Aanval op Pearl Harbor

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Een Amerikaans affiche dat oproept tot wraak

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen de Japanners op 7 december 1941 de Amerikaanse oorlogshaven Pearl Harbor aan. De aanval stond onder leiding van admiraal Isoroku Yamamoto. Yamamoto had het plan hiertoe al opgevat toen hij in 1939 chef werd van de Japanse vloot.

Voor de oorlog in Azië begon

Op 27 september 1940 tekenden Duitsland, Japan en Italië een pact. Hierin stond dat ze elkaars leidende positie in de nieuwe wereldordening zouden erkennen. Ook verplichtten ze zich tot militaire steun als één van hen zou worden aangevallen. Er waren al eerder pacten gesloten, maar dit was bijzonder, omdat het een extra zekerheid betekende voor het geval de Verenigde Staten zou deelnemen aan een oorlog.

Waarom wilde Japan de Verenigde Staten aanvallen?

Al geruime tijd werden oosterlingen in San Francisco (waar er veel woonden) anders behandeld dan de Amerikaanse inwoners. Dit was een vorm van racisme en zo voelden de Japanners het ook.

Na de capitulatie van Frankrijk in 1940, bezette Japan Indochina, dat een Franse kolonie was. Ook Siam (het tegenwoordige Thailand) werd onder druk gezet om Japanse 'protectie' te aanvaarden. Als reactie hierop zetten Nederland en de Verenigde Staten hun olie-export naar Japan stop. De Amerikanen deden evenwel nog meer: ze stelden embargo's in op sloopijzer, staal en vliegtuigbrandstof. Deze beperkingen sneden Japan af van de grondstoffen die het nodig had. Onderhandelingen door Japan met de Verenigde Staten om de boycot te verzachten leverden vooralsnog niets op. Japan was door de maatregelen bang voor gezichtsverlies en de bevelhebber van hun marine stelde: Oorlog of Vrede is nu een kwestie van leven of dood.

Japan voelde zich door de Verenigde Staten bedreigd, omdat deze militair materieel aan Engeland leverde (voor de strijd tegen Duitsland) en dus indirect (via het pact) aan een Japanse vijand. Amerika op zijn beurt wilde zich tegen eventuele Japanse agressie kunnen verdedigen, en had daarvoor een basis nodig in de Stille Oceaan, omdat bases in de buurt van Japan te ver weg lagen om die voor een snelle en adequate militaire reactie tijdig te kunnen versterken. Daarnaast had de Verenigde Staten ook een strijdmacht nodig om de Filipijnen (een Amerikaanse kolonie) te kunnen verdedigen.

De meest strategische positie voor een basis was marinebasis Pearl Harbor, een haven op O'ahu, een eiland van Hawaï. Hierheen stuurden de Amerikanen dan ook een grote vloot. Die was weliswaar sterk, maar bevatte niet alle schepen van de Pacifische vloot, omdat veel (vliegdek)schepen en vliegtuigen in de Atlantische Oceaan dienst deden.

Voor meer bescherming breidden de Amerikanen ook hun strijdmacht op de Filipijnen uit, om zo de Japanners attent te maken op hun militaire aanwezigheid in dit gebied. In juli 1941 werd de strijdmacht op de Filipijnen opnieuw uitgebreid. Deze keer met Boeing B-17-bommenwerpers. De Amerikanen dachten dat deze vliegtuigen de Japanners zouden afschrikken om de Filipijnse eilanden aan te vallen.

In die tijd ging het slecht met de Japanse economie. De Japanners dachten aan uitbreiding in de regio, om zo opbrengsten uit koloniën te kunnen genereren. Ze wilden eigenlijk zeggenschap over heel Zuidoost-Azië, waarbij ze vooral geïnteresseerd waren in Nederlands-Indië. Maar ook wilden ze alle Britten, Nederlanders, Fransen en Portugezen uit het verre oosten weghebben. In feite wilde Japan de hele Stille Oceaan beheersen en het was duidelijk dat ze een militaire basis van de Verenigde Staten in deze oceaan daarbij niet konden gebruiken.

In 1941 hadden de Japanners weinig te vrezen van Nederland of andere Europese landen, omdat die al hadden gecapituleerd voor de Duitsers en/of nog druk bezig waren hun land tegen de Duitsers te verdedigen. De enige grootmacht die Japan nog in de weg stond om de Stille Oceaan te beheersen was de Verenigde Staten.

De Amerikaanse luchtmacht, die uiteraard de dreiging van de Japanners voelde, maakte veel vluchten vanaf Pearl Harbor. Vooral ten noorden en noordwesten werd veel gecontroleerd. Er werd gevlogen tot een straal van ongeveer 560 km rond de haven. Maar door een tekort aan vliegtuigen boden deze patrouilles geen volledige bescherming.

De haven

Pearl Harbor lag op meer dan 3.600 km afstand van San Francisco en was niet populair bij de admiraals vanwege de logistieke problemen, de afstand tot het moederland, en de voortdurende zorg om de beveiliging van een haven met slechts één toegang. Als de vijand een schip in de haveningang tot zinken zou brengen, was de basis onbruikbaar. Om open zee te bereiken had de vloot drie uur nodig. Als de vloot binnen was vormde ze, samen met alle voorraden en opslagplaatsen, een aantrekkelijk doelwit.

Admiraal James Richardson, bevelhebber van de basis in mei 1940, vond dat de schepen thuishoorden in veilige havens aan de westkust. Toen hij met zijn bezwaren naar de president stapte, werd hij van zijn post ontheven en vervangen door admiraal Husband Kimmel.

Tijdlijn tot 7 december 1941

Al in oktober 1941 waren de Amerikaanse media zich bewust van de dreigende situatie en gaven daaraan uiting in de pers en op de radio. De inwoners van de Verenigde Staten echter, voelden zich volledig beschermd door hun leger en besteedden weinig aandacht aan de krantenartikelen. Stimson, die op dat moment minister van Defensie was in Amerika, was zich terdege bewust van de dreiging, want als reactie op de nieuwsartikelen schreef hij in zijn dagboek: Het is nu een tijd om te wachten, zodat Japan de eerste stap kan doen, waarna wij ze direct kunnen aanvallen.

Japan en Amerika waren nog steeds in onderhandeling met elkaar, maar dit overleg wilde niet vlotten. Op 5 november werden zes boodschappen onderschept waarin stond dat de onderhandelingen met Amerika voor 25 november afgerond zouden moeten zijn.

De leider van de Japanse oorlogsoperatie, Yamamoto, wilde het hele Zuidelijke Pacifisch gebied in zijn macht krijgen en daarom ontwikkelde hij een strategie om Pearl Harbor, de Filipijnen nog een aantal andere doelen in dit gebied op het zelfde moment aan te vallen. Zijn plan hiervoor presenteerde hij op 7 november en hij noemde het plan Z.

Plan "Z"

Niemand bij de Japanse marine kende Pearl Harbor beter dan Yamamoto. In zijn hut op zijn vlaggenschip Nagato hing een kaart van de basis waarop hij allerlei aantekeningen had gemaakt. Omdat alles op de basis met een vaste regelmaat verliep, kon hij weten wanneer hij daar de grootste scheepsconcentratie kon aantreffen. De luchtafweer was onvoldoende en hij geloofde dat een luchtaanval een grote kans maakte. Hij liet zich inspireren door de legendarische admiraal Togo en noemde zijn plan naar diens Z-signaal tijdens de slag bij Tsushima (1905).

Daarbij wist hij dat 24 Britse vliegtuigen op 11 november 1940 bij een aanval op de Italiaanse vloot in Tarente drie slagschepen tot zinken brachten met een verlies van slechts drie toestellen. Ook de Amerikanen onderkenden het belang van deze aanval, maar admiraal Kimmel weigerde anti-torpedonetten te installeren omdat dit de bewegingsvrijheid van zijn schepen hinderde.

Japanse tactiek

Yamamoto gaf er de voorkeur aan om eerst en vooral de slagschepen buiten gevecht te stellen omdat hij dacht dat dit een harde klap voor de Amerikanen zou betekenen. Toen hij zijn plan om Pearl Harbor aan te vallen met vliegtuigen die zouden opstijgen vanaf vliegdekschepen voorlegde aan kapitein Minoru Genda, een specialist in luchtaanvallen, kreeg hij de raad de Amerikaanse vliegdekschepen aan te pakken omdat die de grootste bedreiging vormden voor de Japanse marine.

Japan beschikte over twee van 's werelds grootste vliegdekschepen: de Akagi (36.500 ton) die 91 vliegtuigen kon meevoeren (groter dan de Amerikaanse Lexington en Saratoga) en de 38.200 ton metende Kaga. Samen met de Hiryu, Soryu, Zuikaku en Shokaku telde de Japanse marine zes vliegdekschepen. Genda wilde ze alle zes bij de aanval inzetten (441 vliegtuigen in totaal) samen met een vooruitgeschoven strijdmacht van onderzeeboten. Men gaf aan torpedo's de voorkeur omdat ze krachtiger zijn dan bommen en preciezer gericht kunnen worden.

Alhoewel Yamamoto zelf het bevel bij de aanval wilde voeren, ging dit niet door omdat hij te veel andere verantwoordelijkheden had. De keus viel op schout-bij-nacht Chuichi Nagumo. Hij was geen expert op het vlak van vliegtuigen, maar werd omwille van zijn anciënniteit aangesteld. Hij was ontsteld bij het horen van de verantwoordelijkheid van zijn taak, maar troostte zich met de gedachte dat de aanval misschien niet zou doorgaan. Japan was immers nog niet in oorlog met de Verenigde Staten en het plan moest nog worden goedgekeurd door het Japanse opperbevel.

Twijfels bij het Plan Z

Keizer Hirohito werd door zijn ministers en generaals zoals gebruikelijk in het ongewisse gelaten over hun concrete plannen om de Amerikaanse basis in Pearl Harbor uit te schakelen. De brave vorst, die van huis uit diepzeebioloog was, en zich uitsluitend met de wetenschap bezighield, had geen flauw idee, dat er een oorlog op til was. Yamamoto had zijn plan voorgelegd aan Genda en later aan de marine en was bij de laatste op veel weerstand gestuit. Velen vonden het plan te stoutmoedig. Yamamoto was ervan overtuigd dat, als het tot een oorlog zou komen, Amerika een vernietigende slag moest worden toegebracht, zodat Japan ongehinderd de Filipijnen, Malakka en Nederlands-Indië kon bezetten voordat de Amerikaanse marine zich kon herstellen. Zijn collega's gingen nog steeds uit van de beslissende kracht van slagschepen waarvan Japan er twee op stapel had staan: de Yamato en de Musashi.

Tijdlijn tot 7 december 1941 (vervolg)

Aanval op Battleship Row

Ondanks de beslissing plan Z toch uit te voeren onderhandelde Japan nog steeds met Amerika om geen argwaan te wekken. Op 10 november werd dan ook een onderhandelingsvoorstel naar Cordell Hull gestuurd, op dat moment de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. De Amerikanen negeerden dit voorstel echter en daarom werd tien dagen later door Saber Kurusu, de Japanse onderhandelaar een nieuw voorstel gedaan. Ook werd de deadline die op 25 november gepland was, verschoven naar 29 november.

Wegens de dreigende situatie noteerde de Amerikaanse minister van Defensie Stomson opnieuw een opvallende overweging in zijn dagboek: The question is how we should manoeuvre them into the position of firing the first shot, without too much danger and damage to ourselves. (De vraag is, hoe wij ze ertoe kunnen brengen om het eerste schot te lossen, zonder zelf veel schade op te lopen.) Hieruit blijkt weer dat Amerika zich terdege bewust was van de dreiging en tevens oorlog wilde, ja, deze wilde uitlokken, zonder daaraan schuldig te zijn.

De Japanse media schreven dat op 25 november, de oude deadline, een grote vloot de Japanse havens verliet. Deze voer volgens hen deels richting de Filipijnen en deels richting de Straat van Formosa, ten zuidoosten van China. In werkelijkheid vertrok de vloot pas een dag later. Op die dag, vertrok Nagumo, de viceadmiraal van de Japanse vloot van de Koerillen met 6 vliegdekschepen, 423 vliegtuigen, 2 slagschepen, 28 onderzeeërs, 2 kruisers en 11 torpedojagers. Het is duidelijk dat de vliegdekschepen in deze vloot zwaar oververtegenwoordigd waren, maar dat was logisch, omdat het de bedoeling was om met de vliegdekschepen aan te vallen en met de andere schepen uitsluitend deze vliegdekschepen te beschermen. Al vanaf het vertrek heerste er tussen de schepen een strikte radiostilte, zodat de Amerikanen hen niet zomaar zouden opmerken en traceren.

Als reactie op het voorstel van Kurusu op 20 november, presenteerde Hull een tegenvoorstel. Hierin stelde hij echter zulke hoge eisen, dat al vooraf duidelijk was dat Japan hieraan geen gehoor zou geven. Opnieuw een aanwijzing dat Amerika een oorlog probeerde te beginnen zonder de eerste stap te zetten. Een dag na het voorstel van Hull, waarschuwde oorlogsminister Stimson de Pacifische vloot voor mogelijke vijandige acties van Japan.

Japan vond dat er na het mislukken van de onderhandelingen geen andere uitweg was dan oorlog. Ondanks dat onderhielden de Japanners nog steeds contact met Amerika om het voor te doen komen alsof ze nog in diplomatiek overleg geloofden.

Sommigen binnen de Amerikaanse overheid wilden opnieuw waarschuwen voor een dreigende oorlog, maar de legerleiding weigerde dit om geen paniek te veroorzaken. Toch bleef de Amerikaanse marine alert en stuurde een vliegdekschip richting Midway, ten noordwesten van Hawaï. Twee andere vliegdekschepen werden elders op verkenning gestuurd. Al deze scheepsverplaatsingen toonden aan dat Amerika op de hoogte was van de Japanse intenties. Maar het zou niet genoeg zijn. Op dat moment was het al 5 december. Op 6 december ontcijferden de Amerikanen Japanse berichten die al enkele dagen eerder ontvangen waren, waaruit bleek dat de oorlogsdreiging reëel was. Ook hier werd bewust niets mee gedaan.

7 december

Om 10 uur 's morgens kreeg president Roosevelt te horen dat Japan verder onderhandelen zinloos achtte, maar niet op een oorlog aanstuurde. Een uur later bleek echter uit een (onderschept) Japans bericht dat het om 13:00 officieel de oorlog aan Amerika wilde verklaren, maar van een aanval werd niet gerept. Als reactie hierop gaf stafchef Marshall bevel aan de Pacifische vloot, op alle mogelijke escalaties voorbereid te zijn..

Terzelfder tijd merkte men in Pearl Harbor een mysterieuze Japanse onderzeeër op, die probeerde de haven binnen te komen. Sommigen meenden dat deze onderzeeër 'verdwaald' was, maar een logischer verklaring leek dat hij op zoek was naar de zwakke plekken in de Amerikaanse verdediging. Rond 12:00 (uur in Washington DC) werd de onderzeeër door een torpedojager tot zinken gebracht. De officieren op Pearl Harbor waren niet onder de indruk van dit incident. Ze lichtten het opperbevel pas laat in.

Om 12:02 werd een golf van vliegtuigen gezien door een Amerikaans radarstation. Dit waren de vliegtuigen die om 11:00 waren opgestegen van de Japanse vliegdekschepen. Om 12:20 merkte een andere radar deze vliegtuigen opnieuw op, nu dichter bij de haven. De dienstdoende officier waarschuwde echter niemand, waarschijnlijk omdat er op die dag een aantal B-17's zouden arriveren.

Pas om 12:25 ontving Kimmel bericht over het eerdere voorval met de onderzeeër, maar er werd nog steeds geen actie ondernomen. Alle schepen lagen nog in de haven en vormden een zeer kwetsbaar doelwit voor de naderende vliegtuigen.

Een Japanse Nakajima B5N 'Kate voorzien met één 800 kg vliegtuigbom, die een lengte heeft van 2,20 meter '

Om 12:49 kregen de Japanse vliegtuigen bevel voor de aanval op Pearl Harbor, waarna de eerste aanvalsgolf om 12:55 volgde vanuit het noordwesten. De tweede golf volgde ruim een uur later, om 14:00, vanuit het noordoosten.

Om 14:45 waren 18 van de 96 schepen in de haven gezonken of zwaar beschadigd. 188 van de 394 vliegtuigen waren vernietigd en 159 waren beschadigd. Hierbij vonden 2.403 Amerikaanse militairen de dood en raakten er 1.178 gewond. Het hoge aantal doden werd voornamelijk veroorzaakt door het zinken van het slagschip USS Arizona dat werd getroffen door een 800 kg zware bom van een Nakajima B5N 'Kate' - opgestegen vanaf de Hiryū - in de opslagruimte voor de munitie van toren 1 en 2. Hierbij kwamen 1177 mensen om.

De oorlog in de Stille Oceaan was begonnen!



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie