Duits-Deense Oorlogen

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Overzichtskaart Duits-Deense Oorlog 1864 (uit Meyer, Hist. Handatlas, 1911)
Op het Congres van Wenen werd in 1815 besloten dat van de beide, in het Deens-Duitse grensgebied gelegen hertogdommen Sleeswijk en Holstein Sleeswijk, hoewel merendeels Duits niet, en Holstein wel tot de tijdens het Congres gevormde Duitse Bond zou behoren. In 1848 werd Sleeswijk geheel door Denemarken ingelijfd, waarop onder de Duitse bevolking een opstand uitbrak en een oorlog volgde tussen Denemarken en de Duitse Bond (Duits-Deense Oorlog 1848-50). De Denen behaalden weliswaar een overwinning op 9 apr. 1848 bij Bau over de troepen van Sleeswijk-Holstein, maar werden door de Pruisen onder Wrangel door de gevechten bij Sleeswijk en Oversee (23-24 apr.) tot ontruiming van Sleeswijk gedwongen. Na het aflopen van de wapenstilstand van Malmö (26 aug. 1848-1 apr. 1849) rukten opnieuw Duitse troepen Sleeswijk binnen, zegevierden op 5 apr. in het zeegevecht bij Eckernförde en namen op 13 apr. de Düppeler Schans in. Het leger van Sleeswijk-Holstein onder Bonin behaalde overwinningen bij Kolding en Gudsö (22 apr. – 7 mei 1849), maar werd 6 juli bij Fredericia teruggeslagen. De nekslag voor Sleeswijk, dat door de Vrede van Berlijn (2 juli 1850) door de bondgenoten was verlaten, kwam op 24 en 25 juli 1850 door de Deense overwinning bij Idstedt. De Bondsdag eiste van de betrokken bondsstaten dat ze zich achter de Eider (rivier in Sleeswijk-Holstein) zouden terugtrekken en de oorlog zouden beëindigen, wat gebeurde. Oostenrijk bezette Holstein; de grondwet van 15 sept. 1848 werd buiten werking gesteld en de relatie tussen beide hertogdommen Sleeswijk en Holstein verbroken. De Duitse mogendheden verzekerden weliswaar, de rechten van de bevolking te beschermen, maar ondertekenden op 8 mei 1852 het Londense Protocol, dat de eenheid van de Deense monarchie erkende. Sleeswijk en Holstein kregen in het protocol een zekere mate van zelfstandigheid toegezegd.

In 1854 kregen beide hertogdommen een eigen grondwet, en werden door de Deense wetgeving van 26 juli 1854 met Denemarken verenigd, waarvan Holstein in 1858 echter werd uitgesloten. Daarentegen werd getracht Sleeswijk steeds meer onder Deense invloed te brengen. Een grondwetswijziging in Denemarken van 13 nov. 1863 beoogde de volledige inlijving van Sleeswijk, terwijl een Koninklijk Besluit van 30 mrt. 1863 de band met Holstein/Lauenburg zo goed als verbrak en de rechten van de inwoners tot het uiterste beperkte. Toen de nieuwe Deense koning Christiaan IX op 18 nov. 1863 de nieuwe Deense grondwet van toepassing op Sleeswijk verklaarde, riepen erfprins Friedrich, de volksafvaardiging en het Sleeswijk-Holsteinse ridderschap de hulp van de Duitse Bond in. De bond liet Holstein door Hannover en Saksen bezetten en zette de erfprins als hertog Friedrich VIII van Sleeswijk-Holstein op de troon. Oostenrijk en Pruisen handhaafden de erkenning van het Londense Protocol doch verlangden op 16 jan. 1864 binnen 48 uur de opheffing van de grondwet van 1863 die daarmee in strijd was, en lieten, toen dit geweigerd werd, hun troepen 1 febr. 1864 Sleeswijk binnenrukken (Duits-Deense Oorlog 1864).

Het opperbevel over de 37.000 Pruisen en 23.000 Oostenrijkers onder Gablenz berustte bij Wrangel. Het plan van Moltke, de Denen in Denemarken in te sluiten, mislukte door een al te onstuimige opmars; de Denen ontworstelden zich op 5/6 febr. 1864 aan dit gevaar en weken uit naar de Düppeler Schans en naar Jutland. De bondgenoten aarzelden; ten dele uit bezorgdheid voor Frans, Engels, ja zelfs voor Russisch ingrijpen, maar ten slotte was het Oostenrijk dat besloot doortastend op te treden. Na verovering van de Düppeler Schans (18 apr.), Alsens (29 juni) en Jutland tot aan de Limfjord en na (vergeefse) vredesbemiddeling van de mogendheden deed koning Christiaan op 30 okt. 1864 bij de Vrede van Wenen afstand van zijn rechten op Sleeswijk-Holstein en stond het aan Oostenrijk en Pruisen af. De kosten van de oorlog alsmede 20 miljoen Thaler van de Deense staatsschuld kwamen voor rekening van Sleeswijk-Holstein.

Daar erfprins Friedrich militaire concessies weigerde, liet Pruisen hem vallen. Over de in het Verdrag van Gastein (14 aug. 1865) vastgelegde gezamenlijke heerschappij over Sleeswijk-Holstein (Lauenburg viel Pruisen toe) ontstond weldra onenigheid tussen Oostenrijk en Pruisen, tot Oostenrijk de aanspraken van Friedrich VIII ondersteunde en juni 1866 de volksafvaardiging van Holstein bijeenriep. Daarop liet Pruisen op 7 juni zijn troepen Holstein binnenrukken, dat door de Oostenrijkers ontruimd werd. Dit werd de aanleiding tot de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog. Bij de Vrede van Praag (23 aug. 1866) viel Sleeswijk-Holstein Pruisen toe en werd op 24 jan. 1867 met Pruisen verenigd.

Literatuur

  • Der Deutsch-dänische Krieg 1864. Herausgegeben vom Grossen Generalstab, Abtheilung für Kriegsgeschichte. 2+1 dln. Berlin: Mittler, 1886-87.