FN FAL

Uit Milpedia
(Doorverwezen vanaf FAL)
Ga naar: navigatie, zoeken

De FAL (Fusil Automatique Légér, licht semi-automatisch geweer) is een van de populairste legergeweren in de wereld. Het is ontworpen door FN Herstal (Fabrique Nationale d’Armes de Guerre) in Herstal, België, en in licentie geproduceerd door FN, Steyr, DS Arms & RSAF in het Verenigd Koninkrijk (L1A1), Zuid-Afrika (R1), Brazilië, Australië, Canada (C1A1), Israël, Oostenrijk, Argentinië, Duitsland en India. Het wapen werd ook door de Verenigde Staten als mogelijke vervanging bekeken, maar hier werd besloten een Amerikaans geweer te gebruiken, namelijk de M14

Het wapen was een commercieel succes en was na de M16 en de AK-47 een van de bekendste en meest wijdverbreide wapens ter wereld. Het werd door ca. 70 landen aangekocht en is nog steeds in wijd gebruik.

Versies

De FAL bestaat in verschillende versies en varianten afhankelijk het bouwjaar of de eisen van de afnemer. De standaard FAL bij het Belgisch leger had b.v. geen mondingsvlamdemper, terwijl de Britse variant, de L1A1, een zeer smalle mondingsvlamdemper had. Slechts in enkele types is de mondingsdemeper tevens gecombineerd als geweergranaathouder.De standaard versie was uitgerust met een vaste kolf (hout of kunststof). Het Para-model had dan weer een opklapbare kolf en een kortere loop.

Voordelen

FAL
  • Zeer nauwkeurig in het treffen van doelen op grote afstand.
  • Groot magazijn. Het magazijn had plaats voor 20 patronen van het kaliber 7.62 mm (een infanterist spreekt van patronen en nooit van kogels). Als men al 1 patroon in de kamer had en 20 in het magazijn, dan kon men er dus 21 verschieten.
  • De terugslag was regelbaar via de z.g. gasbuisstop. Vlak bij de voorste cordonbeugel, vlak bij de korrel zit een afstelknop om de gasdruk te regelen. In de gasbuis (boven de loop gemonteerd) zit een z.g. gasbuisstang die na werking de afsluiter naar achteren stoot. Dankzij deze techniek wordt het gas - dat na een schot wordt afgegeven - afgeleid, waardoor de afsluiter niet met een te grote kracht naar achter schiet. De standen van de gasbuis varieerden van stand 1 tot 9. Stand 3 met een nieuwe en onbeschadigde gasbuisstang was ideaal. Dankzij de gasbuis kreeg de militair niet meer de enorme terugslag van het geweer.
  • Er was een granaat-stand voor de gasbuis, waardoor het mogelijk was om middels een speciaal afvuurpatroon (ballistpatroon) een FAL geweergranaat af te schieten. Het geweer moest daarvoor in een stand van 45 graden met de kolf in de grond worden gezet (lader naar de schutter). Daarna kon de granaat worden afgevuurd,het overhalen van de trekker gebeurde met de duim om kwetsuren te voorkomen door de zware terugslag (GR ,granaatstand & ballistpatroon ). Bij de mondingsvlamdemper-loze versies moest men een "tromblon" (buisvormig hulpstuk) monteren alvorens geweergranaten te kunnen afvuren.
  • De FAL had relatief weinig onderhoud nodig om te werken, zelfs als men achtereen aan het schieten was. Een hoeveelheid wapenolie in de openstaande hulzengat (afsluiter) gooien en de spangreep heen-en-weer bewegen, was meestal voldoende om de werking te garanderen.

Nadelen

  • Het FAL geweer  heeft nog steeds een goede reputatie als oorlogswapen (top tien), zoals de UZI. Er zijn wel gevallen bekend van FAL-geweren die door een ongeluk krom waren (omdat men erop ging zitten), of door een valpartij beschadigd raakten. Het was geen wapen waarmee men een metalen kast kon openbreken.
  • Het gewicht (exclusief munitie) was zwaar, waardoor menige militair de uitklapbare handgreep gebruikte om die achter zijn koppel te haken.
  • Afhankelijk van het type had het wapen standaard geen vuurregelaar om automatisch schieten. Dat kon alleen illegaal als men de vuurregelaar uit het wapen haalde en de trekker overhaalde. Was het magazijn leeg, en wilde men weer schot-voor-schot kunnen vuren, dan moest de vuurregelaar worden gemonteerd. Automatisch vuren kan met de standaard FAL kon je beter niet te lang doen, dan liep het wapen vast. De later ontwikkelde FALO, een licht FAL machinegeweer had een dikkere loop en was daar beter voor ontworpen.
  • De richtmiddelen waren bij duisternis niet meer bruikbaar. De oogdop bevatte een piepklein gaatje waar men alleen in vol daglicht door kon kijken. 's Avonds schoot je op goed geluk.
  • De spangreep (om een patroon in de kamer te krijgen) zat links van het wapen, hierdoor was het onmogelijk het geweer op de rug te dragen. De knop van deze spangreep duwde voortdurend in je rug. Ging je over in rennen, dan bonsde de spangreepknop pijnlijk in de rug. Bij de FAL M2 was het normaal dat de draagriem werd bevestigd rond het smalste deel van de kolf zodat het wapen hoger werd gedragen (loop naar beneden). De spangreep van een M16 zat wel achter de oogdop, waardoor het dragen van dit geweer op de rug goed mogelijk was.
  • Gevoeligheid voor zand en modder. Dit euvel heeft men nooit kunnen verhelpen! Het geweer functioneerde in Europa goed maar in de woestijn weigerde het vaak door zand. Het regende klachten van Israëlische soldaten.
  • Als een FAL goed was afgesteld bleken de afgestelde richtmiddelen afhankelijk van het lotnummer van de munitie! Op de achterkant van de hulzen waren productiedata gestanst. Schoot men een FAL met nieuwe munitie in en was alles afgesteld dan volgden de patronen van oudere munitie een andere baan dan de richtmiddelen aangaven! Hierdoor moest het wapen telkens opnieuw worden ingeschoten!

Voorsteunen

De FAL geweren zijn geleverd met en zonder uitklapbare voorsteunen. In Nederland zijn bij de KL de voorsteunen na 1980 van de FAL verwijderd. Voor de KM en sommige KLu eenheden die de FAL als persoonlijk wapen hadden, waren er wel voorsteunen bevestigd! Ook de Britse variant van de FAL, de L1A1 van Royal Ordnance was met en zonder voorsteunen. De schiethoudingen verschilden daarom per legeronderdeel.

Richtmiddelen

Schieten bij verminderd zicht

Infrarood

Op het FAL-geweer was in de periode 1974-1976 in het Nederlands Leger een volledig infrarood systeem te implementeren. Een IR-schutter had daarvoor een houten kist, waarin een verstraler, IR-kijker, kabels en accu aanwezig waren. (De accu kon aan de koppel kon worden gedragen, maar dit werd in de praktijk niet toegepast). De kijker was afgeschermd aan de voorkant om instraling van daglicht te verhinderen. In de kijker zat geen draadkruis, maar een groen verticaal streepje dat als korrel diende. Men kon het systeem actief en passief gebruiken. Bij passief IR wordt alleen de kijker gebruikt zonder de verstraler. Inkomend licht werd door de schutter waargenomen. Voordeel was, dat ontdekking van de schutter onmogelijk was, terwijl in de actieve status de verstraler de plaats van de schutter kon verraden (door IR apparatuur van de vijand). Om de IR-apparatuur te monteren, moest eerst de FAL worden geopend en de bovenkap die over de afsluiter zat verwijderd worden. Vervolgens werd een IR-kijker met houder op het geweer geschoven en de lamp met de accu geplaatst. Door deze IR-technologie was men in staat om honderden meters doel te treffen in het pikkedonker. Nadeel van de IR-apparatuur was, dat het onhandelbaar zwaar was en erg gevoelig voor schade. Ook verkeerde weersomstandigheden konden in een nadeel voor de IR-apparatuur omslaan: begon het sterk te regenen, dan kon het doel bijna niet meer gezien worden. Ook de accu kon storingen opleveren, vooral als deze omviel bestond er een mogelijkheid dat het accuzuur eruit liep. Hoewel de IR-apparatuur onder normale condities goed presteerde, was het nog maar de vraag of de IR-kijker en toebehoren het langer dan een paar weken zou uithouden indien er constant gebruik van werd gemaakt. Dat is zeker een keer gebeurd bij het 11de pantserinfanterie bataljon uit Arnhem die na 2 weken oefening in 1975 zonder werkende apparatuur zat.

Helderheidsversterker

Later werd er bij de Nederlandse krijgsmacht een helderheidsversterker ingevoerd voor het schieten bij verminderd zicht. Het principe van de helderheidsversterker (officieel bij de KL bekend als "Beeldversterker, nachtzien, type GK4MC") is gebaseerd op het versterken van het restlicht van bijv. maan en sterren.

Schutter Lange Afstand

De Schutter Lange Afstand (SLA) (in sommige onderdelen werd van een "Richt Recht Schutter" gesproken) had alleen een telescoop (bij de KL officieel bekend als "Kijker Richt Recht AI62") op het FAL-geweer, waarin een onderverdeeld draadkruis te zien was. Met een goed afgesteld geweer en telescoop, kon een geoefende SLA een doel treffen op zeker 800 meter, alhoewel de FAL geen echt snipergeweer was. Een getrainde schutter schutter 1e klas kon zonder telescoop een doel treffen op een halve kilometer afstand. Daarbij is wel de schiettechniek van de schutter erg belangrijk. Een verkeerd vasthouden van een FAL levert doorgaans slechte schietresultaten op.

Een goede schiethouding is:

  • voorsteunen van de FAL moeten uitgeklapt worden,
  • linkerhand moet de kolf vastnemen vlak bij de oogdop (waardoor men het wapen met grote kracht in de grond kan drukken),
  • rechterhand moet dan het wapen goed in de schouder drukken.

Schutters Lange Afstand hadden geen bevel nodig om te schieten. Zij waren speciaal getraind om vijandelijke officieren van een grote afstand neer te schieten.

Voor het afgeven van het schot, moest de adem worden ingehouden en wel zo, dat de longen niet teveel lucht bevatten. Er zijn zelfs schiethoudingen die rekening houden met de hartslag, waarbij de schutter tussen twee slagen van zijn hart een schot afgeeft. Door deze methode worden trillingen in het wapen voorkomen, waardoor de kogel over een grote afstand doel kan treffen.

Bijgeleverde onderhoudsartikelen

Bij elke FAL kreeg de Nederlandse soldaat ook een metalen onderhoudsdoosje mee met

  • buisje wapenolie,
  • exercitiepatroon (de huls is dan leeg en er zit ook geen slaghoedje aan),
  • terugstootversterker voor het schieten van losse munitie,
  • schoonmaakkwastje en een wiskoord.

Dit wiskoord bestond uit twee metalen cilindrische onderdelen die losgedraaid konden worden en die verbonden waren met een koord. Aan de ene kant kon een poetsdoekje worden geregen. Hierdoor kon men de loop van het geweer schoonmaken. Helaas kon het gebeuren dat de koord brak als men de loop wilde schoonmaken. Met een pompstok kon de wiskoord dan weer worden verwijderd.

Onderhoud

Een wapen heeft onderhoud nodig om goed te kunnen werken. Naast wapenolie moet een wapen van de soms enorme hoeveelheden kruitslijm worden verwijderd. De spangreep moet vrij van zand en gruis zijn en de gasbuisstang en gasbuis moeten worden gereinigd en licht ingeolied. Het wapen zelf moet met wapenolie worden geolied zodat roest geen kans kreeg. In de jaren 70 werd veel aan wapenonderhoud in de Nederlandse kazernes gedaan. Gemiddeld was een soldaat anderhalf uur aan wapenonderhoud kwijt. Vaak werd na het onderhoud een inspectie gehouden door de Pelotons Sergeant. Werd de zaak afgekeurd, dan kon je opnieuw beginnen met onderhoud, net zolang totdat het goed was. Wapens gingen na het schoonmaken bij de meeste onderdelen terug in de wapenkamer want het was verboden een FAL in de PSU-kast van de soldaat te bewaren.

Overigens was het niet toegestaan het wapen totaal uit elkaar te halen. Alleen de wapenhersteller was bevoegd dit te doen. Bovendien was het monteren van voorsteunen geen sinecure: er was veel kracht voor nodig en zonder gereedschap ging het niet. Meestal viel ook de trekkerinrichting van bepaalde vuurwapens buiten de autorisatie van gewone soldaten om deze uit elkaar te halen.

De FAL veiligheidsmaatregelen

Om schietongelukken te vermijden, werd in de Nederlandse onderdelen zeer veel aandacht besteed aan de veiligheidsvoorschriften voor vuurwapens. Bij elke belangrijke gelegenheid werden deze veiligheidsmaatregelen uitgevoerd, zoals op schietbanen en in de kazernes bij het wachtlopen.

Die veiligheidsmaatregelen voor de FAL:

  • Houd het wapen in elke handeling 45 graden met de loop omhoog. De kolf geklemd tussen rechter bovenarm en borstkas en houd de vinger altijd van de trekker af,
  • Zet de vuurregelaar op SAFE,
  • Verwijder het patroonmagazijn en controleer of er nog munitie in zit,
  • Trek nu de spangreep naar achteren en houd deze nu naar achteren vast,
  • Controleer het hulzengat en de kamer, kijk of er nog een patroon aanwezig is,
  • Laat de spangreep onder geleiding naar voren gaan,
  • Zet de vuurregelaar van SAFE op F, richt het wapen 45 graden omhoog en haal de trekker over. Het wapen ontspant,
  • Zet nu de vuurregelaar weer op SAFE en plaats eventueel het lege patroonmagazijn.

De FAL gereedmaken voor vuren

  • Controleer vuurregelaar op SAFE,
  • Plaats patroonmagazijn met patronen,
  • Haal spangreep naar achteren en laat dan de knop van de spangreep los. De spangreep schiet zonder geleiding naar voren en duwt een patroon in de kamer,
  • Zet vuurregelaar van SAFE op F,
  • Gebruiksgereed.

Wanneer het patroonmagazijn geen patronen meer bevat na het schieten, blijft de afsluiter naar achter vast zitten. Verwijder dan het lege patroonmagazijn en plaats een nieuwe met munitie. Vlak bij het patroonmagazijn zit een pal, die naar beneden gedrukt, de afsluiter ontgrendeld en weer een nieuwe patroon in de kamer brengt. Er kan daarna weer gewoon gevuurd worden.

Als het wapen eenmaal gespannen is met een gevulde patroonmagazijn dan kan men schot-voor-schot vuren, dus zonder dat men weer na het eerste schot opnieuw moet spannen (semi-automatisch). Wanneer men zeer snel de trekker achter elkaar overhaalt, dan ontstaat een snelle opeenvolgende vuurstoot van een paar patronen maar gaat het richteffect verloren.

Richten

Oogdop en vizier waren zo afgesteld, dat de volgende regels golden voor het richten:

Stilstaande doelen

  • op 100 meter: midden onderkant doel
  • op 200 meter: midden doel
  • op 300 meter; midden bovenkant doel

Voor bewegende doelen waren er andere richtpunten wegens het "inlopen" van het doel.

Eigenschappen

  • Kaliber: 7,62 mm NATO (7.62 x 51 mm)
  • Lengte: 1100 mm (990 / 736 mm voor het "Para" model)
  • Gewicht: 3,9 kg zonder magazijn, 4,3 kg met vol magazijn (3,75 kg/3,9 kg voor het "Para" model)
  • Capaciteit van het magazijn: 20 patronen (30 patronen voor de SAW versies)
  • Vuursnelheid: 650-700 patronen per minuut
  • Effectief bereik: 600 meter

Extra onderdelen

  • Bajonet moest over de mondingsvlamdemper worden geschoven. Bij sommige legeronderdelen werden deze uit veiligheidsoverwegingen niet meegegeven. Op de versies zonder mondingsvlamdemper zit er een lange nok onder de loop voor de bevestiging van het banjonet.
  • Mondingsstop moest op de mondingsvlamdemper worden geschroefd. Deze was nodig voor gebruik van losse munitie (losse munitie of blanc munitie is alleen een patroon zonder kogelpunt en werd gebruikt tijdens oefeningen)
  • Draagriem werd vastgemaakt aan de eerste en onderste cordonbeugel.

Extra info

  • Kolf van vol hout; later kunststof.
  • Geweer van metaal alsmede de handgreep die om de loop en gasbuis zit; later kunststofgreep.
  • Met of zonder draaghandvat volgens het type.



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie