Duitse aanval op Polen (1939)

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Polen 1939 (naar "Der Grosse Weltatlas", uitg. Bibliographisches Institut, Leipzig, 1939). De rode stippellijn is de demarcatielijn na afloop van de veldtocht

De herovering van de door het Verdrag van Versailles (1919) verloren gegane Oostduitse gebieden Westpruisen, Posen en een deel van Silezië leek de laatste fase van Hitlers plannen om alle in Midden-Europa wonende Duitsers in één rijk te verenigen. Hadden Engeland en Frankrijk nog de aansluiting van Oostenrijk (mrt. 1938) en het Sudetenland (okt. 1938) bij Duitsland geaccepteerd, en niet ingegrepen toen Bohemen en Moravië tot een Duits protectoraat werden verklaard (mrt. 1939), nu hetzelfde met Polen dreigde te gebeuren (wat na bestudering van de landkaart voor de hand lag), wensten ze niet langer toegeeflijk te zijn. Natuurlijk was de houding van Engeland en Frankrijk wel enigszins hypocriet. Het koloniale imperium van de Britten besloeg de halve wereld en Frankrijk had onder Napoleon half Europa bezet en Nederland als aanspoelsel van de Franse rivieren ingelijfd. Na de Eerste Wereldoorlog hadden ze de Duitse koloniën onder elkaar verdeeld. En nu Duitsland op microschaal een even imperialistisch gedrag leek te vertonen, waren ze verontwaardigd. Zoals eerder in de geschiedenis begonnen ze te onderhandelen met de Russen, om te komen tot de in Duitsland zo gevreesde "Einkreisung", de dreiging van een tweefrontenoorlog, die het vermeende Duitse gevaar moest bezweren. Die onderhandelingen duurden de hele zomer van 1939.

Groot was dan ook hun verbijstering, toen bleek dat Hitler een diplomatieke meesterzet had gedaan, door met de Sovjet-Unie, ideologisch zijn grootste vijand, een niet-aanvalsverdrag te sluiten, naar de ministers van Buitenlandse Zaken het Molotov-Ribbentroppact genoemd (23 aug. 1939). Wat ze niet wisten, was dat het verdrag een geheime clausule bevatte over beider invloedssfeer in Oost-Europa, met name over de verdeling van Polen tussen Duitsland en de Sovjet-Unie. Vanzelfsprekend verklaarden de Britten en Fransen hun verplichtingen jegens Polen voor militaire bijstand (die ze in mrt. resp. mei 1939 hadden ververst) te zullen nakomen. De Duitse troepenbewegingen langs de Pools-Duitse grens waren natuurlijk niet onopgemerkt gebleven.

De oorlogsdreiging was in die augustusdagen van 1939 haast tastbaar. Toch werden nog pogingen ondernomen de vrede te rekken. De Britse premier Chamberlain schreef, toen hij vernam, dat een Duits-Russische overeenkomst op handen was, op 22 aug. een brief aan Hitler, waarin hij meende de Führer ernstig te moeten waarschuwen voor ondoordachte stappen:

"U heeft waarschijnlijk wel vernomen dat de Duitse militaire activiteit langs de Pools-Duitse grens en de mogelijke aankondiging van een Duits-Russisch verdrag, waarvan in Berlijn wordt gesproken, Groot-Brittannië doet overwegen tot mobilisatie over te gaan. Met een interventie van Groot-Brittannië ten gunste van Polen zal bij een Duits-Pools conflict dan ook moeten worden rekening gehouden.
(...)
Het zou een misvatting zijn te denken, dat een eenmaal begonnen oorlog voortijdig beëindigd zou kunnen worden, zelfs wanneer er op een van de fronten, waarop deze gevoerd zou worden, successen zouden worden geboekt.
(...)
Ik kan niet inzien, dat eventuele problemen tussen Duitsland en Polen, niet zonder geweld zouden kunnen worden opgelost. Eerst zou een wapenstilstand in de persoorlog, over en weer, moeten worden ingelast, gevolgd door onderhandelingen. De uitkomst daarvan, zo mogelijk met een neutrale bemiddelaar, zou dan moeten worden gewaarborgd door andere mogendheden. De Britse regering is bereid, hieraan mee te werken.
(...)
Neemt u dit in overweging, voordat Europa in de catastrofe van een oorlog wordt gestort."

Op 23 aug. beantwoordde Hitler deze brief (kort samengevat) als volgt:

"Duitsland heeft nooit conflicten met Engeland gezocht en zich nooit met Engelse belangen bemoeid. Het heeft integendeel - zij het vergeefs - jarenlang getracht de Engelse vriendschap te verwerven. Daarom heeft het zich in een groot deel van Europa vrijwillig beperkingen opgelegd, hoewel die uit nationaal-politiek oogpunt moeilijk te dragen waren. Maar er zijn zaken, die de Duitse regering niet negeren kan. Een daarvan is de Duitse stad Dantzig en het daarmee samenhangende probleem van de Corridor. Duitsland was bereid, deze kwestie langs de weg van onderhandelingen op te lossen. Maar de Engelse garantie, Polen onder alle omstandigheden bij te staan, zou dit land kunnen opvatten als een vrijbrief voor terreur tegen de anderhalf miljoen Duitsers die in Polen wonen. Tegen Dantzig heeft Polen meermalen rechtsschendingen begaan en heeft getracht de stad economisch te isoleren. De Duitse regering heeft de Poolse regering kortgeleden doen weten, dat zij deze ontwikkeling niet langer tolereert.

Uw verklaring Polen bij te staan bij een Duits-Pools conflict en dat dit tot een lange oorlog zou kunnen leiden brengt geen verandering in het standpunt van de Duitse regering zoals hierboven verwoord. Mocht u Duitsland willen aanvallen, dan is het daarop voorbereid. Welke ramp het ook zal treffen, het zal nooit zijn nationale belangen, laat staan zijn eer verkwanselen.

Eveneens heb ik kennis genomen van het Britse voornemen tot mobilisatie over te gaan, een maatregel die uitsluitend tegen Duitsland is gericht, en hetzelfde geldt voor Frankrijk. Duitsland heeft nooit beoogd militaire maatregelen tegen Engeland of Frankrijk te nemen, behalve defensieve, ook in de toekomst niet, terwijl u Duitsland dreigt met oorlog. Mocht Engeland inderdaad tot mobilisatie overgaan, dan zal ik op mijn beurt de onmiddellijke mobilisatie van het Duitse leger gelasten.

Het is niet aan Duitsland te beslissen over een vreedzame oplossing van de Europese problemen. Dit ligt in eerste instantie op de weg van degenen die sinds het misdadige Dictaat van Versailles hebben geweigerd dit verdrag te herzien. Eerst wanneer de gezindheid van degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn is veranderd, kan de relatie tussen Engeland en Duitsland ten goede keren. Ik heb mijn leven lang gestreden voor Duits-Engelse vriendschap, maar door de houding van de Britse diplomatie - althans tot dusver - ben ik ervan overtuigd geraakt dat zulks zinloos is. Mocht dit ooit veranderen, dan zou niemand gelukkiger zijn dan ik."

Het resultaat was een nieuw Brits-Pools verdrag op 25 augustus.

Ook de Franse minister-president Daladier schreef - op 26 aug. - een brief aan Hitler. Hij meende dat het lot van de vrede in Europa uitsluitend in diens handen lag. Aan Frankrijk kon het niet liggen. Dat had steeds zijn goede wil getoond en naar vrede en vriendschap gestreefd. Dat gold ook voor de Franse bondgenoten, ja, ook voor Polen. Hij was ervan overtuigd, dat het conflict tussen Duitsland en Polen om Dantzig langs vreedzame weg was op te lossen. Beter dan een verwoestende oorlog moest daartoe in ieder geval nog een laatste poging worden ondernomen. Hij deed nogmaals een beroep op Hitler, die immers, evenals hij, als oud-frontsoldaat de verschrikkingen van de oorlog kende, dit verzoek te overwegen. En hij besloot: "Als het Franse en het Duitse bloed opnieuw vloeit, zoals 25 jaar geleden, in een nog langere en moorddadiger oorlog, dan zullen beide volken strijden voor de overwinning. Maar de verwoesting en de barbarij zullen de eigenlijke winnaars zijn."

Op 27 aug. antwoordde Hitler:

"Zeer geachte heer minister-president,
Ik begrijp uw bedenkingen en doe niets af aan de grote verantwoordelijkheid van degenen, die over het lot van de volkeren beslissen. Als voormalig frontsoldaat ken ik evenals u de gruwelen van de oorlog. Daarom ben ik steeds bezig geweest, conflicten tussen onze beide volken uit de weg te ruimen. De terugkeer van het Saargebied was daarbij een voorwaarde. Aan de grens tussen onze beide landen wil ik niet tornen. Dat wordt bevestigd door de verdedigingswerken, die beide landen langs die grens hebben opgetrokken en miljarden verslonden en verslinden. Het Duitse volk heeft daardoor afstand gedaan van twee provincies, die tot het oude Duitse Rijk behoorden, later met veel bloed weer veroverd werden en ten slotte met nog veel meer bloed verdedigd werden. Die grens is definitief en vormt geen conflictstof meer tussen Duitsland en Frankrijk, die tot een herhaling van de tragiek van 1914-1918 zou kunnen leiden. Maar dat wij dit geaccepteerd hebben wil nog niet zeggen dat zulks ook geldt voor alle andere gebieden die wij op grond van het Dictaat van Versailles hebben moeten afstaan. Jaar na jaar heb ik getracht langs de weg van onderhandelingen althans een revisie van de ondragelijkste bepalingen van dit dictaat te bereiken. Maar alles vergeefs. U had niet anders gehandeld, had u in mijn positie verkeerd, heer Daladier. Het voorstel, dat ik nu aan de Poolse regering heb gedaan, heeft bij het Duitse volk nogal wat los gemaakt. Omdat ik het in alle openheid deed, was het natuurlijk eenmalig. Als Engeland de pers niet tegen Duitsland had opgezet dat er geruchten gingen dat Duitsland zou mobiliseren, dat Polen op zijn hoede moest zijn, dan zouden we in Europa nu en over 25 jaar nog vrede hebben. Op die manier werd door de leugen van de Duitse agressie het Poolse volk opgestookt en het de Poolse regering moeilijk gemaakt om zelf de nodige besluiten te nemen en vooral, door de daarop volgende belofte van militaire ondersteuning, haar het zicht op de werkelijkheid ontnomen. De Poolse regering wees mijn voorstel af. De Polen begonnen in de overtuiging, dat Engeland en Frankrijk voor hen vechten zouden, eisen te stellen, die men wellicht bespottelijk zou kunnen noemen als ze niet zo gevaarlijk waren geweest. Er ontstond een ondragelijke terreur, fysieke en economische pesterijen tegen de nog altijd anderhalf miljoen Duitsers in de voormalige Duitse gebieden. Ik wil er niet eens over praten, zo verschrikkelijk is het. Alleen al Dantzig werd door de voortdurende rechtsschendingen van de Poolse autoriteiten duidelijk gemaakt, dat het kennelijk reddeloos overgeleverd was aan de willekeur van een aan het karakter van de stad en haar bevolking volstrekt vreemd regime.

Mag ik u eens vragen, heer Daladier, hoe zou u als Fransman handelen, als door de ongelukkige afloop van een dapper gevecht een van uw provincies door een door een vreemde macht bezette corridor van Frankrijk werd afgesneden, en het een grote stad - bijvoorbeeld Marseille - onmogelijk werd gemaakt een Franse stad te zijn; dat de in dat gebied wonende Fransen vervolgd, geslagen, mishandeld, ja, beestachtig vermoord zouden worden? Ik weet al wat u dan zou doen. En ik zou als Duitser, twijfelt u niet aan mijn eergevoel en plichtsbesef, precies zo handelen als u als Fransman. Als u in onze situatie zou verkeren, zou u er dan begrip voor kunnen opbrengen als Duitsland, zonder enige aanleiding, ervoor instond, dat die corridor door Frankrijk bleef lopen, dat de geroofde gebieden nooit teruggegeven mochten worden, dat Frankrijk Marseille nooit zou terugkrijgen? Ik kan mij in ieder geval niet voorstellen, dat Duitsland om die reden tegen u zou vechten..Want ik en iedereen hebben afgezien van Elzas-Lotharingen om verder bloedvergieten te voorkomen. Des te minder zullen wij bloed vergieten, om een onrecht in stand te houden, dat voor u ondragelijk is, maar voor ons volstrekt onbelangrijk. Alles wat u in uw brief schrijft, heer Daladier, ervaar ik precies zo als u. Misschien zijn wij het juist als voormalige frontsoldaten over veel zaken met elkaar eens, maar begrijpt u, dat het voor een land dat zichzelf respecteert, onmogelijk is om bijna twee miljoen mensen af te schrijven en ze aan de eigen grens mishandeld te zien worden? Ik heb daarom een duidelijke eis gesteld: Dantzig en de Corridor moeten aan Duitsland terug. De Macedonische toestanden aan onze oostgrens moeten ophouden. Ik zie geen mogelijkheden om met Polen, dat zich nu onder de bescherming van internationale garanties onkwetsbaar voelt, tot een vreedzame oplossing te komen. Ik zou echter aan een eervolle toekomst van mijn volk wanhopen, wanneer wij niet vastbesloten waren, dit probleem hoe dan ook op te lossen. Als het noodlot daardoor onze beide volken dwingt om weer met elkaar te vechten, dan zou het motief toch verschillen. Ik, heer Daladier, strijd dan met mijn volk om een ons aangedaan onrecht ongedaan te maken, en de andere partij om dat in stand te houden. Dit is des te tragischer, omdat vele vooraanstaande mensen, ook uit uw eigen volk, de dwaasheid van de besluiten van 1919 evenzeer erkend hebben als de onmogelijkheid ze te handhaven. Ik ben mij bewust van de consequenties van een dergelijk conflict. Ik geloof echter, dat de zwaarste last door Polen zal worden gedragen, want om het even, om welk probleem er ook een oorlog zou ontstaan, de huidige Poolse staat is sowieso verloren.

Dat daarvoor onze beide volken, heer Daladier, nu opnieuw voor een bloedige vernietigingsoorlog zullen moeten aantreden, is niet alleen voor u, maar ook voor mij, zeer pijnlijk. Ik zie echter, zoals gezegd, voor ons geen mogelijkheid om Polen tot rede te brengen om een situatie te corrigeren, die voor Duitsland en het Duitse volk onverteerbaar is."

Vergeefs werden hierna langs diplomatieke weg nog enkele pogingen ondernomen om het tij te keren. Op 1 sept. 1939 viel Duitsland Polen aan. Dit was het verdere verloop van de gebeurtenissen:

1 sept.: Groot-Brittannië en Frankrijk mobiliseren.
2 sept.: Een voorstel van Mussolini voor een conferentie tussen de Europese grootmachten om het Duits-Poolse conflict te lokaliseren, wordt door Frankrijk en Duitsland geaccepteerd, maar door Groot-Brittannië afgewezen.
3 sept.: Groot-Brittannië richt een ultimatum aan Duitsland, dat om 9 uur overhandigd wordt: als Duitsland op de Britse nota, waarin geëist wordt, dat het zijn troepen, die Polen zijn binnengedrongen, terugtrekt, om 11 uur geen bevredigend antwoord heeft gegeven, dan beschouwt Groot-Brittannië zich in staat van oorlog met Duitsland. De Duitse regering antwoordt, dat het Duitse volk en de Duitse regering weigeren ultimatieve eisen van de Britse regering in ontvangst te nemen, laat staan eraan te voldoen. Op de Engelse oorlogsverklaring volgt om 17 uur die van Frankrijk.

De Duitse veldtocht in Polen ("Fall Weiss") verliep als volgt:

Poznań (Posen) is in Duitse handen. De Duitse militaire commandant heeft er al zijn intrek genomen, en met hem de 'Sonderkommandos' (speciale eenheden)
1 sept.: 5.45 uur: Duitse troepen trekken Polen binnen. De rivier de Olsa wordt overgestoken; vanuit Pommeren de Netze bij Nakel bereikt; de Luftwaffe levert strijd met de Poolse luchtmacht; linieschip "Schleswig-Holstein" beschiet de Westerplatte voor Dantzig.

2 sept.: De Jablunkapas wordt overgestoken; Pless veroverd; Wielun en Radomsko bereikt; het contact tussen de uit Pommeren en Oostpruisen oprukkende troepen tot stand gebracht; de Poolse troepen in de noordelijke Corridor daardoor afgesneden; de Lufwaffe bombardeert Poolse vliegvelden en spoorwegknooppunten.
3 sept.: Tsjenstochau bezet; de Warthe bij Wielun overgestoken; Przasnysz veroverd.
4 sept.: Graudenz en Mlawa ingenomen; de oversteek over de Warthe bij Sieradz en over de Weichsel bij Graudenz geforceerd. De Duitse luchtmacht beheerst het Poolse luchtruim.
5 sept.: Bromberg, Kattowitz, Königshütte, Tarnowitz, Neu-Sandez bezet.
6 sept.: Krakau en Kielce bezet; in de Corridor twee Poolse divisies vernietigd.
7 sept.: Rawa, 60 km voor Warschau bereikt; de Narew overgestoken; de Westerplatte capituleert.
8 sept.: Rzeszow bereikt; Sandomierz, Radom, Zwolen en Gora Kalwarja bezet; Duitse pantsertroepen dringen om 17.15 uur Warschau binnen.
9 sept.: In de Weichselbocht en rond Sochaczew-Kutno talrijke Poolse divisies omsingeld; Lodz bezet.
10 sept.: De San overgestoken; Neustadt en Putzig bezet; Gdingen ingesloten; de Grote Slag in de Weichselbocht, die de vernietiging van de uit Posen teruggeweken hoofdmacht van het Poolse leger ten doel heeft, begint.
11 sept.: De provincie Posen met Posen, Thorn, Gnesen en Hohensalza bijna geheel bezet; de Weichsel ten zuiden van Warschau overgestoken; de bij Radom ingesloten Poolse troepen leggen de wapens neer; Poolse doorbraakpoging bij Kutno verijdeld.
12 sept.: Sambor en Jaworow ingenomen; gemotoriseerde troepen voor Lemberg; Modlin ingesloten.
13 sept.: Gdingen bezet; Warschau van het oosten uit ingesloten; Offowiec ingenomen.
14 sept.: De verdedigingsgordel van Brest-Litowsk wordt binnengedrongen.
15 sept.: Przemysl en Bialystok ingenomen; de lus om Kutno wordt aangehaald.
16 sept.: Lemberg omsingeld; Deblin (Iwangorod) en Kutno ingenomen.
17 sept.: Lublin bezet; uiteenvallen van het Poolse leger bij Kutno; de Russische troepen marcheren vanuit het oosten Polen binnen.
18 sept.: Slag aan de Bzura (Kutno) eindigt in Duitse overwinning (voorlopig 50.000 gevangenen, onafzienbare oorlogsbuit); bij Brest het eerste contact tussen Duitse en Russische troepen.
19 sept.: Poolse weerstand nu nog slechts in Warschau, Modlin en op het schiereiland Hela; zuivering van de bezette gebieden; Gdingen (Gotenhafen) ingenomen; innemen posities op de demarcatielijn (langs de rivieren Pissa - Narew - Weichsel - San) begint.
20 sept.: Aantal gevangenen in de Weichselbocht (Kutno, Bzura) tot 170.000 gestegen; bij Zamosz en Tomaszow geven zich 60.000 Polen over.
21 sept.: Poolse uitbraakpogingen uit Warschau-Praga verijdeld.
22 sept.: Lemberg valt; de verbinding tussen Modlin en Warschau wordt afgesneden.
23 sept.: Het Duitse opperbevel verklaart de veldtocht in Polen als beëindigd; aantal gevangenen tot dusver meer dan 450.000; ca. 1.200 stukken geschut buitgemaakt.
25 sept.: Begin van de aanval op Warschau; het fort Mokotowski ingenomen.
27 sept.: Warschau capituleert met 100.000 man.
28 sept.: Modlin capituleert met 39.000 man.
30 sept.: Begin van de overgave van Warschau en Modlin.
1 okt.: Duitse troepen rukken Warschau binnen; de Poolse troepen op Hela geven zich over. Daarmee bevindt zich geen enkele Poolse soldaat meer onder de wapenen.

Lit.: Hofer, W.: Die Entfesselung des zweiten Weltkrieges, 1960 (het verloop van de Poolse veldtocht vgs. de "Kriegsnachtrag" in "Schlag Nach!", ed. 1939).

Persoonlijke instellingen