Anton Mussert

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Mussert.jpg
Anton Adriaan Mussert, * Werkendam, 11 mei 1894, † (geëxecuteerd), Den Haag, 7 mei 1946, was een Nederlands politicus, die met name bekendheid genoot als oprichter en leider van het Nederlandse equivalent van de Duitse NSDAP, de NSB (Nationaal-Socialistische Beweging).

Mussert, zoon van een hoofdonderwijzer, behaalde in 1912 het diploma van de HBS en wilde aanvankelijk zeeofficier worden, maar kwam niet door de keuring, waarna hij aan de Technische Hogeschool van Delft ging studeren. Hij onderbrak zijn studie bij het begin van de Eerste Wereldoorlog en meldde zich als vrijwilliger bij het gemobiliseerde Nederlandse leger, maar moest na enige tijd door ziekte afhaken. In 1915 hervatte hij zijn studie in Delft en behaalde in 1918 het diploma van civiel-ingenieur (cum laude). Daarna trad hij in dienst bij Rijkswaterstaat; later bij de Provinciale Waterstaat van Utrecht. M. toonde zich een bekwaam ingenieur die o.m. het Amsterdam-Rijnkanaal op zijn naam heeft staan.

Halverwege de jaren 20 begon Mussert zijn politieke gedachten te ordenen en werd lid van de liberale Vrijheidsbond. Nu geviel het in die jaren, dat de Belgen, die zich bij de vredesonderhandelingen in Parijs na de Eerste Wereldoorlog ernstig tekortgedaan voelden compensatie zochten in Nederlands grondgebied; men wenste Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg te annexeren, terwijl Nederland geheel buiten de oorlog was gebleven, laat staan België vijandig had bejegend, integendeel, meer dan een miljoen Belgische vluchtelingen in de oorlogsjaren liefdevol had opgenomen.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Van Karnebeek, wist door slim diplomatiek spel in Parijs te voorkomen dat de Belgen erin slaagden de geallieerden (voor België zelf was hij natuurlijk niet bevreesd) voor hun karretje te spannen en deed vage toezeggingen over de aanleg van twee kanalen ten behoeve van de Belgische binnenscheepvaart, een naar het Hollands Diep bij Moerdijk en een dwars door Nederlands Limburg naar de Rijn (het zgn. Ruhrortkanaal), in het vertrouwen dat alles op de lange baan geschoven zou worden.

Maar in 1925 werd er toch een voorlopige overeenkomst met België gesloten over de aanleg, die – mocht deze al doorgaan - natuurlijk ernstige concurrentie voor Rotterdam zou betekenen. Mussert kon als waterstaatsingenieur maar niet begrijpen dat Nederland zichzelf zulk een schade berokkende en richtte een actiecomité op om tegen het plan te ageren, dat, in een wetsontwerp gegoten, inmiddels al door de Tweede Kamer was aangenomen. De actie van Mussert had succes, want de Eerste Kamer blokkeerde de plannen en het is ook nooit tot een uitvoering ervan gekomen. Het leidde ironisch genoeg wel tot de val van Van Karnebeek als minister van Buitenlandse Zaken.

Het succes van zijn actie leverde Mussert grote naamsbekendheid op. Hij begon te filosoferen hoe hij de verkregen goodwill kon omzetten in politieke macht, maar liet deze voornemens na enige tijd rusten. Doch in 1929 brak een wereldwijde economische crisis uit die massaontslagen en politieke onrust tot gevolg had en Mussert meende dat nu de tijd was aangebroken voor een 'nationaal reveil'. Geïnspireerd door de successen van Mussolini (die vooral) in Italïë en Hitler in Duitsland richtte hij, samen met Cornelis van Geelkerken en 11 anderen op 14 dec. 1931, toen de crisis in volle hevigheid over Nederland was losgebarsten, in een cafézaaltje in Utrecht de NSB op. Een jaar later had de NSB 1000 leden en Mussert had zich officieel tot "leider" van de beweging laten uitroepen. Op 7 jan. 1933 hield de partij de eerste "landdag" die door 600 aanhangers werd bezocht. In 1934 had de NSB 21.000 leden, nog twee jaar later 50.000.

Hoewel het partijprogramma van de NSB stond voor orde, rust en regelmaat, kwam het steeds vaker voor dat de naar Mussolini's voorbeeld in zwarte overhemden gehulde aanhangers van Mussert op de vuist gingen met linkse tegenstanders of vergaderingen van andersdenkenden verstoorden. De regering Colijn, die in die dagen aan de macht was, overwoog of er tegen de NSB moest worden opgetreden. Er bleken nogal wat ambtenaren lid van de partij en eind 1933 werd de NSB tot een verboden organisatie voor ambtenaren verklaard. Als een der eersten werd Mussert, immers zelf ambtenaar, ontslagen. Anderhalf jaar later werd een uniformverbod afgekondigd: de leden mochten niet meer in "uniform" op straat verschijnen.

"Persoonsbewijs" van Mussert dat aangeeft hoe er tijdens de bezetting tegen de NSB-leider werd "aangekeken"
In 1935 deed de NSB voor het eerst mee aan verkiezingen: die van de Provinciale Staten en behaalde 7,9% van de stemmen. Bij de kamerverkiezingen van 1937 meende Mussert klaar te zijn voor de grote doorbraak: op honderdduizenden raambiljetten stelde hij de kiezers voor de keuze "Mussert of Moskou", daarmee aangevend, dat het marxisme, en in algemene zin het socialisme, geen uitweg voor de problemen bood. Hij dacht minstens 15 (van de toen 100 beschikbare) kamerzetels te veroveren. Uiteindelijk werden het er maar vier.

Toen de Duitse legers op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen, dook Mussert onder. Een groot aantal NSB-ers werd als staatsgevaarlijk gevangen gezet. De broer van Mussert, luitenant-kolonel Jo Mussert, garnizoenscommandant van Dordrecht, die er nooit blijk van had gegeven te sympathiseren met de politieke opvattingen van zijn broer, werd op verdenking van landverraad in een schandelijke vertoning door Nederlandse militairen op 14 mei doodgeschoten.

Onmiddellijk na de capitulatie kwam Mussert tevoorschijn en reisde naar Den Haag in de overtuiging dat de Duitsers hem en zijn partij met het bestuur van Nederland zouden belasten. Maar het duurde tot 1942 toen de Duitsers Mussert formeel erkenden als Leider van Nederland, hoewel deze functie weinig voorstelde en de bezetter de touwtjes in handen hield.

Zeker aanvankelijk moest de NSB niets hebben van het racisme van haar Duitse voorbeeld: ook Joden, ja zelfs negers waren lid van de partij. Dat werd vanzelfsprekend anders toen de Duitsers het zelf voor het zeggen kregen. Na de capitulatie in mei 1940 meldden zich tienduizenden nieuwe leden aan (door bestaande leden van de NSB als "meikevers" getypeerd), in de hoop en verwachting er in het bezette Nederland hun voordeel mee te kunnen doen. Maar weldra – zeker toen het tij keerde en de Duitse verliezen toenamen – werd minachting hun deel. Van de NSB bleef niet veel meer over dan een ordeloze bende van opportunisten. Mussert zelf, die vanwege zijn weinig imposante gestalte al door weinigen serieus werd genomen, werd op 7 mei 1945 in Den Haag gearresteerd en precies een jaar later wegens landverraad op de Waalsdorpervlakte bij Den Haag geëxecuteerd.

Tien jaar na zijn dood werd Mussert nogmaals actueel nieuws toen zijn gebeente, dat in een anoniem graf op de Algemene Begraafplaats in Den Haag rustte, door onbekenden werd ontvreemd, vermoedelijk om te voorkomen dat het graf zou worden geruimd, en in België zou zijn herbegraven, maar volgens de directie van de begraafplaats had men de stoffelijke resten van de verkeerde persoon meegenomen.

Lit.: Couvee, D.H.: De meidagen van '40 (1960); Kentering, 11de jrg. nr. 2 (1970); Sinner, L.: De wortels van de Nederlandse politiek (1973); Meyers, J.: Mussert, een politiek leven (2de dr., 2005).

Persoonlijke instellingen