Claus Schenk von Stauffenberg

Uit Milpedia
(Doorverwezen vanaf Von Stauffenberg)
Ga naar: navigatie, zoeken
Stauffenberg.jpg
Claus Philip Maria Graf Schenk von Stauffenberg, kortweg Claus von Stauffenberg (Jettingen (Beieren), 15 november 1907 – Berlijn, 21 juli 1944) was een Duitse verzetsstrijder, bekend van de (mislukte) aanslag op Hitler van 20 juli 1944.

Achtergrond

Aanvankelijk stond S. positief tegenover het nieuwe bewind. Na de Kristallnacht (9 november 1938) koos hij echter de kant van het (schaarse) verzet. Ondertussen maakte hij wel carrière (kolonel) in het leger en ging zelfs deel uitmaken van de groep vertrouwelingen rond Hitler.

S. nam deel aan de veldtochten in Polen, Frankrijk en Rusland. In 1943 diende hij in het roemruchte Afrikakorps van Rommel waar hij bij een beschieting zijn linkeroog, rechterhand en twee vingers van zijn linkerhand kwijtraakte.

De aanslag op Hitler

Met enkele collega-officieren (onder wie Tresckow, Olbricht en Graf von der Schulenburg) onderhield S. vanaf 1942 nauw contact met burgerlijke actiegroepen die hij steunde, zoals de Kreisauer Kreis rond Helmuth James Graf von Moltke en Peter Graf Yorck von Wartenburg. Samen met anderen beraamde en coördineerde hij diverse plannen om Hitler om te brengen. Maar het bleek heel moeilijk gelegenheid te vinden om ze uit te voeren; een aanslag met een paar vliegtuigbommen mislukte en begin 1944 werd bovendien de Kreisauer Kreis door de Duitse geheime politie opgerold. Nadat S. als stafchef van de 10de Pantserdivisie in april 1943 zwaar gewond was geraakt in Tunesië en ternauwernood aan de dood ontsnapte, vatte hij het verzetswerk weer op. Op 20 juli 1944 was het eindelijk zover. S. zou zelf de aanslag op Hitler uitvoeren tijdens een stafbespreking in het hoofdkwartier de Wolfsschanze bij Rastenburg in Oostpruisen, een enorm groot en goedbeveiligd bunkercomplex.

De aanslag mislukte echter om een aantal redenen. De kolonel kon maar één springlading activeren en zette de aktentas met daarin een tijdbom onder de kaartentafel, waarover de officieren en ook Hitler gebogen stonden. De tafel was echter van zeer dik, stevig hout gemaakt. Bovendien vond de vergadering niet plaats in een solide betonnen bunker, maar in een bovengrondse ruimte waarin ook veel hout was verwerkt, en stonden vanwege de warmte de ramen open.

Nadat de kolonel de tas met de bom bij Hitler op de grond had neergezet maakte hij zich snel uit de voeten met het excuus naar Berlijn te moeten bellen. Hij liep echter langs de telefonist naar een wachtende auto en met zijn medeplichtigen wist hij alle wachtposten te passeren, op weg naar een vliegveld waarvandaan hij naar Berlijn vloog. Daar zou hij de verwachte opstand en machtsovername gaan leiden. De bomexplosie was onderweg nog hoorbaar geweest en S. en de zijnen meenden dat de aanslag gelukt was.

De bom ontplofte inderdaad kort na zijn vertrek, maar Hitler raakte nauwelijks gewond. Alleen de broek van de Führer was aan flarden, en hij had last van oorsuizingen. Vier officieren werden wel gedood. Toen S. was vertrokken had een van de aanwezigen waarschijnlijk de tas verplaatst achter een dikke tafelpoot. De barak werd vernield, maar de schokgolf had te weinig kracht om alle aanwezigen te doden. Doordat Hitler kort na de aanslag al weer op de radio was te horen, mislukten de pogingen om in Berlijn de macht over te nemen.

Hitler gaf onmiddellijk aan Heinrich Himmler opdracht de oorzaak van de explosie te onderzoeken. Nog diezelfde dag werden de samenzweerders opgepakt in Berlijn, waarbij S. in de schouder werd geschoten (volgens andere verhalen werd S. al bij de poort van de Wolfsschanze aangehouden). Een krijgsraad die inderhaast was bijeengeroepen door de directe chef van S., generaal Fromm, veroordeelde hen ter dood. Het vonnis werd nog dezelfde dag voltrokken. Behalve S. behoorden Werner von Haeften, Albrecht Ritter Mertz von Quirnheim en Friedrich Olbricht tot degenen die werden gefusilleerd. Ludwig Beck pleegde zelfmoord of zou later zijn doodgeschoten. Andere samenzweerders werden in showprocessen veroordeeld (onder wie de broer van S., Berthold) of pleegden zelfmoord, zoals Tresckow en - naar wordt gezegd - Rommel.

De lijken werden de volgende dag inclusief uniform en onderscheidingen begraven, maar later in opdracht van Himmler opgegraven en verbrand. Gedurende de volgende dagen werden zo'n 200 medeverdachten door snelrecht veroordeeld en terechtgesteld.

Een rechtstreeks gevolg van de mislukte aanslag was tevens dat Hitler het reguliere leger niet langer vertrouwde en dat instanties als de SS, de SD en de Gestapo nog alerter werden.

Voor velen is S. het symbool geworden van het verzet tegen het nationaal-socialisme.



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie