Volkenbond

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De Volkenbond werd op 25 januari 1919 opgericht (eerste algemene vergadering op 10 januari 1920) op basis van het Verdrag van Versailles en gevestigd in Genève, met de intentie om via een supranationale organisatie 'een einde aan alle oorlogen' te maken. In haar grootste vorm (1934-1935) kende de Volkenbond 58 aangesloten landen als leden. De Volkenbond werd opgeheven op 20 april 1946, één dag na haar laatste vergadering. De Verenigde Naties, die werd opgericht in 1945, is te beschouwen als de opvolger van de Volkenbond.

Geschiedenis

Met name de Amerikaanse president Woodrow Wilson gaf aan het eind van de Eerste Wereldoorlog met zijn Veertien Punten de aanzet tot de vorming van de Volkenbond. Na de oprichting van de Volkenbond in 1919 werden behalve de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog ook de neutrale mogendheden tot de organisatie toegelaten. Echter, omdat het Verdrag van Versailles niet geratificeerd werd door het Amerikaanse Congres, trad de Verenigde Staten niet toe tot de Volkenbond. Duitsland en bolsjewistisch Rusland (later: de Sovjet-Unie) werden aanvankelijk geweerd, en pas na het Verdrag van Locarno toegelaten.

De Volkenbond kende drie hoofdorganen: de Algemene Vergadering, de Raad en het Permanent Secretariaat. Daarnaast werd er ook een Permanent Hof van Internationale Justitie opgericht.

In de Algemene Vergadering zetelden de vertegenwoordigers van alle lidstaten en beschikten ze over elk één stem. Hoewel alle voorgelegde kwesties werden besproken en erna aanbevelingen en resoluties werden goedgekeurd, hadden deze geen bindende kracht.

De Raad was het belangrijkste orgaan van de Volkenbond. Ze bestond uit permanente en niet-permanente leden. De permanente zetels werden bezet door Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Japan, in een later stadium werden Duitsland en de Sovjet-Unie aan dit rijtje toegevoegd.

De niet-permanente leden werden verkozen door de Algemene Vergadering.

De Raad verstrekte advies over situaties die een concrete bedreiging voor de vrede inhielden. Een eenparigheid van stemmen was vereist.

Het Permanent Secretariaat stond in voor de administratie, de voorbereiding van vergaderingen en de uitvoering van de resoluties.

Volledig onafhankelijk van de Volkenbond werd ook een Permanent Hof van Internationale Justitie opgericht. Alle lidstaten verplichtten zichzelf ertoe om conflicten via dit Hof te beslechten.

Aanvankelijk boekte de organisatie enige successen. Het was bijvoorbeeld onder auspiciën van de Volkenbond dat de voormalige Duitse koloniën als mandaatgebieden aan het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België en Japan werden overgedragen. Ook organiseerde de bond enige referenda in omstreden gebieden in Oost-Europa. De Frans-Duitse toenadering, mede georkestreerd door de Franse politicus Aristide Briand en de Duitse politicus Gustav Stresemann kan tevens toegevoegd worden aan het palmares van de Volkenbond. Deze toenadering resulteerde o.a. in het Verdrag van Locarno (1925) en in het Pact van Parijs (1928).

Japan viel in 1931 Mantsjoerije binnen, en stapte in 1933 na een veroordeling door de Volkenbond uit deze organisatie. Abessinië (Ethiopië) en ook lid van de Volkenbond, werd in 1935 geannexeerd door het Italië van Benito Mussolini, waarna ook zij, als derde permanent lid, uit de Volkenbond stapten (Hitler's Duitsland was reeds in 1933 uitgetreden, gesteund door 90% van de bevolking. De weg lag open voor de bezetting van het Rijnland, de inval in Polen en de Anschluss).

Telkenmale bleek de Volkenbond te zwak om de vrede te bewaren. Ingestelde sancties, zoals een verbod van olieleveranties aan de verdragsschender, bereikten niet het gewenste resultaat. De landen konden namelijk nog steeds rekenen op olie uit de Verenigde Staten, dat geen lid was van de bond.

De geloofwaardigheid van de Volkenbond werd door de uitstap van drie permanente leden gevoelig aangetast. Het leidde ertoe dat steeds meer de bond zagen als een verkapt machtsmiddel van Groot-Brittannië en Frankrijk, die uiteindelijk inderdaad als enige permanente raadsleden zouden overblijven. De Sovjet-Unie werd in 1939 naar aanleiding van de oorlog tegen Finland op initiatief van Argentinië uit de Volkenbond gestoten. Tegen deze tijd was de Tweede Wereldoorlog al begonnen en werd de bond nauwelijks nog serieus genomen. De Volkenbond werd nooit echt ontbonden.

Met de komst van Hitler en Mussolini werd de onmacht maar al te duidelijk. Met het uittreden van Duitsland verloor de bond zijn betekenis. Al tijdens de Tweede Wereldoorlog werd zijn opvolger, de Verenigde Naties, in de steigers gezet. De Volkenbond werd opgeheven op 20 april 1946.

Organen van de Volkenbond

  • Algemene Vergadering (Assemblee),
  • Raad,
  • Secretariaat,
  • Permanent Hof van Internationale Justitie (in het Vredespaleis) (1922-1946),
  • Diverse commissies.

Successen van de Volkenbond

  • De bemiddeling over de status van Åland;
  • De instelling van de Mandaatgebieden;
  • De creatie van de vrije steden Danzig (1920-1939) en Fiume, en de toewijzing van het Memelland;
  • De referenda in Opper-Silezië en Saarland;
  • Bemiddeling in een grensoorlog tussen Griekenland en Bulgarije;
  • Het organiseren van acties tegen seksuele slavernij, opiumverslaving, en slavernij (het opheffen van slavernij was een voorwaarde voor de acceptatie van Ethiopië als lid).

Niet-succesvolle pogingen en oplossingen van de Volkenbond

  • Het conflict om het Pools-Tsjechische grensgebied Teschen;
  • De Spaanse Burgeroorlog;
  • De Poolse bezetting van het Vilniusgebied;
  • De bezetting van het Ruhrgebied;
  • De Chaco-oorlog tussen Paraguay en Bolivia;
  • Het conflict om Korfoe;
  • De Mantsjoerije-crisis;
  • De Italiaanse inval in Ethiopië;
  • De herbewapening van Duitsland, de Anschluss van Oostenrijk en de bezetting van het Sudetenland.

Bronnen

Referenties

  • N. Kawamura, Turbulence in the Pacific: Japanese-U.S. Relations During World War I, Westport, 2000. (ISBN 9780275968533)
  • K.D. Magliveras, Exclusion from Participation in International Organisations: The Law and Practice behind Member States' Expulsion and Suspension of Membership, Den Haag - Boston, 1999. (ISBN 9041112391)
  • F.S. Northedge, The League of Nations: Its Life and Times, 1920–1946, New York, 1986. (ISBN 0718513169)
  • Rappard, William E., International relations as viewed from Geneva, New Haven, 1925.
  • G. Scott, The Rise and Fall of the League of Nations, Londen, 1973. (ISBN 0091170400)