Iran-Irak-Oorlog

Uit Milpedia
(Doorverwezen vanaf Iran-Irak)
Ga naar: navigatie, zoeken

De Irak-Iranoorlog, enige tijd ook wel de Eerste Perzische Golfoorlog genoemd, was een militair conflict tussen Irak en Iran. De oorlog duurde van 22 september 1980 tot 20 augustus 1988. In Iran werd deze oorlog ook wel de opgelegde oorlog of de veeleisende oorlog genoemd. De term Eerste Perzische Golfoorlog is verwarrend omdat deze later is gaan verwijzen naar het conflict tussen Irak en Koeweit.

Begin van de oorlog

De maximale verschuivingen van de frontlijnen: de rode lijn geeft Iraks verste front aan en de gele lijn geeft Irans verste front aan.Gebruikmakend van de relatieve chaos in Iran na de Iraanse Revolutie van 1979 viel Saddam Hoesseins leger op 22 september 1980 de olierijke zuidwestelijke provincie Khoezistan binnen. Hoessein claimde dat deze provincie, waar veel Arabieren wonen, deel uit maakte van het 'historische Irak'. Daarnaast wilde hij volledige controle krijgen over de gedeelde grensrivier Arvandrud (Shatt al-Arab). Saddam schond met zijn inval het Verdrag van Algiers tussen de beide landen, waarin hun grens was vastgelegd. Hij hoopte Iran een snelle beslissende nederlaag toe te kunnen brengen, om vervolgens de gebieden en rechten te krijgen die hij verlangde. Ook hoopte hij een overslaan van de revolutie te voorkomen door Iran gezichtsverlies toe te brengen.

Verloop van de oorlog

Het militaire conflict verliep aanvankelijk gunstig voor Irak, maar al snel hervonden de Iraanse leiders zichzelf en bood de oorlog hun een unieke kans het volk te verenigen tegen één vijand. De puriteins-sjiitische regering maakte van de oorlog een heilige oorlog, waarbij de in hun ogen 'tirannieke' soennieten verslagen moesten worden. De Iraanse mullahs grepen terug op de Slag bij Karbala van 680 waarbij Imam Hoessein, de kleinzoon van de profeet Mohammed, door de (soennitische) kalief verslagen werd en daarbij als martelaar stierf. Ze wisten de grote Iraanse bevolking te mobiliseren tot een totale oorlog. De oorlogvoering was in vele gevallen wreed. Zo werd door Irak gifgas ingezet (volgens Iran geleverd door Duitse bedrijven, maar nader onderzoek wees uit dat zich een spraakverwarring had voorgedaan en dat het een Nederlands bedrijf betrof), werden loopgraven gegraven en mijnenvelden aangelegd. Tienduizenden Iraanse kinderen stierven als gedwongen martelaar met 'een sleutel voor het paradijs' om hun nek en een band met 'Karbala' op hun hoofd. De Iraakse opmars liep vast en leverde uiteindelijk niet meer op dan de bezetting van 3000 vierkante kilometer aan woestijn, moeras, bergen en een door Iran verlaten stad (Chorramshahr).

In juli 1982 had Iran Irak teruggedreven naar de oorspronkelijke grenzen, maar nu had Iran zich nieuwe doelen gesteld: de verovering van de heilige sjiitische steden Najaf en Karbala in Zuid-Irak. De Iraniërs vielen het Iraakse Al Fao schiereiland binnen en dreigden Irak van de zee af te sluiten. De Iraniërs waren echter niet in staat om de Irakezen te verslaan en de oorlog liep uit op een bloedige uitputtingsoorlog. De Irakezen hadden hun toevlucht tot gifgas genomen om de Iraanse opmars tot staan te brengen. En toen de Iraniërs door de moerassen van Zuid-Irak oprukten naar Basra, lieten de Irakezen olie in de moerassen lopen en staken deze aan. Vervolgens werden vijvers onder stroom gezet, zodat de Iraniërs die niet door verbranding gestorven waren geëlektrocuteerd werden. Hierbij kwamen ook duizenden burgers en dieren om het leven.

Arabische landen, waaronder Koeweit, steunden Irak, beducht voor een Iraanse dominantie in het Golfgebied. Iran had zich in de wereld buitengewoon onpopulair gemaakt, terwijl Irak met zijn secularisme voor het Westen het minste van twee kwaden leek. Wapens en vliegtuigen (o.a. Franse Mirages) werden aan Irak geleverd. Aan het eind van de oorlog had Irak dan ook een enorm materieel overwicht. Slechts door pure mankracht kon Iran zich staande houden.

Oorlog van de steden en de 'tankeroorlog'

Nadat de stellingen zich rond juli 1982 nauwelijks meer verplaatsten, verschoof het strijdtoneel gedeeltelijk en werden door zowel Iran als Irak scud-raketten ingezet in de zogenoemde 'Oorlog van de steden'. Hierbij werden de hoofdsteden Bagdad en Teheran regelmatig bestookt. Ook tientallen kleinere steden, industriële centra en andere burgerdoelen werden zwaar getroffen. Zo veranderde de Iraakse havenstad Basra in 1985 in een verlaten spookstad na langdurige Iraanse bombardementen.

Vanaf maart 1985 vonden ook in en rond de Perzische Golf incidenten plaats, in wat de 'tankeroorlog' ging heten. Zo werden Amerikaanse schepen in de Golf aangevallen, waarbij tientallen Amerikaanse doden vielen. De Amerikanen schoten op hun beurt in 1988 een Iraans lijnvliegtuig neer, waarbij ze achteraf verklaarden dat ze dit voor een militair toestel hadden aangezien. In 1987 boden de Amerikanen aan dat Koeweitse tankers onder Amerikaanse vlag mochten varen.

Koerdische rebellie

De Koerden, die al lang streden voor een onafhankelijk Koerdistan, kwamen in januari 1985 weer in opstand, en voerden met Iraanse steun een matig succesvolle rebellie tegen Saddams leger. Het Iraakse leger reageerde met de al-Anfal-campagne tegen de Koerden.

Op 14 maart 1988 begon Iran met steun van het leger van Talabani een offensief aan het noordelijk front, waarbij de volgende dag onder andere de Koerdische stad Halabja in Iraanse/Koerdische handen viel. De Iraakse luchtmacht reageerde met een hevig bombardement, waarbij duizenden burgers door gifgas werden gedood.

Chemische en biologische wapens

Het leger van Irak zette op grote schaal chemische en biologische wapens in. De chemische wapens die gebruikt werden, waren onder andere mosterdgas, sarin en VX.

In totaal stierven meer dan 100.000 Iraniërs en Koerden aan de gevolgen hiervan. Die schatting is exclusief de burgerbevolking in nabijgelegen steden en familie en vrienden van de veteranen. Andere slachtoffers van die verboden manier van oorlogsvoering worden nog steeds verpleegd en tienduizenden zijn voorgoed verminkt.

De meeste chemische stoffen om wapens te kunnen maken, werden geleverd door Westerse landen, zoals Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten. Officieel was een verbod op levering van chemische stoffen van kracht, maar vrij algemeen wordt aangenomen dat dit verbod met medeweten van westerse landen omzeild is. De Nederlander Frans van Anraat is in Nederland veroordeeld tot 17 jaar gevangenisstraf voor het leveren van verboden stoffen aan Irak.

Irak noch toeleveranciers zijn ooit internationaal veroordeeld voor het gebruik van chemische wapens.

Einde van de oorlog

Op 20 juli 1988 nam de VN Veiligheidsraad unaniem Resolutie 598 aan waarin werd opgeroepen alle vijandelijkheden te staken. Irak accepteerde de resolutie, maar Iran weigerde met de reden dat op zijn minst Saddams verantwoordelijkheid voor de oorlog moest worden erkend. Later accepteerde Khomeini alsnog.

De dreiging van de Islamitische Revolutie die Khomeini voor de oorlog verklaarde, was gestopt en in die zin had Iran de oorlog verloren. Irak had in de oorlog sterke bondgenootschappen gesloten met de Verenigde Staten en landen in de regio, zoals Jordanië, Egypte en diverse Golfstaten. Door de wapenleveringen was het land nu tot de tanden bewapend.

Slachtoffers

Waarschijnlijk hebben circa 1,6 miljoen mensen in deze oorlog het leven verloren. Het was de bloedigste oorlog tussen twee landen sinds de Koreaanse Oorlog.

Verwarring rond de naamgeving

Ook de latere invasie van Koeweit door Irak en de daarop volgende interventie door een internationale coalitie wordt vaak de Golfoorlog genoemd. Eigenlijk was dat dus de tweede Golfoorlog.

Schandaal

Amerika heeft ook wapens geleverd aan Iran. Dit wordt de Iran-contra-affaire genoemd.