Hermann Göring

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Hermann Göring in 1939 geflankeerd door rechts koning Gustaaf V van Zweden (1858-1950) en links diens kleinzoon prins Gustaaf Adolf van Zweden (1906-1947)
Hermann Göring na zijn zelfmoord
Hermann Wilhelm Göring was een van de belangrijkste militaire en politieke leiders van Duitsland tussen 1933 en 1945. Hij werd geboren op 12 januari 1893 in Rosenheim (Beieren) en werd na de Tweede Wereldoorlog, op 1 oktober 1946 in Neurenberg ter dood veroordeeld. De executie zou twee weken later, op 15 oktober, plaatsvinden maar twee uur voor uitvoering van de executie pleegde hij zelfmoord door het innemen van cyaankali.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog behaalde hij als jachtvlieger vele successen (22 overwinningen bij luchtgevechten) en werd in juni 1918 commandant van het Richthofen-eskader. In 1922 werd hij lid van de NSDAP en leider van de SA. In 1928 werd hij voor de NSDAP in de Rijksdag gekozen, waarvan hij in 1932 voorzitter werd. Nadat Hitler in januari 1933 aan de macht was gekomen, werd hij rijksminister voor luchtvaart en tevens Pruisisch ministerpresident en minister van binnenlandse zaken, in welke hoedanigheid hij de Gestapo oprichtte. Dat hij de hand heeft gehad in de Rijksdagbrand is niet bewezen.

Sinds 1935 concentreerde hij zich op de wederopbouw van de Luftwaffe, waarvan hij opperbevelhebber werd en die hij beschouwde als zijn persoonlijk eigendom. In 1936 kreeg hij in verband met de uitvoering van Hitlers Vierjarenplan tevens buitengewone volmachten op economisch terrein, wat hem, aan het hoofd staand van belangrijke fabrieken, tot een van de rijkste industriëlen van de wereld maakte. In 1938 werd hij bevorderd tot veldmaarschalk en op 1 sept. 1939 benoemde Hitler hem tot zijn opvolger ingeval hijzelf mocht komen te sterven. Na de val van Frankrijk ontving hij de titel van rijksmaarschalk.

Als gevolg van het falen van de Luftwaffe op kritieke momenten verloor Göring tijdens het verloop van de Tweede Wereldoorlog gaandeweg het vertrouwen van Hitler en wijdde zich meer aan zijn uit de bezette gebieden geroofde kunstschatten en andere buitensporigheden. Bij de ineenstorting van het regime vluchtte hij naar Beieren, waar hij zich begin mei 1945 overgaf aan de Amerikanen. In het Proces van Neurenberg werd hij tot de strop veroordeeld.



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie