Russisch-Turkse Oorlog 1828/29

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Zuidoost-Europa en Kleinazië omstreeks 1880 (naar Hettema, Hist. Schoolatlas, ed. 1910)
Reeds na de sluiting van het Verdrag van Akkerman op 6 okt. 1826, waarvan de uitvoering door de Turken werd getraineerd, begon Rusland troepen aan de grenzen te concentreren en gebruikte de Griekse Kwestie (de internationaal gesteunde vrijheidsstrijd van de Grieken tegen het Turken) om op een conflict aan te sturen. Het sloot op 6 juli 1827 met Engeland en Frankrijk een verdrag om te komen tot de oprichting van een zelfstandige Griekse staat. Toen Turkije weigerde daaraan mee te werken, verklaarde Rusland op 28 apr. 1828 Turkije de oorlog.

Op 7 mei 1828 stak het voor de Balkan bestemde Russische leger (65.000 man) onder Wittgenstein de Proet over. Het bezette Moldavië en Wallachije, ging 8 juni bij Satunowo (niet ver van Isaccea) de Donau over, en belegerde Braila, dat 17 juni capituleerde, waarop de andere vestingen in de Dobroedsja zich eveneens overgaven. Wittgenstein was intussen opgerukt naar Pasardžik, generaal Roth blokkeerde Silistria en Gioergioe, en Geismar dekte de uiterste rechtervleugel en observeerde Nikopoli en Vidin. Oorspronkelijk zou het doel van de hoofdaanval Varna zijn, maar uiteindelijk richtte de hoofdmacht zich op Sjoemla, waar de Turken onder Hoessein Pasja zich verschanst hadden. De Russen sloegen verscheidene uitvallen terug, maar moesten zich, gedwongen door voedselgebrek en ziekte, terugtrekken naar Novipazar en de troepen die Silistria belegerden.

Admiraal Greig was met de Russische vloot voor Varna aangekomen en had troepen onder Mensjikow ontscheept voor de belegering. Varna gaf zich 10 okt. over en werd door de Russen bezet. Bij Silistria vulde de regen de Russische loopgraven, zodat vorst Tsjerbatow zich genoodzaakt zag om de belegering op 10 nov. op te geven. Generaal Geismar werd op 18 aug. door de pasja van Vidin naar Crajova teruggeworpen, maar versloeg op zijn beurt de vijand op 27 sept.

Op het Aziatische strijdtoneel drongen de Russen met 22.000 man onder Paskewitsj op, bestormden op 5 juli Kars en namen 25 juli Poti in. Daarop volgde de capitulatie van Achalkalaki. Op 21 aug. versloeg Paskewitsj twee pasja's aan de Koera en veroverde Achalzych; daarna capituleerden Aikoer, Bajasid, Diadin en Topra-Kale, en Paskewitsj betrok de winterkwartieren. De sultan daarentegen was vastbesloten tijdens de winter alle Russische veroveringen weer in bezit te nemen, Varna in elk geval. De garnizoenen van de vestingen langs de Donau en in Azië werden versterkt.

Het Russische leger werd in de winter gekweld door ziektes en kampte met logistieke problemen. Het opperbevel werd overgenomen door veldmaarschalk Diebitsj-Sabalkanskij. In mei begon de belegering van Gioergioe en Silistria reeds opnieuw. Op 27 febr. had schout-bij-nacht Kumany Sisebolu (bij Burgas) vanuit zee ingenomen. Op 10 mei brak Diebitsj op, stak na een gevecht bij Silistria de Donau over, sloot deze vesting volledig in en bracht tegelijk de verbindingen met Varna en Provadia tot stand. Op 11 juni werden de Turken bij Tsjerkovna beslissend verslagen en naar Sjoemla teruggeworpen. Op 30 juni gaf Silistria zich over. Diebitsj forceerde nu de overtocht over het Balkangebergte en trok met de hoofdmacht op Adrtianopel aan, dat 20 aug. capituleerde. Ondertussen ontstonden schermutselingen aan de Donau tussen Russische troepen en Turkse patrouilles uit Nikopoli. Daarom bestormde kolonel Gowarow deze plaats op 25 juli, werd evenwel op 14 aug. in Turna ingesloten, waaruit hij ternauwernood werd gered door Kisselew, die hem te hulp was gesneld. Kort daarop veroverden de Turken Rahovo waardoor ze weer de controle kregen over de verbinding tussen Nikopoli en Vidin.

In Azië versloeg Paskewitsj de Turken op 1 juli niet ver van Kainli en Hagli Pasja op 2 juli bij Milli Dugow, veroverde Erzeroem, versloeg op 8 aug. de pasja van Trapezunt bij Gümüsj-Chana en nam laatstgenoemde plaats in.

Hierop sloot de sultan op 14 sept. 1829 de Vrede van Adrianopel. Moestafa Pasja rukte evenwel met 30.000 Albanezen op naar Adrianopel, doch werd op 16 okt. bij Arnaut Kaljessi verpletterend verslagen.

Lit.: Moltke, H. v.: Der russisch-türkische Feldzug in der europäischen Türkei 1828 und 1829 (2de dr. 1877).