Dertigjarige Oorlog

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Overzichtskaart (uit Dozy en Brugmans, Historische Atlas, 2de dr., ca. 1890)
De Dertigjarige Oorlog (1618-1648) was een zich oorspronkelijk in het Heilige Roomse (Duitse) Rijk (ook "het Rijk", "Duitsland") afspelende godsdienstoorlog tussen katholieken en protestanten (of religieus geïnspireerde burgeroorlog) waar zich ook andere Europese mogendheden (Spanje, de Nederlanden, Denemarken, Zweden en Frankrijk) in mengden, zodat deze het karakter van een Europese oorlog kreeg. Tot aan de Eerste Wereldoorlog werd de Dertigjarige Oorlog algemeen beschouwd als de gruwelijkste en wreedste aller oorlogen.


Vooraf

In religieus opzicht werd de Dertigjarige Oorlog veroorzaakt door de "Contrareformatie" van de Katholieke Kerk, die na de reorganisatie op het Concilie van Trient haar oude alleenheerschappij trachtte te herwinnen; maar er waren ook politieke tegenstellingen, die om een oplossing vroegen: de grondwet van het Rijk die sinds 1608 buiten werking was gesteld, daar de protestanten uit de standenvergadering waren gestapt; de machtswellust van de Habsburgers die op weerstand stuitte, en het streven van keizer Ferdinand II om de twisten in zijn erflanden tot een rijksaangelegenheid te maken. Dit waren de voornaamste oorzaken die de krachten ontketenden om in een onderling conflict het Rijk te gronde te richten.

Weliswaar had er in de 16de eeuw steeds eensgezindheid geheerst onder de Duitse vorsten, ondanks dat sommigen zich van het katholicisme hadden afgekeerd, hadden de aanhangers van Luther, Calvijn en Zwingli elkaar feller bestreden dan de papisten en hadden met name de Saksische keurvorsten in hun politiek ten opzichte van de Habsburgers nooit fanatiek geijverd voor het protestantisme, toch ontstonden in het eerste decennium van de 17de eeuw twee politieke kampen. Onder leiding van de keurvorst van de Palts verenigden alle protestantse vorsten met uitzondering van de keurvorst van Saksen zich op 14 mei 1608 in de "Unie", in feite een defensief verbond met een eigen militaire organisatie. Onder leiding van de 36-jarige hertog Maximilian van Beieren kwam op 10 juli 1609 als reactie de katholieke "Liga" tot stand. De Habsburgers hielden zich aanvankelijk afzijdig. Beide groeperingen breidden zich in de jaren die volgden uit en wierpen zich uitsluitend op als belangenbehartigers van de protestantse of katholieke gemeenschap, tot in 1618 de opstand in Bohemen de onderlinge strijd deed ontbranden.

De oorlog in Bohemen (1618-20)

De vermeende schending van de door de Duitse keizer Rudolf II gegarandeerde godsdienstvrijheid voor de protestanten in Bohemen leidde in Praag tot een opstand (23 mei 1618) en tot de troonsbestijging van Friedrich V van de Palts als koning van Bohemen. De overwinning van de met de katholieke Liga gelieerde Duitse keizer Ferdinand II bij de Witte Berg bij Praag op 8 nov. 1620 had de val van Friedrich V en een gewelddadige reactie van de katholieken alsmede het ongedaan maken van de machtsinvloed van de Hussieten (protestantse stroming van Tsjechische nationalisten) ten gevolge.

De oorlog in de Palts (1621-24)

Friedrich V werd door keizer Ferdinand II, die hem van de Palts wilde beroven, verbannen, waardoor de regionale strijd in Bohemen een landelijk karakter kreeg. Friedrich ondervond weerstand van Ernst von Mansfeld met zijn vrijscharen, Christian de Oudere van Brunswijk en markgraaf Friedrich van Baden, die graaf Tilly (Brabants generaal in Duitse dienst, 1559-1632) op 27 apr. 1622 bij Wiesloch (Mingolsheim) versloeg. Maar op 6 mei werd de markgraaf bij Wimpffen, Christian van Brunswijk op 20 juni bij Höchst en op 6 aug. 1623 bij Stadtlohn door Tilly verslagen.

Deens-Nedersaksische Oorlog (1624-30)

Daar Tilly bij de achtervolging van Christian naar Noord-Duitsland oprukte en in Westfalen en Nedersaksen de protestanten met behulp van jezuieten voor het katholicisme trachtte te winnen, stelde Christian IV van Denemarken zich aan het hoofd van de stenden tegen keizer en Liga teweer, maar werd door Tilly op 27 aug. 1626 bij Lutter am Barenberg verslagen. Tilly en Wallenstein (Duits generaal uit Bohemen, 1583-1634), die intussen als keizerlijk veldheer met een door hem voor de keizer aangeworven huurlingenleger Mansfeld bij de brug over de Elbe bij Dessau had overwonnen, veroverden Noord-Duitsland (behalve Stralsund) en dwongen Christian IV tot de Vrede van Lübeck (12 mei 1629).

De keizer, die door Wallenstein alleenheerser in Duitsland was geworden, vaardigde het "Restitutie-edict" (6 mrt. 1629) uit, volgens welk alle sinds 1552 door de protestanten van de katholieken afgenomen kloosters en kerken aan de katholieken teruggegeven moesten worden en de protestanten van godsdienstvrijheid werden uitgesloten. Beieren en de Liga waren echter bezorgd over de politieke dominantie van de keizer, en dreven in 1630 in Regensburg tijdens een bijeenkomst van de keurvorsten de afzetting van Wallenstein door.

Zweedse Oorlog (1630-36)

Gustaaf Adolf van Zweden landde op 4 juli 1630 met 13.000 Zweden op Usedom aan de Oostzeekust, vermocht weliswaar Maagdenburg niet te redden, dat door Tilly op 20 mei 1631 bestormd werd, maar versloeg deze, samen met de Saksers, bij Breitenfeld (17 sept. 1631). Daarna ging hij naar Zuid-Duitsland terwijl de Saksers Bohemen binnendrongen, dwong de overgang over de Lech af en trok in mei 1632 München binnen. Wallenstein, weer tot opperbevelhebber benoemd, verdreef de Saksers uit Bohemen en hield bij Neurenberg stand tegen Gustaaf Adolf, die op 16 nov. 1632 in de Slag bij Lützen viel.

De Zweedse rijkskanselier Axel Oxenstierna sloot met de districten van Frankenland, Zwaben en de Rijn het Verbond van Heilbron en leidde de Zweedse politiek, terwijl de protestantse legers zich splitsten. Wallenstein knoopte met Saksen en Zweden onderhandelingen aan, met het doel over te lopen, maar werd in Eger (Bohemen) op 25 febr. 1634 vermoord. Bernhard van Weimar en de Zweedse generaal Horn werden op 5/6 sept. 1634 bij Nördlingen verslagen, en de keurvorst van Saksen sloot op 30 mei 1635 in Praag een afzonderlijke vrede met de Duitse keizer, waarbij zich ook Brandenburg en de meeste andere protestantse vorsten aansloten. Baden, Hessen, Kassel en Wurtemberg bleven Zweden trouw.

Zweeds-Franse Oorlog (1636-48)

De Zweedse veldheer Banér verrsloeg het leger van de keizer onder Hatzfeldt op 4 okt. 1636 bij Wittstock, en Bernhard van Weimar, die door het Verdrag van Saint-Germain-en-Laye in 1635 opperbevelhebber van de Fransen was geworden, de keizerlijken op 3 mrt. 1638 bij Rheinfelden en veroverde op 17 dec. Breisach, dat na zijn plotselinge dood (18 juli 1639) Frankrijk toeviel. Banérs opvolger, Torstensson, versloeg de keizerlijken op 2 nov. 1642 bij Breitenfeld en op 6 mrt. 1645 bij Jankau en bedreigde Wenen. Tegelijkertijd woedde in Zuid-Duitsland de strijd tussen Fransen en Beieren, tot als gevolg van de algehele uitputting en oorlogsmoeheid in Münster en Osnabrück in 1648 de Vrede van Westfalen tot stand kwam.

Ten slotte

De Dertigjarige Oorlog heeft het reeds voordien ingetreden economische verval en de financiële ineenstorting van het Rijk bespoedigd, maar niet alleen veroorzaakt. Verwoesting van de welstand, ontvolking en zedelijke verwildering waren de directe gevolgen, waarvan het Rijk zich slecht langzaam herstelde. De Dertigjarige Oorlog sloot het tijdperk van de godsdienstoorlogen na de hervorming af, maar de religieuze tweespalt was daarmee geenszins opgeheven. In politiek opzicht was het Rijk feitelijk opgehouden te bestaan. De vorsten werden soeverein (hoewel ze meestal van het buitenland afhankelijk waren), zoals ook bij de vredesluiting formeel werd vastgelegd.

Lit.: Ritter, M.: Deutsche Geschichte im Zeitalter der Gegenreformation und des Dreissigjährigen Krieges (1555-1648) (3 dln. 1889-1908, herdr. 1962); Hartmann, P.C. / F. Schuller: Der Dreissigjährige Krieg. Facetten einer folgenreichen Epoche (2010).