Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Slagveld Bohemen (uit Meyer, Hist. Handatlas, 1911)
De Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog, ook Pruisisch-Duitse Oorlog genoemd, was een oorlog die in 1866 tussen Pruisen en Oostenrijk en beider bondgenoten werd gevoerd. De directe aanleiding was de strijd om Sleeswijk-Holstein (→ Duits-Deense Oorlogen) en het besluit van de Duitse Bond (bond van Duitse staten en vrije steden, 1815-66, waarvan ook de kroonlanden van Oostenrijk deel uitmaakten) van 14 juni 1866 om de niet tot Pruisen behorende bondsstaten tegen Pruisen te mobiliseren. Maar in feite was de oorlog het gevolg van de Pruisische politiek sedert Frederik de Grote en het streven van Bismarck naar één Duits Rijk zonder Oostenrijk onder Pruisische leiding.

Het bondgenootschap tussen Pruisen en Italië van 8 apr. 1866 dwong Oostenrijk tot een strijd op twee fronten. Het zette 85.000 man in tegen Italië die zich tot verdedigen beperkten, en 247.000 man, waarbij zich 140.000 man Duitse hulptroepen aansloten, tegen Pruisen. Daarvan werden er 270.000 onder aanvoering van Benedek in Bohemen opgesteld. Pruisen beschikte over 300.000 man, van wie er 45.000, het zogeheten Mainleger, onder generaal Vogel von Falckenstein de strijd moesten aanbinden met de Duitse bondgenoten van Oostenrijk (de "Mainveldtocht").

Reeds op 16 juni 1866 rukten Pruisische troepen Keurhessen, Hannover en Saksen binnen. Op 22 en 23 juni stonden drie Pruisische legers voor de grens van Bohemen: het 2de leger onder de kroonprins stond in Silezië, het 1ste onder prins Friedrich Karl in de Lausitz (ten westen van de Neisse), en het derde (het "Elbeleger") onder Herwarth von Bittenfeld in Saksen. Doel van de drie legers was de hoogvlakte van Gitschin (tussen de bovenloop van de Elbe en de Iser); het Oostenrijkse noordelijke leger, dat bij Olmütz was samengetrokken, rukte eveneens naar genoemde hoogvlakte op.

De Pruisen staken ongehinderd de bergpassen over en waren aanzienlijk dichter bij het beoogde doel dan de Oostenrijkers, die weinig hoop op de overwinning koesterden na het ongunstige verloop van de gevechten van hun vooruitgeschoven troepen tussen 26-29 juni bij Hühnerwasser, Podol, Münchengrätz, Gitschin, Nachod, Trautenau, Skalitz, Königinhof en Schweinschädel. Benedek adviseerde op 2 juli vrede te sluiten, maar kreeg het bevel ten noorden van Königgrätz in een versterkte stelling de aanval af te wachten. Daar vond op 3 juli de beslissende slag plaats (→ Slag bij Königgrätz), die uitliep op een nederlaag van de Oostenrijkers, waarna ze naar Olmütz terug moesten trekken.

Oostenrijk trachtte zich vervolgens door interventie van Napoleon III te redden, maar kreeg van deze geen steun van betekenis. De Pruisen drongen steeds verder in de richting van Wenen op; hun hoofdkwartier was op 13 juli in Brünn (thans: Brno), en 17 juli in Nikolsburg. Aartshertog Albrecht, die op 24 juni bij Custoza de Italianen had verslagen, wilde een verrassingsaanval uitvoeren, maar rukte te langzaam op, waarna, terwijl Tegetthoff nog op 20 juli bij Lissa de Italiaanse vloot had overwonnen (→ Slag bij Lissa), op 21 juli niet meer werd bereikt dan een vijfdaags bestand. Niet iedereen kreeg hiervan tijdig bericht; zo werden op 22 juli bij Blumenau nog felle gevechten geleverd met de brigade van Mondl, die Pressburg (thans: Bratislava) dekte.

Intussen had het Mainleger, hoewel dit bij Langensalza (27 juni) verlies had geleden, het leger van Hannover op 29 juni tot capitulatie gedwongen, 4 juli de Beieren bij Dermbach verslagen, was 10 juli bij Hammelburg en Kissingen de Saale overgestoken, en had 13 juli de Hessen bij Laufach en 14 juli een Oostenrijkse brigade bij Aschaffenburg overwonnen. Manteuffel nam het opperbevel over en dwong door de gevechten bij Tauberbischofsheim (24 juli), Helmstadt en Rossbrunn (25 en 26 juli) de troepen vant Baden, Wurtemberg en Beieren tot de aftocht naar Würzburg.

Nu verzochten ook de Zuidduitse regeringen in Nikolsburg om vrede. Op de op 26 juli tussen Pruisen en Oostenrijk gesloten voorlopige vrede volgde op 1-3 aug. de wapenstilstand met Beieren, Hessen-Darmstadt, Wurtemberg en Baden. De vrede werd op 13 augustus met Wurtemberg, op 22 aug. met Beieren, 23 aug. met Oostenrijk (Vrede van Praag) en 22 okt. met Saksen gesloten; op 1 okt. tussen Oostenrijk en Italië. Afgezien van een oorlogsschatting moest Oostenrijk met de ontbinding van de Duitse Bond akkoord gaan, Sleeswijk-Holstein, Hannover, Keurhessen, Hessen-Homburg, Nassau en Frankfort aan de Main aan Pruisen afstaan en instemmen met de oprichting van een Noordduitse Bond.

Literatuur

  • Kriegsgeschichtliche Abtheilung des Grossen Generalstabes (red.): Der Feldzug von 1866 in Deutschland (1+1 dln.). Berlin: Mittler, 1867.
  • K. u. k. Generalstabsbureau für Kriegsgeschichte (red.): Österreichs Kämpfe im Jahre 1866 (5 dln.). Wien: Gerolds, 1867-69.
  • Friedjung, H.: Der Kampf um die Vorherrschaft in Deutschland 1859-66 (2 dln.). Berlin: Cotta, 1897/98.