Napoleon Bonaparte

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Napoleon Bonaparte, eigenlijke naam Napoleone Buonaparte (Ajaccio (Corsica), 15 augustus 1769 - Sint-Helena, 5 mei 1821) was Eerste Consul van Frankrijk (1799-1804) en daarna onder de naam Napoleon keizer der Fransen (1804-1815). Napoleon is vooral bekend als militair leider van het Franse leger in deze periodes, door zijn veldtocht naar Moskou en door zijn ondergang bij Waterloo. Rond 1810 heerste hij over een groot deel van Europa. Clausewitz noemde hem vanwege zijn strategische vermogens de "god van de oorlog", maar men kan hem door de ontelbare standrechtelijke executies van politieke tegenstanders, die in zijn naam werden uitgevoerd, evengoed kenschetsen als oorlogsmisdadiger.

Napoleon was twee keer getrouwd:
1. Met Joséphine de Beauharnais (1763-1814), bij wie hij geen kinderen had; dit huwelijk werd ontbonden in 1809;
2. Met Marie Louise van Oostenrijk (1791-1847), bij wie hij een zoon had.

Napoleon.jpg

Zijn functies waren:


Jeugd

Bonaparte werd geboren in Ajaccio op het eiland Corsica. Zijn ouders collaboreerden met de Franse bezetting op Corsica. Hierdoor kon Napoleon een studiebeurs in Frankrijk krijgen. Hij studeerde aan de militaire scholen van Brienne en Parijs. Toen hij deze laatste verliet was hij tweede luitenant van de artillerie.

Maar Bonaparte zocht naar carrièremogelijkheden en keerde terwijl Frankrijk van alle kanten werd aangevallen terug naar Corsica in een poging zich op te dringen als opvolger van Paoli, de vrijheidsstrijder. Het lukte hem in 1792 de positie van luitenant-kolonel te veroveren in de koningsgezinde Corsicaanse Nationale Garde. Daarna sloot hij zich in Frankrijk bij de revolutionairen aan. In Corsica was hij daardoor niet meer gewenst en verdacht van "heulen met de vijand". In 1793 nam hij, nu als kapitein van de "revolutionaire" artillerie, deel aan de verovering van Toulon op de door de Engelsen gesteunde Franse koningsgezinden. Hiervoor werd hij op 24-jarige leeftijd benoemd tot brigadegeneraal.

Napoleon grijpt de macht

In maart 1796 kreeg Napoleon als 26-jarige het bevel over het Franse leger aan het Italiaanse front, een leger van ongeveer 30.000 man. Er was gebrek aan voedsel en kleding, waardoor ook vechtlust en motivatie ontbraken. Napoleon deed grootse beloften om het moreel van de troepen op te vijzelen.

De Italiaanse veldtocht moest vanuit drie richtingen worden uitgevoerd. Het leger moest volgens opdracht van de regering (het Directoire), door de Povlakte en langs de Etsch naar Wenen trekken, terwijl de Oostenrijkse hoofdstad vanuit het noorden zou worden aangevallen door het Samber-en-Maasleger. Napoleon wist dit wel, maar had zo zijn eigen plannen. Hij veroverde Milaan en dwong de Kerkelijke Staat en de hertogen van Parma en Piacenza en Modena en Reggio tot een wapenstilstand. Napoleon veroverde Italië en liet de bevolking zware schattingen betalen, die hij naar Parijs stuurde om de regering te vriend te houden, want die beschouwde hem ondanks zijn successen op het slagveld inmiddels als een bedreiging voor de binnenlandse politiek.

Na de overwinningen in Italië ging Napoleon naar Egypte (de regering hield hem maar al te graag op afstand), om van daar uit het Engelse Voor-Indië aan te vallen. De regering wilde eigenlijk dat hij een invasie van Engeland zou uitvoeren, maar Napoleon was van mening dat de Engelsen het best bestreden konden worden door hun handel in het Oosten te blokkeren. Al snel veroverde hij Egypte, maar Engeland won op 1 augustus 1798 een zeeslag (Eerste Slag bij Aboekir) en had daardoor het Middellandse-Zeegebied in handen, terwijl Napoleons leger in Egypte vastzat.

Ook Oostenrijk, Turkije, Rusland en Napels verklaarden de Fransen de oorlog. Hierdoor verloor Frankrijk al zijn bezittingen in Italië, op Genua na. Maar toen Napoleon de berichten over de toestand in Frankrijk vernam, verliet hij Egypte en vertrok naar Parijs.

Gebruikmakend van de heersende onvrede onder de bevolking pleegde hij op 9 november 1799 een staatsgreep (vaak aangeduid als de coup van de "18de brumaire" volgens de revolutionaire Franse kalender), die slaagde. Er kwam een nieuwe grondwet, die inhield dat er drie mannen, consuls genaamd, de macht kregen. Het Consulaat werd op 15 december 1799 geïnstalleerd. Napoleon werd de eerste consul, Charles François Lebrun derde consul. Zij mochten 10 jaar aan de macht blijven, maar eigenlijk had alleen de eerste consul, Napoleon, de macht over heel Frankrijk in handen.

Een van zijn eerste daden was vrede met Engeland en Oostenrijk te sluiten, maar deze waren het niet eens met de voorwaarden en besloten samen een bondgenootschap (coalitie, → Coalitieoorlogen) tegen Frankrijk te vormen. Hierdoor brak opnieuw oorlog uit (Tweede Coalitieoorlog, 1799-1802). De vrede volgde in etappes: op 9 februari 1801 werd in Lunéville het vredesverdrag door Oostenrijk en Napels getekend. Het bondgenootschap tussen Oostenrijk en Engeland was inmiddels verbroken. Door dit vredesverdrag kreeg Frankrijk weer in het grootste deel van Italië de macht in handen. Later tekende ook Rusland het vredesverdrag. Op 15 augustus van datzelfde jaar sloot Napoleon een overeenkomst met Paus Pius VII, het Concordaat. Op 27 maart 1802 werd eindelijk ook vrede gesloten met de Engelsen.

De populariteit van Napoleon steeg in Frankrijk tot ongekende hoogte. Het volk bepaalde dat hij consul voor het leven zou worden, en door middel van een nieuwe grondwet, waarin bepaald werd dat hij zelf verdragen mocht sluiten en zelf rechterlijke beslissingen ongeldig mocht verklaren, verstevigde hij zijn machtspositie. Napoleon werd alleenheerser over Frankrijk. Frankrijk was een dictatuur gebleven, nu niet van het volk of van sommigen, maar van een enkeling.

Maar Napoleon wilde meer dan consul voor het leven zijn, en hij liet zich door de senaat tot "Keizer der Fransen" uitroepen. Op 2 december 1804 kroonde Napoleon zichzelf in aanwezigheid van Paus Pius VII in de Notre-Dame van Parijs tot keizer. Later werd hij door dezelfde paus na zijn aanvallen op de pauselijke staat geëxcommuniceerd.

Vrede en oorlog

In de gebieden die al vóór zijn machtovername onder Frans bestuur stonden, zoals Nederland en delen van Duitsland en Italië, zette hij verschillende familieleden op de troon. In 1801 sloot hij vrede met Oostenrijk en Rusland, in 1802 met Engeland. Napoleon had toen voldoende politieke rust en kon beginnen met de heropbouw van Frankrijk. Van alle tegenstanders van Napoleon was Engeland de belangrijkste.

Napoleon werd in eerste instantie door de Europese staten gezien als degene die in Frankrijk de onrust na de Franse Revolutie de kop wist in te drukken. Zijn veroveringsdrift en zijn monarchistische neigingen boezemden daarna weer vrees in. Ook zijn 'zelfkroning' tot keizer werd door de vorstenhuizen niet gewaardeerd. Vanaf 1803 kreeg Napoleon daardoor steeds meer vijanden. Engeland, Rusland, Zweden, het Heilige Roomse Rijk, Oostenrijk en Napels sloten een coalitie en in 1805 ontstond de Derde Coalitieoorlog tegen Frankrijk. De Oostenrijkers vielen Beieren binnen maar Napoleon sloeg terug. Hij versloeg een groot Oostenrijks leger bij Ulm, en ging toen door naar Wenen en bezette de Oostenrijkse hoofdstad. De Oostenrijkse en Russische legers wilden Wenen heroveroveren maar slaagden daarin niet. Deze slag werd in Austerlitz beslecht.

Talloos zijn de oorlogen en veldslagen, die hij daarna voerde. Eigenlijk was er sprake van een voortdurende oorlog, die slechts af en toe haperde door een tijdelijke vredesluiting. 1806/07 volgde de Vierde Coalitieoorlog, nu met Engeland, Rusland en Pruisen. De Vijfde Coalitieoorlog (1809) was met Oostenrijk, dat zich wederom een oorwassing door Napoleon moest laten welgevallen. Engeland streed met wisselend succes tegen de Franse bezetting van Spanje(1808-1814). Hier was van een vrede geen sprake.

De Russische veldtocht van "La Grande Armée"

De grootste machtsontplooiing van Frankrijk. Europa in 1812 (naar Putzger, Hist. Schul-Atlas, ed. 1934)
3rightarrow.pngZie ook Napoleons veldtocht in Rusland voor een uitvoeriger behandeling

De ommekeer kwam in 1812. De Vrede van Tilsit (1807) tussen Rusland en Frankrijk bepaalde o.m. dat Rusland deel zou nemen aan de blokkade van Engeland (Continentaal Stelsel). Dit leidde tot problemen voor de Russische handel en nijverheid. Die was grotendeels afhankelijk van handelsbetrekkingen met Engeland. De Russische tsaar, Alexander I, zag dat zijn economie schade opliep, en trachtte deze voorwaarden te verzachten. Napoleon bleef echter doof voor diens klachten, en uiteindelijk herstelde de tsaar het contact met zijn oude handelspartner Engeland. Op 31 december 1810 liet Rusland weten zich niet meer aan genoemde handelsbeperkingen gebonden te achten. Napoleon verzette zich hiertegen, zodat een oorlog tussen Frankrijk en Rusland onvermijdelijk werd.

Napoleon stelde een leger van 500.000 man van verschillende nationaliteiten samen aan de oostgrens van het huidige Polen. Naast Fransen (50% bij de infanterie, 35% bij de cavalerie) waren ook Italianen, Polen, Pruisen, Zwitsers, Nederlanders, Duitsers en Spanjaarden vertegenwoordigd. Het leger werd "Grande Armée" genoemd. Op 22 juni 1812 verklaarde Napoleon aan Rusland de oorlog. De volgende dag viel hij Rusland binnen. "Over twee maanden smeekt Rusland mij om vrede" ('Avant deux mois, la Russie me demandera la paix'), zei hij. De Russen waren verre in de minderheid en trokken zich terug. Op hun terugweg pasten ze de tactiek van de verschroeide aarde toe en vernielden alles wat maar bruikbaar zou kunnen zijn voor Napoleon. Napoleon had gedacht de Russen vlak over de grens al te verslaan en verder van het veroverde land te leven, maar moest een uitputtende tocht maken met schermutselingen en gebrek aan voorraden.

Op 15 augustus, de verjaardag van Napoleon, bereikte zijn leger de Dnjepr. Confrontaties met het Russische leger werden door Napoleon gewonnen, maar doordat de Russen zich steeds verder terugtrokken werd hij steeds dieper Rusland ingelokt. Na 800 kilometer in 82 dagen bereikte hij Moskou. Op dat moment was al meer dan de helft van het leger van Napoleon gekrepeerd, het merendeel door uitputting en besmettelijke ziektes. Nog steeds had hij geen beslissende slag kunnen leveren. De Russische verliezen waren groter, maar de Russen konden deze nog aanzuiveren. Het Russische leger onder aanvoering van veldmaarschalk Michail Koetoesow had besloten Moskou niet te verdedigen, maar de stad te evacueren, en het leger oostelijk van Moskou terug te trekken. Ze staken hun eigen "tweede hoofdstad" in brand om zo Napoleon te verdrijven. De Russen weigerden een vredesverdrag, en door tekort aan voedsel kon Napoleon niet anders doen dan zich terugtrekken.

De terugtocht uit Rusland was verschrikkelijk. De voedseltekorten waren zo erg dat de soldaten hun paarden opaten. Na de herfstregens volgde de Russische winter, met temperaturen ver beneden het vriespunt. Behalve door de honger kwamen nu ook vele soldaten om door bevriezing. Nog eens duizenden lieten het leven bij een poging de halfbevroren rivier de Berezina over te steken. Het leger werd ook steeds aangevallen, en toen ze op 18 december 1812 de Russische grens bereikten waren er nog maar ongeveer 18.000 soldaten over.

De rampzalig verlopen veldtocht blies het verzet tegen het Franse gezag nieuw leven in en wakkerde de onrust in Italië, de Nederlanden en Zwitserland aan. In Spanje raakten de Fransen in het defensief. Pruisen, tot dan toe een onwillige bondgenoot, verklaarde de keizer de oorlog. Rusland stond dus niet langer alleen. Frankrijk gaf zich echter nog niet gewonnen en versterkte zijn leger. In mei 1813 versloegen de Fransen hun Pruisische en Russische tegenstanders bij Lützen en bij de Bautzen. Maar in augustus 1813 rukten drie tegen Napoleon verbonden legers op naar Saksen (de Oostenrijkers, een Russisch-Pruisisch leger en een legermacht van Zweden en Russen). Tussen 16 en 19 oktober vond bij Leipzig de grote Volkerenslag plaats, waarin Napoleon verpletterend werd verslagen. De keizer trok zich terug achter de Rijn. Ondanks zijn desastreuze nederlaag hoopte hij Frankrijk nog voor een invasie te kunnen behoeden.

Met zijn resterende troepen (ondanks een tekort aan manschappen) kon hij toch nog de geallieerden een tijdje op afstand houden. Maar toen Napoleon naar Lotharingen trok om de geallieerde bevoorradingslijnen af te snijden, openden de Verbondenen onverwacht hun offensief richting de Franse hoofdstad. Deze bleek niet voldoende voorbereid op een dergelijke aanval. Op 31 maart 1814 werd Parijs veroverd. Napoleon werd op 6 april 1814 gedwongen afstand te doen van de troon, en werd verbannen naar Elba, een eiland in de Middellandse Zee vlak bij de kust van Italië. Lodewijk XVIII nam de macht in Frankrijk over. Dit ging echter met grote zuiveringen (bekend als de Witte Terreur) gepaard.

De Honderd Dagen van Elba naar Waterloo

Tien maanden na de verbanning naar Elba ontsnapte Napoleon en ging terug naar Parijs. Hij zou opnieuw de macht grijpen, maar nu voor een kortere periode, die in de geschiedenis bekend staat als de "Honderd Dagen". Hij reisde via de naar hem vernoemde 'route Napoleon' naar Grenoble, kreeg steun van legeronderdelen, en trok verder. Hij kreeg de steun van het volk vanwege de weerzin die het had jegens Lodewijk XVIII. Deze gaf nog wel opdracht Napoleon te arresteren, maar de meeste agenten en militairen liepen naar Napoleon over. Het volk was de Witte Terreur zat, en bij het leger was Napoleon nog altijd zeer populair. Zij namen het op voor Napoleon, en Lodewijk vluchtte. De geallieerden, die op dat moment juist in Wenen een congres (→ Congres van Wenen) hadden belegd om de nieuwe grenzen van Europa te bepalen, waren verbijsterd toen het nieuws hen bereikte.

Napoleon verslagen bij Waterloo

De geallieerden, Rusland, Oostenrijk, Pruisen en Engeland maakten zich klaar voor een nieuwe oorlog. Napoleon wilde met zijn leger de eeuwige vijand Engeland verslaan. De Fransen en de Engelsen troffen elkaar vlak bij Waterloo. Napoleon viel meerdere keren aan, maar de Engelsen hielden stand en toen de Pruisen zich bij de Engelsen aansloten, verloor Napoleon op 18 juni 1815 de Slag bij Waterloo.

Napoleon vluchtte naar de havenstad Rochefort en wilde van daaruit naar de Verenigde Staten. De haven werd door de Engelsen geblokkeerd, en Napoleon zag geen andere uitweg dan zich over te geven. Op 22 juni 1815 moest Napoleon voor de tweede keer afstand doen van de troon en dit keer voorgoed.

Van Waterloo naar St. Helena

De Engelsen beloofden hem aanvankelijk asiel in hun eigen land, maar toen ze "de kleine korporaal" eenmaal in handen hadden herinnerden ze zich plotseling niets meer van die belofte en verbanden ze de keizer naar het afgelegen eiland Sint-Helena in de Atlantische Oceaan halverwege Zuid-Afrika en Zuid-Amerika. Napoleon bracht zijn laatste jaren door met het schrijven van zijn memoires. Gedurende zijn zesjarige verblijf op Sint-Helena werd Napoleon o.a. terzijde gestaan door graaf Charles Jean Francois Tristan de Montholon, een voormalig brigadegeneraal, die later executeur testamentair van de keizer werd.

Op 5 mei 1821, 51 jaar oud, stierf Napoleon Bonaparte op Sint-Helena, onder nooit geheel opgehelderde omstandigheden. Volgens sommige verhalen is hij vergiftigd. Volgens andere zou hij maagkanker hebben gehad, of een opspelende geslachtsziekte.

Kwaliteiten en fouten

Napoleon was een groot organisator. Hij heeft talloze bestuurlijke vernieuwingen doorgevoerd en in heel Europa een voorbeeld van een strak geregeld en doeltreffend bewind nagelaten. Hij was ook een bekwaam wetgever.

Napoleon verkeek zich op het effect van de extreme koude en de enorme afstanden in Rusland vergeleken met die van westelijk Europa. Daardoor eindigde zijn invasie van Rusland in 1812 in een echec.

De Spaanse veroveringstocht was een kostbaar fiasco. De strijd tegen Wellington en de Spaanse opstandelingen heeft vele duizenden doden gekost en in 1814 stonden de Engelsen voor Toulouse.

Napoleon ontwikkelde zich meer en meer tot een tiran. Censuur en een uitgebreide geheime politie onderdrukten alle kritiek op de keizer. Door steeds jongere rekruten op te roepen en voortdurend oorlog te blijven voeren heeft Napoleon Frankrijk demografisch en economisch uitgeput.

Napoleon was een zeer bekwaam propagandist van zijn eigen zaak maar een slecht redenaar. Zowel bij zijn optreden voor de "Raad der Ouden" in Saint-Cloud tijdens zijn staatsgreep in 1799 als bij zijn rede voor de Senaat na de nederlaag in Rusland heeft Napoleon staan hakkelen en sloeg hij een modderfiguur.



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie