Frontzate

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
frontzate met bunkers

Inhoud

Spoorlijn

De Frontzate is de spoorwegberm van de voormalige spoorweg tussen Diksmuide en Nieuwpoort Bad. Die spoorweg bestond uit de spoorlijn 73 en spoorlijn 74. Spoorlijn 73 liep van Deinze naar Duinkerke over Diksmuide en Kaaskerke (bij Diksmuide) en spoorlijn 74 van Kaaskerke tot Nieuwpoort Bad. Spoorlijn 74 werd op 10 februari 1868 geopend door de Belgische Staatsspoorwegen. De lijn was 15,8 km lang. De spoorlijn was enkelsporig uitgevoerd en werd nooit geëlektrificeerd. Het reizigersverkeer werd opgeheven op 18 mei 1952. Goederenvervoer bleef nog mogelijk tussen Nieuwpoort-Stad en Diksmuide. In 1974 werd de laatste goederentrein van Nieuwpoort naar Diksmuide door een locotractor getrokken. In 1977 werden de sporen opgebroken.

Fiets- en wandelpad

Rond 1980 waren er plannen om op deze bedding een toeristische tramlijn aan te leggen, maar men is niet verder gekomen dan twee stootblokken en enkele korte stukken meterspoor op de goederenkoer van het station Ramskapelle. Nadien werd op de spoorwegbedding een fiets- en wandelpad aangelegd. De Frontzate wordt nu als groene as beheerd door de provincie West-Vlaanderen. Ze werd door de provincie aangekocht in 2010 voor de prijs van 534.000 euro. De lijn wordt als een continue spoorlijn beschouwd. Dat betekent dat de lijn in de toekomst mogelijk opnieuw voor spoorverkeer wordt open gesteld.

Onderwaterzetting

Deze spoorwegbedding wordt Frontzate genoemd, omwille van het belang ervan in de Eerste Wereldoorlog. De spoorwegbedding ligt één tot een paar meter hoger dan de polder die ze doorkruist. In de Slag aan de IJzer diende ze als dijk om de onderwater zetting van de IJzervlakte te beperken tot het gebied tussen de IJzer en de spoorweg. Om die rol te kunnen vervullen werden de duikers van de talrijke vaarten, sloten en grachten onder de spoorwegbedding dicht gemaakt. Karel Cogge, een toezichter bij de Noord Watering Veurne was hierbij behulpzaam. Hij verschafte het Hoofdkwartier van het Belgische Leger de onmisbare inlichtingen om het plan voor een onderwaterzetting op te stellen.

Ramskapelle station
De idee de vlakte onder water te zetten heeft vele vaders die de eer willen opstrijken. In werkelijkheid was onderwaterzetting algemeen bekend bij de bevolking van de Westhoek en bij de de Belgische militaire overheid als een middel om een ondoordringbare hindernis op te werpen voor vijandelijke legers.

Oorlogsrelicten

Langs de spoorlijn zijn talrijke oorlogsrelicten van de Eerste Wereldoorlog te zien. Ruïnes van gebouwen en bunkers konden zonder hulp van de overheid jaren overleven omdat ze geïsoleerd stonden, ver van begaanbare wegen, en omdat ze zo stevig waren. Pas sedert een paar tientallen jaren is men er aandacht gaan aan geven. Ze zijn nu opgenomen in de inventaris van het Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid. Enkele ervan werden gerestaureerd. Een verheven plaats langs het front zoals het stationsgebouw van Ramskapelle werd gebruikt als waarnemingspost voor een artilleriewaarnemer. Die waarnemingspost was tegelijk ook een merkpunt en een doelwit voor de Duitse artillerie die wel wist dat een artilleriewaarnemer er het vuur op hun stellingen leidde. Om de gebruikers van het gebouw te beschermen werd het van binnen uit verstevigd met beton. De troepen bouwden langs de spoorweg ook tal van andere waarnemingsposten, schuilplaatsen, schootsstellingen, medische hulpposten. Ze gebruikten hiervoor aanvankelijk materieel dat ze vonden in de hoeven in de omgeving en de zandzakjes die bekend werden als "vaderlandertjes". Later volgde ook metselwerk met gerecupereerde bakstenen en beton. Daarvoor moest cement aangevoerd worden. Dat kon langs de wegen, maar ook langs industriële smalspoorwegen.
Tobroek

De defensielijn was niet beperkt tot de spoorwegbedding. Na verloop van tijd was aan beide kanten van het front een defensieve zone uitgebouwd van drie opeenvolgende lijnen op zowat vier kilometer afstand van mekaar. Elke defensieve lijn bestond uit meerdere evenwijdige loopgraven, in het Frans "tranchées". Die loopgraven waren onderling verbonden door verbindingsloopgraven, in het Frans "boyau". De troepen bezetten die stellingen bij toerbeurt. Een divisie in lijn zou één regiment helemaal vooraan opstellen, één regiment in diepte en één regiment met rust helemaal achteraan. Binnen het regiment werden de posities op vergelijkbare manier verdeeld tussen bataljons. En zo verder tot de mitrailleur sectie die een stelling op de frontzate zelf gedurende beperkte tijd bezette en dan afgelost werd door kameraden van dezelfde compagnie. De troepen in diepte werkten de stellingen verder uit.

Langs de frontzate staan hier en daar ook geschutsstellingen voor luchtafweer uit de Tweede Wereldoorlog, de zogenaamde “Tobroeks”.

Externe Links

Inventaris Onroerend Erfgoed

Mitrailleurs- en observatiepost station (Ramskapelle - WOI) (ID: 1181)

Duitse mitrailleurspost Tobruk Kanaal Veurne - Nieuwpoort (Nieuwpoort - WOII) (ID: 2108)

Spoorwegbedding Diksmuide-Nieuwpoort (Pervijze - WOI)

Persoonlijke instellingen