Michel Ney

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Ney.jpg
Michel Ney, hertog van Elchingen, prins van de Moskwa, maarschalk van Frankrijk, * Saarlouis, 10 januari 1769, † (gefusilleerd) Parijs, 7 december 1815. N. was de zoon van een kuiper, trad in 1788 toe tot een huzarenregiment en werd in 1792 kapitein. In 1796 verwierf hij de rang van brigadegeneraal, in 1799 nam hij Mannheim bij verrassing in en werd daarvoor bevorderd tot divisiegeneraal. Hierna vocht hij in Zwitserland onder Masséna en onder Moreau in Duitsland. Na de Vrede van Lunéville ging N. in 1802 als gezant naar Zwitserland, waar hij de vrede en een op Franse leest geschoeide grondwet (acte van mediatie) van 19 febr. 1803 tot stand bracht. Nadat hij bij de totstandkoming van het keizerrijk de maarschalksstaf ontvangen had, trok hij in 1805 aan het hoofd van zijn troepen ten strijde, versloeg aartshertog Ferdinand op 10 oktober bij Günzburg en dwong het leger van Mack in Ulm tot capitulatie door zijn overwinning bij Elchingen op 14 okt., waarvoor hij tot "Hertog van Elchingen" benoemd werd.

Tijdens de oorlog van 1806 en 1807 droeg N. als bevelhebber van het 6de korps buitengewoon aan de successen bij, vooral door de achtervolging na de Slag bij Jena. Erfurt en Maagdenburg gaven zich aan hem over; in 1807 streed hij bij Eylau en Friedland. In 1808 begeleidde N. de keizer naar Spanje, raakte in 1811 echter in conflict met Masséna over het strijdplan en verzette zich zodanig, dat deze hem ontsloeg. Hierna leefde N. enige tijd teruggetrokken, tot hij in 1812 het bevel over het 3de legerkorps kreeg, waarmee hij bij Smolensk, vooral echter aan de Moskwa, zich bijzonder vermetel toonde en Napoleon hem op de avond van de slag de titel "Prins van de Moskwa" verleende. Op de terugtocht vermocht N. bij het oversteken van de Berezina in elk geval nog de restanten van het leger te redden.

Bij de veldtocht van 1813 hield N. bij Lützen bij de eerste aanval van de bondgenoten dapper stand, voerde bij Bautzen het bevel over het centrum en drong hierna op naar Silezië. Door Blücher aangevallen, zag hij zich genoopt uit zijn steunpunt bij Liegnitz terug te wijken en moest zijn strijdkrachten overdragen aan Macdonald en met Napoleon naar Dresden terugkeren, waar hij op 26 en 27 augustus bijdroeg aan de zwaar bevochten zege op Schwarzenberg (→ Slag bij Dresden).

Na de nederlaag van Oudinot bij Grossbeeren kreeg N. het opperbevel over de voor de mars op Berlijn bestemde troepen, maar werd op 6 sept. door Bülow bij Dennewitz verslagen. Bij de veldtocht van 1814 vocht hij bij Brienne, Montmirail, Craonne en Châlons-sur-Marne op een wijze die lof verdiende. Na de inname van Parijs drong hij echter bij Napoleon op diens aftreden aan. Lodewijk XVIII verhief hem in de adelstand en droeg hem het bevel over de 6de militaire divisie op. Na de terugkeer van Napoleon liep hij op 17 maart 1815 bij Auxerre naar deze over en kreeg het bevel over de 38.000 man sterke linkervleugel (het 1ste en 2de korps). Tijdens de Slag bij Waterloo leidde M. de grote cavalerieaanvallen op het Engelse centrum en voerde daarna de oude gardes persoonlijk aan voor de beslissende aanval, die echter faalde.

Na de capitulatie van Parijs werd N. op 8 november voor de krijgsraad gedaagd, die zich onbevoegd verklaarde, over hem als lid van de hogere adel te oordelen. De senaat veroordeelde hem op 6 december 1815 wegens hoogverraad ter dood. Op 7 december 1815 werd hij standrechtelijk geëxecuteerd.

Lit.: Bédoyère, G.J.L.M. de la: Le maréchal Ney (1902).