Graf Zeppelin (vliegdekschip)

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Graf Zeppelin (vliegdekschip)
Land: Duitsland
Klasse: Graf Zeppelinklasse (1 schip)
Waterverplaatsing (toegelaten tonnen): 33.600
Afmetingen (lengte / breedte / diepgang): 262,8 m / 32,1 m / 7,29 m
Bewapening (kanons / torpedobuizen): 16× snelvuurkanon 15 cm, 2 × Flak 10,5 cm, 22 × Flak 3,7 cm en 28 × Flak 2,0 cm
Pantser (gordel / dek / hoofdgeschutstorens):
Voortstuwingsinstallatie (ketels / machines): 16 / 4 BBC-stoomturbines, 4 schroefassen
Totale APK: 200.000
Brandstofvoorraad:
Prestaties (snelheid / actieradius): 35 knopen / 8.200 zeemijl bij 21 knopen
Bemanning: 1.780
Gebouwd door: Deutsche Werke, Kiel
Opdracht verstrekt: 16 nov. 1935
Kiel gelegd: 28 dec. 1936
Tewaterlating: 8 dec. 1938
In dienst gesteld: nooit
Einde: 16 aug. 1947 gezonken
Graf Zeppelin
Een Fieseler Fi 167 A-05 speciaal ontworpen voor de Graf Zeppelin
De Graf Zeppelin te water

De Graf Zeppelin was het eerste en enige vliegdekschip dat de Duitsers ooit hebben gebouwd. Het was niet het enige vliegdekschip dat werd ontworpen, omdat de Graf Zeppelin een zusterschip had, Peter Strasser. Duitsland had wel andere schepen die vliegtuigen konden transporteren, maar dit waren omgebouwde slagschepen.

In 1935 werd de opdracht gegeven voor het bouwen van vliegdekschepen om de Kriegsmarine te versterken. Het jaar erna werd de kiel gelegd voor twee van deze schepen, namelijk Flugzeugträger A en Flugzeugträger B. Flugzeugträger A zou later Graf Zeppelin heten en Flugzeugträger B Peter Strasser.

Twee jaar later presenteerde Grossadmiral Erich Raeder een ambitieus scheepsbouwprogramma dat Z-Plan was genoemd. Het plan riep op tot een Kriegsmarine van 10 slagschepen, vier vliegdekschepen, drie slagkruisers, acht zware kruisers, 44 lichte kruisers, 68 torpedobootjagers en 249 U-boten in 1944 dat bedoeld was om tegen de zeemacht van het Verenigd Koninkrijk te kunnen strijden. Het plan werd aangepast door het aantal vliegdekschepen te beperken tot twee.

Het eerste Duitse vliegdekschip werd naar Graaf v. Zeppelin genoemd en liep van stapel in 1938. Het tweede Duitse vliegdekschip kwam niet verder dan de scheepshelling.

De bouw van de vliegdekschepen verliep vanaf het begin onregelmatig. De bouw van Peter Strasser werd in 1940 stilgelegd. Toen de “Graf Zeppelin” te water werd gelaten, was zij voor 85% gereed. De afbouw verliep met horten en stoten en was in mei 1941 nog niet opgeleverd, maar Raeder was nog steeds optimistisch over het project en informeerde Hitler dat de Graf Zeppelin binnen een jaar zou zijn voltooid en dat er nog een jaar nodig was voor proefvaarten en vliegtrainingen.

Hitler beval Göring dat hij vliegtuigen moest leveren voor vliegdekschepen. De luchtmaarschalk leverde aangepaste versies van de Junkers Ju 87Stuka” en de Messerschmitt Bf 109. Raeder vond dat hij daar onvoldoende in gekend was. Luchtmaarschalk Hermann Göring op zijn beurt was zwaar gekant tegen elke inmenging in zijn autoriteit als hoofd van de luchtmacht en hij werkte Raeder tegen waar hij maar kon. Binnen de Kriegsmarine ondervond Raeder trouwens ook nog weerstand van de Duitse bevelhebber van de onderzeeboten Admiral Karl Dönitz.

Göring drong er op aan dat het vliegpersoneel onder het commando van de Luftwaffe zou staan. Ondertussen moest het vliegdek worden aangepast wat weer extra vertraging gaf. Later in 1942 werden Blohm & Voss BV 155 toestellen en de Junkers Ju 87E Stuka's geleverd.

Raeder stapte in 1943 vrijwillig op en werd opgevolgd door onderzeebootadmiraal Dönitz. De Graf Zeppelin was 95% afgewerkt toen het werk definitief werd stilgelegd en alle bewapening werd verwijderd en overgebracht naar kustbatterijen in Noorwegen.

Na de Tweede Wereldoorlog moesten "Categorie C" schepen worden vernietigd of afgezonken in diep water voor 15 augustus 1946. Dit besloot de Allied Tripartite Commission. Hieronder viel ook de Graf Zeppelin. Maar de Sovjets besloten om het beschadigde schip te repareren en het werd gelicht in maart 1946. Het schip werd naar Leningrad gesleept. Aangezien de aankomst van zo'n groot en ongewoon schip opgemerkt zou zijn door westerse inlichtingendiensten werd door de Russen het gerucht verspreid dat het schip tussen Świnoujście (Swinemünde) aan de Oostzee en Leningrad verloren was gegaan. Het schip zou ten noorden van Rügen op 15 augustus 1947 op een mijn zijn gelopen. Dit lijkt onmogelijk want Rügen lag niet op de route van Świnoujście naar Leningrad. Het leek meer waarschijnlijk dat het schip op een mijn was gelopen in de Finse Golf die bezaaid lag met mijnen.

In werkelijkheid was het schip naar Leningrad gesleept en daar omgedoopt in "PO-101". De Russen hoopten dat het schip gerepareerd kon worden op de scheepswerven in Leningrad, wat onmogelijk bleek. Daarna werd het schip weer naar zee gesleept terug naar de Poolse kust als doelschip voor schietoefeningen. Op 16 augustus 1947, even voor de Koude Oorlog begon, werd het schip tot zinken gebracht door behulp van 24 bommen en 2 torpedo's.

Een schip van de Poolse oliemaatschappij Petrobaltic, ontdekte op 12 juli 2006 een 265 meter lang wrak 55 km ten noorden van Władysławowo. De Poolse bemanningsleden dachten dat het waarschijnlijk de Graf Zeppelin was. Bemanningsleden van het onderzoeksschip ORP Arctowski van de Poolse marine onderzochten op 25 juli 2006 het schip en dat bleek inderdaad de Graf Zeppelin te zijn die 80 meter onder de waterspiegel lag.

Persoonlijke instellingen