Soekarno
Uit Milpedia
Soekarno, geboren als Kusno Sosrodihardjo, in het Westen ook wel abusievelijk Ahmed Soekarno genoemd (Blitar, 6 juni 1901 – Jakarta, 21 juni 1970) was de eerste president van de Republiek Indonesië. In Indonesië werd hij meestal Bung Karno genoemd (vaak samen met Mohammad Hatta, die Bung Hatta genoemd werd; Bung is vader van de Indonesiërs volgens de Javaanse traditie).
Inhoud |
Biografie
Soekarno's vader, Raden Soekemi Sosrodihardjo, een Javaan, was schoolmeester op een lagere school. Zijn moeder, Ida Ayu Nyoman Rai, was Balinese.
Soekarno ging eerst naar de Javaanse lagere school (Sekolah Dasar Jawa), daarna naar de Europeesche Lagere School van Nederlands-Indië tot 1915. Hij volgde daarna de hogere burgerschool tot 1920. Nadat hij geslaagd was, ging hij naar Bandung waar hij aan de Technische Hoogeschool studeerde. In 1925 studeerde hij bij professor Wolff Schoemaker af als ingenieur in de architectuur. Hierna was hij korte tijd werkzaam als architect te Bandung.
In 1927 richtte hij, samen met leden van de Algemene Studieclub de Indonesische Nationalistische Partij (PNI) op.
Tijdens de Soehartoperiode werden de oude partijen verboden en omgevormd tot een door het Soehartoregime gecontroleerde organisatie. Er ontstond een scheuring in de PNI in 1965. Soeharto liet een deel van het partijbestuur arresteren.Er vond een zuivering van de partij plaats.De partij werd gedwongen om in de Golkar op te gaan, een conglomeraat van groeperingen onder controle van het leger.
In de jaren 1920 en '30 sloot Soekarno zich voltijds aan bij het verzet tegen de Nederlandse overheersing; hierin ging hij een steeds prominentere rol spelen, totdat hij ten slotte de leider werd via zijn PNI, die de totale onafhankelijkheid van Nederland wenste.
Soekarno was een nationalist en overtuigd pro-Aziatisch. Om die reden werkte hij in de Tweede Wereldoorlog samen met de Japanners om zo na de Japanse bezetting de macht over te kunnen nemen. Door de Indonesiërs werd de inval van Japan in 1942 aanvankelijk als bevrijding van de Nederlandse koloniale overheersing gezien. De Japanse autoriteiten sloten veel Nederlanders op in interneringskampen. Indonesische mannen werden als dwangarbeider ingezet, de meesten in de buurt van hun woonplaats, maar enkele honderdduizenden ook buiten hun eiland. Vele tienduizenden Javanen werden als dwangarbeiders (romusha) gebruikt in door Japan bezette landen in Zuidoost Azië. Het merendeel overleefde de harde dwangarbeid niet. Slechts een klein deel overleefde en kon naar Java terugkeren na de oorlog. Soekarno en Hatta werkten voor de Japanse organisaties in Indonesië. Zij wilden als nationalisten een onafhankelijk Indonesië in de nabije toekomst. Nederland heeft dit ten onrechte negatief uitgelegd. Voor Nederland stond een terugkeer naar de kolonie Nederlands-Indië voorop. De Japanse bezetting vanaf 1942 zou de macht van de Nederlanders voorgoed ongedaan maken. Soekarno werd het symbool van de nieuwe staat Indonesië.
Onafhankelijkheidsverklaring
Op 17 augustus 1945 riep Soekarno de onafhankelijke staat Indonesië uit. Tijdens de strijd tegen de Nederlandse militaire bezetting in 1947 en 1948, de zogenaamde "politionele acties", was hij de leider van de jonge Republiek Indonesië. In december 1948 werd hij gevangen genomen door Nederlandse soldaten, maar na de wapenstilstand werd hij weer vrijgelaten.
In 1945 werd hij de eerste president van het onafhankelijk geworden Indonesië; Soekarno voerde een sterke politiek om de vele volkeren in Indonesië samen te binden. Hij ontwikkelde een geheel nieuwe staatsideologie: de Pancasila. Naar het idee van een moderne veel volkeren staat probeerde Soekarno het nieuwe eilandenrijk om te vormen tot een centraal geleide staat met Jakarta als politiek en bestuurlijk centrum. In de Pancasila werd de scheiding tussen kerk (de Islam) en staat (het bestuur) geregeld. Dit was een voor die tijd zeer vooruitstrevende en uitgebalanceerde staatsvorm.
Vorming van Indonesië
Vanaf 1958 kwam Indonesië in dictatoriaal vaarwater. De oppositiepartijen Masjoemi (Islamitisch) en PSI (sociaaldemocratisch) werden uit het parlement gezet. Daarvoor in de plaats werden leden van communistische mantelorganisaties benoemd. In 1959 nam Sukarno zelf het premierschap over. In 1963 werd Indonesië een geleide democratie en liet Soekarno zich tot president voor het leven benoemen.
Met buurland Maleisië dat hij ervan beschuldigde de islamitische krachten in zijn land te steunen, kwam het bijna tot een oorlog. Deze campagne werd door Soekarno "de Konfrontasi" genoemd. Mede door gebrek aan steun bij de westerse landen verloor Indonesië het conflict met Maleisië dat door Engeland, Australië en de Verenigde Staten werd gesteund.
In 1965 trad Indonesië uit de Verenigde Naties.
Staatsgreep
Op 1 oktober 1965 vond in Jakarta de Untung-putsch plaats (in Indonesië vaak G-30-S of G-30-S/PKI genoemd, van Gerakan 30 (tiga puluh) September, de "30 septemberbeweging"). Luitenant-kolonel Untung was de bataljonscommandant van de paleiswacht. Een door hem geleide groep officieren protesteerde tegen de corrupte legertop. De legerleiding, bestaande uit de Raad van Generaals, bepaalde verregaand het economische leven en maakte zich schuldig aan corruptie en een weelderige levensstijl. Bij de putsch werden zes hoge generaals, onder wie generaal Yani ontvoerd en vermoord.
Deze kleine groep zich achtergesteld voelende officieren van de Centraal-Javaanse Diponogorodivisie, de luchtmacht en de paleisgarde keerde zich tegen de militaire top. Er was in deze fase slechts sprake van een interne machtsstrijd en afrekening binnen het leger. Men liet de commandant van de strategische reserve, Soeharto, ongemoeid. De moord op de 6 generaals was een zeer grote fout. De Indonesische Communistische Partij Partai Komunis Indonesia (PKI) was geen partij in deze staatsgreep, maar was op de hoogte van de coup. Ze had geen reden zich tegen de legertop te keren. Wel waren er onderdelen van de PKI bij betrokken, waardoor later de verdenking op de gehele PKI kwam te liggen. De PKI stelde zich echter neutraal op om niet de verdenking op zich te krijgen.
De Untung-putsch was voor de legerleiding een kans om de macht te grijpen en met haar oude vijanden, de communisten van de PKI, af te rekenen. Het politieke spel kende echter nog een derde partij die lang verzwegen is. Marshall Green, ambassadeur van de Verenigde Staten in Indonesië, speelde hierbij een belangrijke en zeer omstreden rol [1]. De VS wilden onder president Johnson Indonesië in de Koude Oorlog als grondstoffenleverancier en bondgenoot in Zuidoost-Azië behouden. De Verenigde Staten wilden een niet-communistisch tegenwicht in deze regio. De toen al jaren voortdurende oorlog in Vietnam speelde hierbij een belangrijke rol. De Verenigde Staten wilden vooral voorkomen dat in Indonesië hetzelfde zou gebeuren als in Vietnam. Zo raakte de CIA direct betrokken bij de staatsgreep van Soeharto. Minister van defensie Robert McNamara vond de situatie in Indonesië van meer belang dan de strijd in Vietnam. De Verenigde Staten hadden grotere economische belangen in Indonesië.
In het halfjaar na de Untung-putsch voltrok zich in Indonesië een massaslachting die in geen enkele verhouding stond tot de moord op zes generaals. Naar schatting 500.000 tot 1.000.000 Indonesiërs hebben bij deze slachtingen het leven verloren. Vooral op Bali en Centraal- en Oost-Java vielen zeer veel slachtoffers. Deze massaslachting is lange tijd verzwegen in en buiten Indonesië. Door opening van de CIA-archieven is er meer bekend over de omstreden rol van de Amerikanen bij het aan de macht komen van Soeharto.
In het voorjaar van 1966 moest Soekarno de macht overdragen aan generaal Soeharto en in 1967 raakte hij ook formeel alle macht kwijt. Hij werd onder huisarrest geplaatst tot hij in 1970 op 69-jarige leeftijd overleed. Soeharto werd tijdens de Azië Crisis in 1998, na hevige rellen tot aftreden gedwongen. Hij overleed op 27 januari 2008. Indonesië werd na 23 jaar militair regime een democratie.
| Bronnen, noten en/of referenties: |
- Helaas geldt deze biografie,deel 1 en 2, als erg oppervlakkig. Er wordt te veel vanuit Nederlands standpunt naar Soekarno gekeken.De biografie van Lambert Giebels is door vakgenoten historici zeer slecht ontvangen.
|
