Saddam Hoessein

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Saddam Hoessein.jpg
Saddam Hoessein Abdu al-Majid al-Tikriti (* Al-Auja, 28 april 1937, † (geëxecuteerd) Bagdad, 30 december 2006), Iraaks politicus, president van Irak 1979-2003.


Opkomst

In 1957 werd Hoessein lid van de Arabisch socialistische Ba'ath Partij. In hetzelfde jaar pleegde hij zijn eerste politieke moord; hij liquideerde zijn zwager, een communistische activist.

In 1959 werd Saddam Hoessein, na een mislukte poging tot liquidatie van de Iraakse premier Abdul Karim Qassem, bij verstek ter dood veroordeeld, waarna hij onderdook in het dorpje Adwar (Ad Dawr) en vervolgens via Syrië naar Egypte vluchtte.

Een deel van zijn opleiding ontving Hoessein, door bemiddeling van Nasser (met wie hij in Egypte kennis maakte), aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Caïro. Na de 14de Ramadanrevolutie van 8 februari 1963 keerde hij naar Irak terug.

Hoessein werd na een machtswisseling gevangengezet, maar wist de gevangenis in 1967 te ontvluchten. In 1968 deed hij actief mee aan de geweldloze coup door de Ba'ath Partij. In datzelfde jaar studeerde hij af in rechten aan de Universiteit van Bagdad. Hij werd prompt benoemd tot vicevoorzitter van de Revolutionaire Commandoraad en was vanaf 1973 generaal in de krijgsmacht. In 1979 kondigde president Ahmad Hassan al-Bakr (op 65-jarige leeftijd) zijn aftreden aan waarna Hoessein zich (op 42-jarige leeftijd) zowel het voorzitterschap van de partij als het presidentschap wist toe te eigenen.

Hoessein verkreeg de absolute macht in Irak en benoemde leden van zijn Al-Tikriti-clan op bijna alle belangrijke posten in zijn regering. Hij overleefde tal van couppogingen en aanslagen. Ter consolidatie van zijn macht liet hij vele opponenten ombrengen, waaronder leden van zijn eigen familie. Een uitgebreid veiligheids- en inlichtingensysteem, de geheime politie en zeer waarschijnlijk het gebruik van dubbelgangers, hebben hem behoed voor liquidatie.

Onder zijn regime gebruikte hij de oliereserves om van zijn land een belangrijke regionale militaire macht te maken. Tijdens dit regime werden de Koerden, die vooral in het noorden van het land leefden, zwaar onderdrukt. In totaal werden naar schatting 200.000 Koerden vermoord door middel van conventionele en chemische wapens.

Irak-Iranoorlog

Saddam Hoessein voerde van 1980 tot 1988 een bloedige oorlog met het buurland Iran, de Irak-Iranoorlog. Hoessein zette in deze oorlog verschillende uit de Verenigde Staten afkomstige chemische massavernietigingswapens in. Formeel was het twistpunt de grenslocatie met betrekking tot de Shatt-al-Arab, het gecombineerde kanaal van de Eufraat en de Tigris naar de Perzische Golf.

Eerste Golfoorlog

In augustus 1990 bezette hij het eveneens olierijke buurland Koeweit. Het motief dat werd gegeven was de claim dat dit land historisch gezien deel uit zou maken van Irak. Dit was het begin van de Golfoorlog van 1990-1991. Tijdens de oorlog vuurde hij Scud-raketten af op Israël en Saoedi-Arabië. De bezetting werd begin 1991 met Operatie Desert Storm door geallieerde strijdkrachten onder aanvoering van de Verenigde Staten ongedaan gemaakt.

Sancties

Na deze oorlog werd een handelsembargo van de Verenigde Naties afgekondigd. Hoewel oorspronkelijk bedoeld als strafmaatregel wegens Hoesseins weigering om mee te werken met de VN op het gebied van wapeninspecties in Irak, gaven de Verenigde Staten aan de sancties te willen handhaven, zelfs al zou Hoessein volledig aan de inspecties meewerken. In 1996 aanvaardde het Iraakse parlement een plan van de VN-Veiligheidsraad om Irak toe te staan een beperkte hoeveelheid aardolie te verkopen met de opbrengst waarvan de meest urgente humanitaire nood zou kunnen worden gelenigd. Critici van de sancties stellen dat deze miljoenen onnodige slachtoffers hebben geëist. Bovendien hebben Amerikaanse en Britse troepen tussen de eerste en de tweede Golfoorlog bijna dagelijks elektriciteits- en drinkwaterinstallaties gebombardeerd. Dat leidde tot een acuut tekort aan zuiver drinkwater.

Irakoorlog

De Veiligheidsraad van de VN riep Saddam in november 2002 unaniem op volledig en onvoorwaardelijk mee te werken aan wapeninspecties. In maart 2003 oordeelden de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en een aantal bondgenoten dat Irak niet aan deze VN-oproep voldeed, en openden de aanval: het begin van de Irakoorlog. Ondertussen hebben zowel de Amerikaanse als de Britse regering toegegeven dat de reden voor de oorlog, het bezit door Irak van massavernietigingswapens, berustte op foutieve informatie. Het regime was in april verslagen. Sindsdien werd Hoessein, tot zijn plotselinge gevangenneming in december, niet meer gezien.

Gevangenneming

Volgens Amerikaanse bronnen werd Saddam Hoessein op 13 december 2003 gearresteerd door Koerdische troepen en Amerikaanse speciale eenheden. Hoessein werd aangetroffen in een onderaardse ruimte bij een boerderij in het dorp Adwar, 15 kilometer ten zuiden van de stad Tikrit. Hij bleef krijgsgevangene van de Coalitie tot hij op 1 juli werd overgedragen aan het op 29 juni aangetreden Iraakse interim-bewind.

Proces

Op 1 juli 2004 werd Hoessein voorgeleid aan het gerechtshof. Hij erkende de rechtbank niet en weigerde de aanklacht, die zeven punten bevatte, te ondertekenen. Op 19 oktober 2005 begon de rechtszitting tegen Hoessein. Op 19 juni 2006 eiste de openbaar aanklager de doodstraf tegen hem en twee medeverdachten. Op 21 augustus 2006 moest Hoessein zich verder verantwoorden voor de moord op bijna 100.000 Koerden. Uiteindelijk werd Hoessein op 5 november 2006 veroordeeld tot de dood door ophanging. Op 26 december 2006 werd Saddam Hoessein ook in hoger beroep ter dood veroordeeld. Daarop was geen verder beroep of gratieverlening meer mogelijk.

Executie

Op vrijdag 29 december 2006 droegen de Amerikanen Saddam over aan de Iraakse overheid. Saddam zou tot vlak voor zijn executie worden vastgehouden door de Amerikanen, een maatregel waarvoor als reden werd opgegeven dat hij niet onnodig vernederd of verminkt zou worden door de Irakezen. Veel Irakezen hadden zich ongevraagd gemeld als vrijwillige beul om persoonlijk het doodvonnis te mogen voltrekken. Uiteindelijk werden drie familieleden van slachtoffers als beulen geselecteerd. De executie vond plaats op zaterdag 30 december 2006. Direct na de executie is het stoffelijk overschot van Saddam met een Amerikaanse legerhelikopter overgebracht naar zijn geboorteplaats Awja bij Tikrit. Daar is hij op 31 december 2006 begraven in de buurt van zijn zonen Oedai en Koesai die in 2003 bij een vuurgevecht met de Amerikanen waren omgekomen.



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie