Strategie van België

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De strategie van België in het bijzonder de veiligheidsstrategie en de daaruit voortvloeiende militaire en operationele strategie, zijn sedert ontstaan van België voortdurend aangepast aan de veranderende omstandigheden.

Van 1830 tot 1914

Veiligheidsstrategie

Tot de Eerste Wereldoorlog was het streefdoel van België de politieke onafhankelijkheid van het land te verzekeren door zich, als verplicht neutraal land, steunend op het Verdrag van Londen (1839) , op zichzelf te verdedigen tegen elke mogelijke militaire agressie. Kortom, een defensieve strategie, onafhankelijk en in alle richtingen.

Militaire strategie

Aanvankelijk bestond de militaire strategie van België erin een sterke krijgsmacht op te richten en steunend op oude en vernieuwde vestingen van de Wellingtonbarrière de beperkte zuid-noord toegangen tot het hart van het land af te sluiten. [1]

Halfweg de 19de eeuw begonnen de geografische omstandigheden en de internationale omgeving te veranderen. Er waren tal van verbindingswegen gebouwd. De barrière was een zeef geworden zodat er vestingen hadden moeten bijgebouwd worden en/of een sterk veldleger opgericht. De groeiende rivaliteit tussen Frankrijk en het Duitse Rijk in wording leidde tot de vrees voor een preventieve opmars door België. Terwijl de algemene strategie onveranderd bleef, werd de militaire strategie aangepast. In geval van agressie uit het zuiden of het oosten zouden vestingen en het veldleger de agressor vertragen en, in het vooruitzicht van hulp door de garanten voor de verplichte neutraliteit, zou het leger zich zo nodig terugtrekken naar een reduit.

Operationele strategie

Halfweg de 19de eeuw werd beslist rond Antwerpen een fortengordel te bouwen om er een reduit (Verschanst Kamp) van te maken en de vestingen Ieper, Menen, Aat, Philippeville, Mariembourg en Bouillon van de Wellingtonbarrière op te geven. De vestingen Diest, Gent, Dendermonde, Luik en Namen bleven behouden.

In geval van agressie, uit het zuiden of het oosten, zouden de vesting en de agressor vertragen. Het veldleger zou geen beslissende slag aanvaarden maar wel zo dikwijls mogelijk front maken, de vijand vertragen en uiteindelijk zijn toevlucht zoeken in het Nationaal Reduit Antwerpen. Daar moest het standhouden tot hulp van de garanderende mogendheden zou opdagen en, na versterking door die mogendheden, opnieuw uitbreken. [2] De “operationele strategie” van België tot de Eerste Wereldoorlog wordt beschreven in het Belgisch defensieconcept.

Tijdens het interbellum [3]

Veiligheidsstrategie

Na de Eerste Wereldoorlog verviel de verplichting van neutraliteit. België mocht geheel vrij een eigen veiligheidsstrategie ontwerpen en een eigen veiligheisbeleid voeren. De Belgische veiligheidsstrategie zou tot de Tweede Wereldoorlog enkele keren veranderen. Aanvankelijk stelde België zijn vertrouwen in de Volkenbond en koos voor een zelfstandige (defensieve) militaire strategie. De Volkenbond faalde echter in zijn opdracht veiligheid en vrede te verzekeren. In 1920 veranderde de Belgische veiligheidsstrategie. Na een mislukte poging met Groot-Brittannië een defensief verdrag te sluiten, sloot België een militair akkoord met Frankrijk. [4] Vanaf 1925 nam België deel aan collectieve Europees-Amerikaanse inspanningen voor vrede en veiligheid: de verdragen van Locarno en het Briand-Kellogg-pact. In 1929 stak het wantrouwen tussen Frankrijk en Duitsland weer de kop op. Het Belgisch-Frans militair akkoord werd nieuw leven ingeblazen. Nadat Hitler aan de macht kwam en alle gesloten verdragen opzegde opteerde België in 1936 voor een “Exclusieve en integraal Belgische Onafhankelijkheidspolitiek”.[5]

Militaire strategie

Van 1923 tot 1925 nam België met Frankrijk deel aan de bezetting van het Ruhrgebied. Na de verdragen van Locarno en het Briand-Kellogg-pact verminderde België zijn militaire inspanningen. In 1929 werden de operationele plannen bijgewerkt. In 1932 startten de bouwwerken voor het fort van Eben-Emael.

In de jaren dertig werd ondanks de onafhankelijkheidspolitiek, met Nederland, Groot-Brittannië en Frankrijk een gemeenschappelijke militaire strategie uitgewerkt die neerkwam op een hardnekkig defensief op een noord - zuidelijke lineaire defensieve stelling van Nederland over Antwerpen, Leuven en Namen tot Zwitserland.

Operationele strategie

De “operationele strategie” van België in de periode tussen de twee wereldoorlogen en de uitvoering ervan wordt beschreven in de Achttiendaagse Veldtocht

Na de Tweede Wereldoorlog

Veiligheidsstrategie

Na de Tweede Wereldoorlog verliet België elke gedachte aan een eigen veiligheidsstrategie, neutraliteit en een zelfstandig en onafhankelijk veiligheidsbeleid. België koos voor verbondenheid met een sterke defensieve politiek-militaire alliantie, de NAVO. De gemeenschappelijke veiligheidsstrategie van dat bondgenootschap kwam erop neer zich defensief op te stellen en door ontrading ( “Deterrence”) elk gewapend conflict vermijden.

Militaire strategie

België nam deel aan alle aspecten van de gemeenschappelijke militaire strategie van het bondgemeenschap. Die strategie steunde op conventionele strijdkrachten en kernwapens die klaar waren voor defensieve inzet om het territorium van elk lid van het bondgenootschap te verdedigen, een strategie gekend als “Forward defense”. De Belgische nationale militaire strategie was beperkt tot het bepalen welke Belgische land- lucht en zeestrijdkrachten opgenomen werden in NAVO commandostructuren en waar ze zouden ingezet worden.

Operationele strategie

Operationeel-strategische plannen waren opgesteld door de NAVO. Ze bepaalden dat aangepast zou gereageerd worden op een daadwerkelijke militaire agressie: “Flexible Response Strategy”. Een aantal aspecten van de operationeel-strategische inzet, in het bijzonder de inzet van kernwapens, bleven onder nationale controle.

Na de Koude Oorlog[6]

Veiligheidsstrategie

Na de implosie van de Sovjetunie ging België verder met een veiligheidsstrategie van verbondenheid, met name een Europese, een trans-Atlantische, (NAVO), en multilaterale aanpak om de gewenste veiligheid te creëren door proactief op te treden, wanneer nodig te reageren op directe bedreigingen, elk gewapend conflict beogen te vermijden door ontrading ( “Deterrence”) of al die houdingen te combineren.

Militaire strategie

De militaire strategie bestaat erin te focussen op de directe oostelijke en zuidelijke periferie van Europa zonder de collectieve verdediging tegen een directe bedreiging te vergeten.

Operationele strategie

De operationele strategie bestaat erin van geval tot geval gepaste gevechtseenheden, logistieke eenheden en gespecialiseerd personeel in te zetten in activiteiten gaande van observatie en ontrading over logistieke steun, training en peacekeeping tot intensieve gevechtshandelingen.

Bronnen

Boeken

  • Vree, Johan, K. de (Red.); Oorlog en vrede, ontstaan, dynamiek en beheersing van geweld; Samson uitgeverij, Alphen aan den Rijn Brussel, 1982; 272 p. ISBN 9 14 03148 3, D/1982/0247/021
  • Gils, Robert: "België onder de wapens, Vesting Antwerpen, Deel 1", De Krijger, Erpe, 1997 (80 p.) ISBN90-72547-34-9; WET DEPOT/1997/6004/4.
  • Gils, Robert: "België onder de wapens, Vesting Antwerpen, Deel 2", De Krijger, Erpe, 19978 (80 p.) ISBN90-72547-42-X; WET DEPOT/1998/6004/8.
  • Luc De Vos en Frank Decat: Diplomatische weergave van “België in de Tweede Wereldoorlog. Deel 10 Mei 1940, van Albertkanaal tot Leie”; DNB/Uitgeverij Peckmans, Kapellen 1990; Beschikbaar in de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren http://www.dbnl.org/tekst/vos_066belg01_01/colofon.php; de nummers van de bladzijde waarnaar verwezen wordt zijn de paginanummers van het boek dat in pdf-versie is weergegeven.
  • Paul Louyet: “België in de Tweede Wereldoorlog. Deel 1 De Verloren Vrede (1918/1939)”; Uitgeverij De Nederlandse Boekhandel Antwerpen/Utrecht, 2080 Kapellen; 1984; ISBN 9028997792; Beschikbaar in de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren http://www.dbnl.org/tekst/louy001belg01_01/colofon.htm ; de nummers van de bladzijde waarnaar verwezen wordt zijn de paginanummers van het boek dat in pdf versie is weergegeven.
  • Steven Vandeput, Minister van Defensie; redactie: Kapitein ter zee Renaud Flamant en Kapitein-commandant Pieter-Jan Parrein: “De strategische visie voor Defensie”, Brussel, 29 juni 2016, 240 p.; Wettelijk depotnummer: D-2017/9376/1

Links

Carl von Clausewitz

Oorlogsstrategieën van de Europese mogendheden in 1914

Externe links

Strategie van Duitsland in 1940

De strategische visie voor Defensie, België


Refertes

  1. Gils, Robert, Deel 1, p.13
  2. Gils, Robert, Deel 2, p. 9
  3. Luc De Vos en Frank Decat, p.7 tot 17
  4. Paul Louyet; p. 15 en volgende
  5. Paul Louyet; p. 115
  6. Steven Vandeput