Slag bij Gravelotte

Uit Milpedia

Ga naar: navigatie, zoeken
Gravelotte is een dorp 10 km ten westen van Metz in Frankrijk. Van 1871-1918 hoorde het bij Duitsland. De Slag bij Gravelotte of Slag bij Gravelotte-St. Privat op 18 aug. 1870 was tijdens de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 de derde van drie grote veldslagen (→ Slag bij Colombey-Nouilly, → Slag bij Vionville) in de omgeving van Metz (aanvankelijk dikwijls de Slag van Rezonville genoemd). De slag, die de grootste was van de hele oorlog van 1870/71 viel uiteen in drie kleinere veldslagen: bij Gravelotte, Amanweiler en Saint-Privat en eindigde met de nederlaag van de Fransen onder Bazaine.

In Gravelotte bevond zich op 16 aug. tijdens de Slag bij Vionville-Mars-la-Tour het hoofdkwartier van het Franse Rijnleger en van de Keizerlijke Garde. Op de ochtend van de 16de begaf Napoleon zich naar Châlons; 's avonds liet maarschalk Bazaine van Gravelotte het bevel aan het Rijnleger uitgaan, om naar de stelling van Metz terug te keren. Deze verplaatsing maakte een aftocht in noordwestelijke richting nagenoeg onmogelijk; maar door de noodzakelijke bevoorrading van de munitie- en proviandcolonnes kon de maarschalk niet anders. Tactisch was stelling die het Franse leger nu innam overigens uiterst gunstig.

Op 17 aug. kwam de Pruisische koning met het hoofdkwartier op het slagveld van Vionville-Mars-la-Tour aan. De berichten spraken elkaar tegen, maar het leek erop, dat een deel van het Franse leger via Briey was weggetrokken of daarmee doende was en dat een ander deel meer naar Metz was verplaatst. Dat Bazaine met zijn hele leger in Metz was gebleven, viel niet aan te nemen. Op de ochtend van de 18de aug. werd duidelijk, dat de hoofdmacht van het Franse Rijnleger bij Metz verbleef, maar over de posities tastte men in het duister.

In het verloop van de slag werd daarom een verplaatsing van de Duitse troepen naar links noodzakelijk wat de acties van de belangrijke Duitse linkervleugel vertraagde. Het 7de en 8ste korps (1ste leger Steinmetz) kregen bevel, de hoogten van St. Hubert aan te vallen.met als steunpunt de Moezel. Als westelijke staffel volgde het 9de korps, dan het gardekorps en ten slotte het 12de korps. Het 3de en het 10de korps, alsmede de cavaleriedivisies werden voorlopig westelijk en noordwestelijk van Vernéville in reserve gehouden.

Het 9de korps meende het einde van de Franse rechtervleugel al bij Amanweiler te bespeuren, zwenkte naar rechts en viel aan, nog voordat de verder naar het westen marcherende staffels ondersteuning konden bieden. De korpsartillerie raakte plotseling in een hevig gevecht met de Franse infanterie. De infanterie van het 9de korps kwam eveneens zwaar onder vuur te liggen.

De 3de infanteriebrigade van het gardekorps, dat linksaf was geslagen naar Habonville, bracht samen met de korpsartillerie van het 3de korps, die uit de reserve was gehaald, de slag in evenwicht. Tegelijkertijd met het 9de korps had zich rechts daarvan het 1ste leger in de strijd gemengd. St. Hubert werd door de Duitsers ingenomen, in de directe omgeving van de Fransen zelfs met artillerie verdedigd. Een aanval van de 1ste cavaleriedivisie op de Franse infanterie, die de stenen brug ten westen van Rozérieulles bezet hield, werd weggevaagd; in het Moezeldal leverden onderdelen van het 7de legerkorps een gevecht dat erop gericht was de bereikte posities te consolideren.

Volgens de plannen van de Duitse legerleiding moest de beslissing van de slag op de linkervleugel vallen. Om half vier was daar het dorp Sainte Marie-aux-Chênes door eenheden van het gardekorps en het 12de korps veroverd. Het 12de korps, dat nu weer naar de linkervleugel uitweek, trof voorbereidingen om de Franse rechtervleugel bij Roncourt te omsingelen. Maar voor het daartoe gereed was, voerde het gardekorps een frontale aanval uit op de zeer sterke Franse stelling bij St. Privat. De gedurfde aanval liep na zware verliezen vast ten westen van het dorp, waarna een gevechtspauze werd ingelast om het resultaat van de omsingeling door het 12de Saksische korps af te wachten. Dit bleek onverwacht snel succes te hebben geboekt. Het bij Roncourt en Malancourt staande Franse korps Canrobert ontruimde de plaatsen na een licht gevecht, zodat het 12de Saksische korps enkele onderdelen naar rechts liet afzwenken en de laatste aanval van het gardekorps op St. Privat nog ondersteunen kon.

Om half acht 's avonds was het dorp in Duitse handen. Het verslagen 6de en enkele onderdelen van het 4de Franse korps sloegen in paniek op de vlucht en werden door de Franse gardedivisie Picard opgenomen. Het 3de en 10de Pruisische korps, die tot dusverre in reserve waren gehouden, gingen nu op de fel omstreden heuvelrug ten westen van Amanweiler af. Alleen de artillerie kreeg nog de kans om het vuur te openen. Tegelijk met deze opmars arriveerden de voorste eenheden van het 2de (Pommerse) legerkorps na een mars van 6 mijl achter de voorhoede van het 1ste leger. Bij St. Hubert en bij Point-de-Jour gaf de aanwezigheid van dit korps, waarbij de uitgedunde schare van het 1ste leger zich aansloot, aanleiding om nog eenmaal snelvuur te openen op de hele breedte van het Franse front. Pas de duisternis maakte een eind aan de Duitse aanval. De legers bivakkeerden met hun geweer onder handbereik in de buurt van de gevechtszone. In de nacht van de 19de aug. ontruimden de Fransen hun stelling en trokken naar Metz terug.

Het Duitse leger, 178.818 man infanterie, 24.584 ruiters en 726 stukken geschut sterk, had 899 officieren en 19.260 man verloren. De Fransen, afgezien van de 130.000 man sterke bezetting van Metz, hadden 595 officieren en 14.200 man verloren. De nabijheid van de vesting maakte het hun mogelijk, alle stukken geschut en alle vaandels te redden, slechts 2.600 gevangenen vielen in Duitse handen. Het doel van de slag, de Fransen de weg naar het westen te versperren, was bereikt; het beleg van Metz werd terstond (19 aug.) door de Duitse troepen ter hand genomen.

Lit.: Scherf, W. v.: Betrachtungen über die Schlacht von Gravelotte-St. Privat (1895); Bleibtreu, G.: Die Kämpfe um Metz (3de dr. 1901); Lehautcourt, P.: Études de tactique appliquée. L'attaque de Saint-Privat (1901); Schmid, E. v.: Die Schlacht bei Gravelotte, Amanvillers und Saint Privat am 18. und 19. August (1907).

Persoonlijke instellingen