Strijdtoneel Italië in de 19de eeuw

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Italië in de 19de eeuw (naar Meyer, Hist. Handatlas, 1911)
Rond 1850 bestond Italië weliswaar als geografische eenheid, maar was in politiek opzicht een lappendeken van staten en staatjes, die in niets meer deed denken aan het trotse Romeinse Rijk van weleer (30 v. Chr. – 476 na Chr.). Vreemde mogendheden hadden het voor het zeggen in Italië, terwijl zich ook de wereldlijke macht van de Paus deed gelden. Ook innerlijk bleef Italië verdeeld door onderlinge twisten. Om enig inzicht te krijgen in de situatie aan de vooravond van de Italiaanse veldtochten van 1859 en 1866 hieronder een korte voorgeschiedenis vanaf ca. 1800 (zie ook bijgevoegd kaartje).


Italië onder Napoleon Bonaparte

De Franse Revolutie (1789) ontketende opnieuw een strijd om de macht in Italië. Bonaparte, sinds 1796 bevelhebber van het Franse leger in Italië, voegde Nizza (Nice) en Savoye bij Frankrijk en werd heer en meester in Noord-Italië. Uit Milaan, Mantua, Modena, Massa, Carrara, delen van Parma en de Kerkelijke Staat werd de Cisalpijnse Republiek gevormd (1797). Het restant van de Kerkelijke Staat werd in 1798 omgevormd tot een Romeinse, en Genua tot een Ligurische Republiek. De Vrede van Campo Formio liet (de staat) Venetië tot aan de Etsch aan Oostenrijk.

Weliswaar moesten de Fransen Italië in 1799 weer ontruimen, maar Bonapartes overwinning bij Marengo (1800) zorgde ervoor dat ze opnieuw de baas werden in Noord-Italië. De Vrede van Lunéville (1801) liet Oostenrijk in het bezit van Venetië en de hertog van Parma kreeg als koning van Etrurië Toscane, terwijl Bonaparte voor 10 jaar tot president van de Italiaanse Republiek werd gekozen, die het gebied van de Cisalpijnse Republiek omvatte.

Keizer geworden en door de paus gekroond, vormde Napoleon in 1805 de Italiaanse Republiek om tot een Koninkrijk Italië, riep zichzelf uit tot koning en zijn stiefzoon Eugène de Beauharnais tot onderkoning, terwijl hij de titel "koning van Rome" in 1811 verleende aan zijn zopas geboren zoon. Napoleons zusters Elisa Bacciochi en Pauline Borghese zwaaiden sinds 1805 en 1803 de scepter over de vorstendommen Piombino, Lucca, Massa en Carrara alsmede over het vorstendom Guastalla. Over het koninkrijk Napels regeerde sinds 31 mrt. 1806 Napoleons broer Jozef, wiens plaats in 1808 werd ingenomen door de zwager van de keizer, Murat. Hoe willekeurig en gewelddadig de scheppingen van Napoleon in Italië ook waren, toch zorgden ze ervoor, dat middeleeuws misbruik en achterhaalde toestanden werden opgeruimd.

Italië na het Congres van Wenen

De herindeling van Italië kreeg na de val van Napoleon gestalte onder Oostenrijkse regie op het Congres van Wenen (1814/15). Oostenrijk kreeg Venetië tot aan Lombardije en Dalmatië; Genua viel aan de koning van Sardinië toe, die het ook weer in Savoye en Nizza voor het zeggen kreeg; het huis Oostenrijk-Este kreeg Modena; keizerin Marie-Louise van Frankrijk mocht voor de rest van haar leven Parma houden, terwijl Infantin Maria van Bourbon voorlopig met Lucca werd zoetgehouden. Ook de Kerkelijke Staat werd in ere hersteld. Aartshertog Ferdinand van Oostenrijk kreeg Toscane; in Napels werd Ferdinand IV opnieuw koning. De Engelsen verkregen Malta en beheersten daarmee de zeeën rond Italië. De vorst van Monaco en de republiek San Marino bleven zelfstandig.

Hoewel heel Italië onder Oostenrijks toezicht in een politiestaat was veranderd kon de roep om eenwording en vrijheid, die werd nagestreefd door geheime organisaties zoals de Carbonari niet volledig onderdrukt worden. Zo sloeg de onrust die in 1820 door de Spaanse Revolutie was veroorzaakt naar Italië over en leidde in Napels en Sardinië tot gevaarlijke opstanden.

Na de Parijse Julirevolutie van 1830 werd in Italië gehoopt dat met Franse steun ook in Italië een liberale koers kon worden ingeslagen, en er braken weer hevige onlusten uit, die slechts met Oostenrijkse hulp bestreden konden worden. Ook in de 15 jaar daarna ontbrak het niet aan samenzweringen, die deels in het buitenland waren opgezet, waar Mazzini (Giuseppe Mazzini, Italiaans revolutionair, 1805-72) in 1832 emigranten had verenigd in een geheim verbond als "Jong Italië".

Pius IX (1792-1878), die sinds 1848 tegen de zin van Oostenrijk tot paus was gekozen, begon de Kerkelijke Staat te reorganiseren, en onmiddellijk klonk overal elders de roep om verandering. Karel Albert (eig. Carlo Alberto, 1798-1849) van Sardinië gaf zijn koninkrijk een grondwet en beloofde op 24 mei 1848 Lombardije bij te staan tegen Oostenrijk. Daarmee trad hij aan het hoofd van de Italiaanse onafhankelijkheids- en eenheidsbeweging en werd als het "zwaard van Italië" (spada d'Italia) stormachtig bejubeld, maar zijn door vrijscharen versterkte troepen waren niet opgewassen tegen het Oostenrijkse leger onder Radetzky. Bij Curtatone (29 mei 1848), Vicenza (10 juni) en Custoza (25 juli) verslagen, moest Karel Albert Lombardije ontruimen en een wapenstilstand (9 aug.) afsluiten.

Nadat hij ook in 1849, eerst op 21 mrt. bij Mortara, daarna op 23 mrt. bij Novara nederlagen leed, deed Karel Albert, om een aanvaardbare vrede te bereiken, afstand van de troon ten gunste van zijn zoon Victor Emanuel II (eig. Vittorio Emanuele, 1820-78).

De Italiaanse eenwording

In alle andere Italiaanse staten werd het streven naar nationale eenheid en vrijheid met geweld onderdrukt. Zo hadden al degenen die naar een verenigd Italië verlangden, hun hoop gevestigd op Sardinië, waarvan de wetgeving een duidelijke handelspolitiek mogelijk maakte, en het leger met zorg werd opgebouwd en versterkt. Aan het hoofd van de regering stond sinds nov. 1852 Cavour (Camillo di Cavour, 1810-61), die de problemen van de buitenlandse politiek op meesterlijke wijze oploste. Bij een ontmoeting met Napoleon III kwam hij een bondgenootschap overeen (juli 1858): Noord-Italië zou bij Sardinië komen, Savoye en Nizza aan Frankrijk; het huwelijk tussen de dochter van Victor Emanuel (Maria Clothilde, 1843-1911) met Jérôme Napoléon (eig. Napoléon Joseph Charles Paul Bonaparte, ook naar zijn vader Jérôme genoemd of –populair- "Plon-Plon" of "prins Napoleon", 1822-91) moest dit verbond bezegelen.

De Italiaanse Oorlog van 1859

3rightarrow.pngZie ook Italiaanse Oorlog (1859) voor een uitvoeriger behandeling
De eisen die Napoleon III op 1 jan. 1859 aan Oostenrijk stelde, noopten Oostenrijk om zich op een oorlog voor te bereiden. Op 29 april marcheerde het Sardinië binnen. Maar Napoleon dwong de Oostenrijkers onder dekking van de vestingvierhoek bij de Slag bij Magenta (4 juni) tot de terugtocht naar de Minciolinie; de bondgenoten trokken 8 juni Milaan binnen. Na de beslissende Slag bij Solferino (24 juni) moesten de Oostenrijkers wijken, waarop op 8 juli een wapenstilstand en 11 juli in Villafranca de voorlopige vrede werd gesloten. Oostenrijk stond daarbij Lombardije af, terwijl Napoleon afzag van de "bevrijding van Italië tot aan de Adriatische Zee" uit vrees voor inmenging van Pruisen. Toen Frankrijk vervolgens een conferentie voorstelde om de nationale aangelegenheden van Italië te regelen, liet Oostenrijk zijn deelname van de toestemming van de paus afhangen, die dit weigerde. Napoleon verkreeg nu van Sardinië bij een verdrag van 24 mrt. 1860 Nizza en Savoye. Door een volksstemming (11/12 mrt. 1860) werd in Toscane, Parma, Modena en de Romagna tot inlijving bij het rijk van Victor Emanuel besloten. De pauselijke ban tegen allen, die zich aan het grondgebied van de Kerkelijke Staat hadden vergrepen, werd genegeerd.

De vrijheidsstrijder Garibaldi (Giuseppe Garibaldi, 1807-82) trad op de voorgrond. Op 18 febr. 1861 trad het eerste Italiaanse parlement in Turijn aan; Victor Emanuel nam op 14 mrt. de titel van koning van Italië aan.

Een probleem was de keuze van een hoofdstad. Rome was door Napoleon bezet, die de paus niet kon en wilde laten vallen. Cavour maande daarom tot geduld, in de hoop dat de Kerk af zou zien van wereldlijke macht en zich, volledig onafhankelijk van de staat zou bepalen tot zaken van geestelijke aard (Chiesa libera in libero Stato). Ook onder de opvolgers van Cavour bleef de nationale eenheid behouden. De regering verplaatste haar zetel van Turijn naar Florence.

De Italiaans-Oostenrijkse Oorlog van 1866

3rightarrow.pngZie ook Italiaanse Oorlog (1866) voor een uitvoeriger behandeling
Aangezien Italië zich soepel had opgesteld in de kwestie met de paus had Napoleon III toegezegd zich in te zetten voor de erkenning van het koninkrijk Italië door Oostenrijk. Daar Oostenrijk in 1865 echter weigerde in ruil voor een schadevergoeding Venetië aan Italië af te staan, trad Italië in onderhandeling met Pruisen en beloofde militaire steun, als Pruisen binnen drie maanden de oorlog aan Oostenrijk zou verklaren (verdrag van 8 apr. 1866). Op 14 juni 1866 brak de oorlog tussen Oostenrijk en Pruisen uit (→ Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog). 20 juni verklaarde ook Italië de Oorlog aan Oostenrijk. Aartshertog Albrecht van Oostenrijk versloeg de Italiaanse hoofdmacht op 24 juni bij Custoza, maar 3 juli viel bij Königgrätz de beslissing (→ Slag bij Königgrätz). Onmiddellijk daarna stond Oostenrijk Venetië af aan Napoleon III en riep diens bemiddeling voor een vrede met Italië in. Maar Italië weigerde Pruisen af te vallen en zette de strijd voort. Ook de nederlaag van de vloot bij Lissa (→ Slag bij Lissa) verminderde de strijdlust van de Italianen niet. Toen Oostenrijk na de voorlopige vrede van Nikolsburg zijn leger tegen Italië liet optrekken, sloot Italië op advies van Bismarck op 11 aug. een wapenstilstand. De Vrede van Wenen (3 okt.) leverde Italië het Lombardisch-Venetiaanse Koninkrijk op.

Het Romeinse vraagstuk

Nu restte de voorstanders van de nationale eenheid nog de oplossing van het Romeinse of - zo men wil - Roomse vraagstuk. Opnieuw kwam het geluk daarbij te hulp. Toen in 1870 de oorlog tussen Frankrijk en Duitsland uitbrak (→ Frans-Duitse Oorlog), neigde Victor Emanuel ertoe Frankrijk tegen Pruisen bij te staan. Dit werd verhinderd door het kabinet Lanza-Sella, en de Franse nederlaag bij Sedan (→ Slag bij Sedan) ontsloeg Italië van zijn verplichtingen aan Frankrijk. Reeds op 8 sept. rukten Italiaanse troepen de Kerkelijke Staat binnen en op 20 sept. het op bevel van de paus verdedigde Rome. Na de gunstig verlopen volksstemming in de Kerkelijke Staat kondigde de koning op 8 okt. de inlijving van Rome af. Paus Pius IX, die op 20 okt. het Vaticaanse Concilie verdaagd had, deed op 1 nov. alle aanstichters en deelnemers aan de bezetting van Rome in de ban. De in mei 1871 van kracht geworden zgn. garantiewetten verklaarden de persoon van de paus en die van de koning onschendbaar, en kenden de paus een jaarlijkse vergoeding van 3.225.000 lire toe. De paus stemde daarmee in, en speelde de rol van "gevangene in het Vaticaan". Op 26 jan. 1871 besloot het parlement tot de verplaatsing van de regering naar Rome.