Slag bij Nieuwpoort

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken


Inleiding

In 1600 leverden Staatse en Spaanse legers slag op het strand bij Nieuwpoort. Deze slag zelf en de gebeurtenissen er rond kenden destijds al een enorme weerklank. Mede op grond van het gemakkelijk te onthouden jaartal is de Slag bij Nieuwpoort tot op de dag van vandaag wijd bekend in Nederland als een markante gebeurtenis van de Tachtigjarige Oorlog. In de vaderlandse geschiedenis van België daarentegen krijgt de slag, ten onrechte, niet de aandacht die hij verdient.

Politieke, economische en sociale achtergrond

De 15de en 16de eeuw kenden geen nationale staten zoals die nu bestaan. De gebieden die nu gekend zijn als Nederland, België, Luxemburg, Noord Frankrijk, telden een aantal graafschappen, hertogdommen en heerlijkheden met aan het hoofd een feodale soeverein, graaf, hertog, heer… Het waren zelfstandige politieke entiteiten, gekend als de Zeventien Provinciën en ook als de lage landen bij de zee, als de Nederlanden (Pays Bas) of met een zeer algemene term gewesten. De steden in die gebieden genoten een verregaande autonomie, elk met eigen rechten en voorrechten.

De provinciën werden in feite bestuurd door afgevaardigden van de “staten” , de gezamenlijke personen die behoorden tot sociale standen van aanzien, de plaatselijke adel, de geestelijkheid en de burgerij. De term staten werd overgedragen op de vergadering waar de afgevaardigden mekaar ontmoetten: de provinciale staten of staten kortweg. De vergadering waar de afgevaardigden van provinciale staten mekaar ontmoetten was gekend als de “Staten Generaal”.

In de eerste helft van de 16de eeuw werden de provinciën verenigd in een personele unie: een Habsburger, Karel V, was door de feodale erfeniswetten en ook door gebruik van geweld soeverein geworden van elk van die gebieden, tegelijk Graaf van Vlaanderen, Graaf van Henegouwen, Graaf van Holland, Hertog van Brabant, Heer van Mechelen, enz. Tegelijk was hij ook Koning van Spaanse gebieden en Keizer van het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie.

Karel V en later zijn zoon Philips II zetten het beleid van hun Bourgondische voorgangers tegenover de Zeventien Provinciën verder: uit de verscheidenheid eenheid creëren, één grote staat. Maar, Staten en Staten Generaal en steden stonden op hun onafhankelijkheid, hun rechten en voorrechten. Ze kwamen in opstand tegen het streven van hun soeverein en zijn persoon. Brede lagen van de bevolking kwamen in opstand tegen de harde repressie van het protestantisme, tegen het wreedaardig optreden van Spaanse soldeniers, tegen de hoge belastingen en de sociale wantoestanden. De belegeringen van vestingen en versterkte steden en veldslagen die er uit voort vloeiden staan bekend als de Tachtigjarige Oorlog, ook wel de Nederlandse Opstand genoemd

In juni 1581 werd de Spaanse koning door Noordelijke Nederlanden afgezworen als hun soeverein, middels het Plakkaat van Verlatinge. In 1588 werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden uitgeroepen, ook wel 'De Verenigde Provinciën' genoemd. De Republiek kwam ongeveer overeen met het Nederland van vandaag met dien verstaande dat de Republiek geen hechte gecentraliseerde staat was maar eerder een losse vereniging van de gewesten. De Zuidelijke provinciën bleven trouw aan de soeverein. In 1600 was dat de katholieke Habsburger Philips II.

Toestand in 1600

In 1600 zijn de Staatse Nederlanden als de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden op weg naar een “gouden eeuw”. De Republiek is een zeevarende handelsnatie en een zeemogendheid. De Staten Generaal is het hoogste bestuursorgaan. Hoewel doorgaans verdeeld, is die vergadering het eigen nationale beslissingscentrum inzake reilen en zeilen van de republiek.

De Zuidelijke provinciën (de Spaanse Nederlanden) worden in opdracht van hun natuurlijke soeverein Philips II bestuurd door de landvoogden, de aartshertogen Isabella, dochter van Philips II, en haar echtgenoot Albrecht van Oostenrijk. De buitenlandse veiligheid is volgens feodale traditie een verantwoordelijkheid van de landvoogd en diens opdrachtgever, de Spaanse koning. De Spaanse Nederlanden lijden onder de sluiting van de Schelde en de massale emigratie naar Engeland en de Noordelijke Nederlanden. In Nieuwpoort en Duinkerke zetelende kapers brengen grote schade toe aan de handelsschepen van de Republiek.

De Zuidelijke havenstad Oostende is een Protestants, Staats bolwerk gehouden door een Engels-Hollands garnizoen.

Alles speelt zich af in een internationale context van conflicten en wisselende coalities tussen en met Engeland, Frankrijk en Spanje.

Doel en "Plan de Campagne"

Tegen het einde van de 16de eeuw besliste de Noordelijke Republiek een veldtocht te ondernemen in de Zuidelijke Nederlanden. De idee voor die militaire actie kan toegeschreven worden aan Johan van Oldenbarnevelt, een man die spijts zijn formele titel een overwegende politieke macht en invloed had in het beslissingscentrum, de Staten Generaal. De stadhouder Willem Lodewijk van Nassau twijfelde aan de zin en de uitvoerbaarheid van de voorgenomen veldtocht. Prins Maurits van Nassau die de militaire leiding over de actie zal uitoefenen verzette zich tevergeefs tegen de onderneming, die zijn goed geoefende leger ver in Zuidelijk gebied zou voeren. Vernietiging van het leger zou het einde van de Republiek betekenen omdat het land dan zou open liggen voor de vijand. Als dienaar van de Staten-Generaal moest Maurits zich echter schikken naar de wil van de politiek.

Het politiek doel van de veldtocht, bekend geworden als de “Grooten tocht in Vlaenderen”, kan men als volgt formuleren: gebruik makend van de gunstige omstandigheden - de eigen kracht en welvaart en de zwakte van Spanje - de positie van de Republiek veilig stellen tegen Spaanse en Franse bedreigingen en versterken tegenover Engeland door de Zuidelijke Nederlanden te herenigen met de Noordelijke Nederlanden.

Het strategisch plan om dat te realiseren: bij afwezigheid van een sterk Spaans leger in de Zuidelijke Nederlanden bij verrassing Nieuwpoort en Duinkerke innemen en zo een beweging in de Zuidelijke landen op de been brengen om een algemene opstand tegen de Spaanse heerschappij te ontketenen.

De operationele strategie: met een grote vloot een machtig leger naar Nieuwpoort brengen, daar ontschepen, Nieuwpoort bij verrassing innemen en vervolgens Duinkerke innemen.

Een afvaardiging van de Staten-Generaal zal in Oostende aanwezig zijn om toezicht te houden op een voortvarende uitvoering.

Prins Maurits monument

De tocht

Op 15 juni 1600 was het Staatse leger, versterkt met een belangrijk Engels contingent, in totaal 13.000 infanteristen, 2.700 ruiters en 2.800 man hulppersoneel klaar voor inscheping in de haven van Rammekens bij Vlissingen. Bevelhebber is Prins Maurits van Nassau. De bedoeling is daar inschepen, naar Oostende varen en van daar over het strand oprukken naar Nieuwpoort en vervolgens naar Duinkerke.

Omdat de wind Zuid-West blijft en het dus moeilijk zeilen is naar Oostende, wordt het plan gewijzigd. Het leger zal overgezet worden naar de Zuidelijke oever van de Westerschelde en dan over land oprukken naar Oostende en van daar verder over het strand. De vloot zal zo vlug mogelijk naar Oostende vertrekken.

Op 21 juni brengt een ontzaglijke vloot van 1.300 schepen de toepen naar Philippine. Van daar zet de stoet van beroepssoldaten uit Holland, Zeeland, Friesland en Dordrecht, Engelsen, Schotten en Duitsers zich in beweging, gevolgd door een kilometers lange stoet vrouwen, kinderen, zoetelaars, te voet en met honderden paarden en karren.

Ze defileren als het ware voorbij Brugge waardoor Aartshertog Albrecht alles over de sterkte van de vijand te weten komt en de verrassing verloren gaat. In plaats van richting Oostende te marcheren wordt de kortste weg naar Nieuwpoort gevolgd. Op enkele kilometer van Nieuwpoort is de weg zo slecht dat beslist wordt langs Leffinge naar Middelkerke te trekken en van daar over het strand verder naar Nieuwpoort. De opmars verloopt verder vlot. De IJzer wordt bij laag water overschreden en op 30 juni bevindt twee derden van het Staatse leger zich op de linker oever van de IJzer. De vloot is toegekomen en er wordt begonnen met de bouw van een brug over de IJzer. Op 2 juli wordt het beleg voor Nieuwpoort op geslagen.

Albrecht en Isabella zijn echter niet werkloos gebleven. Ze zijn er in geslaagd een leger bijeen te brengen van 16000 man en 1.200 ruiters waarmee ze richting Oostende oprukken. Aartshertog Albrecht van Oostenrijk volgt met zijn Spaanse leger dezelfde weg als Prins Maurits. De Nederlanders worden verrast door zijn snelle opmars. Het Staatse leger in Nieuwpoort dreigt afgesloten te worden van Oostende dat als basis moet dienen.

Prins Maurits stuurt een sterke afdeling infanterie en cavalerie onder bevel van zijn neef Ernst Casimir naar Leffinge met de opdracht het Spaanse leger onder leiding van Albrecht tegen te houden en de verbinding met Oostende veilig te stellen. Ze lijden er een beschamende nederlaag tegen de Spaanse troepen met een verlies van 600 man: de slag bij Leffinge. Maurits geeft opdracht deze catastrofe voor de troepen geheim te houden.

Na dramatisch overleg besluit Prins Maurits het beleg op te heffen en het leger terug over de IJzer te brengen. Op 2 juli rond 11 uur is het Staatse leger gehergroepeerd en opgesteld in slagorde op het strand op de rechteroever van de IJzer front naar Oostende. De brug over de IJzer wordt afgebroken en de vloot wordt weg gestuurd naar Oostende.

Intussen is ook het Spaanse leger toegekomen en opgesteld in slagorde. Het wordt een zeer uitzonderlijke slag met omgekeerde fronten. Het Spaanse leger zal moeten strijden met de zon in de ogen terwijl een Zuid-West wind hen het zand in het gezicht blaast.

De slag

Opstelling van de legers

Beide legers zijn opgesteld in drie lijnen met de cavalerie op de flanken.

In het Spaanse leger strijden twee Spaanse tercio’s in eerste lijn, een Spaans en een Italiaans tercio in tweede lijn en in derde lijn drie tercio’s: één Waals-Iers, één Waals, één Duits. In totaal 6-7000 man totaal en 1200 man ruiterij. Een tercio is een gemengde infanterie-eenheid, 2/3 piekeniers en 1/3 musketiers, van 1500 tot 3.000 man. Vijf kanonnen zijn vooraan opgesteld. De Spaanse artillerie zal onvoldoende effectief zijn omdat zij weg zakt in het mulle duinzand.

In het Staatse leger strijden naast de troepen van de Republiek, Engelsen, Fransen, Duitsers, Zwitsers, Walen. Het zijn kleinere formaties van 400 man bestaande uit 1/3 piekeniers en 2/3 schutters. In totaal 9400 man voetvolk en 2500 man ruiterij. Vier kanonnen zijn opgesteld aan de voet van de duinen en bestrijken het strand. Ze staan op een plankvloer om te beletten dat ze wegzakken in het mulle zand. De beperkte ruimte, afgesloten door de IJzer, de zee en de duinen, zonder ontsnappingswegen, laat de Staatse troepen geen keuze: ze zullen overwinnen of sneuvelen.

Om 15 uur stormt de Spaanse cavalerie roekeloos naar voor maar wordt terug gedreven. De slag zal vier uur duren. Om 18 uur 30 zet Maurits zijn laatste reserve in. Het Spaanse leger dat zich reeds zeker voelde van de overwinning valt uit mekaar en wordt op de vlucht gedreven. Het Staatse leger zet een meedogenloze achtervolging in. De bevelhebber van het Italiaans tercio Francisco di Mendoza, Admiraal van Aragon, wordt gevangen genomen.

De slag bij Nieuwpoort was buitengewoon moorddadig: in totaal sneuvelen in 4 à 5 uur tijd minstens 5000 à 7000 soldaten: 2 à 3000 bij de Staatsen; 3 à 4000 bij de Spaansen.

Na de slag

Het Staatse leger wordt gereorganiseerd en versterkt. Na overleg in Oostende door Oldenbarnevelt en leden van de Staten Generaal wordt op 6 juli het beleg voor Nieuwpoort hervat. Op 13 juli, na amper één week, wordt het beleg opgebroken. Nieuwpoort had immers niet werkeloos afgewacht. De polders rond de stad waren onder water gezet. De belegeraars hadden de toegang tot de stad vanuit Diksmuide niet kunnen afsluiten. Het garnizoen was na de slag versterkt geworden met vluchtende soldaten en met troepen van andere garnizoenen. Een nieuw Spaans ontzettingsleger zou kunnen tussen komen. Dan onderneemt het Staatse leger nog een vruchteloze poging om het Spaanse fort Isabella, een onderdeel van de Spaanse omsingeling van Oostende, in te nemen. Op 26 juli tenslotte begint de herinscheping van staatse troepen in Oostende.

In 1604 komt Oostende, het laatste protestantse bolwerk in het Zuiden, na een belegering van vier jaar, in Spaanse handen.

Gevolgen op tactisch vlak

Al met al heeft de tactische overwinning van het Staatse leger geen direct resultaat opgeleverd voor de Republiek. Anderzijds was de slag bij Nieuwpoort een van de weinige open veldslagen van de Tachtigjarige Oorlog, die grotendeels gekenmerkt werd door de belegering van vestingen. Dit was de eerste keer dat een Spaans leger met de onoverwinnelijk geachte Spaanse Tercio’s in open veld verslagen werd. Maurits' faam als veldheer werd gevestigd en wijd en zijd bekend. Daarnaast werden vele Spaanse krijgsgevangenen geruild voor Nederlandse krijgsgevangenen en matrozen die vaak al jaren door de Spanjaarden werden vastgehouden, waaronder - overigens pas in 1608 - de later zo beroemde Piet Hein.

Gevolgen op politiek-strategisch vlak

De republiek leed een strategische nederlaag. Het doel van de veldtocht werd niet bereikt. De veiligheidspositie van de Republiek werd niet versterkt. In tegendeel, op het randje af kwam de Republiek zelf in gevaar door een mogelijke Spaans overwinning. Het "Plan de campagne" van Johan van Oldenbarnevelt getuigde van overmoed. De beslissingen na de slag de belegeringen te hervatten hielden geen rekening met de veranderde tactische situatie.

De bemoeienissen van Oldenbarnevelt en de Staten Generaal met de te volgen strategie na de slag zelve zondigde tegen de regel die honderd jaar later zou geformuleerd worden door Carl von Clausewitz: de oorlog is de voortzetting van de politiek met andere middelen. Politieke gezagdragers moeten op hun terrein blijven net zoals de militaire uitvoerders.

Door zijn ongeduld en beslissing over land naar Nieuwpoort te trekken had Maurits de verrassing verspeeld en zondigde hij tegen een basisregel van de krijgskunst.

Ondanks alles werd toch een politiek resultaat geboekt. De zege van het Staatse leger vond een enorme weerklank. Het verhaal van de “Grooten tocht in Vlaenderen”, van de slag zelf, de belegering van Nieuwpoort en nadien Fort Isabella werd in talloze prenten afgebeeld en verspreid over gans Europa. Het bestaansrecht van de republiek zou algemeen aanvaard worden, hoewel het nog tot 1648 zou duren vooraleer de nieuwe staat officieel internationaal zou erkend worden.

Gevolgen op lange termijn

De mislukte “Grooten tocht in Vlaanderen” kan beschouwd worden als de laatste poging om de eenheid van de lage landen bij de zee, de grote Bourgondische erfenis, bij mekaar te houden. De mislukte “Grooten tocht in Vlaenderen” maakte een eind aan elke hoop de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden uit te breiden tot de Republiek der Nederlanden. Die republiek zou zich uitgestrekt hebben van Groningen en Friesland in het Noorden tot Artesië in het Zuiden en Luxemburg in het Oosten.

De Zuidelijke Nederlanden bleven na de slag ten onrechte vertrouwen op de Spaanse en nadien de Oostenrijkse soeverein om hen te beschermen tegen de Franse expansiedrang. Overgeleverd aan hun traditionele particularistische instelling namen ze al evenmin zelf die taak ter harte. Ze werd voor een deel zelfs overgelaten aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Zie de Slag aan de Peene en het barrièreverdrag. De massale emigratie van de intelligentsia, de sluiting van de Schelde en het falend veiligheidsbeleid zouden tot grote territoriale verliezen leiden en economische en sociale achteruitgang.

Het Congres van Wenen zal in 1815 pogen de “fouten” van de geschiedenis recht te zetten met de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Vergeefs, dezelfde krachten als in de 16de eeuw zullen er in 1830 een eind aan maken.

Pas na de Tweede Wereldoorlog zal met de Europese éénwording een eind gemaakt worden aan particularisme en binnen-europese oorlogen en de Nederlanden virtueel herenigd worden binnen het Europees kader.

Infopaneel

Triviaal

In de periode 1815-1830 werd door Willem I, koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, een schilderij cadeau gedaan aan de stad Nieuwpoort, voorstellende “De gevangen genomen Spaanse Admiraal Francesco di Mendoza wordt voor Maurits van Nassau geleid”. Het werd in 1820 geschilderd door Louis Moritz (1773-1850), op 2 mei 1821 afgeleverd en de volgende dag in de raadzaal van het toenmalig stadhuis opgehangen. Bij die gelegenheid werd een “Gulden boek“ gepubliceerd. In het nieuwe stadhuis dat gebouwd werd na de Eerste Wereldoorlog bleek geen enkel muur voldoende groot te zijn voor het reusachtige tableau van circa 300 bij 500 centimeter. Het werd dan opgehangen in de wederopgebouwde Onze Lieve Vrouwe kerk waar wel een muur van passende afmetingen kon gevonden worden.

Ter gelegenheid van de 400ste verjaardag van de slag bij Nieuwpoort werd in het jaar 2000 in Nieuwpoort het Prins Maurits monument ingehuldigd in het gelijknamige park.

Bij de vuurtoren van Nieuwpoort, ongeveer op de plaats waar het Spaanse leger ontplooid was werd een informatiepaneel geplaatst dat herinnert aan de slag.

Bron

Bernaert, B., De slag en het beleg van Nieuwpoort, juli 2000; Uitgever: Bernaert, 2000, 46 p.