Frans-Duitse Oorlog

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Situatiekaart (naar Meyer, Hist. Handatlas, 1911)
De Frans-Duitse Oorlog was in omvang en strategie de directe voorloper van de Eerste Wereldoorlog en vermoedelijk de voornaamste oorzaak van het ontstaan daarvan.


De achtergrond

Deze 1870/71 tussen Duitsland en Frankrijk gevoerde oorlog werd door het streven naar een verenigd Duitsland welhaast onvermijdelijk. De drang naar Duitse eenheid, bekwaam geregisseerd door de Pruisische staatsman Bismarck, liet zich vooral na de Pruisische overwinning in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog van 1866 gevoelen en werd na de daarop volgende stichting van de Noordduitse Bond onder Pruisische leiding in hetzelfde jaar allengs sterker. Hierdoor zag de Franse keizer, die nog altijd in Groot-Napoleontische dromen vertoefde, zijn invloed in Europa bedreigd.

De aanleiding

Als aanleiding werd de Spaanse troonopvolgingskwestie aangegrepen: de Spaanse troon was aangeboden aan kroonprins Leopold van Hohenzollern, maar de Pruisische koning Wilhelm I had geweigerd toe te geven aan Franse druk, de kroonprins te dwingen van het Spaanse koningsschap af te zien. Hoewel deze op 12 juli 1870 zelf al zijn kandidatuur had ingetrokken, voelde de Franse keizer Napoleon III zich door de Pruisische regering beledigd, niet in de laatste plaats door de toonzetting die Bismarck aan de zogeheten Emser Depêche had gegeven en verklaarde op 19 juli de oorlog in de hoop op steun van de rest van Europa. Dit werd door Bismarck verijdeld door het bekendmaken van de voorwaarden waaronder Frankrijk Pruisen meermaals tot een bondgenootschap had getracht te verleiden. Anders dan Frankrijk verwacht had hielden de Zuidduitse staten zich met een beroep op de met Pruisen gesloten verdragen allerminst afzijdig.

Het verloop van de strijd

Op 2 aug. nam koning Wilhelm, bijgestaan door Moltke als chef van de generale staf, het opperbevel over de gezamenlijke Duitse strijdmacht op zich, die uit drie legers bestond die zich eind juli langs de lijn Trier – Mainz- Landau opstelden. Het 1ste leger onder generaal v. Steinmetz (60.000 man) vormde de rechtervleugel bij Koblenz, het 2de onder prins Friedrich Karl (194.000 man) het centrum bij Mainz, en het 3de onder de kroonprins van Pruisen (130.000 man, daarbij de troepen van Beieren, Wurtemberg en Baden) de linkervleugel bij Mannheim. De Fransen trokken langzaam troepen samen voor een Rijnleger (begin augustus 200.000 man) in het gebied tussen Belfort en Nancy.

De Duitsers grepen het offensief, nadat de eerste aanval van het 2de Franse legerkorps op Saarbrücken (2 – 6 aug.) door de overwinning bij Spichern was afgeslagen. De kroonprins versloeg de Fransen op 4 aug. bij Weissenburg en op 6 aug. bij Wörth, waarop zich het gehele Franse Rijnleger naar Metz terugtrok. De Duitse overwinningen hadden tot gevolg, dat het Franse kabinet Ollivier-Gramont ten val kwam en Napoleon III op 12 aug. het opperbevel over het Rijnleger aan Bazaine opdroeg. De poging van deze, al zijn troepen bij Châlons samen te trekken, werd verijdeld door de veldslagen bij Colombey-Nouilly (14 aug.), Vionville (16 aug.) en Gravelotte (18 aug.), zodat het Rijnleger bij Metz ingesloten raakte. Terwijl het 1ste en delen van het 2de leger onder prins Friedrich Karl Metz belegerden, trokken het 3de leger en het nieuwe Maasleger onder kroonprins Albert van Saksen de troepen van Mac Mahon tegemoet, die aangesneld kwam om Metz te ontzetten, versloegen deze op 30 aug. bij Beaumont en dwongen hem in de Slag bij Sedan (1 sept.) tot capitulatie (2 sept.). De keizer en 83.000 Fransen werden krijgsgevangen gemaakt. De poging van Bazaine, het beleg van Metz te breken, mislukte door diens nederlaag bij Noisseville (31 aug. en 1 sept.).

Het misnoegen van het Franse volk over het uitblijven van militair succes leidde tot het uitroepen van de republiek op 4 sept. 1870. De keizerin vluchtte naar Engeland, er dreigde wetteloosheid te ontstaan, en de Parijse gedeputeerden namen de nationale defensie voor hun rekening. Generaal Trochu, de gouverneur van Parijs, had de leiding. Hoewel de dynastie was afgeschaft, ging de oorlog door. De Duitse legers die bij Sedan hadden gezegevierd rukten op naar Parijs en voltooiden de omsingeling van de hoofdstad op 19 sept. (→ Beleg van Parijs). Hoewel de belegering doorging, waren de Duitse troepen (130.000 man) te gering in aantal om Parijs, waar rond 400.000 man Franse troepen waren samengedrongen, in te nemen, ook omdat zwaar geschut ontbrak, maar wel bezaten de Duitsers sinds de val van Toul (23 sept.) een spoorwegverbinding aan de Rijn en bezetten na de capitulatie van Straatsburg (27 sept.) de Elzas, terwijl de overwinning van Von der Tann bij Orléans (10 en 11 okt. 1870) het beleg van Parijs rugdekking gaf.

Na de capitulatie van Metz (27 okt.) raakten 173.000 Fransen in krijgsgevangenschap, en kwamen Duitse troepen vrij om tegen het door Gambetta in allerijl op de been gebrachte volksleger, dat Parijs trachtte te ontzetten, op te treden. Bij Coulmiers (9 nov.) hadden de Fransen evenwel succes, maar de overwinningen van Manteuffel bij Amiens (27 nov. 1870) en Goeben bij Saint-Quentin (19 jan. 1871) op het Franse noordelijke leger, en die van prins Friedrich Karl bij Orléans (28 nov.-5 dec.) en bij Le Mans (6-12 jan. 1871) op het Loireleger, voorkwamen verdere Franse pogingen om Parijs te bevrijden. Gevaarlijke doorbraakpogingen vanuit Parijs bij Villiers (30 nov.–2 dec.) en bij de Mont-Valérien (19 jan. 1871) werden gestuit. Ook de aanval van Bourbaki, die trachtte bij Belfort door de Duitse linie heen te breken, mislukte, en de Slag aan de Lisaine (15-17 jan.) eindigde met de vlucht van het Franse leger (80.000 man) naar Zwitserland. Belfort viel 16 febr.

Frankrijk bij de beëindiging van de oorlog in 1871. De ontruiming door Duitse troepen geschiedde gefaseerd van 1871-73 (uit: "Krieg und Sieg 1870-71")

De Franse capitulatie

Omdat de strijd om Parijs onbeslist bleef en er in de stad voedseltekorten ontstonden werd op 28 jan. 1871 een bestand van 21 dagen overeengekomen, nadat de forten rond Parijs zich hadden overgegeven. In die periode werd op 8 febr. een Frans parlement gekozen, dat op 12 febr. in Bordeaux aantrad en Thiers opdracht gaf om vredesonderhandelingen te beginnen, die van 21-26 febr. in Versailles plaatsvonden. De voorlopige vrede van Versailles werd op 1 mrt. door het parlement goedgekeurd, en op 10 mei werd in Frankfort aan de Main de definitieve vrede gesloten, wat het inmiddels gestichte Duitse Rijk Elzas-Lotharingen met Straatsburg en Metz alsmede 5 miljard frank oorlogsschatting opleverde. Om de betaling van dit laatste te garanderen bleef een deel van Frankrijk bezet.

Nabeschouwing

De oorlog duurde 190 dagen, gedurende welke ca. 20 veldslagen [1] en honderden kleinere gevechten [2] plaatsvonden, die bijna allemaal in een Duitse overwinning eindigden. Het Duitse munitieverbruik bedroeg ongeveer 338.310 schoten van de veldartillerie, 520.500 van de vestingartillerie en 20 miljoen geweerpatronen.

Aan Duitse kant werden in totaal 1.146.355 officieren en manschappen in Frankrijk ingezet. Het verlies bedroeg 130.000 man, waaronder 40.000 gesneuvelden. 700.000 Fransen legden de wapens neer, 372.000 daarvan raakten in krijgsgevangenschap. 80.000 Fransen sneuvelden. Op 16 sept. 1873 verlieten de laatste Duitse troepen Frans grondgebied.

Noten:
  1. De officiële Duitse geschiedschrijving kwalificeert er 19 als "Schlacht" en 4 als "Treffen".
  2. id. kwalificeert er ruim 400 als "Gefecht", evenzovele als "Scharmützel", "Ueberfall" enz.


Literatuur

  • Kriegsgeschichtliche Abtheilung des Grossen Generalstabes: Der Deutsch-Französische Krieg 1870-71, 5+3 dln. Berlin: Mittler, 1874-81.
  • Pflugk-Harttung, J. v. (red.): Krieg und Sieg 1870-71. Ein Gedenkbuch. Berlin: Schall & Grund, 1895.
  • Rousset, L.: La seconde campagne de France. Histoire générale de la guerre franco-allemande (6 dln. met atlas, 1895-98).
  • Van Neck, Léon: 1870-71 illustré. Campagne franco-allemande - spécialement au point de vue de la Belgique. Bruxelles: Lamberty, 1907.