Fidel Castro

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Castro.jpg
Fidel Alejandro Castro Ruz (Birán, 13 augustus 1926 - Havana, 25 november 2016) was een marxistisch revolutionair en voormalig leider van Cuba. Vanaf de Cubaanse revolutie van 1958-1959 die de toenmalige pro-Amerikaanse regering van president Fulgencio Batista omverwierp tot aan zijn terugtreden in 2008 was hij in Cuba aan de macht.


Cubaanse Revolutie

C. studeerde in 1950 af in de rechten. Na de geslaagde staatsgreep van generaal Batista in 1952 organiseerde C. tegen deze het gewapend verzet. Op 26 juli 1953 pleegde hij een overval op een kazerne in Santiago de Cuba, die echter strandde in bloed en waarbij 80 van zijn kompanen omkwamen. Hij werd gevangengenomen en tot 15 jaar cel veroordeeld. Door een generaal pardon kwam hij in mei 1955 vrij, waarna hij in ballingschap ging in Mexico en de Verenigde Staten.

Samen met een aantal andere ballingen vormde C. de "Revolutionaire Beweging van de 26ste juli" en keerde hij terug naar Cuba. Op 2 december 1956 pleegde hij een aanslag in Oriente, die eveneens mislukte en in een bloedbad eindigde. Hierna trokken C. en enkele getrouwen, onder wie zijn broer Raúl en Che Guevara, zich terug in de bergen van de Sierra Maestra, van waaruit ze een guerrillaoorlog begonnen. De beweging kreeg steun onder de bevolking en groeide tot zo'n 800 man. Hoewel numeriek verre in de minderheid behaalden C. en de zijnen een aantal overwinningen, vaak omdat soldaten van Batista deserteerden. Op 1 januari 1959 ontvluchtte Batista Cuba en nam de beweging Havana in. C. werd op 16 februari 1959 premier van Cuba en op 3 december 1976 president.

Invasie van de Varkensbaai

Op 17 april 1961 ondersteunde de CIA een invasie van ruim 1.300 Cubaanse ballingen die voor het regime van C. waren gevlucht in de Bahía Cochinos (Varkensbaai) met het doel C. ten val te brengen door een volksopstand tegen hem te beginnen. De strijd werd al na drie dagen beslist in het voordeel van de Cubaanse staat. De ballingen leden een zware nederlaag: van het 1.300 man sterke invasieleger werden er 90 gedood en 1189 gevangen genomen van wie er negen ter plekke werden terechtgesteld. Twee schepen van de Amerikaanse marine werden door de Cubaanse luchtmacht tot zinken gebracht. De populariteit van C. groeide door deze overwinning.

Raketcrisis

De spanningen tussen C. en de Verenigde Staten liepen hoog op tijdens de Cubaanse raketcrisis van 1962, die de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie bijna tot een confrontatie brachten, ja, zelfs op de rand van een Derde Wereldoorlog. Sovjetleider Chroestsjov, bij wie C. kind aan huis was, wilde raketten op Cuba plaatsen als afschrikking tegen een nieuwe invasie door de Verenigde Staten. Dit zou een gepaste reactie zijn op het plaatsen van Amerikaanse raketten in Turkije.

Op 15 oktober 1962 werd de bouw van de raketinstallaties opgemerkt door Amerikaanse Lockheed U-2- verkenningsvliegtuigen. De Verenigde Staten beschouwde de aanwezigheid van Sovjetkernwapens 90 mijl ten zuiden van Amerika als een "agressieve handeling" en een bedreiging voor de veiligheid van de Verenigde Staten. Op 22 oktober 1962 kwam de zogeheten Cubacrisis in volle openbaarheid toen president John F. Kennedy van de Verenigde Staten een felle rede hield waarin hij de ontmanteling eiste van alle Sovjet-raketbases op Cuba en een blokkade aankondigde op militaire goederen naar dit eiland.

In een persoonlijke brief aan Chroestsjov van 27 oktober 1962 spoorde C. deze aan bij een invasie van Cuba als eerste kernwapens te gebruiken. Dit werd door Chroestsjov verworpen, maar toch waren Sovjetbevelhebbers in Cuba gemachtigd om tactische kernwapens te gebruiken.

Twee dagen later werd de blokkade van kracht. Zondag 28 oktober bleek een keerpunt in de crisis, toen Radio Moskou bekendmaakte dat de Sovjet-Unie gevolg zou geven aan de eis van de Verenigde Staten. Deze toegeving kwam er na een lange briefwisseling tussen Chroestsjov en Kennedy, waarin niet enkel tot de vernietiging van de raketbasis in Cuba werd besloten, maar ook de terugtrekking van de raketten gericht op de Sovjet-Unie in Italië, Turkije en Groot-Brittannië. Achteraf bleek deze week het gevaarlijkste moment te zijn geweest in de Koude Oorlog: de dreiging van een atoomoorlog was toen zeer reëel; beide leiders zaten met hun vinger aan de knop.

Koude Oorlog

De Cubacrisis van oktober 1962 liep goed af, maar in de jaren daarna ondersteunde de CIA niettemin meerdere plannen om C. te liquideren. Paus Johannes XXIII excommuniceerde C. op 3 januari 1962, in de ijdele hoop de katholieke Cubanen tegen hem op te zetten. C. zelf had het katholicisme al eerder afgezworen. De Cubaanse regering nationaliseerde bedrijven, confisqueerde bezittingen van buitenlanders en vaardigde wetten uit die de arbeiders steunden. Vele Cubanen ontvluchtten hun land, onder meer naar Miami.

Gezondheid en machtsoverdracht

Van 1959 tot 1976 was C. eerste minister van de republiek Cuba en sinds 1976 president. Na een zware operatie van C. nam zijn broer Raúl vanaf 31 juli 2006 tijdelijk de macht over als interim-president. Op 19 februari 2008 werd bekend dat C. in een brief aan een aantal Cubaanse kranten aankondigde geen nieuwe ambtstermijn te ambiëren. Op 24 februari werd Raúl door het Cubaanse parlement definitief tot nieuwe president verkozen.

Cubaanse tegenstanders

Sinds het bewind van C. hebben ongeveer één miljoen Cubanen om politieke of economische redenen hun land verlaten. Vele bevinden zich nu in Miami ("Klein Havana"). Deze economisch sterke groep is een belangrijke Amerikaanse lobbygroep, die invloed uitoefent op de Cubaans-Amerikaanse relaties. Vanuit Bermuda ondersteunt ook de rumproducent Bacardí allerlei acties tegen het Cubaanse bewind. Het familiebedrijf zou onder meer onrechtstreeks financiële steun hebben verleend aan de totstandkoming van de Wet Helms-Burton uit 1996, die de voortzetting van het sinds 8 februari 1962 geldende financiële en economische embargo van de Verenigde Staten tegen Cuba regelt.




Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie