Nieuwpoort

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Zomer 1914: na 84 jaar vrede moet België militair verdedigd worden. Het resultaat: een morzel gronds in een uithoek van het land kan gered worden van vier jaar bezetting. In wat daaraan vooraf ging en de jaren nadien speelde Nieuwpoort, de stad aan de monding van de IJzer, onvoorzien en onverwacht een belangrijke rol waarvoor een zware tol betaald werd. De inwoners moesten vluchten en de stad werd totaal verwoest. Een voor de hand liggende vraag dringt zich op: hoe kwam de oorlog in oktober 1914 in Nieuwpoort terecht? En hoe is het Nieuwpoort verder vervaren?

Inhoud

Politieke toestand in Europa in 1914

De grote mogendheden van Europa (Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Rusland, Groot Brittannië) strijden met mekaar om de suprematie. Oostenrijk is een veelvolkerenstaat, geconfronteerd met nationalistische bewegingen. In Oostenrijk, Duitsland en Rusland berust de beslissingsmacht goeddeels bij de staatshoofden. Alleen Groot Brittannië en Frankrijk kunnen een democratie genoemd worden. Op zoek naar een evenwicht van machten hebben grote en kleinere landen zich met mekaar verbonden door verdragen van bijstand in geval van conflict. België is neutraal, opgelegd door het verdrag van Londen (1839), de “geboorteakte” van het land. De grote mogendheden zijn garanten.

Politiek-militaire ontwikkelingen

Schlieffenplan

De Oostenrijkse troonpretendent Franz Ferdinand wordt op 28 juni 1914 in Sarajewo in Bosnië vermoord door een Bosnisch-Servische nationalist. Oostenrijk stelt Servië verantwoordelijk voor de aanslag en stelt in een ultimatum onmogelijke eisen aan de Servische staat die er nauwelijks bij betrokken was. Dit zet een hels mechanisme in gang van dreiging en mobilisaties (J.D.P. Keegan, The First World War ISBN 0-375-40052-4). Duitsland dreigt geconfronteerd te worden met een oorlog op twee fronten: in het Oosten met Rusland en in het Westen met Frankrijk. Duitsland heeft geen andere keuze dan Frankrijk preventief uit te schakelen door het enige bestaande plan, het aanvalsplan Schlieffen in werking te stellen.

Het Schlieffenplan

Het Franse leger staat opgesteld op de directe naderingsweg van Duitsland naar Frankrijk. Het doel van het Schlieffenplan is het Franse leger te omsingelen door een grote omtrekkende beweging doorheen Noord België.

De Belgische reactie

Overeenkomstig zijn neutrale status weigert België Duitsland vrije doorgang door het land op zijn weg naar Frankrijk. Op 4 augustus 1914 vallen de Duitse legers België binnen. Het Belgische leger bestaat uit een veldleger en uit vestingtroepen. Ze zullen strijden zoals voorzien door het Belgisch defensieconcept. De vestingtroepen bieden weerstand in de forten op de Maas, rond Namen en Luik. Het Belgische veldleger trekt zich volgens plan al strijdend terug naar de vesting Antwerpen om daar te wachten op de hulp van Engeland en Frankrijk, de garanten van België ’s neutraliteit en bestaan. Engelse troepen komen ter hulp, maar met te weinig en te laat. Franse hulp daagt niet op. Het Duitse leger vordert door België, zwenkt volgens plan naar het Zuiden om het Franse leger te omsingelen. Het Belgische leger doet enkele uitvallen uit Antwerpen op de flank van het Duitse leger en bindt zo een belangrijke troepenmacht die niet meer kan deel nemen aan de opmars.

Op weg naar Nieuwpoort

Sint Laureinstoren 1918

Het Duitse leger wordt gestopt op de Marne (Slag aan de Marne). De grote omsingeling is mislukt. Beide tegenstanders proberen mekaar te omvatten op de Westflank. Zo wordt het front verlengd naar de zee toe. Dit maneuver werd bekend als de koers naar de zee. Het Belgische Leger dreigt in Antwerpen geïsoleerd achter te blijven. Koning Albert I besluit Antwerpen te verlaten en trekt met het Belgische veldleger naar het Zuiden. De vestingtroepen verlaten eveneens Antwerpen. Een goed deel ervan trekt over de grens naar Nederland waar ze als vluchtelingen zullen geïnterneerd worden. Koning Albert I beslist na enig aarzelen tot ultieme weerstand achter de IJzer. De veldtocht duurde tot dan toe meer dan twee maanden. De verplaatsing van Antwerpen naar de IJzer gebeurt per trein en te voet. Het leger dat de Slag aan de IJzer zal leveren heeft zich voortreffelijk gedragen, maar is nu ten einde krachten. De kanonnen zijn versleten. De munitievoorraden zijn opgebruikt. Het is half oktober, een koude herfst en het regent. De manschappen zijn uitgeput door de lange marsen, de gevechten, de tegenaanvallen en de haperende bevoorrading. Met hulp van inundaties, gerealiseerd door sluizen en verlaten van het sluizencomplex van Nieuwpoort te openen worden Duitse troepen die de IJzer reeds overschreden hebben teruggeworpen en hun opmars definitief gestopt. Het front wordt gestabiliseerd en strekt zich uiteindelijk uit van Nieuwpoort tot Zwitserland. Vier jaar blijft het grosso modo ongewijzigd.

Nieuwpoort in 1918

Voor de oorlog, in de 19de en vroeg 20ste eeuw weerspiegelde het Nieuwpoortse stadsbeeld de geest en de smaak van zijn tijd. Historische gebouwen bevonden zich in hun originele staat of waren gerestaureerd als resultaat van een levendige belangstelling voor de middeleeuwen, die gezien werden als het glorierijk verleden van België en vooral van de Vlaamse provincies. De meeste huizen van de burgerij waren in de neo-klassicistische stijl zoals die nog kan bewonderd worden in de steden zoals Gent en Brussel. Na vier jaar oorlog is Nieuwpoort door de Duitse artilleriebombardementen tot een hoop puin herleid. De ruine van de Sint Laureinstoren wordt nu bewaard in de staat waarin hij verkeerde in 1918 als een blijvende herinnering aan de totale vernieling van de stad. Ook de dorpen en boerderijen in de omgeving van de stad zijn vernield. Grote delen van de landerijen staan onder water. Her en der liggen blindgangers en achtergelaten munitie, kadavers van paarden en lijken van gesneuvelden.

Stadhuis

Wederopbouw

De burgers van Nieuwpoort hadden als vluchtelingen de oorlog doorgebracht in Engeland of Frankrijk. Zodra het leger in 1918 de stad verlaten had, keerden ze terug naar huis. Nieuwpoort zou weder opgebouwd worden. Op een enkel bouwwerk na, het zogenaamde bommenvrij, dateert de dag van vandaag geen enkel gebouw in Nieuwpoort van voor de Eerste Wereldoorlog. Het vooroorlogs uitzicht van de stad werd door de wederopbouw grondig veranderd. Sedert de wederopbouw ziet de stadskern er min of meer uit als een laat-middeleeuwse en renaissancestad, en beslist niet zoals de stad er uit zag voor de oorlog. De wijze waarop de stad herbouwd werd kan geïllustreerd worden aan de hand van de beschrijving van enkele markante gebouwen en straten.

De stadshalle op het marktplein was het middeleeuwse handelscentrum van de stad. Het gebouw is een getrouwe reconstructie van het gebouw van voor de oorlog. Dat was mogelijk omdat eind van de 19de eeuw de hall grondig gerestaureerd was geweest na uitgebreid historisch onderzoek.

Het stadhuis op het marktplein daarentegen is helemaal geen heropgebouwd historisch gebouw. Voor de oorlog stond geen stadhuis op het marktplein. Waar nu het stadhuis staat, stonden vier huizen. Ze werden onteigend. Het “nieuwe” stadhuis werd gebouwd in 1922 volgens plannen van de architect Joseph Vierin. Deze architect had zich vroeger al verdiept in de Vlaamse bouwtradities. Na de oorlog speelde hij een belangrijke rol in de wederopbouw van de verwoeste steden. Hij ontwierp gebouwen die harmonieerden met met de landelijke of stedelijke omgeving in een stijl die hij de Vlaamse neo-renaissance stijl noemde. Deze stijl is gebaseerd op architecturale elementen van middeleeuwse Brugse gebouwen.

De Stadstoren

Rechts van het stadhuis staat een massieve toren in neo-gothische stijl, de stadstoren. Deze toren werd in de jaren vijftig gebouwd, dus na de Tweede wereldoorlog. In de toren hangen de beiaardklokken en de drie kerkklokken. Deze toren is geen reconstructie. Op ongeveer dezelfde plaats stond de kerktoren. Dat was geen gotisch bouwwerk. Het was een half afgewerkt renaissance bouwwerk.

De gothische kerk achter de stadstoren is de Onze Lieve Vrouwkerk, een getrouwe historische reconstructie. De reconstructie van de kerk en van andere getrouw gereconstrueerde gebouwen was mogelijk omdat de wederopbouw reeds tijdens de oorlog voorbereid werd. Daarenboven was op het einde van de 19de eeuw de belangstelling voor de middeleeuwse tijden sterk ontwikkeld. Dat leidde onder andere tot gedetailleerde studies van historische gebouwen en restauraties. Bijgevolg kon de wederopbouw na de oorlog steunen op heel wat documenten.

Tijdens en na de oorlog deden uiteenlopende ideeën de ronde over wederopbouw. Zo werd overwogen de verwoeste steden te bewaren in hun staat van vernieling als een monument en waarschuwing. Er werd ook aan gedacht van de gelegenheid gebruik te maken om de verwoeste steden te vervangen door moderne, gezonde agglomeraties. De inwoners van de verwoeste steden waren het daarmee helemaal niet eens. Zij wilden gewoon hun leven en hun huizen van voor de oorlog terug. Er werden uiteindelijk geen eenvormige en dwingende richtlijnen voor de wederopbouw vast gelegd. In Nieuwpoort werd het typische dambord stadsplan grotendeels bewaard. Meer nog, de historisch gegroeide zig zag rooilijnen werden niet recht getrokken wat een kleine en nuttige ingreep zou geweest zijn. Woonhuizen en andere privé gebouwen werden op exact dezelfde plaatsen herbouwd waar ze voorheen stonden. De idee de stad te herbouwen in een historiserende, laat-middeleeuwse en renaissancestijl werd slechts gedeeltelijk aanvaard.

Diverse bouwstijlen

Elke woning werd herbouwd in de stijl en op de wijze die de eigenaar verkoos. Zo zijn er woonhuizen en handelshuizen in neo-renaissancestijl, gothische stijl, neo-barokstijl, normandische stijl, cottagestijl en modernistische stijl. Een totaal nieuwe volkse woonwijk werd gebouwd als een tuinwijk.

Om aan het groot en nijpend tekort aan woningen te verhelpen werden na de oorlog ook grote aantallen voorlopige prefabwoningen gebouwd op openbare gronden. Het waren de zogenaamde KAF (Koning Albert Fonds) huizen. Ze overleefden de Tweede Wereldoorlog. Pas in de jaren vijftig werden de laatste ervan afgebroken en de openbare gronden omgevormd tot park.

Zonder te wachten op hulp van de overheid keerden de plattelandbewoners terug naar de vernielde boerderijen en dorpen. Ze installeerden zich in ruïnes en bunkers, bouwden schuilplaatsen met achtergebleven militair materieel en begonnen zonder dralen aan de restauratie van het landbouwareaal.

Persoonlijke instellingen