Russische Revolutie

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De Russische Revolutie (Russisch: Русская революция, Russkaja rewoljuzija) was een politieke omwenteling in Rusland die duurde van 1905 tot 1922, maar meestal wordt de term echter gebruikt voor de Februarirevolutie en de Oktoberrevolutie van 1917. De Revolutie maakte een einde aan het Russische tsarenrijk en vestigde de eerste communistische staat ter wereld: de Sovjet-Unie.

Voorgeschiedenis

Toen Tsaar Alexander II de regels in Rusland iets versoepelde (hij wilde Rusland een grondwet geven), kwamen er meteen verzetsgroepen die zich tegen het beleid van de Tsaar verzetten. Zo was er een radicale organisatie bekend onder de naam De Volkswil (1879). Onder het motto 'De geschiedenis is traag, we moeten haar soms een duwtje geven' werd een aanslag op de tsaar voorbereid. De opvolger van Alexander II, tsaar Alexander III sloeg deze groepen met grof geweld neer. Vele opstandelingen werden naar Siberië getransporteerd. Veel latere communisten zaten in Siberië vast, waaronder Lenin, Stalin en Trotski.

Alexander overleed in 1894 en werd opgevolgd door zijn zoon, Nicolaas II. Nicolaas was een gelovig man, in zichzelf gekeerd en ervan overtuigd dat hij net als alle andere tsaren de door God aangewezen autocraat van Rusland was, en dat hij daardoor niemand verantwoording schuldig was. Nicolaas II was overigens wel een zwakke vorst. Hij was erg wispelturig, waardoor het volk erg ontevreden werd.

Toen de revolutionairen vrijkwamen, was er nog steeds staatsterreur in Rusland. Het verzet moest dus in het geheim worden opgebouwd. De Ochrana, de geheime politie, hield iedereen scherp in de gaten. De geheime politie infiltreerde zelfs in revolutionaire bewegingen door middel van spionnen. Er ontstonden politieke partijen, die, hoewel ze vaak een semi-illegaal bestaan leidden, toch groeiden. In 1898 ontstond de Sociaaldemocratische Arbeiders Partij, die uiteen viel in de Mensjewieken en de Bolsjewieken.

In 1901 ontstond de Sociaal-Revolutionaire Partij, die door de regering het meest gevreesd was vanwege hun grote aantal leden, de aanslagen die ze pleegden en de boerenopstanden die ze aanmoedigden. In 1905 ontstond de partij van de Constitutionele Democraten (ook bekend als de Cadetten). Deze partij was in tegenstelling tot de andere gematigd. Ze wilden een democratische staat met een grondwet, een parlement en algemeen kiesrecht. Als dit niet stap voor stap te bereiken was waren ze wel bereid tot een revolutie.

In 1905 kwam de eerste stap voorwaarts naar democratische hervormingen. De tsaristische regering leed een grote nederlaag tegen de Japanners in de Russisch-Japanse Oorlog. Daarbij heerste al langere tijd onrust in het land, doordat Tsaar Nicolaas II besluiteloos was. Een belangrijke datum is zondag 9 januari (volgens de Gregoriaanse kalender 22 januari) 1905, een dag die bekend is komen te staan als Bloedige Zondag. Deelnemers aan een vreedzame protestmars wilden de tsaar een manifest overhandigen waarin democratische hervormingen werden geëist, maar meer dan honderd deelnemers werden neergeschoten door de politie. Uiteindelijk werden de revolutionairen onderdrukt, maar de tsaar beloofde hervormingen, waarvan echter weinig terecht kwam.

Toen Rusland aan de Eerste Wereldoorlog mee ging doen, werd dit aanvankelijk met groot enthousiasme begroet. Het Russische leger boekte echter geen noemenswaardige successen. Het volk werd woedend. In januari 1917 braken er voedselrellen uit in Sint-Petersburg. Deze voedselrellen sloegen spoedig om in politieke rellen, gericht tegen het tsaristisch regime. De tsaar trad af en er kwam een Voorlopige Regering.

In de nacht van 25 oktober (volgens de Juliaanse kalender) 1917 begon de opstand van de bolsjewieken, die de geschiedenis inging als de Oktoberrevolutie. Volgens de later beroemd geworden Sovjetlegende ving dit aan met een schot van de pantserkruiser "Aurora" op het paleis van de tsaar.

Opstandige troepen bezetten strategische plaatsen in Petrograd, alsmede het Winterpaleis van de tsaar. In de nacht van 26 oktober capituleerde de Voorlopige Regering en er werd een nieuwe regering benoemd door het congres der Sovjets. De voorzitter van deze nieuwe regering (de Raad van Volkscommissarissen) werd Lenin.

Lenins regering bestond uit vertegenwoordigers van de Bolsjewistische Partij (in januari 1918 omgedoopt tot Russische Communistische Partij) en de Linkse Sociaal-Revolutionaire Partij (een afsplitsing van de Sociaal-Revolutionaire Partij), waaronder Stalin als volkscommissaris voor nationaliteiten en Leon Trotski als volkscommissaris voor buitenlandse zaken (in deze functie wist hij begin 1918 vrede te sluiten met de Centralen in de Vrede van Brest-Litovsk en bewerkstelligde zodoende het einde van de Russische deelname aan de Eerste Wereldoorlog).

De Derde Russische Revolutie, ook wel 'Russische Revolutie van 1918' of 'julirevolutie van 1918' genoemd, werd gevormd door een aantal anarchistische opstanden en revoltes tegen zowel de bolsjewieken als de 'witten'. De revolutie begon op 6 juli 1918 en duurde voort tot 30 december 1922, al vonden de meeste gewelddadigheden plaats in de eerste maand na de revolutie. De revolutie brak uit tijdens het Vijfde Pan-Russische Congres der Sovjets, waar anarchisten en links-socialistische revolutionairen van een overweldigende meerderheid van de gedelegeerden geen steun kregen en daarop het Verdrag van Brest-Litovsk probeerden te saboteren en daarmee Bolsjewistisch Rusland probeerden mee te slepen in een oorlog met Duitsland, door de Duitse ambassadeur graaf Wilhelm Mirbach te vermoorden in Moskou en daarop de revolutie te starten. Onderdelen van de revolutie vormden de Kronstadtopstand, de Tambovopstand en de Arbeiders-oppositie. Opstanden braken uit in vele steden, als Petrograd, Vologda, Arzamas, Moerom, Jaroslavl, Veliki Oestjoeg, Rybinsk en andere steden. Een belangrijke leider was Dmitri Popov. Ook de Zwarte Garde was betrokken bij de opstanden.

De gewelddadigheden vormden de opmaat voor de Russische Burgeroorlog, daarbij stond het Rode Leger van bolsjewieken en communisten tegenover het Witte van anti-communisten (meest voormalige tsaristische officieren), het Groene van Oekraïense anarchisten) en de Zwarte Garde van anarchisten. Niettemin werd deze oorlog uiteindelijk in 1921 beslecht in het voordeel van het Rode Leger.