Mexicaanse Revolutie

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

In 1910 kwamen liberalen en guerrilla's in opstand tegen het regime van president Díaz. De Mexicaanse Revolutie was uitgebroken. In mei 1911 ontvluchtte Díaz Mexico en leefde sindsdien in ballingschap (gest. 1915). De gematigd liberale grootgrondbezitter, Francisco Madero werd president. Er heerste onvrede over zijn beleid omdat hij geen haast maakte met de landhervormingen. Madero werd op 13 februari 1913 door de reactionaire generaal Victoriano Huerta afgezet. Huerta werd echter na een jaar door revolutionairen verjaagd en de revolutionairen kwamen aan de macht. Tussen 1913 en 1917 heerste er grote chaos: rebellenleider Pancho Villa en de Indiaanse vrijheidsstrijder Emiliano Zapata stichtten semi-autonome staten en weigerden het centrale gezag te erkennen.

In 1917 wist president Venustiano Carranza de rust te herstellen en voerde een radicale, socialistisch getinte grondwet in, doch voerde deze niet stipt uit, omdat hij een gematigd man was. Álvaro Obregon, zijn opvolger was veel radicaler. In 1924 werd Plutarco Elías Calles, een extreme radicaal, president. Obregon, zijn tegenkandidaat wierp zich op als een gematigde liberaal die de invloed van de Rooms-Katholieke Kerk erkende, doch hij werd vermoord. President Calles vervolgde de katholieke kerk. Hij voerde een wet in die slechts één ambtstermijn mogelijk maakte voor een president. In 1928 werd Obregón weer tot president gekozen, doch hij werd vermoord door een katholieke extremist. Om de rust te waarborgen richtte Calles de Nationaal Revolutionaire Partij (PNR) op met zichzelf als partijleider. De presidenten die de daaropvolgende jaren regeerden waren in feite zijn stromannen.

Intussen waren katholieke militanten in opstand gekomen tegen de antiklerikale maatregelen en de kerkvervolgingen. Deze cristero-oorlog werd door het leger onderdrukt. De overheid kwam op haar kerkvervolging terug. Inmiddels was Calles van linkse radicaal tot rechtse conservatief getransformeerd. Hij was miljonair geworden door zijn investeringen en bezittingen. Na een reis naar Europa was hij in fascistisch vaarwater gekomen. Calles stond de vervolging en discriminatie van de kleine Joodse gemeenschap toe en steunde de Goudhemden, de semifascisten om de macht van de vakbonden te breken.



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie