Slag bij Vionville

Uit Milpedia

Ga naar: navigatie, zoeken
Vionville is een dorp in Lotharingen, dat van 1871 en 1918 tot Duitsland behoorde. Bij Vionville versloeg tijdens de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 op 16 aug. 1870 het 2de Duitse leger onder prins Friedrich Karl de Fransen onder Bazaine: de Slag bij Vionville, die ook naar Mars-la-Tour en door de Fransen naar Rezonville wordt genoemd.

Na de Slag bij Colombey-Nouilly leek het dat de Fransen zich naar Châlons zouden terugtrekken; de Duitsers hoopten de achterhoede van het Franse leger ten westen van Metz te kunnen bestoken en daartoe stak de 6de Duitse cavaleriedivisie 's ochtends op 16 aug. 1870 bij Pagny de Moezel over. De voorhoede stiet ten zuiden van Flavigny op aanzienlijke vijandelijke krachten. De door de Duitse ruitermassa's volledig verraste Fransen trachten eerst nog de zuidelijk van Flavigny oprukkende Pruisische infanterie (52ste regiment) met hun cavalerie tegen te houden, waarbij een brigade gardecavalerie weggevaagd werd. Die werd gevolgd door het korps van Frossard en onderdelen van het korps Canrobert, met welke de 5de Pruisische infanteriedivisie in zware gevechten verwikkeld raakte, die na tussenkomst van de 6de divisie tegen de middag resulteerde in de inname van Vionville en Flavigny door de Duitsers evenals het noordelijke deel van het Bos van Vionville.

Tussen beide divisies in kwam de artillerie van het 3de legerkorps op, alsmede de batterijen van de infanterie en de 6de cavaleriedivisie. De infanterie van het 3de Pruisische legerkorps leed bij de afweer van de aanvalsstoten van de Fransen zoveel verliezen, dat generaal von Alvensleben de reserves moest inzetten. Door de overmacht van de Fransen konden deze de linkervleugel van de Pruisen omvatten, zodat, toen de voorhoede van het uit Thiaucourt en Pont-à-Mousson onder Voigts-Rhetz oprukkende 10de Duitse legerkorps tegen de middag Tronville en de bossen noordelijk daarvan bereikte, een verlenging van het Duitse front naar St. Marcel moest worden afgeblazen en het 10de korps zich moest tevredenstellen met de controle over de straatweg Vionville – Mars-la-Tour.

Om de infanterie lucht te geven deden onderdelen van de 5de en 6de Pruisische cavaleriedivisie meermaals uitvallen in de richting van het vijandelijke front. De brigade van Bredow verpletterde in een aanval ten noorden van de weg Vionville-Rezonville de Franse infanterie, veroverde 24 stukken geschut en werd pas door veel sterkere Franse cavalerie teruggeslagen.

Op de linkervleugel van de Pruisen mislukten de pogingen van het 10de korps om tegen de Franse korpsen van Leboeuf en Ladmirault, die intussen via St. Marcel-Bouville al tot Ville-sur-Yron waren geraakt, terreinwinst te boeken, wat de Fransen evenmin lukte. Toen Ladmirault in een poging de Pruisische linkervleugel te omvatten, tegen 5 uur met een sterke ruitergroep bij Ville-sur-Yron verscheen, raakte deze met eenheden van de 5de Pruisische cavaleriedivisie in gevecht, en moest uiteindelijk terugtrekken.

Zodoende bleef de slag onbeslist tot in de late middaguren. Op de Duitse rechtervleugel laaide het vuur weer op en werd kostbaar bloed vergoten toen de kop van het 9de Pruisische korps, uit het Bois des Ognons komend, ten noorden daarvan op het in reserve gehouden Franse gardekorps (Bourbaki) stiet. Bij het invallen van de schemering besloot prins Friedrich Karl daarom, over de gehele linie met alle beschikbare wapens te laten oprukken. Bij het 10de Pruisische legerkorps kwam dit bevel te laat ter kennis van de commanderende generaal.

De grote artillerielinie van het 3de Pruisische korps ten zuiden van Flavigny naderde echter staffelsgewijs met enkele batterijen de Franse stelling en vuurde kartetsen af, maar daar bleef het bij. Alleen de 6de Pruisische cavaleriedivisie, in de richting van Rezonville voortgaand, geraakte tot de vijand en gaf deze de indruk dat de aanval nog doorging. Bazaine overschatte zijn tegenstander en bepaalde zich tot verdedigen. De Pruisen hadden bijna geen munitie meer en waren aan het eind van hun krachten, terwijl de Fransen nog over sterke en frisse reserves beschikten. De Pruisen verwachtten dat de gevechten de volgende dag, 17 aug., 's morgens vroeg hervat zouden worden, en voerden 's nachts in een uiterste krachtsinspanning munitiecolonnes aan. Ook lukte het om het 9de legerkorps volledig op de rechtervleugel te verenigen.

In de Slag bij Vionville vochten in de loop van de dag langzamerhand 138.000 Fransen met 476 stukken geschut tegen 67.000 Duitsers met 222 stukken geschut. Het verlies aan Pruisische kant bedroeg 711 officieren, 9 artsen, 15.079 man en 2.736 paarden; van de Fransen 879 officieren, 16.128 man (incl. 2.000 gevangenen) en 1 stuk geschut. Het waren de zwaarste verliezen van de gehele oorlog.

Lit.: Bazaine, F.A.: L'armée du Rhin (1872); Goltz, C., Frhr. v.d.: Operationen der 2. Armee (1873); Scherff, W. v.: Betrachtungen über die Schlacht von Vionville (Kriegslehren in kriegsgeschichtlichen Beispielen der Neuzeit, dl. 2, 1894); Hoenig, F.: Beiträge zur Schlacht von Vionville – Mars-la-Tour (1899).

Persoonlijke instellingen