Auschwitz

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Auschwitz was een Duits vernietigings- en concentratiekamp bij de Poolse stad Auschwitz (Pools: Oświęcim), op enkele tientallen kilometers westelijk van de stad Krakau.

Naar Auschwitz werden in totaal meer dan 1,3 miljoen mensen gedeporteerd. Hiervan zijn er volgens een ruwe schatting ongeveer 1 miljoen omgekomen, zo niet door massavernietiging (vergassing) danwel door terreur van bewakers of door besmettelijke ziektes die om zich heengrepen of uitputting. Het kamp bestond uit drie hoofdkampen en 39 satellietwerkkampen. De hoofdkampen waren:

  • Auschwitz I, het oorspronkelijke concentratiekamp en het administratieve centrum van het totale complex. Hier werden voornamelijk Poolse intellectuelen en Russische krijgsgevangenen ondergebracht.
  • Auschwitz II (Birkenau), een vernietigingskamp, hier vielen de meeste slachtoffers (merendeels Joden, maar ook Polen en zigeuners).
  • Auschwitz III (Monowitz), een werkkamp.

Auschwitz I

In april 1940 besloot Reichsführer-SS en hoofd van de Duitse politie Heinrich Himmler dat er in het zuiden van Polen een concentratiekamp moest komen. Het kamp werd ondergebracht in een oude kazerne even buiten Oświęcim en werd in mei 1940 in gebruik genomen. Het werd eerst gebruikt om Poolse verzetsmensen en intellectuelen onder te brengen, later ook Russische krijgsgevangenen, "gewone" Duitse criminelen, politieke gevangenen, bolsjewieken, Jehova's getuigen, "asociale elementen" zoals landlopers, seksueel ontspoorden, en Joden. Na juni 1940 arriveerden ook gevangenen uit andere landen. Gedurende de eerste jaren van het bestaan van het kamp werden er op elk moment tussen de dertien- en zestienduizend mensen gevangen gehouden. In 1942 nam de aanvoer van gevangenen toe en bereikte dit aantal de twintigduizend.

Boven de ingang hangt heden ten dage nog steeds de cynische spreuk "Arbeit macht frei" ("werk ontspant"), die aan de buitenkant de indruk van een werkkamp, in plaats van een vernietigingskamp, moest wekken. De gevangenen die dagelijks het kamp voor dwangarbeid verlieten, marcheerden op orkestmuziek door de poort.

De SS koos enkele gevangenen uit, om als bewakers met bepaalde privileges op de andere gevangenen te letten. Zij werden Kapo's genoemd (met onbekende afleiding). Dit waren vaak Duitse beroepscriminelen, die opvielen door hun wreedheid.

De verschillende kampgroepen werden door speciale kenmerken op de kampkleding onderscheiden. Joden werden in het algemeen het slechtst behandeld. Er werd zes dagen per week, 11 uur per dag gewerkt (in de nabijgelegen wapenfabrieken ook vaak zeven dagen). Zondagen waren voor wassen en douchen gereserveerd. Door de harde arbeidsomstandigheden, het weinige eten, de wreedheid van de SS en de slechte hygiëne, was het sterftecijfer onder de gevangenen zeer hoog. In september 1941 voerde de SS in gevangenenblok 11 een proef uit met het gas Zyklon B. Hierbij werden 850 Polen en Russen vergast. Ook werd een bunker tot gaskamer met crematorium omgebouwd. Deze gaskamer was van 1941 tot 1942 in bedrijf. Met de komst van Auschwitz II werd er weer een luchtafweerbunker van gemaakt.

Auschwitz II - Birkenau

Auschwitz-Birkenau is het vernietigingskamp, waaraan de meeste mensen denken bij het horen van de naam 'Auschwitz'. Hier werden vele honderdduizenden gevangen gehouden waarvan het merendeel werd omgebracht, ongeveer drie kilometer van Auschwitz I en besloeg een grote oppervlakte van 175 hectare. Behalve Joden en zigeuners werden ook veel gewone burgers uit de toen bezette gebieden, waaronder zo'n 40.000 Vlaamse arbeiders en bedienden die als werkweigeraars waren opgepakt, in Auschwitz-II gevangen gehouden.

De bouw van het kamp begon in 1941 als onderdeel van de Endlösung. De nazi's evacueerden de plaatselijke bevolking, waarna de huizen werden gesloopt om in de bouwmaterialen voor de eerste gebouwen te voorzien. Het kamp was ongeveer 2,5 bij 2 kilometer groot en bood ruimte aan 100.000 gevangenen. Er werden meerdere sectoren gemaakt, die weer werden verdeeld in velden. Deze velden waren, net als het gehele kamp, voorzien van prikkeldraad dat onder stroom stond. Veel gevangenen maakten van deze draad gebruik om zelfmoord te plegen. In het kamp bestond de uitdrukking er ging zu den Drähten ("hij ging naar de draad"). Hoofddoel van Auschwitz II was de massavernietiging. Hiervoor waren vier gaskamers met bijbehorende crematoria aangelegd. De grootschalige vernietiging begon in het voorjaar van 1942.

De meeste mensen kwamen in Auschwitz-Birkenau aan met de trein, vaak na een afschuwelijke, dagenlange reis in veewagons zonder behoorlijke sanitaire voorzieningen, en veelal zonder voedsel of water. Tijdens deze treinreis bezweken dan ook velen aan de barre omstandigheden. De trein werd dan gestopt en de lijken werden vervolgens naast het spoor gelegd. De aangekomen gevangenen liepen vanaf station Auschwitz naar het kamp. Pas in 1944 werden de rails tot in het kamp gelegd, dit gebeurde om de grote aantallen Hongaarse Joden op te vangen - Hongarije had tot die tijd geweigerd zijn Joden uit te leveren. De daarbij aangelegde perrons dateren uit het voorjaar van 1944. Dé plek waar de meeste slachtoffers tot die tijd aankwamen ligt dicht tegen het verderop gelegen hoofdspoor. De plaats staat bekend als de 'Judenrampe'. Pas in 2006 is de plaats als herdenkingsplaats gemarkeerd, waarbij enkele verroeste rails zijn vervangen en enkele wagons zijn geplaatst. De rails naar en van de perrons in Birkenau hebben aldus 'slechts' twee maanden gefunctioneerd.

Op een gegeven moment konden er in de gaskamers van Auschwitz 20.000 mensen per dag omgebracht worden. Uit heel Europa arriveerden treinen met Joden. Onder hen bijna 40.000 Joden uit Nederland. Dikwijls werd het hele 'transport' direct naar de gaskamers gestuurd. Ook werd vaak een eerste selectie gemaakt, waarbij de zwakken, ouderen, kinderen en zieken van de arbeidsgeschikten gescheiden werden en naar de gaskamer werden doorgestuurd. De SS-arts Mengele nam vaak aan deze selecties deel. De gevangenen die de selectie overleefden, brachten enige tijd door in een quarantaineafdeling, en werkten daarna in de aan het kamp grenzende industrieterreinen. Hier werd hoofdzakelijk synthetische benzine en rubber voor IG Farben geproduceerd. Ook de Duitse firma Krupp had fabrieken in de buurt van Auschwitz.

Een deel van het kamp was voor vrouwen gereserveerd. In een ander deel, Kanada genoemd, werden de bezittingen van aangekomen gevangenen door het Kanada-Kommando gesorteerd en verzameld, om vervolgens aan de Duitse Staat te worden overgedragen, die de goederen verdeelde onder Duitse slachtoffers van geallieerde bombardementen.

De gaskamers waren alle gelijk. Een onderaardse omkleedruimte voor ongeveer 2000 personen, met aansluitend een als doucheruimte uitziende gaskamer, waar Zyklon B door de dakopeningen naar binnen werd gelaten. Een crematorium was onderdeel van hetzelfde gebouw. De gaskamers bereikten hun top nadat het Duitse leger in maart 1944 Hongarije was binnengevallen. De Hongaren waren weliswaar bondgenoten van de Duitsers, maar weigerden - evenals bondgenoot Italië - in eerste instantie hun Joden uit te leveren. Met de inval in Hongarije namen de Duitsers zelf het heft in handen, tussen mei en juli van dat jaar werden ongeveer 440.000 Hongaarse Joden naar Birkenau gedeporteerd en daar vergast. In juli 1944 stopten de transporten uit Hongarije, waarna de Duitsers zich op de in het kamp aanwezige zigeuners richtten. Vele Sinti en Roma waren in een speciale sector van het kamp ondergebracht. Van de 23.000 zigeuners in Auschwitz werden er vanaf begin augustus 1944 21.000 vergast.

Auschwitz III - Monowitz

Op zeven kilometer van Auschwitz stond een grote fabriek ('Buna-Werke') van het Duitse chemieconcern IG Farben die was gebouwd door dwangarbeiders uit Auschwitz. Hier zou synthetisch rubber worden geproduceerd, maar gedurende de oorlog kwam het hier niet van, omdat de aanvangsdatum voor de eerste productiefase keer op keer moest worden uitgesteld doordat de geallieerden onderdelen van de fabriek bombardeerden. Tegenwoordig is de fabriek wel in gebruik. Bij deze fabriek verrees het werkkamp Monowitz, ook wel Auschwitz III genoemd. In totaal waren er in de nabijheid van dit hoofdkamp veertig kampen waar gevangenen dwangarbeid moesten verrichten in de wapenindustrie, landbouw en de bouw. Sinds de administratieve herindeling van Auschwitz in november 1942 viel het bestuur van alle subkampen onder Monowitz.

De geallieerden

Dankzij de Poolse verzetsman Witold Pilecki wisten de geallieerden al in 1941 wat er gaande was in Auschwitz, door informatie die via het Poolse verzet het kamp uit werd gesmokkeld. Nadat Pilecki in 1943 ontsnapte stuurde hij een gedetailleerd rapport naar de geallieerden over de massamoord die zich aan het voltrekken was in Auschwitz. Het rapport werd in geallieerde kringen met ongeloof ontvangen. Daarnaast bezaten de geallieerden sinds 31 mei 1944 gedetailleerde luchtopnames van alle kampen. In de lente van 1944 wilden de Duitsers onderhandelen met de geallieerden, ze boden aan 1 miljoen Joden te ruilen voor 10.000 vrachtwagens. Een Hongaarse Jood moest de onderhandelingen leiden, waarmee hij verantwoordelijk werd gemaakt voor het leven van 1 miljoen mensen. De geallieerden gingen echter niet op het 'aanbod' omdat ze zich 'niet wilden laten chanteren'. Een vrachtwagen was hun geen 100 Joden waard!

Na het mislukken van de onderhandelingen werden de Hongaarse Joden afgevoerd naar Auschwitz. Twee ontsnapte gevangenen (Rudolph Vrba en Alfred Wetzler) hadden beschrijvingen en kampkaarten gemaakt die de geallieerden in de zomer van 1944 bereikten, waarmee wederom niets werd gedaan. Los hiervan voerden op 13 september 1944 Amerikaanse bommenwerpers een aanval uit op de fabrieken rondom de kampen en richtten aanzienlijke schade aan. De kampen bleven tot aan het einde van de oorlog intact. Een mogelijke reden achter het uitblijven van militaire actie tegen de kampen was mogelijk de zeer grote kans op burgerslachtoffers, de enige militaire mogelijkheid was namelijk een bombardement vanuit de lucht.

Vluchtpogingen en verzet

In totaal probeerden ongeveer 700 gevangenen te ontsnappen. Ongeveer 300 lukte dit. Een vluchtpoging werd met de hongerdood bestraft. Vaak werd de familie van vluchtelingen in Auschwitz I ter afschrikking tentoongesteld.

In oktober 1944 kwamen er niet veel nieuwe Joden meer aan. De grote transporten waren al in de zomer gestopt. Het Sonderkommando - bestaande uit dwangarbeiders die gaskamers moesten ontruimen en daarna de lijken verbrandden - bestond in piektijden uit duizenden gevangenen. Vanaf oktober werden er zo'n 1.000 mensen per dag vergast. De leden van het Sonderkommando begrepen dat ze niet meer nodig waren en vreesden voor hun eigen leven. In de daaraan voorafgaande periode waren de leden van het Sonderkommando volledig afgestompt geraakt, zozeer dat ze niet meer bang waren om te sterven. In oktober 1944 vond er een opstand van leden van het commando plaats. Twee crematoria gingen in vlammen op en honderden waagden een ontsnappingspoging. Veel kwam er van hun verzet niet terecht. Ze werden gegrepen waarna ze in een rij moesten staan. Vervolgens schoten de Duitsers elke derde man dood. Uiteindelijk zouden 92 man van het Sonderkommando overleven.

Evacuatie en bevrijding

De gaskamers en crematoria in Birkenau werden vanaf november 1944 door de Duitsers vernietigd om de sporen van hun daden voor de oprukkende Russen te verbergen. Ook alle archieven gingen in vlammen op. Dat heeft het moeilijk gemaakt om tot een tamelijk nauwkeurige schatting van het aantal slachtoffers te komen. Het Rode Leger rukte op in Polen en zou ook Auschwitz bereiken, de Duitsers raakten in paniek. In januari 1945 begon de evacuatie, vele gevangenen moesten naar het westen marcheren, de beruchte dodenmarsen - zo'n 50.000 gevangenen namen deel aan deze tocht. Bedoeling was dat zij elders weer aan het werk zouden worden gezet. Tijdens de dodenmars kwamen veel gevangenen om door ontbering (het vroor zo'n 20° Celsius) of door executie. Degenen die te zwak of te ziek waren werden achtergelaten, geschat wordt dat dit er zo'n 10.000 waren. Toen het Rode Leger het kamp op 27 januari 1945 bevrijdde, waren er nog zo'n 7.500 zieke en stervende mensen aanwezig. De Duitsers waren oorspronkelijk van plan deze mensen allen te doden, maar hadden hier geen tijd meer voor. De overgebleven Duitse bewakers werden binnen een half uur gedood door de Russen.

Slachtoffers

Bekende gevangenen en slachtoffers

  • Jean Améry, Oostenrijkse schrijver, overlevende van Auschwitz, Buchenwald en Bergen-Belsen.
  • Regine Beer, Antwerpse onderwijzeres die via boeken en spreekbeurten het fascisme blijft bekampen.
  • Anne Frank was tussen september en oktober 1944 gevangene in Auschwitz-Birkenau, werd daarna naar Bergen-Belsen gebracht, waar ze aan vlektyfus stierf.
  • Paul Halter, één van de eerste gewapende partizanen, voorzitter van de Stichting Auschwitz
  • Max Hamburger, psychiater die later in binnen- en buitenland vertelde over zijn ervaringen.
  • Moissy Kogan, beeldhouwer die in het kamp werd neergeschoten
  • Maximiliaan Kolbe, een Poolse franciscaan, was in Auschwitz I gevangen. In 1941 ging hij vrijwillig de dood in, om een vader te sparen.
  • Maurits Koopman, een Nederlandse schrijver, schreef over zijn ervaringen in: 'Gezagvoerder, Levend tussen Auschwitz en de zee', Hij overleefde Auschwitz II Birkenau.
  • Hans Krása, Tsjechisch-Duitse componist.
  • Rutka Laskier (±1929-1943), Joods meisje dat een dagboek bijhield.
  • Primo Levi, Italiaanse schrijver en scheikundige, overleefde Auschwitz III Monowitz en schreef later over zijn ervaringen in o.a. Is dit een mens en Het periodiek systeem.
  • Max Moszkowicz sr., een Nederlandse advocaat. Hij overleefde het kamp.
  • Shlomo Venezia, Grieks-Italiaanse Jood uit Thessaloniki, werd na zijn deportatie verplicht om als Sonderkommando te werken in Auschwitz. Hij overleefde het en schreef daarover een boek.
  • Abraham Icek Tuschinski, een vermaard Joods-Pools-Nederlandse bioscoopexploitant, oprichter van verschillende bioscopen waaronder het Tuschinski Theater in Amsterdam.
  • Witold Pilecki, Pools verzetsman, liet zich vrijwillig gevangennemen om het verzet in Auschwitz I te organiseren en inlichtingen te verzamelen, ontsnapt in 1943, na de oorlog door de Poolse communisten geëxecuteerd.
  • Fia Polak overleefde Auschwitz-Birkeneau en schreef haar verhaal.
  • Charlotte Salomon, Duitse schilderes, op de dag van haar aankomst 10 oktober 1943 vermoord.
  • Viktor Ullmann, componist, werd van Theresienstadt naar Auschwitz gebracht en vergast.
  • Elie Wiesel overleefde Auschwitz III Monowitz en schreef over zijn ervaringen.
  • Gerhard Durlacher, Nederlandse schrijver.
  • Otto Frank, vader van Anne Frank, overleefde Auschwitz I.

Na de oorlog

Na de oorlog werden de fabrieken door de Poolse regering overgenomen, waarmee de basis voor de chemische industrie in de regio werd gelegd. De concentratiekampen vervielen. Later besloot de Poolse regering Auschwitz I weer op te bouwen als museum. Ook Auschwitz II met de opgeblazen gaskamers kan men tegenwoordig bezichtigen. Beide kampen behoren tot de Werelderfgoedlijst. In Auschwitz I bevindt zich een Nederlands paviljoen onder verantwoordelijkheid van het Nederlands Auschwitz Comité. Het paviljoen dateert uit 1980 en werd door Carry van Lakerveld, Victor Levie en architectenbureau ROO vernieuwd en aangepast aan de huidige tijd en bestaat uit vier onderdelen: een impressie van het Jodendom in Nederland voor de oorlog, de vervolging en deportatie, Nederlanders in Auschwitz aan de hand van ervaringen van enkele joodse en niet-joodse gevangenen en een afdeling 'Leven met de Shoah'. De nieuwe tentoonstelling werd op 26 april 2005 geopend.

De dag van de bevrijding van Auschwitz, 27 januari, is sinds 1996 in Duitsland een officiële gedenkdag voor de slachtoffers van het nationaal-socialisme. Op 27 januari 2005 werd de bevrijding uitgebreid herdacht in Auschwitz-Birkenau, in aanwezigheid van tal van oud-gevangenen, buitenlandse staatshoofden (onder andere koningin Beatrix) en regeringsleiders. Er werd onder meer gesproken door Simone Veil namens de oud-gevangenen.

Medio 2008 raakte bekend dat Auschwitz dringend aan restauratie toe is. Daartoe zoekt men via internationale fora naar geldmiddelen voor de som van 62 miljoen euro. De Poolse overheid schenkt jaarlijks drie miljoen euro steun vermeerderd met drie miljoen euro middelen uit opbrengsten van boeken en rondleidingen ter plaatse.

Ontkenning

"Auschwitz" staat vaak symbool voor de gehele Holocaust, dus wordt ook de holocaustontkenning soms aan Auschwitz opgehangen, hetgeen niet terecht is, want er zijn meer concentratiekampen en vernietigingskampen gebruikt voor de Holocaust.

Specifiek met betrekking tot Auschwitz is over de ontkenning het volgende te melden: De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad claimt dat de Holocaust een mythe is en wilde dit laten onderzoeken. In februari 2006 weigerde de Poolse regering echter visa te verstrekken aan Iraanse onderzoekers die naar Auschwitz wilden afreizen. In de documentaire "The Truth Behind the Gates of Auschwitz - David Cole interviews Dr. Franciszek Piper" laat David Cole, zelf jood, zich rondleiden in Auschwitz. De kritische vragen die hij de gids, de conservator en de kijker stelt werden hem niet in dank afgenomen. Later verduidelijkte Cole dat zijn documentaire niet gezien moest worden als anti-semitisch of negationistisch.