Slagkruiser

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De 56 slagschepen, die de Royal Navy in 1905 bezat, vormden het hart van 's werelds grootste oorlogsvloot. Aan de andere kant van de Noordzee had Duitsland, in economisch en politiek opzicht de voornaamste opponent van de Britten, slechts 17 vergelijkbare schepen:

Engeland:
Colossus, Edinburgh (1882); Rodney, Howe (1884/85); Anson, Camperdown, Benbow (1885/86); Trafalgar, Nile (1887/88); Hood (1891); Royal Sovereign, Empress of India; Resolution; Ramillies, Repulse, Revenge, Royal Oak (1891/92); Barfleur, Centurion (1892); Renown (1895); Majestic, Magnificent, Victorious, Jupiter, Prince George, Caesar, Hannibal, Illustrious, Mars (1894/96); Canopus, Goliath, Ocean, Albion, Glory, Vengeance (1897/99); Formidable, Irresistible, Implacable, London, Venerable, Bulwark, Prince of Wales, Queen (1898/1902); Duncan, Cornwallis, Exmouth, Russell, Albemarle, Montagu (1901); Swiftsure, Triumph (1903); King Edward VII, Dominion, Commonwealth, New Zealand (Zealandia), Hindustan (1903/04); Brittannia*, Hibernia*, Africa* (1904/05); Lord Nelson*, Agamemnon* (1905).

Duitsland:
Brandenburg, Kurfürst Friedrich Wilhelm, Weissenburg, Wörth (1891/92); Kaiser Friedrich III, Kaiser Wilhelm II, Kaiser Wilhelm der Grosse, Kaiser Karl der Grosse; Kaiser Barbarossa (1896/1900); Wittelsbach, Wettin, Zähringen; Schwaben, Mecklenburg (1900/01); Braunschweig, Elsass, Preussen*, Hessen*, Lothringen* (1902/04); Deutschland* (1904).
(Tussen haakjes het jaar van de stapelloop; *1905 in aanbouw of nog niet in dienst.)

Deze wanverhouding leek nog te worden versterkt toen op initiatief van de Engelse First Sea Lord, admiraal Sir John ("Jacky") Fisher, in 1906 in Engeland slagschepen van een nieuw type in de vaart kwamen, die, naar de naam van het eerste schip van deze generatie, dreadnoughts werden genoemd. Ze waren niet alleen aanzienlijk groter dan de bestaande oorlogsschepen, maar hadden ook een hoofdbewapening die uitsluitend uit kanons van groot kaliber bestond. In plaats van vier, zoals haar voorgangers, beschikte de Dreadnought over 10 30,5-cm-kanons. Alle slagschepen, zelfs de allergrootste, waren door de komst van de dreadnoughts van de ene op de andere dag verouderd en alle landen, die op het wereldtoneel een rol van betekenis speelden, gooiden hun bouwprogramma's radicaal om: wie mee wilde doen, moest over een vloot van dreadnoughts beschikken.

Was het dreadnought-slagschip nog te beschouwen als een volgende fase in de ontwikkeling naar steeds grotere oorlogsschepen, de dreadnought-kruiser, waarvan de eerste drie twee jaar later de Engelse vloot versterkten, was als opvolger van de pantserkruiser minstens zo revolutionair. Deze zogeheten slagkruiser (battle-cruiser) had de bewapening van een dreadnought-type slagschip, maar was, net als zijn voorganger, aanzienlijk sneller en wendbaarder. Er stond tegenover, dat het pantser dunner was dan dat van de slagschepen, maar dit nadeel werd, zo werd met name in Engeland geloofd, door de snelheid gecompenseerd, welke opvatting tijdens de Slag bij Jutland zou worden gelogenstraft.

Vooral in Duitsland hadden deze ontwikkelingen een groot effect. Anders dan in Engeland verwacht, waren de Duitsers reeds met hun eigen plannen doende voor de bouw van dergelijke schepen. In 1907 werd de kiel gelegd voor het eerste dreadnought-slagschip, Nassau, en in 1908 voor de eerste slagkruiser, Von der Tann. Dit laatste schip konden de Britten in 1911 met eigen ogen aanschouwen bij de vlootparade in Spithead tijdens de feestelijkheden rond de kroning van de Engelse koning George V en baarde daar groot opzien. Het was in hetzelfde jaar, dat in Duitsland admiraal Tirpitz in zijn hoedanigheid van staatssecretaris (in feite minister) van Marine (1897-1916) zijn derde Vlootwet indiende die voorzag in een krachtsverhouding van 3 : 2 tussen de Britse en de Duitse vloot. Von der Tann zelf betekende ten opzichte van de bestaande Britse slagkruisers van de Invincible-klasse een duidelijke vooruitgang; weliswaar was het kaliber van de bewapening geringer, maar de bescherming was vele malen beter. Het kanonvuur van Von der Tann vernietigde tijdens de Slag bij Jutland de Engelse slagkruiser Indefatigable.

Ofschoon ook andere landen enkele als slagkruiser te classificeren oorlogsschepen in de vaart hadden, maakten de meeste schepen van deze soort deel uit van de Engelse Royal Navy of de Duitse Hochseeflotte. Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog waren operationeel of in aanbouw*:

Engeland: Invincible, Inflexible, Indomitable, Indefatigable, Australia, New Zealand, Lion, Princess Royal, Queen Mary, Tiger*.
Duitsland: Von der Tann, Moltke, Goeben, Seydlitz, Derfflinger*, Lützow*, Hindenburg*.

Het Verdrag van Washington kondigde voor een periode van 10 jaar een moratorium af op de bouw van nieuwe slagschepen en stelde voorlopig paal en perk aan de maritieme wapenwedloop. Het verschil tussen slagschepen en slagkruisers was rond 1930 door de technische ontwikkeling zo goed als vervaagd, evenals het begrip 'dreadnought' voor de sterkste oorlogsschepen.

Persoonlijke instellingen