Slag om Chora

Uit Milpedia

Ga naar: navigatie, zoeken

De Slag om Chora (ook wel Slag bij Chora) vond plaats tussen 15 juni en 19 juni 2007 tussen ISAF- en Afghaanse troepen enerzijds en troepen van de Taliban anderzijds. De gevechten vonden plaats in en om het Chora-district in de Afghaanse provincie Uruzgan, een district dat de Taliban als strategisch belangrijk acht.

Inhoud

Inleiding

Na de Oorlog in Afghanistan van oktober en november 2001 blijft het land achter in totale chaos. Daarop beslist de NAVO om een veiligheidsmacht in het land te ontplooien in de hoop zo de rust in het land terug te laten keren. Die Duits-Nederlandse troepenmacht krijgt de naam ISAF mee en is reeds eind 2001 in Afghanistan aanwezig. De Nederlandse bijdrage is op dat moment, met ongeveer 250 militairen, eerder beperkt. Dit verandert echter wanneer de Nederlandse regering in februari 2006 instemt met Task Force Uruzgan (TFU), de uitzending van ongeveer 1.200 tot 1.400 Nederlandse militairen naar het zuiden van Afghanistan naar de provincie Uruzgan.

Op 14 maart 2006 vertrekt een eerste beperkte Deployment Task Force (DTF) richting Zuid-Afghanistan om alles voor te bereiden. De Task Force Uruzgan opent op 1 augustus 2006 Kamp Holland en neemt de verantwoordelijkheid voor Uruzgan op zich. Zij zullen zich ondermeer bezighouden met het bevorderen van stabiliteit en veiligheid in de provincie. De taakgroep zal ook voorwaarden scheppen voor bestuurlijke en economische opbouw in Uruzgan.


Verloop van de Slag om Chora

Aanleiding

Timo Smeehuijzen in Tarin Kowt
Timo Smeehuijzen in Tarin Kowt

15 juni 2006 omstreeks 11.00hr lokale tijd. In het centrum van Tarin Kowt, de hoofdstad van Uruzgan, is een Nederlands konvooi op de terugweg naar Kamp Holland. De militairen waren zojuist aanwezig geweest bij festiviteiten voor de "dag van de moeders". Het Konvooi bestaat uit een patrouille van het Provincial Reconstruction Team en wordt beschermd door een escorte van de Quick Reaction Force.

Omstreeks 11.05hr. Vanuit een zijstraat rijdt een man de weg op waar ook het Nederlandse konvooi zich op bevindt. Ietwat later rijdt hij vervolgens langs en/of tegen een Nederlands YPR 765-pantservoertuig en laat de bom in zijn auto ontploffen. Bij de aanslag komen in totaal zes mensen om het leven. Naast vijf Afghaanse kinderen, komt ook de twintigjarige Nederlandse Soldaat der eerste klasse Timo Smeehuijzen om het leven. Het slachtoffer maakt deel uit van het 42ste bataljon van het Regiment Limburgse Jagers van de kazerne van Oirschot. Naast één dodelijk slachtoffer zijn er ook drie gewonden onder de Nederlandse militairen. Zij worden overgebracht naar het hospitaal op Kamp Holland, de toestand van één van de militairen is kritiek, bij de overige twee militairen is die stabiel. Het nieuws van de aanslag zal in Nederland rond 16.00hr doorsijpelen in de pers.

Aanvang van de Slag

Nederlandse PzH-2000 vuurt op Taliban in Chora op 16 juni 2007.
Nederlandse PzH-2000 vuurt op Taliban in Chora op 16 juni 2007.

Als reactie voert een Amerikaanse F-15 straaljager diezelfde dag nog een luchtaanval uit. Daarbij worden een aantal vuurposities van de vijandige strijders vernietigt. Enkele uren later, in de ochtend van 16 juni, voeren een kleine duizend Talibanstrijders vanuit het zuiden en oosten een aanval uit op het stadje Chora en de nabijgelegen Baluchi-vallei. Vier controleposten van de Afghaanse politie op de rand van Chora, Kala Kala, Nyazi, Shaghas en Sarab, worden aangevallen. Om het moraal van de politie te breken executeren de Taliban vrijwel meteen de twee broers van de Commandant van de politiepost Sarab.

Een zestigtal Nederlandse militairen die op dat moment in Chora aanwezig waren snellen de Afghaanse politie ter hulp. Rond 19.00hr in de avond hebben de Taliban de posten Kala Kala en Nyazi ingenomen, rond Sarab wordt nog steeds gevochten, de aanval op de post van Shaghas kon worden afgeslagen. De Talibanstrijders vallen nu ook het nabijgelegen plaatsje Qal’a-i-Ragh aan. Voor ze het goed en wel beseffen raken de Nederlandse en Afghaanse troepen stilaan ingesloten. Zo’n veertig kilometer zuidelijker wordt er op het basiskamp Kamp Holland druk gespeculeerd.

19.35hr; De kleine Nederlandse troepenmacht vraagt het commandocentrum in Kamp Holland wat te doen, ijlings terugtrekken zolang het nog kon of stand houden? Hans van Griensven, de Commandant van Task Force Uruzgan, staat voor een moeilijke keuze. Tijd voor overleg met het ISAF-hoofdkwartier of met Den Haag was er niet. Van Griensven kiest voor het laatste, hij beveelt de aanwezige troepen in Chora te blijven en terug te vechten. Enkele momenten later vertrekken extra troepen vanuit Kamp Holland richting de Baluchi-vallei. In de late avond hebben de Taliban Qal’a-i-Ragh ingenomen. In de loop van de nacht begint de ISAF-troepenmacht aan een tegenaanval en bestookt het de Taliban met luchtaanvallen en artillerievuur. Ook in de straten van Chora wordt nog steeds gevochten.

In de volgende twee dagen en nachten zal een aanzienlijk deel van 500 soldaten van de Nederlandse battle group naar voren worden geschoven om aan de gevechten deel te nemen. Ook Australische en Afghaanse troepen nemen aan de gevechten deel. De eenheden kregen tijdens de gevechtscontacten ondersteuning van de Pantserhouwitser, mortieren en luchtsteun van onder meer Apaches, F-16’s en F-18’s. Naast reguliere eenheden namen ook Nederlandse Special Forces deel aan de aanval. Zo ook de Special Forces Task Group 4 (SFTG 4) die onderdeel uitmaakt van de Task Group Uruzgan (TGU). De SFTG 4 bestaat uit Special Forces van de Nederlandse mariniers. Ondermeer een Mountain Leader Verkenningspeloton maakt hier deel van uit.

Op het moment dat de reguliere strijdkrachten zwaar onder vuur lagen, begaven de mariniers zich te voet richting de aanvoerlijn van de Taliban naar Chora. Omdat de Talibanstrijders vreesden afgesneden te worden, verplaatsten deze laatste hun stellingen richting de militairen van de SFTG waardoor de onder vuur liggende eenheden werden ontlast. De gevechten hebben enkele dagen geduurd, waarbij in de loop van maandagochtend 18 juni de 44-jarige sergeant-majoor Jos Leunissen van het 13e Infanteriebataljon van 11 Luchtmobiele Brigade om het leven kwam. Dat gebeurde vermoedelijk door een explosie in de mortier die hij bediende. Drie van zijn collega’s raakten gewond.

Tijdens de gevechten dwongen de Taliban locale burgers om mee te vechten, zij die weigerden werden ter plaatse geëxecuteerd. “Ik heb harde rapportages gezien van de executie van twee broers en over acht vrouwen van wie de keel werd doorgesneden. ” verklaart de Nederlandse Commandant der Strijdkrachten, Generaal Dick Berlijn achteraf.

Op dinsdag 19 juni zijn uiteindelijk alle controleposten op de Taliban heroverd. Enkel bij Qal’a-i-Ragh doen zich nog incidenten voor. Net wanneer het dorpje veilig was verklaard en de burgers naar hun huizen terugkeren worden deze door de Taliban beschoten met raketten. ISAF antwoordt met luchtaanvallen en legt de Taliban het zwijgen op. De Afghan Standby Police (ASP) nam op 22 juni de politieposten weer over, waarna het Afghaanse nationale leger en de Task Force terugkeerden naar hun basis. Aan de kant van de Taliban vielen naar schatting van het Ministerie van Defensie twee tot driehonderd doden. Uiteindelijk is de Slag om Chora de grootste offensieve actie van de Nederlandse krijgsmacht geworden sinds de Koreaanse Oorlog in 1950 - 1953.

In de nacht van 21 en 22 juni rollen Nederlandse militairen de fabriek op waar ondermeer de bom van 15 juni werd gemaakt. Het opdoeken van de fabriek was mogelijk omdat Nederlandse mariniers de Afghaanse bommaker levend op wisten te pakken. Dit alles is het werk van de SFTG 4 die de taak vlak na de bomaanslag op 15 juni had toegewezen gekregen van de Commandant van TGU. Bij het opdoeken van de fabriek werden dertien personen aangehouden. In de ruimte zijn diverse materialen aangetroffen voor de vervaardiging van deze zogenoemde Improvised Explosive Device's (IED’s). Ook namen de militairen een voertuig in beslag dat gebruikt kon worden voor een zelfmoordaanslag.

Bronnen



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie
Persoonlijke instellingen