Lenin

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Lenin (foto ca. 1920)
Vladimir Iljitsj Lenin, revolutionaire schuilnaam van Vladimir Iljitsj Oeljanov, (Simbirsk (tegenwoordig Oeljanovsk), 22 april 1870 (Juliaanse kalender 10 april 1870) - Gorki, 21 januari 1924) was een Russisch revolutionair, eerste leider van de Sovjet-Unie en naamgever van het leninisme.

De naam 'Lenin' was een van zijn pseudoniemen. Er bestaan verscheidene theorieën over de oorsprong van het pseudoniem Lenin, waardoor het onzeker is waar het werkelijk vandaan komt. Lenin bediende zich ook nog van de schuilnamen Iljin (1897) en Toelin (1912).

Inhoud

Achtergrond

Lenin was na de dood van zijn broer (die was terechtgesteld na een mislukte aanslag op de tsaar) politiek betrokken geraakt en werd marxist. In 1891 studeerde hij af in de rechten en kon hij zich als advocaat vestigen. In 1893 sloot hij zich aan bij een Petersburgse groep marxistische sociaaldemocraten, later bij de Bond voor de Bevrijding van de Arbeid. In 1895 werd hij gearresteerd en werd verbannen naar Siberië. Nadat hij in 1900 was vrijgelaten verbleef hij in ballingschap in Londen, later in Zwitserland. Op het congres van de Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij in Londen, in 1903, kwam het tot een breuk in de partij: Lenin en zijn groep waren overtuigd dat de burgerlijke revolutie - die de partij nabij achtte - geleid moest worden door het proletariaat. Ze werden in deze gedachte gesteund door Karl Kautsky, de theoretische leider van de Tweede Internationale, en Rosa Luxemburg, één van de leiders van de Duitse Sociaaldemocratie. Hun tegenstanders vonden dat de burgerij de revolutie moest leiden omdat het nu eenmaal een burgerlijke revolutie was en omdat in de Franse Revolutie (ook een burgerlijke) de burgerij ook de leidende rol had gespeeld. Lenins groep kreeg de naam Bolsjewieken (meerderheid), de andere groep kreeg de naam Mensjewieken (minderheid).

Na de revolutie van 1905 keerde Lenin naar Rusland terug. Lenin en de Bolsjewieken boycotten de Doema (parlement) en riep op tot een proletarische revolutie. Toen na het ontbinden van de Tweede Doema door tsaar Nicolaas II in 1907 de reactionaire conservatieven de macht kregen, ging Lenin weer terug naar Zwitserland. In 1912 kwam het tot een volledige breuk met de Mensjewieken en richtte Lenin de krant Pravda (De Waarheid) op. Tijdens de Eerste Wereldoorlog woonde Lenin de links-socialistische congressen van Zimmerwald en Kienthal bij. Het geheime politieke adresboek van Lenins groep bevatte in 1916 slechts tien actieve leden in Rusland zelf.

In maart 1917 (februari 1917 volgens de Russische kalender) brak de zgn. Februarirevolutie uit. Tsaar Nicolaas II deed afstand van de troon en er kwam een "Voorlopige Regering". Na zijn illegale terugkeer (met behulp van de Duitse regering, die hoopte daarmee de chaos te vergroten en dat Rusland daardoor militair vanzelf zou instorten) naar Rusland in april 1917 vestigde Lenin zich in Petrograd (Sint-Petersburg).

Oktoberrevolutie

Direct na aankomst toog Lenin aan het werk en riep op tot de vorming van een socialistische regering en alle macht aan de zgn. 'sovjets' (raden van arbeiders, boeren en soldaten). De juliopstand die kort daarop onder leiding van de Bolsjewieken plaatsvond, liep uit op een mislukking en Lenin vluchtte naar Finland waar hij ondergedoken leefde. Vanuit zijn schuiladres bleef hij de Bolsjewieken ophitsen. In de oorlogschaos nam het aantal van zijn aanhangers stormachtig toe en vond hij steun bij de groep rond de revolutionair Trotski, die zich bij de Bolsjewieken aansloot. Op 20 oktober poogde generaal Kornilov via een staatsgreep de macht naar zich toe te trekken. Premier Kerenski wist dit echter te voorkomen met behulp van Lenin die uit Finland was teruggekeerd om met zijn 'Rode Garde' de revolutionaire regering te steunen, maar in werkelijkheid om een revolutie te ontketenen. Premier Kerenski van de voorlopige regering had zijn handen vol en greep niet in. Op 7 november 1917 pleegde de Rode Garde van de Bolsjewieken een staatsgreep, die de geschiedenis inging als de Oktoberrevolutie. Dit vanwege de afwijkende Russische kalender. De Voorlopige Regering werd gevangen genomen en er werd een revolutionaire regering gevormd bestaande uit Bolsjewieken.

De Rode Terreur

De benaming Rode terreur is afgeleid van het franse "La Grande Terreur", die eindigde met de executie van Robespierre. De Franse Revolutie kan in vele opzichten vergeleken worden met de Russische Revolutie.

De Rode terreur vormt een zwarte bladzijde uit de Russische geschiedenis. Het ironische aan de situatie was dat de bevolking van het voormalig Russisch Keizerrijk in ongerepte gebieden meer slachtoffers leed dan in de periode van de Eerste Wereldoorlog. Deze communistische oorlog werd niet beschouwd als een strijd tegen het kapitalisme, maar was in feite een strijd tegen het eigen volk. Nadat Lenins partij de macht verkreeg over het voormalig Russisch Rijk werd de oorlog gestart tegen tegenstanders van het communisme. Concentratiekampen werden gebouwd waarin miljoenen van de Russische bevolking in barre omstandigheden zouden sterven.

In het jaar 1921 werd de grote honger georganiseerd door Lenin en de Bolsjewieken. Miljoenen mensen, meestal boeren, werden beroofd van hun bezittingen en landerijen. Het gevolg was dat de meerderheid van de bevolking niets meer had om van te leven. Hierdoor kwamen miljoenen mensen om van uitputting of honger. Onschuldige burgers werden beschuldigd van samenzwering tegen de partij en werden neergeschoten, opgehangen of gestuurd naar concentratiekampen. In de periode van onrust volgde er een exodus van intelligentia uit Rusland.

Lenin respecteerde de Russische Orthodoxe kerk ook niet. Kerken, heilige monumenten werden verwoest omdat ze een bedreiging zouden vormen voor het communistisch beleid. Priesters werden opgehangen, neergeschoten en in massagraven gedumpt. Vele Bolsjewieken plunderden de kerken voor hun goud of kostbare kunstschatten. Deze kostbare kunstschatten werden verkocht naar het buitenland onder het dekmantel van de hongerige bevolking te voorzien met voeding.

De Russische tsaar Nicolaas II, zijn vrouw en kinderen werden zonder vorm van proces geëxecuteerd in opdracht van Lenin.

Regeringsleider

De nieuwe regering kreeg de naam: Raad van Volkscommissarissen (d.w.z. ministerraad). Lenin werd voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen (premier). Tevens leidde Lenin het centraal comité van de Bolsjewistische Partij, die vanaf februari 1918 de naam Russische Communistische Partij kreeg.

In december 1917 vormde Lenin zijn tweede regering, een coalitieregering (tevens de laatste coalitieregering in Sovjet-Rusland; in 1918 werden de coalitiegenoten uit de regering gezet), waarin ook leden van de Linkse Sociaal-Revolutionaire Partij zitting hadden. De nieuwe regering zond een afvaardiging om vrede te sluiten met de Centralen (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Bulgarije en Turkije). De eerste besprekingen mislukten maar in februari 1918 werd de Vrede van Brest-Litowsk gesloten. Rusland onttrok zich aan de Eerste Wereldoorlog, maar in eigen land begon de burgeroorlog (→ Russische Burgeroorlog). Voormalige tsaristische officieren, burgerlijke politici, een deel der sociaaldemocraten (Mensjewiki) en de sociaal-revolutionairen begonnen de nieuwe communistische regering te bestrijden. Deze 'Witte Legers' bestreden gedurende 3 jaar de 'Rode Legers'. In 1921 kwam de burgeroorlog formeel tot een einde, hoewel het nog tot 1924 onrustig zou blijven in Rusland, in Turkestan zelfs tot 1926 (op enkele gewapende groepen van de Basmatsjiopstand na, die doorvochten tot in de jaren '30).

Laatste jaren

In mei 1922 werd Lenin getroffen door een beroerte, waarvan hij echter herstelde; later volgden er nog meer. Bij een latere beroerte werd Lenin deels van zijn spraakvermogen beroofd. Uiteindelijk stierf hij op 21 januari 1924, volgens sommigen als gevolg van een aanslag, die in 1918 op hem gepleegd was, volgens anderen aan een geslachtsziekte. Hoewel zijn weduwe Kroepskaja het er niet mee eens was, werd zijn gebalsemde lichaam permanent tentoongesteld in een mausoleum op het Rode Plein in Moskou, waar het nog steeds ligt. Iedere twee weken wordt zijn lijk speciaal behandeld.

Lenin werd na zijn dood als partijleider opgevolgd door Stalin. Later bleek dat Lenin zich negatief had uitgelaten over Stalin en andere partijleden.

Bibliografie

  • 1902: Wat te doen?
  • 1916: Imperialisme: het hoogste stadium van kapitalisme
  • 1917: Staat en revolutie
  • 1920: De Linkse Stroming
  • 1922: Laatste testament: brieven aan het congres

Externe links



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie
Persoonlijke instellingen