Special Air Service

Uit Milpedia
(Doorverwezen vanaf SAS)
Ga naar: navigatie, zoeken

De SAS (Special Air Service) ontstond als een commando-eenheid in het Britse Leger, die achter vijandelijke linies moest opereren. Door hun gedrevenheid in de vernieuwing van tactieken en materiaal wordt het regiment door vele special forces-eenheden in de wereld als voorbeeld beschouwd.

Oprichting

Wereldoorlog 2

De SAS wordt in 1941 bedacht en opgericht door Lt. David Stirling. Aan het verkopen van zijn idee is een wel heel avontuurlijk verhaal verbonden: Sterling is van mening dat de enige manier om zijn plan te verkopen een audiëntie bij de ‘Commander-in-Chief’ is. [[Afbeelding:David Sterling.jpg|thumb|left|David Stirling, anno 1950 Het Middle East Headquarters (MEHQ), wordt naar zijn mening bevolkt door aartsconservatieve technocraten, of ‘fossilized shit’ zoals hij het zelf noemt, die alles wat op een nieuw idee leek reflexmatig blokkeerden. Hij rijdt rechtstreeks naar het MEHQ, waar hij (op krukken na een ongeval) de wacht probeert wijs te maken dat hij zijn pasje vergeten is. De wacht trapt er niet in, en Sterling ziet zich gedwongen (met achterlating van zijn krukken) door een gat in het hek te klimmen. De wacht krijgt hem in de gaten en de jonge luitenant schiet het gebouw binnen, waar hij, na een paar willekeurige deuren te hebben geprobeerd om aan de inmiddels gealarmeerde wacht te ontkomen, het kantoor van de plaatsvervanger van Gen. Auchinleck, Gen. Neil Ritchie, binnenstormt. Deze hoort de jonge luitenant aan en belooft zijn memorandum aan zijn superieur te overhandigen. Na een tweede gesprek met Ritchie krijgt Sterling 6 officieren en 60 man om zijn idee in de praktijk te brengen.

Hoewel de eerste missie in Noord-Afrika rampzalig afloopt, zijn de raids die erop volgen allemaal succesvol. Zo succesvol dat de SAS meer vliegtuigen (op de grond weliswaar) vernietigt dan de RAF. Hun acties halen daarnaast het logistieke element van de Duitsers in Noord-Afrika onderuit, wat een belangrijke bijdrage geleverd heeft aan de geallieerde overwinning aldaar. Nadien volgen Sicilië, Italië en Frankrijk waarbij ze keer op keer hun efficiëntie bewijzen.

Tussen 1945 en 1990

David Sterling strijdt met enige medestanders voor het behoud van de eenheid. Hij luncht met de Prime Minister en overtuigt hem ervan de kern van de SAS in het Verre Oosten in te zetten. Het Ministry of War is echter niet geïnteresseerd en formeel houdt de SAS in 1945 op te bestaan. Informeel nemen veel ex-leden dienst in de TA (reservisten) eenheid 21 SAS, zodat al hun kennis en ervaring niet verloren gaat. Ook zijn veel ex-leden betrokken bij de Griekse Burgeroorlog die direct na De Tweede Wereldoorlog start tussen koningsgezinde Grieken en communisten. Engeland stuurt een 'stabilisatie'-macht die echter geen ervaring heeft met de guerrilla-tactieken van de Grieken, de SAS-leden hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog zelf deze rol vervuld en kunnen goed omgaan met de omstandigheden in de Griekse bergen. Ook voert de SAS acties uit in Palestina tegen Arabische en Joodse guerrilla's. Officieel wordt de eenheid echter weer opgericht als haar expertise nodig is in het Verre Oosten, na een communistische opstand in Maleisië en in 1948 wordt de SAS weer opgericht door Brigade-Generaal Mike Calvert. De naam Malayan Scouts die het nieuwe regiment eerst zou hebben, werd al snel vervangen door 'SAS'. Later kreeg het een officieel regimentsnummer: 22 SAS regiment. De twee reserve-regimenten hebben de nummers 21 en 23. Na de oprichting van het nieuwe regiment waren de leden constant aan het werk:

  • Maleisië 1950-58
  • Jebel Akhdar (Oman) 1958-59
  • Brunei/Borneo 1961-66
  • Aden 1964-67
  • Dhofar 1970-77

In de jaren 60 werden ook de eerste SAS. leden naar Noord-Ierland gestuurd, maar door de grote behoefte aan mannen van andere strijdtonelen werden ze al gauw teruggetrokken.

Eind jaren 70 was de SAS als eerste ter wereld bezig met een nieuw probleem: terrorisme. Er werd een speciale eenheid binnen het regiment opgericht om nieuwe tactieken te verzinnen, de zgn. CRW (Counter Revolutionary Warfare wing). De SAS had als een van de eerste ter wereld een operationeel antiterreurteam. Ook voorzag het regiment in de oprichting van een bodyguard opleiding, die veel gebruik maakte van de training en adviezen van de CRW. In 1980 bestormden leden van de eenheid het gebouw van de Iraanse Ambassade, waarin 6 Iraanse terroristen zich hadden verschanst met 26 gijzelaars waarvan ze er al twee hadden doodgeschoten. De hele operatie werd door de BBC gefilmd en bepaalt grotendeels het beeld dat we van deze eenheid hebben.

Verder was de eenheid actief in Noord-Ierland in een undercover-rol om inlichtingen te verzamelen en om de speciale inlichtingeneenheid(14 Intelligence Company, ook bekend als '14 int.' of 'Det') van het leger te trainen.

In 1982 vocht het regiment in de Falkland-oorlog waar ze observatieposten inrichtten om de Argentijnen in de gaten te houden en waar het regiment een grootscheepse aanval deed op een Argentijns vliegveld op Pebble Island.

De Golfoorlog tot heden

Tijdens de Golfoorlog (1990-1991) werden SAS-eenheden ver achter de vijandelijke linies ingezet om mobiele scud-lanceerinstallaties te vernielen. In de nacht van 23 januari 1991 werd de SAS-eenheid Bravo Two Zero ingezet langs een Irakese aanvoerroute. De missie, die al weinig slaagkans had nog voor hij begon, liep faliekant mis, wat leidde tot de dood van drie SAS-leden. Vier van hen werden krijgsgevangen genomen en gefolterd in de gevangenis van Abu Ghraib, terwijl het achtste lid een tocht van 300 km aflegde naar het neutrale Syrië.

Ondanks deze tegenvaller kunnen de SAS-acties voor en tijdens de Golfoorlog beschouwd worden als een succes.

Na de aanvallen van 9/11 in de Verenigde Staten, werden de SAS betrokken bij de oorlog in Afghanistan, waar ze succesvol jacht maakten op de Taliban in het Tora Bora-gebergte en momenteel nog altijd paraat staan.

Op 23 maart 2006 werkte het "B"-squadron mee aan de bevrijdingsmissie van de Britse gijzelaar Norman Kember, die gevangen gehouden werd in een stad ten noorden van Bagdad.

Opbouw

Het bestaat uit 5 zogenaamde Sabre-Squadrons met daarnaast het hoofdkwartier (HQ)

  • (A)lpha
  • (B)ravo
  • (D)elta
  • (G)olf
  • (R)eserve

Elk Squadron bestaat uit 4 teams van 16 man elk, met ieder hun specialiteit (hoewel iedereen in alles getraind wordt):

  • Air Troop: het “para-element”. Specialisatie = Aanvallen vanuit de lucht. Parachutes
  • Boat Troop: specialisatie = Aanval vanuit de zee. Duikersuitrustingen en boten
  • Mobility Troop: specialisatie = Voertuigen.
  • Mountain Troop: specialisatie = Aanvallen in gebergtes.

Naast deze conventionele opstelling is de SAS ook baanbrekend geweest in anti-terrorisme opdrachten.

Uit elke Sabre Squadron worden voor een periode van +/- negen maanden mannen afgehouden die een rol van “Black Ops” moeten vervullen, d.w.z. constant paraat moeten staan om in geval van gijzelingen, aanslagen, e.d. onmiddellijk weerwerk te kunnen bieden.

Ook gebeurt het regelmatig dat Squadrons op buitenlandse opdrachten gestuurd worden om

  • Zichzelf te trainen
  • Buitenlands personeel op te leiden

Verblijfplaats: Hereford en Credenhill (Herefordshire, W-Engeland)



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie