Gneisenau (1938)

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Gneisenau (1938).jpg
Gneisenau (slagkruiser)
Land: Duitsland
Klasse: Scharnhorst-klasse (2 schepen: Scharnhorst, Gneisenau
Waterverplaatsing (toegelaten tonnen): 38.900
Afmetingen (lengte / breedte / diepgang): 229,8 m / 30 m / 8,2 m
Bewapening (kanons / torpedobuizen): 9 x 28 cm; 12 x 15 cm; 14 x 10,5 cm; 16 x 3,7 cm; 8 x 2 cm / 6 x 53,3 cm - 4 vliegtuigen cm
Pantser (gordel / dek / hoofdgeschutstorens): 170-350 mm / 105 mm / 360 mm
Voortstuwingsinstallatie (ketels / machines): 12 (Wagner) / Brown, Boveri-turbines, 3 schroefassen
Totale APK: 165.000
Brandstofvoorraad: olie, 6300 t
Prestaties (snelheid / actieradius): 32 knopen / 6.400 zeemijl bij 17 knopen
Bemanning: 1.840
Gebouwd door: Deutsche Werke, Kiel
Opdracht verstrekt: 1934
Kiel gelegd: mrt. 1935
Tewaterlating: dec. 1936
In dienst gesteld: mei 1938 (herbouwd 1939)
Einde: 27 mrt. 1945 door eigen marine tot zinken gebracht, 1947-1951 gesloopt


Hoewel Duitsland op grond van het Verdrag van Versailles (art. 190) geen nieuwe slagschepen mocht bouwen van meer dan 10.000 t., werden in de Jaren Twintig plannen ontwikkeld voor schepen van een aanzienlijk grotere tonnage, aanvankelijk voor een schip van 19.000 t met drie 28 cm-drielingtorens, in 1932 voor een ontwerp van 26.000 t met vier 30,5-cm-dubbeltorens en een snelheid van 34 knopen, later met drie dubbeltorens voor 38-cm-kanons. De laatste zouden echter pas na jaren leverbaar zijn zodat teruggevallen werd op het ontwerp met 28-cm-torens met de gedachte deze later te vervangen door het grotere kaliber. Dit was het uiteindelijke ontwerp voor de schepen van de Scharnhorst-klasse, die in Duitsland zelf als slagschepen werden beschouwd, maar die gezien het kaliber van de hoofdbewapening in feite slagkruisers waren.

Op 23 nov. 1939 brachten Gneisenau (genoemd naar de Pruisische veldheer August Neidhardt von Gneisenau, 1760-1831) en zusterschip Scharnhorst in de Noordzee het Britse bewapende koopvaardijschip Rawalpindi tot zinken, waren van apr. tot juni 1940 betrokken bij de Noorse campagne ("Operatie Weserübung") en brachten op 8 juni 1940 in de Noordzee het Engelse vliegkampschip Glorious en twee torpedobootjagers tot zinken.

In de Tweede Wereldoorlog werden slagschepen dikwijls ingezet voor taken die voordien tot het terrein van de kruisers behoorden; aan Duitse kant voor het voeren van een handelsoorlog, bij de Britten voor de bescherming van handelskonvooien. In jan. 1941 verlieten Gneisenau en Scharnhorst Kiel, drongen de Atlantische Oceaan binnen via de Denemarkenstraat (tussen Groenland en IJsland) en vielen vijandelijke konvooien aan. Tussen 22 jan. en 23 mrt. 1941 brachten ze daarbij 22 schepen met in totaal meer dan 115.000 brt tot zinken. Bij deze operatie ("Unternehmen Berlin") moesten ze driemaal uitwijken voor Britse slagschepen, hoewel dat oudere, langzame schepen waren die door de Duitse eenheden dankzij hun hogere snelheid konden worden ontweken. Gedurende deze 61 dagen legden ze 17.800 zeemijl af, en gingen toen in dok in de Franse haven Brest, die ze pas het volgende jaar konden verlaten.

Tijdens haar verblijf in Brest werd Gneisenau meermalen getroffen door luchtaanvallen. Bij een daarvan werd de katapult vernietigd, en werd het schip uitgerust met een geheel nieuwe installatie die het mogelijk maakte vliegtuigen uit de hangar zelf te lanceren. Vanwege de luchtaanvallen werd besloten Gneisenau en andere schepen uit Brest weg te halen. De voorbereidingen daartoe zoals schietoefeningen en het afvuren van torpedo's gebeurden terwijl de schepen in Brest voor anker lagen. In febr. 1942 vertrok Gneisenau samen met Scharnhorst en andere eenheden via Het Kanaal naar Duitsland. Deze gedurfde maar geslaagde onderneming vond op 11 febr. 1942 plaats en staat bekend als "Operatie Cerberus".

Terwijl ze in Kiel in dok lag werd Gneisenau op 27 febr. 1942 getroffen door een bom die de voorplecht met de daaronder gelegen munitieruimten en de voorste torens verwoestte. Een paar weken later, begin april, werd ze naar Gotenhafen verplaatst en daar op 1 juli uit dienst gesteld. Het geplande aanbrengen van een langere boeg en 38-cm-geschut werd echter nooit uitgevoerd, hoewel daartoe voorbereidingen werden getroffen, omdat Hitler begin 1943 opdracht had gegeven alle grotere oorlogsschepen uit dienst te nemen.

Lit.: Breyer, S.: Schlachtschiff Gneisenau (1991)