Slag aan de Lisaine
Uit Milpedia
De Lisaine (Frans: Lizaine) is een rivier in het noordoosten van Frankrijk nabij de Zwitserse grens, bekend door de gevechten die daar tijdens de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 van 15 tot 17 jan. 1871 tussen de Duitsers onder Werder en de Fransen onder Bourbaki plaatsgrepen. Werder was na het gevecht bij Villersexel ter dekking van de belegering van Belfort opgerukt tot achter de Lisaine waar hij 43.000 man samentrok op de linie Frahier, Chenebier, Chagey, Héricourt en Montbéliard en aldus een sterke stelling vormde, die door zwaar geschut ondersteund werd.Bourbaki naderde met het 150.000 man sterke Franse oostelijke leger, wierp op 13 jan. 1871 de Duitse voorhoede bij Arcey terug en viel op 15 jan. de stelling bij het sterkste gedeelte, tussen Héricourt en Montbéliard, met drie legerkorpsen (het 20ste, 24ste en 15de) aan. Toch slaagde de Franse artillerie ondanks haar numerieke meerderheid er niet in om de Duitsers de baas te worden, en alleen Bussurel en de stad Montbéliard werden veroverd, terwijl het tot vesting omgebouwde slot van Montbéliard in Duits bezit bleef. Een onder Billot tegen Chagey parallel aan de andere ingezette 40.000 man sterke colonne (18de korps en een divisie onder Crémer) liep vertraging op en nam eerst tegen de middag Chagey in.
Op 16 jan. 1871 zetten de Fransen de aanval over de hele linie voort, maar vergeefs; de omsingeling van de Duitse rechtervleugel bleef ook deze dag achterwege, hoewel de divisie van Crémer, die een divisie van het 8ste korps volgde, Chenebier innam, zodat generaal Degenfeld zijn troepen via Frahier tot aan de molen van Rougeot terug moest trekken. Dit was het kritieke moment van de slag; Werder zond de weinige troepen die gemist konden worden (8 bataljons, 8 eskadrons, 4 batterijen) onder von Keller naar Frahier en drie 24-ponders naar de molen van Rougeot.
De Fransen ondernamen tijdens de nacht over de hele linie aanvallen, die echter afgeslagen werden, maar lieten geen versterkingen naar Chenebier aanrukken. De beide daar aanwezige Franse divisies werden 's morgens om 5 uur door Keller overvallen, waarbij een deel van het dorp in Duitse handen viel. De Fransen gingen bij het aanbreken van de dag weliswaar op bevel van Bourbaki opnieuw in de aanval, doch Keller wist uiteindelijk in de stelling bij Frahier stand te houden.
Over de hele linie vonden op 17 jan. alleen beschietingen door de artillerie plaats. 's Middags ontving Bourbaki het bericht dat het Duitse zuidelijke leger (Manteuffel) in opmars was en besloot in de vroege uren van de 18de jan., overwegende dat zijn troepen nagenoeg uitgeput waren, tot de terugtocht. Als rugdekking liet hij tot aan de avond van 18 jan. op de hoogten van de rechteroever van de Lisaine sterke eenheden achter.
Na een voor de Duitse troepen noodzakelijke rustdag ging Werder op 19 jan. tot de achtervolging over en bracht de Fransen nog aanzienijke verliezen toe, tot hun door Manteuffel de weg naar Lyon versperd werd zodat hun alleen nog een uitweg naar Zwitserland restte. Het lot van het Franse oostelijke leger was daarmee bezegeld.
De Duitsers hadden 60 officieren en 1.586 man verloren, de Fransen tegen de 8.000 doden en gewonden. Het strategische succes was: voortzetting van het beleg van Belfort, dekking van de Elzas, en zekerstelling van de verbinding met de Duitse legers die voor Parijs lagen.
Lit.: Kunz, H.: Die Schlacht an der Lisaine (1896); Varnhagen, H.: idem (1896).
