Bismarck (slagschip)

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Bismarck.jpg
Bismarck (slagschip)
Land: Duitsland
Klasse: Bismarck-klasse (2 schepen: Bismarck, Tirpitz)
Waterverplaatsing (toegelaten tonnen): 50.996
Afmetingen (lengte / breedte / diepgang): 251 m / 36 m / 9 m
Bewapening (kanons / torpedobuizen): 8 x 38 cm; 12 x 15 cm; 16 x 10,5 cm; 16 x 3,7 cm; 12 x 2 cm / -
Pantser (gordel / dek / hoofdgeschutstorens): 323 mm / 50 mm / 360 mm
Voortstuwingsinstallatie (ketels / machines): 12 (Wagner) / Blohm & Voss-turbines, 3 schroefassen
Totale APK: 150.170
Brandstofvoorraad: olie, 7344 t
Prestaties (snelheid / actieradius): 30,1 knopen / 9.280 zeemijl bij 16 knopen
Bemanning: 2.092
Gebouwd door: Blohm & Voss, Hamburg
Opdracht verstrekt: 1935
Kiel gelegd: juli 1936
Tewaterlating: febr. 1939
In dienst gesteld: aug. 1940
Einde: 27 mei 1941 gezonken


Naam

Na lange tijd werd onder de Duitse Kriegsmarine het compromis bereikt, dat de nieuwe schepen de naam zouden dragen van een Duits staatsman, admiraal of minister. Zo werd de Bismarck genoemd naar de staatsman Otto von Bismarck.

De Bismarck werd beschouwd als het paradepaardje van de Kriegsmarine en werd onzinkbaar geacht. Bismarck en de zware kruiser Prinz Eugen kregen het bevel vanuit Gotenhafen (Gdynia) aan de Oostzee naar de Atlantische Oceaan te varen om Engelse handelsschepen te onderscheppen en tot zinken te brengen. Deze missie die Operatie Rheinübung werd genoemd, werd aan Admiraal Günther Lütjens toevertrouwd. Commandant van de Bismarck was kapitein ter Zee Ernst Lindemann.

Bismarck en Prinz Eugen kiezen zee

De Duitse eenheid stak op 19 mei 1941 van wal en voer, begeleid door torpedobootjagers, op 20 mei door het Kattegat, toen een Zweedse kruiser haar waarnam. Hoewel Zweden neutraal was, zou deze Zweedse kruiser onmiddellijk de Engelse ambassade in Stockholm hebben ingelicht. De Home Fleet kreeg opdracht patrouilles uit te voeren in de Noordzee, maar het was de RAF die de Duitse schepen in fjorden bij Bergen (Noorwegen) ontdekte.

Het Duitse smaldeel verliet Noorwegen om op 21 mei 1941 in de vroege avond, en zette koers naar het noorden. De volgende dag gaf Lütjens om 4.00 uur 's morgens de jagers verlof het verband te verlaten. Bismarck en Prinz Eugen waren nu op zichzelf aangewezen. Ze kozen de route noordelijk om IJsland naar het westen om vervolgens via de Deense Straat tussen IJsland en Groenland in zuidelijke richting te gaan. In de vroege ochtend van 23 mei stoomden ze deze zeestraat in.

De Deense Straat werd bewaakt door de kruisers Suffolk en Norfolk, terwijl de slagkruiser Hood en het slagschip Prince of Wales naar Scapa waren gestuurd om de Bismarck te onderscheppen. Op 23 mei om 19.22 uur signaleerden de Duitsers op 7 zeemijl afstand de Suffolk en om 20.30 uur de Norfolk, die zonder succes onder vuur werd genomen. Beide Britse schepen bleven het Duitse eskader schaduwen.

De ondergang van de Hood

Op 24 mei om 5.53 uur werden de Duitse schepen beschoten door een nieuwe tegenstander: het bleek de Hood te zijn, het machtigste schip van de Britten, dat vergezeld werd door de Prince of Wales. Om 5.57 uur schoot Prinz Eugen bij de achtermast van de Hood liggende munitie in brand, en even later trof een salvo van Bismarck het Britse schip, dat explodeerde en in stukken brak. In zes minuten zonk de 41.000 ton metende slagkruiser. Slechts 3 bemanningsleden van de 1421 overleefden deze ramp. Vervolgens werd het vuur van beide Duitse schepen op de Prince of Wales geconcentreerd.

Deze werd meermaals getroffen en draaide af en de Duitse schepen staakten de beschieting. Prinz Eugen was schadevrij gebleven, maar Bismarck zelf werd drie keer geraakt door drie 35,6 cm-treffers van de Prince of Wales, hoewel niemand gewond raakte. Bismarck verloor olie, maakte water en de snelheid liep iets terug. Het slagschip zette daarom koers naar St. Nazaire voor reparaties. Om 18.14 uur scheidden zich de wegen van beide Duitse schepen om de achtervolgers in verwarring te brengen en ging Bismarck alleen verder. Prinz Eugen zou 1 juni ongedeerd Brest bereiken. Om 19.00 uur volgde een korte schotenwisseling tussen Bismarck en Suffolk en de weer opgedoken Prince of Wales.

De jacht op de Bismarck

Intussen had de Engelse marine groot alarm geslagen. Alle eenheden werden opgetrommeld om de Bismarck tot zinken te brengen: van het slagschip King George V tot het vliegkampschip Victorious en Force H (met het vliegdekschip Ark Royal, de kruiser Sheffield en de slagkruiser Renown), die in Gibraltar lag. In 1960 is er nog een spannende film over gemaakt: "Sink The Bismarck".

Op 24 mei, om 23.30 uur, volgde een aanval met vliegtuigen die van Victorious waren opgestegen. Bismarck kreeg een torpedotreffer aan stuurboord, maar liep geen schade op. In de nacht van 24/25 mei verloor ook de Suffolk contact, maar de Bismarck werd op 26 mei om 10.30 uur opnieuw gezien door een Catalina-watervliegtuig op slechts 625 mijl van Brest.

De Engelsen hadden niet verwacht dat Bismarck naar Brest zou gaan, en de meeste Engelse schepen zochten de noordelijke Atlantische Oceaan af. De positie van Norfolk en Rodney was nog het gunstigst, maar zij lagen te ver achter om voor Bismarck gevaar op te leveren. De laatste mogelijkheid om Bismarck nog te onderscheppen was Force H, die nog het dichtste bij was.

26 mei om 17.40 uur werd Bismarck door de kruiser Sheffield ontdekt, en om 20.30 uur vielen Swordfish-torpedobommenwerpers, die waren opgestegen van het vliegdekschip Ark Royal Bismarck aan. Door een torpedotreffer in het achterschip raakte de roerinstallatie van Bismarck onklaar en kwam het roer vast te zitten. Pogingen het te ontzetten mislukten, waardoor het schip geheel van zijn zuidoostelijke koers op St. Nazaire afraakte. Er werd toen getracht het schip met behulp van de schroeven te besturen, maar niets baatte. Door de onvrijwillig gestoomde cirkelbaan ten gevolge van het roerdefect bewoog Bismarck zich naar het noordwesten, tot verwondering van de Britten, die nog niet wisten dat het schip vitaal geraakt was, de vijand tegemoet.

De eindstrijd van de Bismarck

Het vonnis over de Bismarck was geveld. Ze werd in de nacht door Britse torpedobootjagers aangevallen en in de ochtend van de 27ste mei genaderd door King George V, de Rodney en Force H. Acht 38-cm kanons van Bismarck tegen negen 40,6- en tien 35,6 cm van de Britten, nog afgezien van het Britse overwicht aan middelzwaar geschut.

King George V en de Rodney schoten Bismarck, die niet meer tot manoeuvreren in staat was, tot een wrak, maar slaagden er niet in haar tot zinken te brengen, en ze trokken zich om 10.15 uur bij gebrek aan brandstof terug. Het schijnt dat Lindemann die 27ste zelf bevel heeft gegeven het schip te doen zinken. Volgens de Britten gaven door de kruiser Dorsetshire afgevuurde torpedo's Bismarck het genadeschot. Het verhaal gaat dat admiraal Lütjens de nacht ervoor zelfmoord zou hebben gepleegd.

Om 10.39 uur op 27 mei 1941 zonk het kroonjuweel van de Kriegsmarine. Het schip was het sterkste en modernste Europese slagschip van zijn tijd. Ongeveer 1.900 opvarenden vonden de dood, ruim 100 overlevenden werden nog door de Britten uit zee opgevist. Het wrak van de Bismarck werd in 1989 ontdekt. Het ligt op 4.800 m diepte 550 zeemijl ten westen van Brest.

Literatuur

  • Müllenheim-Rechberg, B. von: De ondergang van de Bismarck. Bussum: De Boer Maritiem, 1980.



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie