Duits Voorjaarsoffensief 1918

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Duits Voorjaarsoffensief in 1918 (naar Meyer, Welt-Atlas, 1938)
Nadat de strijd eind 1917 aan het oostelijk front in het voordeel van de Centrale Mogendheden was beslist (→ Vrede van Brest-Litowsk), trachtte het Duitse opperbevel in het voorjaar van 1918 met een groot offensief in het westen alsnog een doorbraak naar de Kanaalkust te forceren en vrede op basis van een militaire overwinning af te dwingen. De eerste en grootste van de betrokken aanvalsoperaties, in Duitsland de "Grosse Schlacht in Frankreich" (Grote Slag in Frankrijk, codenaam "Unternehmen Michael") genoemd, in Engelstalige literatuur meestal aangeduid met de Duitse term "Kaiserschlacht" (deze laatste benaming heeft doorgaans ook betrekking op alle volgende Duitse aanvalsoperaties in het voorjaar van 1918 aan het westelijk front), werd op 21 maart 1918 door drie Duitse legers, het 17de (v. Below), het 2de (v.d. Marwitz) en het nieuwe 18de (v. Hutier) ingezet. Op deze datum barstte om 4 uur 's morgens een bombardement van ongekende hevigheid op de stellingen van het Engelse 3de en 5de leger los dat vijf uur lang door artilleriebeschietingen langs het gehele front tussen Arras en La Fère werd begeleid om de aandacht af te leiden van de hoofdaanval. Hoewel de om 9 uur onder dekking van spervuur uitgevoerde Duitse stormaanval van de infanterie bij het 17de leger na de inname van de eerste geallieerde stelling vastliep en de rechtervleugel van het 2de leger iets achterbleef, verliep de opmars van de andere formaties volgens plan en wist het 18de leger al op de 2de dag op te rukken tot aan het Crozatkanaal. Op de volgende dagen werd de terreinwinst van het 2de en 18de leger verder vergroot. Daar het 17de leger, dat het speerpunt van de aanval moest vormen, bij Arras kwam vast te zitten, trachtte het Duitse opperbevel vanaf 27 mrt. met het 2de en 18de leger door de bres die tussen de Engelse en Franse troepen was ontstaan, door te stoten naar Amiens. Het resultaat stemde de Duitsers tot tevredenheid: in een week tijd was een terrein van 75 km breed en 60 km diep veroverd, en het 5de Engelse leger was bijna vernietigd. Parijs en de havens langs Het Kanaal werden bedreigd, tot na dagen van vertwijfeling, wat nog door de Duitse beschietingen van Parijs met langeafstandsgeschut verergerd werd, Foch door de niets en niemand ontziende inzet van alle beschikbare reserves de situatie bij Amiens wist te redden waarop de Duitsers hun aanval op 4 april afbraken. Tactisch behaalden ze een overwinning, maar het strategische doel werd niet bereikt. Het front werd opgeschoven naar de linie Tilloy – Bucquoy – Moreuil – Montdidier – Lassigny – Noyon – Chauny – La Fère. Het aantal krijgsgevangen geallieerden bedroeg 90.000 en er werden 1300 stukken geschut buitgemaakt.

Reeds op 9 april volgde de in het operatiegebied van het 6de Duitse leger voorbereide 2de aanvalsstoot tegen de Vlaamse heuvelrug bij de Leie, opnieuw met het doel om de havens langs Het Kanaal te veroveren. Ook deze leidde aanvankelijk tot succes bij Armentières en Estaires, maar faalde op de linkervleugel en eindigde in een verbeten worsteling van het aan de rechterzijde aansluitende 4de Duitse leger om de sterk verdedigde, op 15 april bestormde Kemmelberg. Ieper bleef in handen van de Engelsen. Ook hier waren de Duitse troepen dicht bij een overwinning, als Foch niet in uiterste nood 8 divisies aan zijn reserves had onttrokken, zodat de Duitse doorbraak mislukte.

Veldmaarschalk Hindenburg reikt het IJzeren Kruis 1ste klasse uit aan militairen die zich onderscheiden hebben bij het Duitse Voorjaarsoffensief van 1918.

Onverwacht groot succes bracht het afleidingsoffensief van het 7de en 1ste Duitse leger bij de Chemin-des-Dames (Slag bij Soissons en Reims). Op 27 mei verdreef de Duitse infanterieaanval, opnieuw ingeleid door een kort spervuur zonder voorafgaand inschieten, onder dekking van een "vuurwals" (een met de aanval opschuivende barrage), de verdedigers, Fransen, Italianen en moegestreden Engelse divisies, van de heuvelrug van de Chemin-des-Dames naar het dal van de Aisne, reet het hele front tussen Vauxaillon en Loivre uiteen en bereikte reeds de eerste dag met diverse eenheden de Vesle, zodat de frontlijn opschoof tot aan de Marne bij Château-Thierry. Opnieuw werden kolossale hoeveelheden oorlogsmaterieel buitgemaakt. Maar ten westen van Soissons en bij het Bos van Villers-Cotterêts stokte de aanval en Reims bleef in handen van de Fransen. Aan dit resultaat veranderde ook de aanval van het 18de Duitse leger, die het geallieerde front bij het Bos van Compiègne (Slag bij Noyon, 9-13 juni) moest loswrikken, niets. Deze werd na aanvankelijk succes als uitzichtloos beschouwd en voortijdig afgebroken.

De daaropvolgende Tweede Slag aan de Marne, die het beslissende keerpunt van de oorlog zou worden, mislukte eveneens.

De bedreiging van Parijs drukte echter zwaar op de Franse regering en het Franse volk. Frankrijk en Engeland deden daarom een dringend beroep op de Amerikaanse president Wilson om hulp met als resultaat, dat het aantal Amerikaanse divisies reeds in aug. voldoende was voor de vorming van een compleet leger bij Verdun en in okt. een tweede Amerikaans leger kon worden opgesteld.

Zie ook: Eerste Wereldoorlog, overzicht 1918.

Lit.: Fehr, Otto: Die Märzoffensive 1918 an der Westfront (1921); Bundesarchiv Koblenz (red.): Der Weltkrieg. 1914 bis 1918. dl. 14. Die Kriegführung an der Westfront im Jahre 1918. Frankfurt, 1956 (herdruk).