Tiger (slagkruiser)

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
HMS Tiger
HMS Tiger (slagkruiser)
Land: Groot-Brittannië
Klasse: Tiger-klasse (1 schip)
Waterverplaatsing (toegelaten tonnen): 35.160
Afmetingen (lengte / breedte / diepgang): 201 m / 27,6 m / 8,7 m
Bewapening (kanons / torpedobuizen): 8 x 34,3 cm; 12 x 15,2 cm / 4 x 53 cm
Pantser (gordel / dek / hoofdgeschutstorens): 23 cm / 8 cm / 23 cm
Voortstuwingsinstallatie (ketels / machines): Babcock & Wilcox (39 stuks) / Brown-Curtis-turbines, 4 schroefassen
Totale APK: 108.000
Brandstofvoorraad: kolen, 3320 t; olie, 3480 t
Prestaties (snelheid / actieradius): 28 knopen / ca. 4.650 zeemijl bij 10 knopen
Bemanning: 1121
Gebouwd door: John Brown, Clydebank
Opdracht verstrekt: 1911
Kiel gelegd: juni 1912
Tewaterlating: dec. 1913
In dienst gesteld: nov. 1914
Einde: 1932 gesloopt


Tiger was het grootste oorlogsschip dat de Royal Navy in de Eerste Wereldoorlog in de vaart had en oorspronkelijk bedoeld als vierde schip van de Lion-klasse-slagkruisers, met daarna nog een vijfde schip – Leopard – maar deze plannen gingen niet door. Zo werd het schip voltooid als enige vertegenwoordiger van zijn klasse en als representant van de laatste fase in de ontwikkeling van de vooroorlogse Britse maritieme scheepsbouw. Het ontwerp werd sterk beïnvloed door de slagkruiser Kongo, gebouwd door Vickers in Barrow voor Japan, en leverde een schip op dat in menig opzicht betrouwbaarder was dan de voorgaande klassen van Engelse slagkruisers, vooral wat de horizontale bescherming betrof, hoewel de onderwaterbescherming een zwak punt bleef. Tiger was de eerste Britse slagkruiser met een volledige secundaire bewapening. Het was ook de laatste Britse slagkruiser met kolengestookte ketels; het vermogen was opgevoerd tot meer dan 100.000 apk om een snelheid van 29 tot 30 knopen te bereiken, maar voor 59.500 pk was al dagelijks 1245 ton kolen nodig zodat die snelheid zelden werd gehaald.

Uiterlijk onderscheidde Tiger zich van haar Britse tijdgenoten uit de dreadnought-periode door het fraai gestileerde ontwerp. Ze nam deel aan de Slag bij de Doggersbank op 24 januari 1915 waarbij een toren werd geraakt en 2 man sneuvelden. Tijdens de Slag voor het Skagerrak op 31 mei 1916 werd ze 21 maal getroffen (24 doden, 37 gewonden). Ze werd uit dienst gesteld in maart 1931 en een jaar later in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag van Washington (1922) gesloopt.