Eerste Engelse Oorlog

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Door de Vrede van Münster (1648) was de onafhankelijkheid van de Republiek (der Zeven Verenigde Nederlanden) voorgoed gevestigd, maar niet de binnenlandse rust. Tussen de jonge, eerzuchtige stadhouder Willem II en de Hollandse regenten bestonden allerlei tegenstellingen. De prins ging in 1650 zelfs over tot een (geslaagde) staatsgreep. Weliswaar had hij voorlopig gezegevierd, maar toen hij enkele maanden later plotseling overleed, besloten de regenten zijn zoontje Willem niet tot stadhouder te benoemen, maar zelf het gehele bestuur in handen te nemen. Zo ontstond het Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672).

De nieuwe regering werd reeds spoedig voor grote moeilijkheden geplaatst door een gevaarlijke oorlog met Engeland, dat zijn handel trachtte uit te breiden en daardoor natuurlijk in botsing met de concurrerende Nederlanders kwam. In 1651 vaardigde het de Acte van Navigatie uit, die bepaalde dat producten uit vreemde werelddelen alleen met Engelse schepen ingevoerd mochten worden, en goederen uit Europese staten met Engelse of met schepen uit het betrokken land. Voor de handel van de Nederlanders, destijds de vrachtvaarders van Europa, was dat een zware slag. Vrijheid voor de visserij en vrije handel op andere landen was een levensbelang voor de Republiek. Hugo de Groot had dit beginsel in zijn beroemde boek "De Vrije Zee" reeds geformuleerd. Jan (of Johan) de Witt was van dit beginsel een voortreffelijk verdediger. Maar deze standvastigheid leidde spoedig tot allerlei moeilijkheden en ten slotte tot de oorlog met Engeland (Eerste Engelse Oorlog, mei 1652-apr. 1654).

In 15 maanden tijds vonden 12 grote zeeslagen plaats en een groot aantal kleinere gevechten. De Nederlandse vloot bestond uit 80-100 schepen (waarvan vele zich nog elders bevonden) en was verre de mindere van de Engelse, die in 1653 over 131 schepen kon beschikken. Weliswaar hadden de Algemene Staten (Staten-Generaal) van de Republiek in mrt. 1652 besloten om de vloot met 150 nieuwe schepen uit te breiden, maar deze waren nog niet geleverd. De bekwaamheid van de Nederlandse aanvoerders Tromp, De With en De Ruyter vergoedde echter veel, zodat met afwisselend geluk gestreden werd. Dit was het verloop van de gebeurtenissen:

  • 29 mei 1652. Ontmoeting van Tromp met Blake, op wie hij niet schiet dan na eerst de volle laag ontvangen te hebben (Slag bij Dover).
  • 5 aug. 1652. Hevige storm. Tromp keert met minder dan de helft van de schepen, waarvan de meeste nog zeer ontredderd zijn, naar het vaderland terug, en wordt korte tijd later van zijn bevel ontheven.
  • 26 aug. 1652. De Ruyter verslaat, hoewel in de minderheid, de Engelsen onder Ayscue, maar wordt door tegenwind belet bij Plymouth de vijandelijke vloot te vernietigen.
  • 8 okt. 1652. De With lijdt nederlaag doordat sommige kapiteins hun plicht verzaken (Slag bij De Hoofden). Tromp krijgt opnieuw het opperbevel en gaat 1 dec. 1652 onder zeil met 90 oorlogsschepen om 270 koopvaarders te escorteren.
  • 10 dec. 1652. Overwinning op Blake, die onder dekking van de duisternis naar de Theems ontsnapt (Slag bij Dungeness).
  • 28 febr. - 2 mrt. 1653. Driedaagse Zeeslag van Portland tussen Tromp en Blake. Op de derde dag is de helft van de Nederlandse vloot zonder munitie, en staan nog 25 Nederlandse schepen tegenover 70 Engelse. De slag eindigt onbeslist, omdat de Engelsen zich onverwacht terugtrekken."Nog een half uur," schrijft Tromp, "en wij zouden al het resterende verschoten hebben en in handen van den vijand gevallen zijn." Tromp heeft, rapporteert De With, "een zonderlinghe conduite en couragie betoond."
  • 12 juni 1653. Tweedaagse Zeeslag bij Nieuwpoort: Tromp tegen Monck, 98 tegen 110 schepen, de Engelse veel beter dan de Nederlandse. Nederlaag; De Ruyter verklaart niet meer in zee te zullen gaan, als de vloot geen betere schepen krijgt.
  • 8 en 10 aug. 1653. Slag bij Terheyde in het zicht van de kust. Tromp met 82 tegen 120 schepen, later met 27 schepen onder De With versterkt. Tromp sneuvelt; de overwinning is twijfelachtig; doch de vijand is gedwongen om de kusten, die hij acht weken bedreigd heeft, te verlaten. De levering van nieuwe schepen komt langzaam op gang.
  • Sept. 1653. De With, met 84 schepen, brengt 400 koopvaarders in zee en een gelijk aantal binnen.
  • 22 sept. 1653. Van Wassenaer Obdam luitenant-admiraal van Holland en West-Friesland.
  • 9 nov. 1653. Geweldige storm: 15 Nederlandse schepen vergaan of stranden; 13 à 1400 man komen om.

In 1653 stond Nederland er slecht voor, handel en visserij werden zeer belemmerd, overal heerste malaise, het oproer kraaide en de roep naar verheffing van Oranje begon steeds sterker te worden. Maar juist toen kregen de regenten een eminente leider in de nieuwe raad(s)pensionaris Johan de Witt (1653-1672), terwijl in Engeland Cromwell de sterke man was. Deze was niet afkerig van een vrede met Nederland en vreesde de verheffing van Prins Willem. Al spoedig begon men te onderhandelen en in 1654 kwam de Vrede van Westminster tot stand. Holland beloofde bij de geheime Acte van Seclusie, dat het nooit een Prins van Oranje tot stadhouder zou benoemen, noch zijn verkiezing tot kapitein-generaal zou steunen. Groot was de verontwaardiging van de Oranjepartij over dit besluit toen dit uitlekte, maar de Staatsgezinden onder De Witts leiding bleven voorlopig meester van de toestand.

(Naar gegevens van Rijpma, Korte ontwikkelingsgang der historie, e.a.)