Scharnhorst (1939)

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Scharnhorst (1939).jpg
Scharnhorst (slagkruiser)
Land: Duitsland
Klasse: Scharnhorst-klasse (2 schepen: Scharnhorst, Gneisenau
Waterverplaatsing (toegelaten tonnen): 38.900
Afmetingen (lengte / breedte / diepgang): 234,9 m / 30 m / 8,2 m
Bewapening (kanons / torpedobuizen): 9 x 28 cm; 12 x 15 cm; 14 x 10,5 cm; 16 x 3,7 cm; 22 x 2 cm / 6 x 53,3 cm - 4 vliegtuigen
Pantser (gordel / dek / hoofdgeschutstorens): 170-350 mm / 105 mm / 360 mm
Voortstuwingsinstallatie (ketels / machines): 12 (Wagner) / Brown, Boveri-turbines, 3 schroefassen
Totale APK: 165.000
Brandstofvoorraad: olie, 6300 t
Prestaties (snelheid / actieradius): 32 knopen / 6.400 zeemijl bij 17 knopen
Bemanning: 1.840
Gebouwd door: Marinewerf, Wilhelmshaven
Opdracht verstrekt: 1934
Kiel gelegd: mei 1935
Tewaterlating: okt. 1936
In dienst gesteld: jan. 1939 (herbouwd juli-sept. 1939)
Einde: 26 dec. 1943 gezonken


Hoewel Duitsland op grond van het Verdrag van Versailles (art. 190) geen nieuwe slagschepen mocht bouwen van meer dan 10.000 t., werden in de Jaren Twintig plannen ontwikkeld voor schepen van een aanzienlijk grotere tonnage, aanvankelijk voor een schip van 19.000 t met drie 28 cm-drielingtorens, in 1932 voor een ontwerp van 26.000 t met vier 30,5-cm-dubbeltorens en een snelheid van 34 knopen, later met drie dubbeltorens voor 38-cm-kanons. De laatste zouden echter pas na jaren leverbaar zijn zodat teruggevallen werd op het ontwerp met 28-cm-torens met de gedachte deze later te vervangen door het grotere kaliber. Dit was het uiteindelijke ontwerp voor de schepen van de Scharnhorst-klasse, die in Duitsland zelf als slagschepen werden beschouwd, maar die gezien het kaliber van de hoofdbewapening in feite slagkruisers waren.

Scharnhorst (genoemd naar de Pruisische veldheer Gerhard von Scharnhorst, 1755-1813) was een oorlogsschip met buitengewoon fraaie lijnen toen ze pas was voltooid met haar rechte achtersteven, de grote mast dicht bij de schoorsteen, welke laatste voorzien was van een horizontale kap. Een paar maanden later, toen Scharnhorst opnieuw werd uitgerust in Wilhelmshaven, was het resultaat nog indrukwekkender met haar "Atlantische" boeg, haar hellende schoorsteenkap en haar hoofdmast die een stuk naar achteren was verplaatst.

Op 23 nov. 1939 bracht Scharnhorst in de Noordzee het Britse bewapende koopvaardijschip Rawalpindi tot zinken, was van apr. tot juni 1940 samen met zusterschip Gneisenau betrokken bij de Noorse campagne ("Operatie Weserübung") en bracht op 8 juni 1940 in de Noordzee het Engelse vliegkampschip Glorious en twee torpedobootjagers tot zinken.

In de Tweede Wereldoorlog werden slagschepen dikwijls ingezet voor taken die voordien tot het terrein van de kruisers behoorden; aan Duitse kant voor het voeren van een handelsoorlog, bij de Britten voor de bescherming van handelskonvooien. In jan. 1941 verlieten Scharnhorst en Gneisenau Kiel, drongen de Atlantische Oceaan binnen via de Denemarkenstraat (tussen Groenland en IJsland) en vielen vijandelijke konvooien aan. Tussen 22 jan. en 23 mrt. 1941 brachten ze daarbij 22 schepen met in totaal meer dan 115.000 brt tot zinken. Bij deze operatie ("Unternehmen Berlin") moesten ze driemaal uitwijken voor Britse slagschepen, hoewel dat oudere, langzame schepen waren die door de Duitse eenheden dankzij hun hogere snelheid konden worden ontweken. Gedurende deze 61 dagen legden ze 17.800 zeemijl af, en gingen toen in dok in de Franse haven Brest, die ze pas het volgende jaar konden verlaten.

Brest werd geteisterd door luchtaanvallen die almaar toenamen. Dit probleem werd ten slotte zo ernstig dat de Duitse autoriteiten het verstandig achtten de schepen te verplaatsen. Hitler besloot dat ze naar Duitsland moesten worden gebracht via Het Kanaal. Deze gedurfde maar geslaagde onderneming vond op 11 febr. 1942 plaats en staat bekend als "Operatie Cerberus".

Onmiddellijk na "Cerberus" deed Scharnhorst Wilhelmshaven aan, maar werd al snel verplaatst naar de Deutsche Werke in Kiel voor herstelwerkzaamheden. Vanaf okt. 1942 oefende ze in de Oostzee en werd gestationeerd in Gotenhafen. Een paar maanden later werd Scharnhorst verplaatst naar noordelijk Noorwegen, en zou nooit meer naar Duitsland terugkeren; ze werd op 26 dec. 1943 in een gevecht met Engelse oorlogsschepen bij de Noordkaap tot zinken gebracht.

Lit.: Breyer, S.: Schlachtschiff Scharnhorst (1990)