eenheden en werd zelf tussen 1982-1987 afgelost door de M113A1-B en AIFV-B. De meesten stroomden door naar de reserve-eenheden: in het begin van de jaren '90 hadden de 10e en 12e panterinfanteriebrigade elk 139 AMX-13's waarvan 24 met MILAN. Ongeveer 400 stuks werden - o.m. als gevolg van het CFE-verdrag - een paar jaar later aan Sabiex overgemaakt die ze na modificatie aan Mexico verkocht. Daar zijn ze tot op heden in gebruik onder de aanduiding DNC-1.

AMX-13.gif

De Nederlandse AMX pri

Als gevolg van de standardisering en mechanisering schafte de Nederlandse KL voor haar gemechaniseerde eenheden de AMX pri aan (voluit: gevechtsvoertuig, pantser, rups, infanterie: type 2D, AMX pri). De gemotoriseerde eenheden kregen de YP-408 uit locale productie. In tegenstelling tot de Belgische versie had de PRI een affuit met .50-mitrailleur die elektrisch van onder pantser kon bediend worden. In totaal werden vanaf 1963 345 stuks aangeschaft die in dienst waren bij zes pantserinfanteriebataljons. Een gedeelte werd later omgebouwd tot mortiertrekker (67) en tankjager met TOW (ca. 26). Vanaf 1978 werd de AMX pri afgelost door de YPR-765 PRI.

De KL had overigens nog twee andere modellen van de Franse AMX-reeks in dienst, namelijk de aanvankelijk vermelde lichte tank AMX-13 en ook de lichte 105mm houwitser AMX pra.

Externe links



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie
Persoonlijke instellingen