Blücher (1939)

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Blücher (foto 1939)
Blücher (zware kruiser)
Land: Duitsland
Klasse: Hipper-klasse (3 schepen: Admiral Hipper, Blücher, Prinz Eugen
Waterverplaatsing (toegelaten tonnen): 18.694
Afmetingen (lengte / breedte / diepgang): 206,4 m / 21,3 m / 7,9 m
Bewapening (kanons / torpedobuizen): 8 x 20,3 cm; 12 x 10,5 cm; 12 x 3,7 cm; 8 x 2 cm; 3 vliegtuigen / 12 x 53,3 cm
Pantser (gordel / dek / hoofdgeschutstorens): 80 mm / 30 mm / 105 mm
Voortstuwingsinstallatie (ketels / machines): 12 (Wagner) / Brown, Boveri-turbines, 3 schroefassen
Totale APK: 132.000
Brandstofvoorraad: olie, 4320 t
Prestaties (snelheid / actieradius): 33,4 knopen / 5.500 zeemijl bij 18 knopen
Bemanning: 1.600
Gebouwd door: Deutsche Werft, Kiel
Opdracht verstrekt: 1935
Kiel gelegd: 1936
Tewaterlating: juni 1937
In dienst gesteld: 1939
Einde: 19 apr. 1940 gezonken


Blücher was genoemd naar de Pruisische generaal Gebhard Leberecht von Blücher, die in 1815 een belangrijke rol speelde tijdens de slag bij Waterloo.

De Blücher behoorde tot de categorie zware kruiser en was een exemplaar van de Admiraal Hipper klasse. Tot deze klasse behoorden nog 4 identieke zusterschepen: de Prinz Eugen, Admiraal Hipper, Seydlitz en de Lützow (de Lützow werd niet afgebouwd en verkocht aan de Sovjet-Unie en de Seydlitz werd omgebouwd tot vliegkampschip). De Blücher was bij het uitbreken van de oorlog het nieuwste schip van de Kriegsmarine. Het schip werd echter op haar eerste reis meteen vernietigd, nog voordat het ook maar één schot op de vijand kon lossen.

De bouw van het schip

De bedoeling was dat de Blücher vrijwel identiek zou worden aan haar 3 zusterschepen. Tijdens de bouw in september 1939 viel Duitsland Polen aan. Groot-Brittannië en Frankrijk verklaarden, tegen de verwachtingen van de Duitse marine in, de oorlog aan Duitsland. De Duitse marine moest nu haar plannen wijzigen; er zou een confrontatie met Groot-Brittannië komen. Hiervoor moest Duitsland militaire landingen uitvoeren. Voor deze landingen moesten oorlogsschepen beschikken over faciliteiten om soldaten snel aan land te kunnen zetten.

De Blücher werd aangepast en kreeg een ruim om soldaten te vervoeren en hijskranen om landingsvaartuigen te kunnen afzetten.

De Blücher was een van de grootste zware kruisers die ooit gebouwd zijn, met een relatief (te) grote bemanning van 1600 man (zware kruisers van de geallieerden hadden gewoonlijk slechts 800-850 manschappen). De Blücher behoorde eveneens tot de fraaiste oorlogsschepen die ooit gebouwd zijn: de scherpe vormen, regelmatige piramideachtige opbouw, hoge achtermast en scherpe Atlantikboeg. De schepen leken uiterlijk veel op de slagschepen van de Bismarckklasse.

Voordelen van de Blücher met betrekking tot de zware kruisers van de geallieerden: grotere breedte (dit geeft meer incasseringsvermogen tegen torpedotreffers), precisieafstandsmeters en vérdragend 8-inchgeschut, krachtige zware luchtafweer met gyrogestabiliseerde afstandsmeters.

De ondergang van de Blücher

In april 1940 begon Duitsland aan de invasie van Noorwegen. De Blücher kreeg de opdracht om samen met het Duitse pantserschip Lützow de Noorse hoofdstad Oslo te bezetten.

De missie was simpel: de twee schepen moesten met hun kanons landinwaarts vuren en alle strategische doelen rond Oslo vernietigen. Vervolgens zouden beide schepen 2000 mariniers ontschepen die de stad Oslo zouden innemen.

Op 9 april arriveerden de Blücher en de Lützow in de fjord die toegang verschafte tot de Noorse hoofdstad. De Duitse marine had echter een groot struikelblok over het hoofd gezien: langs de Noorse kust, op een eiland, lag een middeleeuws Noors kasteel. In dit kasteel stonden 3 verouderde kanonnen die, ironisch genoeg, door de Duitsers zelf waren geschonken. Verder was er nog een onderaardse afvuurplaats voor torpedo's.

Twee van de 3 kanonnen waren bemand, Mozes en Aaron genaamd. Zij losten allebei 1 schot op zeer korte afstand, op de Blücher. De machtige kruiser werd meteen fataal geraakt: een granaat trof de brug van het schip met de vuurleiding (de ruimte van waaruit de beschieting wordt gecoördineerd), waardoor de Blücher niet onmiddellijk in staat was om terug te schieten. De tweede granaat trof de brandstofopslagplaats van het vliegtuig waardoor de Blücher midscheeps in brand vloog. Aangezien de brandslangen doorzeefd waren, kon de brand niet geblust worden. Het Noorse leger vuurde nu een tweetal zwaar verouderde torpedo’s af op de Blücher. De Blücher werd door beide geraakt.

De kapitein van de Blücher koerste het zinkende schip daarna richting wal om zo veel mogelijk opvarenden te kunnen redden. Door de torpedotreffers en ontstane waterschade, kapseisde het schip echter plotseling en zonk in ongeveer 2 uur naar de bodem van de fjord. Omdat de bemanning nieuw was en geen gevechtservaring had, werden er veel fouten gemaakt bij het herstellen van de torpedoschade en ging de kapitale Blücher al op haar eerste reis verloren.

Van de 2202 opvarenden kwamen er toch nog 830 om het leven. De overlevenden wisten zwemmend een nabijgelegen eiland te bereiken. De ondergang van de Blücher in april 1940 behoort met die van de Bismarck (1941), de Scharnhorst (1943) en de Tirpitz (1944) tot de grootste verliezen van de Kriegsmarine in de Tweede Wereldoorlog.

Vandaag de dag ligt de Blücher nog steeds in de fjord. Het schip ligt op 90 meter diepte en lekt nog steeds olie, al is er in 1994 al 1600 ton olie verwijderd uit het wrak.




Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie