Militair ereteken voor buitengewone dienst of voor daad van moed of toewijding

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Ontwerp

Militair ereteken voor buitengewone dienst of voor daad van moed of toewijding
Tweede klasse
hoger
Orde van Leopold II
lager
Militair kruis
staafje
Eretekenmoed1 ribbon.gif
Eretekenmoed2 ribbon.gif

Het lint van deze medaille is rood met aan de randen de kleuren van de Belgische vlag. Het juweel bestaat uit een vierarmige ster met tussen de armen vergulde stralen. In het midden van de ster staat de Belgische heraldische leeuw. Het wordt opgehangen aan het lint met behulp van een vergulde koningskroon. Het juweel is identiek aan dit van het militair ereteken voor anciënniteit. De achterzijde van de medaille toont het koninklijk monogram.

Klassen

Dit ereteken bestaat uit twee klassen. De eerste klasse is identiek aan de tweede. Op het lint van de onderscheiding wordt een omgekeerde, vergulde "V" gehecht om het verschil aan te duiden. Uitzonderlijk werd het lint van deze onderscheiding tijdens de twee wereldoorlogen versierd met een zilveren palmtak om aan te geven dat de daden van moed voor dewelke de onderscheiding werd verleend plaats hadden gevonden in oorlogstijd.

Geschiedenis

Deze onderscheiding werd in het leven geroepen door koning Leopold II in 1873, samen met het Militair Ereteken voor dienstanciënniteit. Initieel was deze onderscheiding gekend als het "militair ereteken artikel 4". Dit artikel bepaalde de voorwaarden voor onderscheiding in geval van moed of toewijding en vormde daardoor het verschil met het militair ereteken voor anciënniteit. Tot 1952 veranderde de achterzijde van de medaille telkens wanneer een nieuwe vorst op de troon kwam.

Toekenningsvoorwaarden

Het oude reglement A83 bepaalt de voorwaarden tot toekenning van deze medaille. Volgens dit reglement kan de tweede klasse worden verleend aan elke militair die zich in bevolen dienst heeft onderscheiden wegens buitengewone dienst of wegens een daad van moed of toewijding. De eerste klasse kan uitzonderlijk worden verleend onder dezelfde voorwaarden aan officieren, onderofficieren of gelijkgestelden. Dit reglement hanteert dus bijzonder vage toekenningsvoorwaarden en sluit de onderscheiding van de eerste klasse aan beroepsvrijwilligers uit. Opmerkelijk is dat dit geen zuivere dapperheidsonderscheiding is, daar ze ook kan worden verleend voor "buitengewone toewijding". Zo gebeurt het dat militairen van de marinecomponent worden onderscheiden voor meer dan 20 jaar actieve dienst op zee in moeilijke omstandigheden, ten koste van grote fysieke en morele inzet.

Enkele Decorandi

  • Kapitein-Commandant Van Cauwenberghe ontving de tweede klasse in Libanon in 2007 voor het bieden van hulp aan een Italiaans officier die gewond raakte door een sluipschutter.
  • Eerste korporaal chef Willems ontving de tweede klasse in 2007 voor het redden van een vrouw uit een voertuig dat op het punt stond te ontbranden.
  • Luitenant-kolonel SBH Holsteyns ontving de tweede klasse in 2006 voor het redden van een burger uit handen van een overvaller. Hij geraakte hierbij tweemaal gewond.
  • Kapitein-Commandant Depla ontving de tweede klasse in 2005 voor het helpen van een gewonde vrouw in moeilijke omstandigheden en onder vijandelijk vuur in de Democratische Republiek Congo.



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie