Proces van Neurenberg

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
De Duitse leiders in de beklaagdenbank. Voorste rij v.l.n.r.: Göring, Hess, v. Ribbentrop, Keitel, Kaltenbrunner, Rosenberg, Frank, Frick, Streicher, Funk en Schacht; achterste rij v.l.n.r. Dönitz, Raeder, v. Schirach, Sauckel, Jodl, v. Papen, Seyss-Inquart, Speer, v. Neurath, Fritzsche

Het Proces van Neurenberg was het eerste en belangrijkste van een reeks strafprocessen, die van 1945-49 door een internationaal strafhof c.q. door Amerikaanse militaire rechtbanken in Neurenberg tegen Duitse politici en militairen werden gehouden. Ook enkele industriëlen werden aangeklaagd. Op basis van de gezamenlijke verklaring van 30 okt. 1943 na het driemogendhedenoverleg te Moskou en het akkoord van Londen (1945) stelden Frankrijk, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de Sowjetunie een internationaal militair gerechtshof in met vier rechters uit elk van die landen, dat een op 18 okt. 1945 in Berlijn tegen de voornaamste Duitse leiders wegens oorlogsmisdaden ingediende aanklacht in behandeling nam.

Het hoofdproces tegen 22 aangeklaagden dat van 14 nov. 1945 tot 1 okt. 1946 te Neurenberg plaatsvond, werd afgesloten met 12 doodvonnissen tegen Martin Bormann, Hans Frank, Wilhelm Frick, Hermann Göring, Alfred Jodl, Ernst Kaltenbrunner, Wilhelm Keitel, Joachim von Ribbentrop, Alfred Rosenberg, Fritz Sauckel, Arthur Seyss-Inquart en Julius Streicher (Göring onttrok zich aan het vonnis door zelfmoord en Bormann werd bij verstek veroordeeld). Gevangenisstraffen tussen 10 jaar en levenslang werden opgelegd aan Karl Dönitz, Walther Funk, Rudolf Hess, Konstantin von Neurath, Erich Raeder, Baldur von Schirach en Albert Speer. Vrijgesproken werden Hans Fritzsche, Franz von Papen en Hjalmar Schacht. Als misdadige groepen of organisaties werden tijdens het hoofdproces aangemerkt de SS, de SD, de Gestapo en de leiding van de NSDAP, niet echter de rijksregering, de generale staf, het opperbevel van de Wehrmacht en de SA.

In aansluiting aan het hoofdproces vonden van 1946-49 twaalf vervolgprocessen plaats voor Amerikaanse tribunalen, waar 177 leidinggevenden uit de politiek, het militaire apparaat of het bedrijfsleven terecht stonden: Het betrof de processen
1. wegens medische experimenten op gevangenen;
2. tegen generaal-veldmaarschalk E. Milch;
3. tegen de rechterlijke macht;
4. tegen de SS, met name tegen O. Pohl;
5. tegen F. Flick;
6. tegen de I.G. Farben;
7. wegens de moord op gijzelaars, in het bijzonder in Zuidoost-Europa;
8. wegens rassenwetten;
9. tegen bijzondere SS-eenheden;
10. tegen het Krupp-concern;
11. tegen verschillende hoge beambten en ministers ("Wilhelmstrasseproces");
12. tegen verschillende hoge officieren ("OKW-proces").

Deze processen eindigden met 24 doodvonnissen, waarvan er twaalf voltrokken werden. 35 maal volgde vrijspraak en in de overige gevallen werden tijdelijke of levenslange vrijheidsstraffen opgelegd, maar van de gedetineerden was iedereen in 1956 weer op vrije voeten.

Van de drie hoofdaanklachten, die in de processen behandeld werden, waren de oorlogsmisdaden (zoals moord en mishandeling van krijgsgevangenen en burgers, deportatie van de burgerbevolking, plundering en buitensporige verwoesting) door het geldende volkenrecht gedefinieerd; de toelaatbaarheid van de vergelding door de overwinnaars stond niet ter discussie. Twijfelachtig was evenwel, of volgens het tot 1945 geldende volkenrecht Hitlers aanvalsoorlogen als "misdaad tegen de vrede" strafbaar waren. De hiermee samenhangende problematiek of zoiets ook met terugwerkende kracht gold (nullum crimen sine lege) was niet van toepassing op het nieuwe begrip "misdaden tegen de mensheid", dat al steeds strafbare zaken, ook als die op grond van bestaande wetgeving tegen de eigen bevolking begaan werden, als misdrijf tegen het volkenrecht beschouwde.

Tegen de eenzijdigheid en het politieke karakter van de in Neurenberg bedreven rechtspleging (geen Duitse rechters, uitsluitend veroordeling van Duitse oorlogsmisdaden) werd allerwegen - al tijdens het proces zelf - kritiek geuit. Ook in het kader van de "denazificering" waren de processen maar van beperkte betekenis, en dat ze een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van het volkenrecht vormden, zoals wel is aangevoerd, is eveneens omstreden.

Lit.: Trials of war criminals before the Nuremberg Military Tribunals under Control Council Law No. 10. 15 dln. (1950-53); Springer, H.: Das Schwert auf der Waage (1953); Woetzel, R.K.: The Nuremberg trials in international law (1960); Münch, I. v.: Das völkerrechtliche Delikt in der modernen Entwicklung der Völkerrechtsgemeinschaft (1963); Davidson, E.: The trial of the Germans. An account of the twenty-two defendants before the International Military Tribunal at Nuremberg (1966); Das Dritte Reich im Kreuzverhör. Aus den unveröffentlichten Vernehmungsprotokollen des Anklägers Robert Max Wassili Kempner (1969).