Grieks-Turkse Oorlog (1921/22)

Uit Milpedia
(Doorverwezen vanaf Grieks-Turkse oorlog)
Ga naar: navigatie, zoeken

De Grieks-Turkse Oorlog was een oorlog tussen Griekenland en het Kemalistische Turkije om West-Anatolië. Hoewel deze voornamelijk in 1921 en 1922 woedde, begon de voorgeschiedenis al in 1918.

Voorgeschiedenis

De voorgeschiedenis van de Grieks-Turkse oorlog begint met het Italiaanse expansiestreven.

In 1915 had Italië zich door de geallieerden laten verleiden tot een oorlog tegen de Centralen. Hen was in het Verdrag van Londen gebiedsuitbreiding toegezegd aan de Adriatische kust en in het noorden tot aan de Brennerpas. Italië had echter duizenden slachtoffers te betreuren en kampte met een enorme staatsschuld. De Italiaanse politici wisten dat ze meer moesten binnenhalen om dit leed te compenseren, wilden ze in het zadel blijven. Dit bracht hen ertoe de stad Fiume (Rijeka) op te eisen. Men droomde echter ook van een koloniaal rijk. Italië zag zichzelf als een laatkomer aan het koloniale buffet, die geconfronteerd werd met een lege tafel doordat andere landen met de lekkerste brokken aan de haal waren gegaan. De ontmanteling van het Ottomaanse imperium was een buitenkansje voor Italië om het koloniale rijk uit te breiden. Snel werd de stad Antalya bezet en er werden plannen gemaakt om de streek te bevolken met verarmde Italiaanse boeren.

De Amerikanen, Fransen en Britten zagen de Italiaanse inhaligheid met lede ogen aan. Zij besloten op de onderhandelingen te Parijs Italië een hak te zetten door de Britten de controle over de zeestraten te laten behouden, de Fransen een mandaatgebied ten zuidoosten van het Italiaanse toe te wijzen, en Griekenland uit te nodigen mee te doen en een gebied rond İzmir (Smyrna) te bezetten. Een groot deel van de Grieken was hier wel voor te porren. Het Megali Idea leefde nog altijd zeer sterk. Venizelos, die de Griekse politiek leidde, zag een herboren Byzantium. De Britten beloofden namelijk te zijner tijd ook Oost-Thracië en Konstantinopel aan de Grieken over te dragen. Konstantinopel (de Grieken noemen het nog steeds zo) was de grootste Griekstalige stad, I Polis (dé stad), en zou Athene als hoofdstad moeten vervangen. De Britten zouden hierdoor, samen met een versterkt Griekenland, het oostelijk bekken van de Middellandse Zee beheersen en tegelijkertijd Turkije en Italië "kort" houden.

Bezetting en oorlog

In 1919 landden de eerste Griekse troepen in İzmir, ondanks krachtige tegenargumenten van de stafchef generaal Metaxas. Stergiades trachtte als bestuurlijk hoge commissaris de Grieken, Armenen en moslims met elkaar onder Grieks bestuur te verzoenen, maar faalde. De eerste incidenten vonden al vrij snel plaats: van mishandeling van Turkse soldaten tot de uitmoording van hele moslimdorpen door Griekse en Armeense bendes. In 1920 werd de toestand in het Verdrag van Sèvres geformaliseerd: Turkije werd in zessen geknipt:

  • Een Turkse rompstaat in Centraal- en Noord-Anatolië. De Grieken hadden geëist dat deze geen bedreiging mocht vormen;
  • Het onafhankelijke Armenië, dat eigenlijk niet erkend werd en snel onder de voet werd gelopen;
  • Een Frans mandaatgebied;
  • Een Brits mandaatgebied;
  • Een Italiaans mandaatgebied;
  • Een Griekse bezettingszone.

Mustafa Kemal Ataturk wist echter de sultan ten val te brengen, waarmee het einde van het Ottomaanse Rijk een feit was. Hij weigerde de Vrede van Sèvres te erkennen. Armenië werd als eerste heroverd en verdeeld met de Sovjet-Unie. Hij wist de Fransen en Italianen, die uiteindelijk ook zouden vertrekken, tegen de Grieken uit te spelen. Toen de Griekse koning Alexander aan een apenbeet overleed, zag het er even naar uit dat de Grieken vrijwillig zouden terugtrekken . In 1921 wist Lloyd George de Grieken echter te over te halen door te gaan. Andere mogendheden trachtten te bemiddelen tussen Griekenland en Kemal, maar, gesteund door de Britten, vielen de Grieken in maart 1921 aan.

Het Griekse leger boekte in de zomer van 1921 succes na succes. Het kampte echter met een laag moreel na 8 jaar oorlog. Bovendien werd het klimaat, hoe verder men naar het oosten trok, steeds vijandiger. De wegen waren slecht en rotsachtig, terwijl de bevoorradingslijnen steeds langer werden. 15 kilometer voor Ankara werden de Griekse troepen tot staan gebracht en het tegenoffensief van de Turken dreef de Grieken in een hopeloze positie. Zij hadden bovendien alle rantsoenen verbruikt en de Griekse generaals besloten om terug te trekken naar Sakarya (Izmit) en Afyon. De partijen groeven zich in oktober in voor de winter.

Dezelfde maand vertrokken de Fransen uit Turkije, waardoor duizenden Turkse strijders de handen vrij kregen voor de strijd tegen de Grieken. De Fransen lieten oorlogsmateriaal achter, wat in het geheim was afgesproken. Ook de Italianen zagen meer en meer in dat een voortzetting van het avontuur even weinig kans op succes had als dat van de Grieken, en bereidden hun eigen vertrek voor. Italië liet enkele vliegtuigen na aan de Turken. De Britten steunden de Grieken slechts verbaal. In 26 augustus 1922 om 05:30 uur begon het Turkse offensief Buyuk Taarruz (het Grote Offensief) op alle fronten. De sterkste eenheden van de Grieken waren in Afyon ingegraven. Het Turkse leger had besloten om eerst hier al zijn macht in te zetten. Op 27 augustus tegen de middag, wisten de Turken het uitgeputte Griekse leger te verslaan. Op 30 augustus brak het front en waren de Griekse generaal Trikupis en Digenis krijgsgevangen genomen. De soldaten sloegen aan het muiten en hele divisies losten op in het niets. Op 9 september kwam er een einde aan de Griekse bezetting in Izmir. De Griekse soldaten scheepten zich in alle haast in staken de stad in brand en lieten de stad aan de Turken over.

Nasleep

De oorlog is met ernstige gruwelen aan beide zijden gepaard gegaan. De Grieken hebben Turken gelynched en moslimdorpen platgebrand in Thracië en Turkije. Afyon werd helemaal platgebrand nadat de Griekse troepen de macht daar hadden verloren. Later werd Afyon omgedoopt in Afyon Karahisar( = Zwart Afyon). De incidenten leidden tot Turkse represailles tegen etnische Grieken en Armenen in Anatolië. De herovering van Izmir door de Turken ging gepaard met slachtpartijen onder Grieken en Armenen. Voor de baai van Izmir lagen Britse, Franse en Italiaanse oorlogsschepen, die echter slechts eigen staatsburgers opnamen en noch de Grieken noch de Turken hielpen, en ook niets deden om het bloedbad te voorkomen.

Men besloot tot een bevolkingsruil. Griekse moslims en etnische Turken trokken naar Anatolië, Anatolische Grieken trokken terug naar Griekenland. Slechts de moslims in het tot Griekenland behorende West-Thracië en de Griekse bevolking van Istanbul en de tot Turkije behorende eilanden Imvros en Tenedos werden van deze bevolkingsruil gespaard. Duizenden immigranten kwamen naar Griekenland. Dit trok een zware wissel op de Griekse economie, maar beide landen konden nu met een schone lei beginnen. Griekenland zou daarnaast voorgoed afstand doen van het Megali Idea: slechts in de Cyprus-kwestie zou het later nog opflakkeren.

Turkije liet zich de overwinning goed smaken, en bedong de gunstiger Vrede van Lausanne bij de geallieerden. Het land omvatte nu ruwweg het Turkije dat we nu kennen (enige latere grenscorrecties daar gelaten). Mustafa Kemal groeide uit tot nationale held en symbool: hij had buitenlandse vijanden verslagen, het Turkse volk zijn zelfvertrouwen teruggegeven en Turkije weer op de diplomatieke kaart gezet. Zijn Turks-nationalistische, seculiere verwestersingspolitiek kwam van de grond en zou zelfs na zijn dood in 1938 gehandhaafd blijven. Turkije zou uitgroeien tot een regionale macht, en later tot een belangrijke partner binnen de NAVO en kandidaat-lidstaat voor de EU.

Kind van de rekening werden de minderheden aan beide zijden. Na slachtpartijen van woedende Grieken, Armenen of Turken te hebben moeten doorstaan, werd men ineens gedwongen te verhuizen, naar een land dat men nauwelijks kende. De migranten behoorden vaak tot de hogere klassen: de Turken waren in Griekenland landeigenaar, de Grieken in Anatolië dokter, leraar of koopman. Nu werden ze geacht eenvoudige handenarbeid te verrichten en in haastig opgezette hutten en tenten te wonen. De migranten zouden nog lang in zowel Griekenland als Turkije tot de laagste economische klasse behoren. In Griekenland woonden geen Turken en bijna geen moslims meer. De Griekse aanwezigheid in Turkije, daterend van Homerische tijden, was niet meer.