Franse Revolutie

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De Franse Revolutie (1789-95) was een politieke omwenteling die aanvankelijk een sociaal karakter droeg maar weldra ontaardde in binnenlandse terreur en een agressieve veroveringspolitiek waarvan geheel Europa de gevolgen zou ondervinden. Weliswaar vond de Franse Revolutie haar oorsprong in de "Verlichting", maar moet geenszins worden beschouwd als een synoniem daarvan. Wel vertoont ze grote overeenkomsten met de Russische Oktoberrevolutie van 1917.

Inhoud

De Nationale Vergadering 1789-91

De Franse États Généraux (Staten-Generaal), een vertegenwoordigend lichaam zonder wezenlijke invloed van het overgrote deel van de bevolking, werden voor het eerst sinds 1614 door de Franse koning Lodewijk XVI bijeengeroepen in verband met de dreigende financiële ineenstorting van de staat. Op 5 mei 1789 (gewoonlijk beschouwd als de begindatum van wat de Franse Revolutie zou worden) kwamen deze bijeen in Versailles. Om niet door adel en geestelijkheid overstemd te worden, verlangde de Derde Stand (Tiers État, vertegenwoordigers van steden, communes en het platteland) een hoofdelijke stemming, niet naar standen, en vormde, nadat dit was afgewezen, zelf de "Assemblée nationale constituante" (Nationale grondwetgevende Vergadering), die op de kaatsbaan (20 juni) zwoer, niet eerder uiteen te gaan, voordat een nieuwe grondwet tot stand was gekomen. Toen de koning de hervormingsgezinde minister van Financiën, Necker, ontsloeg en het leger op de Vergadering afstuurde, kwam het in Parijs op 14 juli tot de Bestorming van de Bastille, een staatsgevangenis waar voornamelijk politieke gevangenen werden opgesloten, en die gold als symbool van de tirannie van de vorst. De koning stelde Necker weer aan, de voorzitter van de Assemblée, Bailly, werd burgemeester van Parijs en Lafayette bevelhebber van de Nationale Garde. Meegevoerd in de nieuwe stroming, deed de adel op 4 aug. vrijwillig afstand van zijn voorrechten, waarop vrijheid, gelijkheid en volkssoevereiniteit als principiële mensenrechten erkend werden.

Onder druk van het Parijse gepeupel verlegde de Nationale Vergadering op 5/6 okt. haar zetel naar Parijs, waar in nov. 1789 het beraad over een grondwet begon. Frankrijk werd geografisch in 83 departementen ingedeeld, de adel afgeschaft, algemene vrijheid van godsdienst afgekondigd, en de bezittingen van de kerk onteigend. De geestelijken werden tot een eed op de grondwet gedwongen, wat een deel echter weigerde. De koning, die een beperkt vetorecht kreeg, wees de grondwet af en trachtte middels Mirabeau (invloedrijk Frans diplomaat en politicus, 1749-91) de gematigden op andere gedachten te brengen. Na diens dood sloeg hij op de vlucht (20 juni 1791), maar werd naar Parijs teruggebracht. Nadat hij de grondwet had goedgekeurd, werd de Nationale Vergadering in sept. 1791 opgeheven.

De Wetgevende Vergadering 1791-92

In haar plaats trad de Wetgevende Vergadering aan, die door Marat (Frans politicus van Zwitserse afkomst, 1743-93) een zeer radicaal karakter aannam. De vooraanstaande republikeinen onder aanvoering van de Girondijnen (Brissot, Vergniaud, Roland e.a.) kwamen vanwege de priesters die geweigerd hadden de eed af te leggen en emigranten weldra in conflict met de koning, en om een opstand te voorkomen en de aandacht af te leiden, besloot de Vergadering op 20 apr. 1792 de oorlog aan het met Pruisen verbonden Oostenrijk te verklaren. Daar deze aanvankelijk ongunstig verliep, vermoedde het opgestookte volk verraad van het koningspaar, dat in het geheim de vijand om redding had gesmeekt. Daarop bestormde het gepeupel op 10 aug. 1792 de Tuilerieën, sabelde de Zwitserse Garde neer en bracht de koning naar de Temple. Ondersteund door de Parijse gemeenteraad begonnen nu de radicale "Montagnards" onder Danton (Frans revolutionair en politicus, 1759-94) een bloedige vervolging van royalisten, waarbij (2-6 sept.) 2.000 politieke gevangenen afgeslacht werden.

De Nationale Conventie 1792-95

Het binnendringen van de Pruisen in de Champagne, die met de kanonnade van Valmy (20 sept.) eindigde, deed alle revolutionaire hartstochten ontvlammen. De op 21 sept. 1792 bijeengekomen Nationale Conventie riep onmiddellijk de republiek uit en schafte de monarchie af, waarop Lodewijk XVI, beschuldigd van hoogverraad, op 21 jan. 1793 werd onthoofd.

De executie van de koning verwekte in heel Europa grote verontwaardiging: Engeland, Nederland en Spanje sloten met de tegenstanders van Frankrijk de Eerste Coalitie. Terwijl de Oostenrijkers door de overwinning bij Neerwinden (18 mrt. 1793) de Zuidelijke Nederlanden heroverden, die door de overwinning van Dumouriez bij Jemappes (6 nov. 1792) door de Fransen waren ingenomen, staken de Pruisen weer de Rijn over en drongen Oostenrijkse troepen de Elzas binnen. Dit gevaar begunstigde tijdens de Conventie de overwinning van de Montagnards op de Girondijnen. Er werd een revolutionaire regering, bestaande uit het "Comité de salut public" (sociale dienst) en het "Comité de sûreté générale" (veiligheidsdienst) gevormd, het beruchte Schrikbewind van de Franse Revolutie, waarmee de Montagnards zich staande trachtten te houden. Vooraanstaande Girondijnen, ook de koningin (16 okt.), werden terechtgesteld, terwijl veiligheidsagenten de opstanden van royalisten en aanhangers van de Girondijnen (Vendée, Lyon) bloedig onderdrukten. De meeste provincies schikten zich onder de terreur, die het Christendom afschafte en de Christelijke kalender door een republikeinse verving. Weliswaar maakte Robespierre (Frans advocaat en politicus, 1758-94) al snel een einde aan deze "cultus van het gezond verstand", maar hij en zijn vertrouweling Saint-Just meenden slechts door het uitroeien van de verderfelijke oude generatie het ideaal van de volksstaat te kunnen verwezenlijken. Ook de nota bene als gematigd te boek staande Danton werd als mededinger uit de weg geruimd. Toen Robespierre zich echter tegen de Montagnards zelf keerde, werd hij op 9 thermidor (27 juli 1794) ten val gebracht en met 92 aanhangers onthoofd. Daarmee was een einde gekomen aan het Schrikbewind; in de Conventie kregen de gematigden de overhand. De revolutionaire beweging van de Jacobijnen werd ontbonden, de veiligheidsdienst opgeheven; de eerder uitgestoten Girondijnen keerden als reactionairen in de Conventie terug. Maar de economie was totaal ingestort; de 27 miljard aan papiergeld (assignaten) bezat nog slechts een half procent van de nominale waarde.

Het Directoire 1795-99

Tegelijk met de binnenlandse verschrikkingen beleefde Frankrijk door de door Carnot (Frans minister van Oorlog, 1753-1823) ingevoerde militaire dienstplicht grote successen op het slagveld. Terwijl Hoche de Vendée onderwierp, veroverden Jourdan en Pichegru de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden en de Rijnoever, zodat Pruisen (apr. 1795) in Bazel vrede moest sluiten. De nieuwe regering, het Directoire (Larevellière, Letourneur, Rewbell, Carnot, Barras) begunstigde de oorlogspolitiek, om door oorlogsschattingen de financiële tekorten aan te zuiveren. Twee legers onder Jourdan en Moreau vielen in 1796 Zuid-Duitsland binnen, maar werden verslagen en tot de terugtocht gedwongen. Daarentegen verdreef Bonaparte de Oostenrijkers door klinkende overwinningen uit Italië, stichtte de Cisalpijnse Republiek en dwong Oostenrijk bij de Vrede van Campo Formio (17 okt. 1797) Lombardije en de linker Rijnoever af te staan. Door zijn zeges bleef het Directoire gevrijwaard van Jacobijnse opstanden en van de toenemende invloed van de royalisten, toen hij de bij de staatsgreep van de 18de fructidor (4 sept. 1797) betrokken personen (twee leden van het Directoire (Carnot, Barthélemy) en 52 gedeputeerden) liet verbannen. Om te voorkomen dat men dit gewoon ging vinden, ondernam Bonaparte de Egyptische veldtocht, die weliswaar belangrijke wetenschappelijke resultaten opleverde, maar de macht van Engeland geenszins aantastte.

De staatsgreep van Napoleon Bonaparte

In de zomer van 1798 werd de Tweede Coalitie tegen Frankrijk gevormd, bestaande uit Rusland, Oostenrijk, Engeland, Portugal, Napels en Turkije, waarvan de troepen in 1799 Zuid-Duitsland en Italië veroverden, maar door Masséna werden gestuit. Om als redder in de nood te kunnen verschijnen, verliet Bonaparte zijn leger, maakte op de 18de brumaire (9 nov. 1799) een einde aan het weinig geliefde Directoire en vormde een nieuwe regering, het Consulaat, waarmee hij feitelijk alleenheerser werd.

Trivia

  • Liberté, Égalité, Fraternité (Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap), het motto van de Franse Revolutie, wordt toegeschreven aan de "Club des Cordeliers", de hoeders van de revolutie, die deze leus in juni 1793 formuleerde. Een officieel devies werd het pas onder de Tweede Republiek (1848-52).
  • De Marseillaise is het Franse volkslied en oorspronkelijk een strijdlied (tekst en melodie van Rouget de Lisle), dat tijdens de Franse Revolutie is ontstaan na de Franse oorlogsverklaring aan Oostenrijk in apr. 1792 en waarschijnlijk in Marseille op een bijeenkomst van de Jacobijnen voor het eerst werd aangeheven. Ook het strijdlied van de socialisten, de "Internationale", is gebaseerd op de melodie van de Marseillaise.

Lit.: Michelet, J.: Histoire de la Révolution française (4 dln., 1847-53); Tocqueville, A. de: l'Ancien régime et la Révolution (1856); Mathiez, A.: La Révolution française (3 dln., 1922-27); Cobban, A.: The causes of the French revolution (1946); Verbeek, A.D.J.M.: De Franse Revolutie (1960); Godechot, J.: Les révolutions, 1770-99 (1963); Woldring, H.E.S.: De Franse Revolutie (1989); Campbell, P.R.: The origins of the French Revolution (2006).

Persoonlijke instellingen