Eerste Wereldoorlog

Uit Milpedia
(Doorverwezen vanaf WOI)
Ga naar: navigatie, zoeken
Europa 1914 (naar Diercke, Schul-Atlas, 1931)
Europa 1923 (naar Diercke, Schul-Atlas, 1931)

De Eerste Wereldoorlog was een militair conflict op wereldschaal, dat van 1914 tot 1918 met name in Europa plaatsvond. Meer dan negen miljoen militairen en burgers vonden de dood. Het conflict had een grote impact op de geschiedenis van de twintigste eeuw. De Geallieerden, destijds meestal de "Entente" (spr. uit an-tánte) genoemd, t.w. Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk (in het spraakgebruik meestal Engeland genoemd), Rusland en, vanaf 1917, de Verenigde Staten, versloegen de Centrale Mogendheden: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije (doorgaans aangeduid als Oostenrijk), Bulgarije en Turkije (ook wel het Osmaanse of Ottomaanse Rijk genoemd, alhoewel deze benaming geografisch minder juist is, want op geen enkele atlas uit die tijd voorkomend). Italië liep in 1915 over naar de Geallieerden.

Oorzaken en aanleiding

De casus belli oftewel de onmiddellijke aanleiding tot het conflict was de moord op Franz Ferdinand, troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije en zijn vrouw Sophie Chotek in Sarajevo op 28 juni 1914 door de Bosnisch-Servische terrorist Gavrilo Prinčip. Maar de oorzaak was het niet; het was slechts de lont in het kruitvat.

In het begin van de 20ste eeuw ontwikkelde zich in Europa een wankel machtsevenwicht. In verschillende landen waren sterk nationalistische stromingen. In Frankrijk was na de Frans-Duitse Oorlog van 1870/1871 Elzas-Lotharingen aan Duitsland verloren. Frankrijk had zich nooit bij het verlies van dit gebied willen neerleggen. De gekwetste Franse trots en het daaraan verbonden revanchisme geldt als een van de belangrijkste oorzaken, zo niet de belangrijkste, voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Ook de maritieme bewapeningswedloop tussen Groot-Brittannië en Duitsland voerde de internationale spanning op. De Britten, met hun uitgestrekte koloniale imperium destijds het machtigste land op aarde en de belangrijkste zeemacht, bezagen met argusogen de opkomst van Duitsland op het wereldtoneel en de expansieve groei van de Duitse vloot.

Duitsland had reeds in 1879 een bondgenootschap met Oostenrijk-Hongarije gesloten, waarbij zich in 1882 Italië voegde ("Dreibund" of "Triple-Alliantie"). In 1904 was de Britse regering een bondgenootschap aangegaan met Frankrijk ("Entente Cordiale"), waarbij zich in 1907 Rusland aansloot ("Triple-Entente"). Duitsland en Oostenrijk zagen zich nu van twee kanten bedreigd: in het westen door Frankrijk (dat als de gevaarlijkste tegenstander werd beschouwd) en Engeland met zijn machtige vloot en in het oosten door Rusland met zijn enorme leger.

Tegelijkertijd bloeiden in de Balkan krachtige nationalistische ambities op. De panslavisten wilden met Russische steun onder de Oostenrijkse heerschappij uit. In gebieden als Bosnië en Bohemen ontstond een sterk Slavisch-nationalistisch bewustzijn, dat op zijn beurt angst en vijandschap bij de Oostenrijkers en Duitsers wekte.

In tegenstelling tot Frankrijk en Groot-Brittannië bezat Duitsland amper koloniën, waardoor het minder als grote mogendheid werd gezien. Koloniën waren noodzakelijk om de handelsstromen en de toegang tot grondstoffen en afzetmarkten te beheersen. Pas tegen het einde van de 19de eeuw kreeg het Duitse koloniale bezit vorm: voornamelijk in Afrika, maar ook in Zuidoost-Azië. Duitsland was de laatkomer, aan wie geen "plaats onder de zon" werd gegund.

Duitsland had het sterkste landleger ter wereld. Algemeen hadden de Duitsers de overtuiging dat een mogelijke oorlog wel in een Duitse overwinning moest eindigen. De meeste nationalistische groeperingen hoopten daarom op een conflict en ook zij die daar niet op uit waren, voelden meestal niet de noodzaak een oorlog per se te vermijden. Het was reeds Bismarck, de grote Duitse staatsman, die verklaarde: "Der Krieg ist der natürliche Zustand des Menschen: wen er nicht umbringt, den macht er gesünder."

Voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog stelden de verschillende grote mogendheden plannen op om "de eerste klap" uit te delen. Zo bestond in Frankrijk het idee van het "Frans elan" dat ten grondslag lag aan het Franse strijdplan "Plan XVII". In Duitsland werd het Schlieffenplan opgesteld. In Rusland werd het legerplan opgesteld om onmiddellijk Oost-Pruisen te bezetten en op te rukken naar Berlijn. Voor het uitdelen van deze eerste klap was mobilisatie van de legers nodig. Mobilisaties kostten tijd, en konden niet in het geheim worden uitgevoerd. Dit betekende in de praktijk dat een mobilisatie direct moest worden opgevolgd door een oorlogsverklaring, elke dag wachten betekende voor de andere partij gelegenheid om ook te mobiliseren. Zowel militairen als politici waren hiervan doordrongen.

Oostenrijk-Hongarije was ernstig verzwakt. De Dubbelmonarchie was door Italië en Pruisen vernederd, was door de Ausgleich van 1867 bijna in tweeën gesplitst, en zocht compensatie via de Balkan. De annexatie van Bosnië en Herzegovina in 1908 was hier een voorbeeld van. Een makkelijke overwinning op Servië zou bewijzen dat Oostenrijk-Hongarije nog steeds een grote mogendheid was. Bulgarije en Turkije voelden zich na de Balkanoorlogen ernstig vernederd en tekort gedaan. Iedere kans om met Servië, Roemenië, Griekenland en (voor Turkije) eventueel Rusland af te rekenen was van harte welkom.

Bij sommige landen, zoals Italië en Roemenië, bestond bereidheid om met de meestbiedende zijde mee te gaan. Dit droeg bij tot een uitbreiding van de oorlog.

Kortom, alle ingrediënten voor een grote Europese of zelfs een Wereldoorlog waren aan het begin van de 20ste eeuw ruim voorhanden.

Het uitbreken van de Wereldoorlog

De moord op Franz Ferdinand van Oostenrijk

Aartshertog Franz Ferdinand en zijn gezin in gelukkiger tijden. Het echtpaar zou in 1914 door een Bosnisch-Servische terrorist worden vermoord
Op 28 juni 1914 bracht de Oostenrijkse troonpretendent, aartshertog Franz Ferdinand samen met zijn vrouw een bezoek aan Sarajevo, de hoofdstad van de Oostenrijks-Hongaarse provincie Bosnië-Herzegovina. De Bosnisch-Servische terrorist Gavrilo Prinčip schoot Franz Ferdinand neer, nadat hij eerder die dag al een mislukte poging had gedaan deze en zijn vrouw te vermoorden. De dader maakte deel uit van de Servische terreurbeweging Zwarte Hand, die streefde naar een Groot-Servië, uitgebreid met de Zuidslavische gebieden van Oostenrijk-Hongarije en was derhalve fel gekant tegen de plannen van de aartshertog de Slavische bevolking van Oostenrijk-Hongarije een zekere mate van autonomie toe te staan, zij het binnen Oostenrijk-Hongarije.

De publieke opinie in Europa schaarde zich aan de kant van Wenen en niet aan de kant van Servië. Zelfs de Russen namen aanvankelijk een afwachtende houding aan. De aanslag leek in eerste instantie met een sisser af te lopen: Oostenrijk leek niet te reageren.

Sneeuwbaleffect

Na de aanslag op 28 juni bleef het enkele weken lang schijnbaar stil. Maar achter de schermen overlegde Wenen koortsachtig met Berlijn. Berlijn gaf Wenen op 6 juli bijna een blanco cheque, doordat het verbond tussen de twee een defensief karakter had. Deze blanco cheque bestond uit de Duitse toezegging, dat een Russische interventie een Duits antwoord zou betekenen.

Pas op 23 juli stelde Wenen aan Servië door zijn minister van buitenlandse zaken, graaf Leopold Berchtold een 48-uursultimatum, het Juli-Ultimatum. Dit ultimatum eiste kortweg dat de zaak tot de bodem werd uitgezocht. Hiervoor moest Servië zich een diepgaande inbreuk op zijn soevereiniteit laten welgevallen, onder meer door het toelaten van Oostenrijkse politieagenten. Ook diende Servië de verantwoordelijkheid voor de aanslag op zich te nemen. Servië stemde aanvankelijk met alle eisen in, op één na, namelijk het toelaten van Oostenrijkse agenten op zijn grondgebied, maar kondigde kort daarop, vermoedelijk na ruggespraak met Rusland, een gedeeltelijke mobilisatie van zijn leger af. Oostenrijk verbrak daarop op 25 juli de diplomatieke betrekkingen met Servië en kondigde eveneens een gedeeltelijke mobilisatie af.

Op 25 juli besloot Rusland tijdens het kroonoverleg van Krasnoje Selo bij St. Petersburg om Servië militair te steunen. Tegelijk werd door Rusland, Duitsland en Engeland een bemiddelingsconferentie voorgesteld. Dit voorstel bleef echter onbeantwoord. Op 27 juli volgde een eerste fase van de mobilisatie van het Russische leger. De bevelhebber van het Russische leger, Sergej Dobrorolski, zei later dat de Russische staf de oorlog reeds op 25 juli voor een uitgemaakte zaak hield. Het was hun bekend dat Duitsland deze stap zou volgen.

De Oostenrijkse doelen voorzagen in een lokale oorlog, mede doordat de Servische hoofdstad Belgrado net over de grens met Oostenrijk lag. Op 28 juli verklaarde Oostenrijk de oorlog aan zijn kleine buur: de Eerste Wereldoorlog was begonnen! Reeds de volgende dag, 29 juli, beschoot de Oostenrijkse artillerie de Servische hoofdstad.

Oostenrijk-Hongarije besloot op 30 juli tot een algehele mobilisatie. Op die dag keurde ook tsaar Nicolaas II van Rusland de mobilisatie van het Russische leger goed. De Russische generale staf, zich realiserend dat dit een indirecte oorlogsverklaring inhield, probeerde hem hiervan af te houden. Ook een bezwerende brief van de Duitse keizer aan zijn neef de tsaar bleef zonder effect. Duitsland stelde hierop een 12-uursultimatum dat de Russische mobilisatie ingetrokken moest worden. Toen antwoord hierop uitbleef, verklaarde Duitsland op 1 augustus aan Rusland de oorlog. Frankrijk besloot hierop tot mobilisatie, om zijn verbond met Rusland (de "Triple-Entente") gestand te doen.

Het Duitse oorlogsplan was een bijgewerkte versie van het zogenaamde Schlieffenplan. Dit was gebaseerd op de veronderstelling dat de Russische mobilisatie veel tijd zou kosten. Duitsland zou deze tijd gebruiken door eerst met aartsvijand Frankrijk af te rekenen, en dan Rusland aan te pakken. Op de avond van de oorlogsverklaring trokken de eerste Russische eenheden echter al Oostpruisen binnen.

Het Schlieffenplan voorzag in een omtrekkende beweging via Nederland en België door Frankrijk achter Parijs om. De Duitse stafchef Moltke (de jongere) verkortte de uitgestippelde route van de opmars echter. Op 1 augustus bezette Duitsland Luxemburg en stelde België een ultimatum met de eis tot vrije doortocht. België weigerde deze in het kader van zijn neutraliteitspolitiek echter. Op 3 augustus verklaarde Duitsland Frankrijk de oorlog en op 4 augustus trok Duitsland België binnen voor de aanval op Frankrijk. Dit was voor Groot-Brittannië, zich beroepend op het verdrag uit 1839 dat de Belgische neutraliteit garandeerde, een reden om Duitsland nog diezelfde dag de oorlog te verklaren.

Het westfront

1914

1914, westelijk front. Duitse troepen worden uigeleide gedaan
In de vroege morgen van de 4 augustus 1914 trok Duitsland België binnen voor de aanval op Frankrijk om een begin te maken met de uitvoering van het hierboven genoemde Schlieffenplan, genoemd naar de generaal, die het in al zijn wijsheid had bedacht en uitgewerkt. Maar Schlieffen was in 1913 overleden en de Duitse generale staf was aan het plan gaan morrelen. Stafchef Moltke (een neef van de grote Moltke, het brein achter de Duitse overwinning in de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71) had de route verkort (die voerde in tegenstelling tot de oorspronkelijke plannen niet meer door Nederland) en zou later, na de onverwacht snelle mobilisatie van de Russen, noodgedwongen voor nog meer aanpassingen zorgen.

België weigerde pertinent zijn neutraliteit, opgelegd en gewaarborgd door het Verdrag van Londen (1839) op te geven en vrije doorgang te verlenen aan de Duitse troepen. Groot-Brittannië verklaarde op grond van dat verdrag Duitsland de oorlog en kwam België te hulp met een expeditieleger, de in 1906 opgerichte British Expeditionary Force, de BEF.

De Duitse beslissing het Nederlandse grondgebied niet te schenden verplichtte hen de vesting Luik uit te schakelen in plaats van er omheen te trekken. Door hardnekkige weerstand die het Belgische leger zou bieden in de vooruitgeschoven forten, tijdens de terugtrekking op Antwerpen en in de vesting van Antwerpen zelf liep de opmars van de Duitse troepen vertraging op hoewel dit nog niet desastreus was voor de realisering van het Schlieffenplan, zoals wel wordt beweerd. België werd in de periode aug. – okt. 1914 op de zuidwesthoek (het IJzergebied) na veroverd (zie voor meer details België in de Eerste Wereldoorlog), maar in Noord-Frankrijk leed het 1ste Duitse leger (bevelhebber v. Kluck) tijdens de Slag aan de Marne (5 – 12 sept. 1914) tegen de Fransen een nederlaag, hoewel aan de Aisne werd standgehouden.

De beroemde Parijse taxi hielp mee deze slag te winnen. De zaak scheen hopeloos, tot de Franse generaal Galliéni alle taxi's in Parijs rekwireerde voor het vervoer van soldaten naar het front en door deze snelle aanvoer van reserves gelukte het hem de krijgskansen ten gunste van de geallieerden te doen keren. Een bekend verhaal, maar het schijnt dat de rol van de taxi's meer van symbolische dan van beslissende betekenis is geweest. Wat hiervan ook zij: het Schlieffenplan was mislukt; de Duitse oorlogsmachine kwam tot stilstand en de troepen groeven zich in loopgraven in voor een stellingenoorlog, waarbij de posities gedurende vier jaar soms nauwelijks van plaats veranderden. Het halfslachtige opereren van Moltke en het flegma van de Franse chef-staf Joffre redde Frankrijk bij de Marne op het moment, dat het zo goed als verslagen was, de regering al naar Bordeaux was gevlucht en de Duitsers aan de horizon het topje van de Eiffeltoren konden waarnemen. Moltke werd als chef-staf vervangen door v. Falkenhayn.

Data 1914

D = Duitsland, Duits, Duitsers, Duitse leger enz.; F = Frankrijk enz.; E = Engeland enz.

Westfront - Duitse opmars 1914: 2 aug. D bezetten Luxemburg ... 3-4 aug. D overschrijden de Belgische grens ... 16 aug. D bezetten Luik ... 19, 20 aug. Belgische nederlagen bij St. Truiden en Tienen, Brussel bezet ... 25 aug. Val van Namen ... 3 aug. F bezetten Markirch en 8 aug. Mülhausen in de Elzas ... 10 aug. D heroveren Mülhausen ... 19-26 aug. 2de Slag bij Mülhausen ... 18 aug. F bezetten Saarburg ... 20-22 aug. Slag in Lotharingen. F terugtocht op Nancy en Épinal ... 22-25 aug. Slag bij Longwy ... 28 aug. D nemen Montmédy in ... 24-29 aug. Slag aan de Maas (Neufchâteau) ... 23-24 aug. 1ste D leger verslaat E bij Mons ... 21 aug. Slag bij Charleroi ... 26 aug. E verliezen Slag bij Le Cateau ... 27 aug. – 4 sept. D aanval op Nancy-Épinal ... 28 aug. D bezetten St. Quentin ... 3 sept. D bezetten Reims ... 5 sept. D overschrijden Marne ... 5-12 sept. Slag aan de Marne ... 12-13 sept. F doorbraakpoging tussen Soissons en Reims ... 25 sept. D veroveren Fort Camp des Romains bij St.-Mihiel ... 9 okt. D veroveren Antwerpen na een beleg van 12 dagen ... 6 okt. E F aanval tussen Arras en Cambrai mislukt ... 12 okt. D bezetten Lille en Gent ... 14 okt. D bezetten Brugge en 15 okt. Oostende ... 17 okt. Begin Slag aan de IJzer ...21 okt. Inundatie langs sluizencomplex van de polder Noord van de IJzer tussen Nieuwpoort en Sint Joris... 29 okt. Inundatie van de IJzervlakte tussen de IJzer en de spoorweg Nieuwpoort-Diksmuide ...30 okt. Einde van de Slag aan de IJzer ... 30 okt.–18 nov. Slag om Ieper ... 12 nov. Vruchteloze D doorbraakpogingen bij Langemarck, 16-19 dec. bij Nieuwpoort, 20 dec. bij Bixschoote, 18-21 dec. bij de Loretto-heuvels en bij Soissons, Reims, L'Argonne en Verdun.

1915

Een moment van rust. Duitse loopgraaf aan het westelijke front
1915 was het jaar van betrekkelijke rust aan het westelijk front, waar twee miljoen Duitse militairen tegenover drie miljoen geallieerden in de loopgraven van Noord-Frankrijk lagen, stellingen die van Zwitserland tot aan de Noordzee reikten en steeds verder werden versterkt, verfijnd en uitgebouwd. De geallieerden concentreerden hun aanvallen op de saillant Noyon, een uitstulping van de Duitse linies op nog geen 100 km van Parijs. De Franse aanvallen in Champagne om de Duitse bevoorrading af te snijden leverden een terreinwinst op van enkele meters en een verlies van duizenden soldaten. Een Engelse aanval (10-13 mrt.) op Neuve-Chapelle aan de westflank van de saillant van Noyon, ontaardde in een bloedbad: 3000 gesneuvelde Britse soldaten per uur. De Duitse saillant van St.-Mihiel werd onder opoffering van tallozen door de Fransen aangevallen met verwaarloosbaar resultaat.

Op 22 april maakten de Duitsers in de Tweede Slag om Ieper aan het westelijke front gebruik van gifgas en dat was de eerste geslaagde gasaanval. Eerder hadden al gasaanvallen plaatsgevonden, zoals de gasaanval bij Mülhausen/Mulhouse in de Elzas, op 23 augustus 1914, toen de Fransen voor het eerst in de oorlog aanvielen met gifgas (namelijk traangas). Op 25 mei was de saillant van Ieper (Ieper zelf werd niet veroverd) door de Duitsers opgerold, met een geallieerd verlies van 75.000 man, de Duitsers meer dan 100.000. Tijdens de Lorettoslag werden vanaf 9 mei 1915 door de Britten bij Festubert en de Fransen bij Souchez tussen Neuve-Chapelle en Arras onder opoffering van 10.000 man aanvallen ingezet op de westelijke flank van de saillant van Noyon. De Fransen slaagden er niet in de heuvelrug van Vimy te veroveren, en konden slechts een tijdelijke bres slaan in de voorste Duitse linie.

De Herfstslag in Artois en Champagne begon op 25 september. In Artois verloren de Britten bij Loos 60.000 man maar vorderden geen centimeter. Het betekende het ontslag van de Engelse bevelvoerder French die door Haig werd vervangen. De Fransen boekten bij Souchez enige terreinwinst. In Champagne, ten westen van Verdun, werd de Franse aanval ingeluid door een driedaags bombardement met 2500 kanonnen. Het resultaat stond in geen verhouding tot de verliezen: de Fransen verloren 150.000, de Duitsers 100.000 man. Eind 1915 bedroegen de totale geallieerde verliezen in het westen ongeveer 1.550.000 man, die van de Duitsers rond 600.000.

Data 1915

D = Duitsland, Duits, Duitsers, Duitse leger enz.; F = Frankrijk enz.; E = Engeland enz., O = Oostenrijk-Hongarije enz.; R = Rusland enz., S = Servië enz., I = Italië enz.

Westelijk front - stellingenoorlog 1915: 8-14 jan. Slag bij Soissons ... 19 jan. D bestormen Hartmannsweilerkopf (Vogezen) ... 16 feb.-20 mrt. Winterslag in Champagne (Massiges – Perthes – Souain) ... 19 feb. Slag bij Münster (F) ... 10-20 mrt. Massale E aanval bij Neuve-Chapelle ... 5-14 apr. Vruchteloze F aanvallen bij Verdun, Courdes, Apremont, Flirey, Priesterwald ... 22 apr.-25 mei 2de Slag om Ieper ... 9 mei Begin Lorettoslag (tot aug.) ... 29 juni-6 juli Slag bij Les Eparges (ZW van Verdun) ... 29 juni-14 juli Strijd in L'Argonne ... 30 juli D veroveren Slot Hooge bij Zillebeeke ... 25 sept. Begin van de Herfstslag in Artois en Vlaanderen ... 26 sept. F en B aanvallen bij Souchez en Loos ... 25 sept. Begin van de Herfstslag in Champagne (Massiges, Tahure) ... 23 dec. D heroveren Hartmannsweilerkopf.

1916

Slag bij Verdun, 1916. Duits machinegeweernest
1916 was het jaar van twee van de grootste veldslagen – bij Verdun en aan de Somme en van de grootste zeeslag - Skagerrak/Jutland uit de wereldgeschiedenis. De Duitse chef-staf, Falkenhayn, had zijn zinnen gezet op de verovering van de forten van Verdun – aan een doorbraak geloofde hij nog niet. De geallieerden verwachtten daar geen aanval: bij Verdun was slechts een enkele Franse brigade aanwezig. Maar door het slechte weer werd de geplande operatie negen dagen verschoven, waardoor de Fransen, voor wie de Duitse voorbereidingen door de enorme omvang ervan niet verborgen waren gebleven, hun troepensterkte konden opvoeren, hoewel deze nog aanzienlijk achterbleef bij die van de Duitsers.

Op 21 februari 1916 begonnen de Duitsers hun offensief bij Verdun, ingeleid door een zwaar bombardement zoals dat nog niet eerder in de geschiedenis was vertoond. Maar het Duitse optimisme werd al spoedig getemperd door het verloop van de veldslag; de opmars vorderde te traag. Op 25 februari werd de voornaamste schakel in de fortificaties rond Verdun, het fort Douaumont, verlaten door hen aangetroffen. De Fransen trokken terug op de Maas en organiseerden daar, gedirigeerd door generaal Pétain, gevierd in de Eerste Wereldoorlog en verguisd in de Tweede vanwege zijn collaboratie met de Duitsers, hun verdediging. Op 6 maart volgde een nieuw Duits offensief. Er werd zware strijd geleverd om de strategische heuvels Toter Mann (Mort-Homme) en 304 en de forten Fresnes en Vaux. Maar de Fransen hielden stand, tot het Duitse offensief in juni afnam en gingen tot de tegenaanval over; in de herfst waren de forten van Vaux en Douaumont weer in Frans bezit. Geholpen heeft het beide partijen weinig; aan doden, gewonden en krijgsgevangenen verloren de Fransen 460.000 man, de Duitsers 280.000.

Het geallieerde offensief aan de Somme begon 24 juni 1916. Hierbij zetten de Engelsen voor het eerst dienstplichtigen in. De slag werd ingeleid door trommelvuur op de drievoudige, 1000 m diepe Duitse linies. Op 1 juli volgde de aanval met infanterie; de Fransen drongen ten zuiden van de Somme de Duitse stellingen binnen; in het noorden vielen de Engelsen onder hun bevelhebber Rawlinson aan. De aanval ging over in afzonderlijke gevechten die tot 5 juli duurden. Van 7-19 juli vielen de Entente-troepen opnieuw aan en drongen op tot de lijn La Maisonette-Pozières. Een derde geallieerde aanval met 17 divisies (200.000 man) van 20-30 juli stuitte op sterke weerstand van Duitse reservetroepen. In augustus wonnen de Fransen terrein ten zuiden van de Somme bij Estrées en drongen de Engelsen door tot bij Ginchy. Toen de Duitse legerleiding in september 1916 was overgenomen door Hindenburg en Ludendorff leek het geallieerde offensief nog in hevigheid toe te nemen; de Fransen namen Bouchavesnes in en de Engelsen drongen op tot Thiepval, maar tegen het einde van deze maand werd de aanval tot staan gebracht. In oktober vorderden ze nauwelijks, en in november moesten de Engelsen bij de Ancre weer terrein prijsgeven. De slag eindigde toen beide kampen uitputtingsverschijnselen begonnen te vertonen. De geallieerden verloren een half miljoen man en verschoten 80 miljoen granaten. Het resultaat: de Duitse linies werden maximaal 18 km teruggedrongen. De Duitse verliezen waren ongeveer even groot. Tijdens de slag werden door de Engelsen voor het eerst tanks ingezet.

De geallieerde verliezen aan het westelijk front bedroegen over het hele jaar 1916 ca. 1,2 miljoen man en van de Duitsers 800.000.

Data 1916

D = Duitsland, Duits, Duitsers, Duitse leger enz.; F = Frankrijk enz.; E = Engeland enz., O = Oostenrijk-Hongarije enz.; R = Rusland enz., S = Servië enz., I = Italië enz.

Westelijk front - stellingenoorlog 1916: 8 jan. D heroveren de Hirzstein (Vogezen) ... 15 jan. D terreinwinst bij Ieper ... 24 feb. E aanval bij Armentières zonder succes ... 21 feb. Begin D aanval op Verdun ... 25 feb. D bestorming van fort Douaumont ... 6 mrt. D nemen Fresnes en 8 mrt. Vaux in ... 14 mrt. D bestormen heuvel Toter Mann (Mort Homme) ... 20 mrt. D nemen Avocourt en Malancourt, 5 apr. Haucourt, 9 apr. Béthincourt in ... 8 apr. D bestormen heuvel 304, 20 mei Toter Mann ... 23-25 mei Strijd om fort Douaumont ... 1 juni D veroveren Caillettewald ... 2 juni D veroveren Fort Vaux ... 24 juni-18 nov. Slag aan de Somme ... 23 okt. F aanval bij Verdun ... 24 okt. D ontruimen Fort Douaumont en 1 nov. Fort Vaux ... 15-17 dec. Laatste schermutselingen bij Verdun.

1917

Slag bij Cambrai, 1917. Britse tanks die door de Duitsers zijn stukgeschoten
De geallieerden namen hun offensief, dat in het najaar van 1916 was afgebroken, in het voorjaar van 1917 weer op. Aan het westelijke front hadden zij een numeriek overwicht: de Fransen door de massale aanvoer van troepen uit hun koloniën in Noord-Afrika, de Engelsen door de in 1916 ingevoerde algemene dienstplicht. Daarbij kwam de feitelijke oorlogsverklaring (6 april) van de Verenigde Staten aan Duitsland, hoewel die aanvankelijk nog niet tot een daadwerkelijke deelname van de Amerikanen aan de oorlog leidde. Er waren zelfs enkele Russische brigades bij, ofschoon die niet echt bijdroegen aan de geallieerde gevechtskracht en meestal hinderlijk in de weg liepen. Maar begin 1917 kon de Entente vier miljoen soldaten in het veld brengen, terwijl het in de Sommeslag verzwakte Duitsland daar slechts 2½ miljoen krijgers tegenover kon stellen.

Het vredesaanbod dat de Centrale Mogendheden op 12 dec. 1916 aan de Entente hadden gedaan, had hun positie in militair noch in moreel opzicht versterkt, evenmin als de proclamatie van het koninkrijk Polen (5 nov. 1916) voor stabilisatie in het oosten zorgde. Daar kwam nog bij, dat het Duitse opperbevel langzamerhand overal alleen voor kwam te staan: de Oostenrijks-Hongaarse monarchie (waar de opvolger van de 21 nov. 1916 gestorven keizer Franz Joseph, keizer Karl, generaal Conrad von Hötzendorf het opperbevel had ontnomen) dreigde ten onder te gaan aan innerlijke tegenstellingen en militaire zwakte. Van de andere bondgenoten, Bulgarije en Turkije, mocht niet meer verwacht worden dan dat zij voor lijfsbehoud streden. Onder deze omstandigheden was het verklaarbaar dat de Duitsers kozen voor een defensieve opstelling in Frankrijk, ondersteuning van Oostenrijk tegen Italië en wat de strijd ter zee betrof, besloten tot een ongelimiteerde onderzeebootoorlog.

De opvolger van Joffre, generaal Nivelle, een snoever, wilde met een groot offensief de Duitse saillant Noyon veroveren, iets wat de geallieerden al drie jaar lang vergeefs geprobeerd hadden. Maar Ludendorff was hem voor: de Duitsers ontruimden (febr.-mrt. 1917) de saillant zelf om zo het front te verkorten en trokken zich terug achter de zogeheten Siegfriedlinie (door de geallieerden "Hindenburglinie" genoemd), een bijzonder sterke en overzichtelijke stelling, die de Duitsers 13 divisies uitspaarde. De saillant van Noyon lieten ze achter volgens het principe, dat de Russen in de Tweede Wereldoorlog alom zouden toepassen, dat van de verschroeide aarde. Alles wat de vijand van nut kon zijn, werd vernield, zodat er slechts een met landmijnen bezaaide woestenij achterbleef.

Begin april 1917 begon een Brits/Canadees korps aan een offensief bij Arras, waar de noordwestkant van de Siegfriedlinie aan de heuvelrug van Vimy grensde. Het begon met een bombardement dat een week duurde en waarbij bijna 100.000 ton aan munitie werd verschoten. Na een maand waren de aanvallers 5 km gevorderd, maar ten koste van een verlies van 85.000 man; de Duitsers verloren ca. 70.000 man aan doden, gewonden en gevangenen.

Aan het grote Franse offensief van Nivelle in Champagne, dat 16 april begon, namen liefst vier Franse legers (54 divisies) deel over een 80 km breed front tussen Soissons en Reims. Het verhaal gaat, dat de Fransen ruim 10 miljoen granaten op de Duitse stellingen afvuurden, maar de zo begeerde 'definitieve doorbraak' bleef uit. De Chemin des Dames werd weliswaar door de Fransen veroverd, doch dit ging ten koste van 20.000 man. Het eindeloze bloedvergieten zonder merkbaar resultaat werkte demoraliserend op de Franse soldaten en ze sloegen aan het muiten alsof het virus van de Russische Revolutie reeds op hen was neergedaald. Nivelle werd ontslagen en opgevolgd door de 'Held van Verdun', Pétain, die bij zijn troepen op een groot moreel gezag kon bogen. Hij legde zijn oor te luisteren bij zijn mannen; stond open voor hun klachten. Nadat de rust was hersteld, het vertrouwen in de leiding was herwonnen en 50 oproerkraaiers (van de 554 die ter dood waren veroordeeld) waren geëxecuteerd, kon de oorlog worden hervat.

De Fransen waren oorlogsmoe, de hoofdlast kwam op de schouders van de Engelsen te rusten en het wachten was op de inzet van Amerikaanse troepen nu aan het oostelijk front de strijd door de Russische Revolutie vrijwel was beslecht en Duitse eenheden vrijkwamen voor het westelijk front.

Op 7 juni begon een Engels offensief in Vlaanderen met de saillant van Ieper als voornaamste doelwit. De operaties vonden zelfs ondergronds plaats door het graven van tunnels. Op deze wijze werd de heuvelrug van Mesen/Wytschaete veroverd door explosieven onder de Duitse loopgraven tot ontploffing te brengen. De eigenlijke Slag in Vlaanderen (de derde bij Ieper) begon pas 22 juli. De Britten vielen aan met 18 divisies. De Duitsers verdedigden zich met mosterdgas en zetten zelfs vliegtuigen in. Eindelijk, op 6 november, konden de Canadezen de heuvelrug van Passchendaele bezetten. Maar het front was niet doorbroken en de Britse verliezen waren enorm, ca. 400.000 man; de Duitsers half zoveel.

In augustus begonnen de Fransen een offensief bij Verdun en kregen de strategische heuvels bij deze plaats (Toter Mann, 304 enz.) in handen, die door de Duitsers waren verlaten. Bij Cambrai voerden de Britten eind nov. / begin dec. 1917 een aanval met ruim 300 tanks uit op de Duitse Siegfriedlinie, maar het merendeel van de tanks bleef in de modder steken en haalde de achterste Duitse linie niet of werd door Duits vuur uitgeschakeld. Een groot deel van het terrein werd echter al snel door de Duitsers terugveroverd.

De Amerikaanse oorlogsdeelname

Verwoest terrein bij Passchendaele tijdens de Derde Slag bij Ieper, 1917

Duitsland beantwoordde de blokkade van de geallieerden met het onderzeebootwapen. Duitse onderzeeboten schuimden de zeeën af en torpedeerden koopvaarders. Behalve geallieerde schepen, werden ook wel eens neutrale schepen getroffen, zoals de RMS Lusitania. Dit werd de Duitsers door veel neutralen zeer kwalijk genomen.

In 1917 zaten de Duitsers met een probleem. De nood steeg steeds hoger maar er zat geen beweging in de fronten. Een poging om de Engelse vloot te vernietigen en zo de blokkade te breken was in 1916 met de Slag bij Jutland mislukt. De Duitsers vernietigden meer schepen dan de Britten, maar waagden zich niet meer op open zee. Een onbeperkte onderzeebootoorlog zou de kans geven om Engeland te isoleren en tot overgave te dwingen. Dit zou echter kunnen leiden tot een oorlog met de reeds geïrriteerde Verenigde Staten.

De Duitsers zetten het plan toch door, maar trachtten Japan en Mexico tot de Centralen te doen toetreden om zo de Amerikanen af te leiden. Een telegram met deze strekking (het Zimmermanntelegram) werd echter onderschept. Naar aanleiding hiervan, en van de onbeperkte onderzeebootoorlog kon de vanaf het begin op geallieerde hand zijnde president Woodrow Wilson het Amerikaanse parlement overtuigen om Duitsland op 6 april 1917 de oorlog te verklaren. De Mexicanen hadden echter net een burgeroorlog achter de rug en hadden geen behoefte aan een nieuwe oorlog, terwijl ook Japan bedankte voor de eer.

De Amerikaanse aanwezigheid had, vooral in het begin, een louter psychologische waarde. Zo kolossaal als de Amerikaanse marine was, zo klein was hun leger. Er was mankracht genoeg, maar er was onvoldoende bewapening. Kanonnen moesten van de Britten worden geleend. De Duitsers zagen echter een nieuw leger tegenover zich dat steeds verder aangroeide. Hun onderzeeboten waren onvoldoende om de oorlogskonvooien tegen te houden. De tijd werkte in hun nadeel: steeds meer troepen stroomden Europa binnen, en de ongeschonden Amerikaanse wapenfabrieken draaiden op volle toeren.

Data 1917

D = Duitsland, Duits, Duitsers, Duitse leger enz.; F = Frankrijk enz.; E = Engeland enz., O = Oostenrijk-Hongarije enz.; R = Rusland enz., I = Italië enz.

Westelijk front - stellingenoorlog 1917: 4 feb.-16 mrt. D trekken zich terug op de "Siegfriedlinie" (Arras-Soissons) ... 2 apr.-11 mei E offensief bij Arras ... 16 apr.-20 mei F offensief in Champagne (Chemin des Dames, Craonne, Aubérive), zwaarste strijd op 16-18 april en 5-7 mei ... 7 mei D aanvallen op de Winterberg en bij de Chemin des Dames ... 7 juni Begin E offensief in Vlaanderen (D uit sector Wytschaete) ... 10 juli D winst bij Lombardzijde en Nieuwpoort ... 22 juli Begin Slag om Vlaanderen ... 31 juli Grote E aanval bij Bixschoote en Hollebeke ... 10-11 aug. E aanval bij St. Julien ... 17 aug. E veroveren Langemarck ... 19-21 sept. E aanval bij Gheluvelt – Passchendaele ... 4 okt. E veroveren Poelcappelle en Zonnebeke ... 22 okt.-10 nov. Zware strijd bij Becelaere, Passchendaele, Westroosebeke (Houthulstbos), vooral op 31 juli, 10, 16, 22, 27 aug., 20 en 26 sept. 4, 9, 12, 22 en 30 okt. en 6 nov. ... 20 aug. F bevrijdingsoffensief bij Verdun (tot okt. – Toter Mann, heuvels 304 en 344, Fosses- en Chaumebos) ... 19-21 sept. Doorbraakpogingen bij Ieper ... 22 okt. Begin strijd om Chemin des Dames ... 26 okt. D trekken zich terug achter Oise-Aisne-kanaal ... 2 nov. D front terug achter Ailette ... 20 nov.-5 dec. Tankslag bij Cambrai (Siegfriedlinie) ... 30 nov.–7 dec. D tegenaanval wint het verloren terrein bijna geheel terug.

1918

De delegatie van de Entente in Compiègne op 11 nov. 1918 voor de spoorwagon, waarin de wapenstilstand met Duitsland getekend werd. Voorste rij 2de van rechts maarschalk Foch, links van hem de Engelse admiraal Wemyss, die ervoor zou zorgen dat de Duitse vloot in de "neutrale" haven Scapa Flow geïnterneerd werd. Links daarvan generaal Weygand, die Frans opperbevelhebber zou zijn ten tijde van de Duitse aanval op Frankrijk in 1940
Aan het westelijke front diende zich in 1918 de laatste kans voor de Duitsers aan de oorlog alsnog in hun voordeel te beslissen. Vrijgekomen troepen van het oostelijk front werden ingezet voor de alles-beslissende aanval in het westen. En er moest worden toegeslagen voordat Amerikaanse versterkingen ervoor zouden zorgen dat de Entente een overwicht kreeg.

Bij het aanbreken van de lente in 1918 begon de Grote Slag in Frankrijk, in de Engelstalige literatuur bij voorkeur aangeduid met de Duitse term 'Kaiserschlacht'. De Duitsers wierpen 193 divisies in de strijd – eind april 198; 36 divisies en 13 gemengde brigades bleven aan het oostelijk front, en in Macedonië en Turkije elk één divisie. Er werd rekening gehouden met 15 Amerikaanse divisies, doch dat waren er op dat moment slechts zes – nog geen 300.000 man. Langs de Somme hadden de Duitsers een meerderheid van 3 tegen 1 ten opzichte van de Britten en daar lag aanvankelijk het zwaartepunt van hun offensief. Ze pasten hier de strategie toe die hen aan het oostelijk front en bij Caporetto succes had opgeleverd, die van de voortdurende beweging en het insluiten van de tegenstander als voorloper van de latere 'Blitzkrieg'.

Het offensief opende over een 70 km breed front tussen Arras en La Fère. In slechts vier dagen tijd vorderden ze 27 km en was Péronne, een jaar eerder door hen ontruimd, weer in hun bezit en bedreigden ze Amiens. Er werd gebruik gemaakt van langeafstandskanonnen met een bereik van 100-120 km die Parijs met 20 cm-granaten beschoten om het moreel van de bevolking te breken. Op 23 maart ontplofte het eerste projectiel vlak bij het Gare de l'Est in Parijs; de drie dagen daarna werden er nog een honderdtal afgevuurd. De beschietingen hielden pas op toen het Duitse offensief stokte.

Hoewel de Grote Slag in Frankrijk voor de Duitsers eindigde met een groot tactisch succes, werd het strategische doel niet bereikt. Het 17de Duitse leger onder von Below, dat tussen Arras en Albert de beslissing moest forceren, boekte niet het gewenste resultaat, terwijl de doorbraak naar Amiens (door het 2de leger) gelukt leek. De Duitse legerleiding (lees Ludendorff) liet de tactische uitdaging om een wig tussen het Franse en het Engelse leger te drijven echter prevaleren boven de uitschakeling van het Britse leger. Het Britse 5de leger was zo goed als vernietigd, en onenigheid tussen de Fransen en de Engelsen over de inzet van reserves verhinderde een gecoördineerde verdediging. De controverse werd ten slotte beëindigd door de benoeming van de latere maarschalk Foch als coördinator en later opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten. Door op het laatste moment alle beschikbare reserves in te zetten kwam de Duitse opmars op 5 april, 10 km voor Amiens tot stilstand. De Duitsers waren over een 75 km breed front 60 km opgerukt. De Britten hadden 160.000 man verloren; de Fransen meer dan 200.000. Maar de Brits-Franse eenheid was hersteld.

Op 9 april volgde de tweede Duitse aanval, ditmaal bij Armentières tussen Warneton en La Bassée over een 40 km breed front door 85 divisies in de richting van de Kanaalkust. De aanval liep dood aan de voet van de Vlaamse heuvels op het bezit waarvan alles aankwam. Slechts de Kemmelberg werd op 25 april veroverd. Ook Ieper bleef in Britse handen. Om de aandacht van de tegenstander af te leiden van het onbeweeglijke en met reserves overvolle front, deed Ludendorff met het 7de en 1ste leger een aanval op de Chemin-des-Dames tussen Soissons en Reims. De verraste geallieerden werden op 27 mei tot aan de Vesle en in de daarop volgende dagen tot aan de Marne teruggedrongen. Maar Reims en de verdediging bij Compiègne – Villers – Cotterêts hielden stand.

De geallieerden bleven ondanks alles echter geloof in de eindoverwinning houden. Foch kreeg altijd gelegenheid, om zijn reserves in te zetten. Omdat het Britse front nog te sterk was om een grote aanval op Vlaanderen te wagen, besloot Ludendorff de afleidingsaanval aan twee kanten van Reims te herhalen (→ Tweede Slag aan de Marne). Maar de geallieerden kwamen er vroegtijdig achter en trokken hun troepen uit de voorste linie terug. De Duitse aanval van 15 juli stiet daardoor eerst op een leeg terrein en vervolgens op een versterkte afweer. Het gelukte alleen de Marne over te steken. Ludendorff brak de slag af en beval thans onverwijld over te gaan tot voorbereiding van de hoofdaanval op Vlaanderen. Maar onverwacht voerde het reserveleger van Foch met 321 tanks bij Villers – Cotterêts een flankaanval uit op het door een griepepidemie aangetaste 7de en 9de Duitse leger, Ludendorff moest het initiatief uit handen geven en de voorgenomen aanval op Vlaanderen afbreken. Reeds begin augustus 1918 waren de verliezen van de helft van 10 divisies zo hoog, dat ze niet meer konden worden aangevuld, terwijl de geallieerden er maandelijks 250.000 Amerikanen bij kregen.

Op 8 augustus al volgde de tweede tegenaanval van Fransen en Britten, nu tussen Ancre en Avre. Door de massale inzet van tankeenheden, waar de Duitsers niets passends tegenover konden stellen, werden zeven Duitse divisies volledig vernietigd. Dit was de dag waarop de oorlog door de Duitsers werd verloren. Een vredesvoorstel van Duitse zijde, dat in het Duitse hoofdkwartier in Spa was voorbereid, was zinloos geworden evenals bemiddelingspogingen door neutrale staten.

In een reeks ononderbroken aanvallen drongen de geallieerden de Duitsers in een maand terug naar de Siegfriedlinie (8 sept.), naar Chauny, Bapaume en Albert (21 aug.) en naar de linie Arras-Cambrai (2 sept.). Op 12 sept. viel het Amerikaanse leger onder Pershing de vooruitgeschoven Duitse stelling bij St.-Mihiel aan, nog voordat de ontruiming daarvan geheel had plaatsgevonden.

Eind september begon Foch een groot offensief tussen de Maas en de zee. De Duitsers werden langzaam maar zeker steeds verder teruggedrongen. Hindenburg en Ludendorff besloten op 28 sept. de geallieerden een vredesvoorstel te doen op basis van het door de Amerikaanse president Wilson begin 1918 geformuleerde Veertienpuntenplan. Maar daarover ontstond in Duitsland een regeringscrisis, wat diplomatieke stappen danig vertraagde. Op 4 oktober ten slotte werd de betreffende nota door de Duitse rijkskanselier, Prins Max van Baden, aan Wilson toegezonden.

Intussen ging de strijd aan het westelijke front gewoon door. De Duitsers trokken zich gegroepeerd terug van de Vlaamse kust naar de Leie en van de Siegfriedlinie naar de Hermann-Hunding-linie (Tournai-Rethel-Verdun) en van daar uit op 4 nov. verder naar de linie tussen Antwerpen en de Maas. De notawisseling tussen Wilson en de Duitse regering maakte al snel duidelijk dat aan de wapenstilstand zeer zware eisen verbonden werden: de keizer moest uit al zijn functies worden ontheven, de wetgeving moest worden veranderd en de onderzeebootoorlog moest worden stopgezet. Foch verzette zich tegen een wapenstilstand omdat hij van een Amerikaanse aanval bij Metz, die 12 nov. zou plaatsvinden, alsnog de ineenstorting van het Duitse front verwachtte. Maar de toestand was op politiek en economisch terrein in Duitsland al zo hopeloos, dat de wapenstilstand onvoorwaardelijk ondertekend moest worden. En zulks geschiedde, gelijk bekend, in een treinwagon te Compiègne, zo'n 60 km ten noordoosten van Parijs, waarna de wapenstilstand om 11 uur 's morgens op 11 november 1918 van kracht werd.

Data 1918

D = Duitsland, Duits, Duitsers, Duitse leger enz.; F = Frankrijk enz.; E = Engeland enz., O = Oostenrijk-Hongarije enz.; R = Rusland enz., I = Italië enz., A = Amerika (Ver. Staten) enz.

Westelijk front - Duitse offensieven 1918: 21 mrt.-6 apr. De Grote Slag in Frankrijk (D nemen Bapaume, Péronne, Moreuil en Montdidier in) ... 21-23 mrt. D doorbraak tussen Arras en La Fère ... 24 mrt. D nemen Bapaume, Noyon, Chauny in ... 4 apr. D breken aanval op Amiens af ... 23 mrt. D beginnen Parijs te beschieten ... 9-29 apr. Slag aan de Lys bij Armentières (2de D offensief) ... 10 apr. D nemen Estaires, Hollebeke en Messines in ... 12 apr. D nemen Armentières, Merville, Bailleul en Wytschaete in ... 25 apr. D bestormen de Kemmel ... 24-26 apr. Slag bij Villers-Bretonneux ... 26 mei-5 juni Slag bij Soissons en bij Reims (3de D offensief) ... 27 mei D veroveren Chemin des Dames en overschrijden de Aisne ... 29 mei D nemen Soissons in ... 9-25 juni Slag bij Montdidier en bij Noyon (4de D offensief) ... 15 juli-4 aug. 5de D offensief bij Reims.

Westelijk front - tegenoffensieven geallieerden 1918: 18 juli Begin van F-A offensief uit het bos Villers-Cotterêts ... 20 juli D ontruimen zuidelijke Marneoever ... 2 aug. D ontruimen terr. zuidelijk van Vesle ... 8 aug. E doorbraak in richting Péronne ... 9-18 aug. D terugtocht tussen Oise en Ancre ... 20 aug.-9 sept. D terugtocht naar de Wodan- en Siegfriedlinies ... 20 aug. E offensief richting Bapaume ... 22 aug. D terugtocht achter de Ailette ... 26-27 aug. E offensief tussen Arras-Cambrai ... 30 aug. E offensief bij Arras ... 31 aug. D ontruimen Kemmel en Lyssector ... 1 sept. E bezetten Péronne ... 12 sept. D offensief tegen Verdun en Pont-à-Mousson. Ontuiming St.-Mihielsector ... 26 sept. Groot geallieerd offensief van Vlaanderen tot Reims. Algehele D gegroepeerde terugtocht ... 1 nov. D ontruimen Valenciennes ... 4 nov. D betrekken de Antwerpen-Maasstelling ... 5 nov. A trekken de Maas over bij Dun ... 11 nov. Wapenstilstand.

Het oostfront

1915, oostelijk front. Duitse troepen dringen een Russisch dorp binnen

Ondanks de mobilisatietijd van 42 dagen die het Von Schlieffenplan aan de Russen toerekende, vielen twee Russische legers reeds in augustus 1914 Oostpruisen binnen. Tegelijkertijd trokken zij het Oostenrijkse Galicië binnen. Vooral de opmars in Galicië was in het begin succesvol. Na aanvankelijke paniek werden de legers door de nieuwe bevelhebber Paul von Hindenburg en Erich Ludendorff bij Tannenberg en de Mazurische Meren in augustus en september 1914 verslagen. Bij deze veldslagen hield het hele tweede Russische leger op te bestaan.

Aan het oostelijke front kwamen ook loopgraven voor, maar deze lagen verder uit elkaar en hadden het karakter van een tijdelijke verdedigingslinie. Er waren gewoon niet genoeg troepen om het 1200 km lange front op deze wijze te bezetten. De Duitsers gebruikten hier voor het eerst gifgas tegen de Russen. Na de Slag bij Lemberg namen de Russen grote delen van Galicië in. Gedurende de winter 1914/1915 en het voorjaar leverden Russische en Oostenrijkse troepen enkele malen slag in de Karpaten. De Duitsers kwamen hierop hun Oostenrijks-Hongaarse bondgenoten te hulp.

In het voorjaar van 1915 besloot de Duitse generale staf, omdat het westfront toch muurvast zat, om troepen naar het oostfront over te brengen. Tegelijkertijd bleek de Russische industriële basis te smal om de troepen van een constante stroom van kleding, voedsel, wapens, munitie, transportmiddelen en andere noodzakelijkheden te voorzien. Een groot offensief van de Centralen leidde tot een doorbraak. Op 5 augustus werd Warschau ingenomen. Midden 1915 waren de Russen hierdoor uit Polen verdreven. Deze gebeurtenis raakte bekend als de "grote terugtocht" in Rusland en de "grote opmars" in Duitsland.

De Russen organiseerden in 1916 nog het Broessilow-Offensief tegen de Oostenrijkers in Galicië. Deze aanval leverde initieel een spectaculair succes op, maar opnieuw kwamen de Duitsers de Oostenrijkers te hulp. Roemenië koos in 1916 de zijde van de geallieerden, maar werd door Duitsland, Oostenrijk en Bulgarije binnengevallen en bezet. De Russische offensieven liepen uiteindelijk vast met grote verliezen aan mensenlevens. De Russische oorlogsindustrie breidde zich snel uit, waardoor de uitrusting van de Russische legers zich verbeterde, maar voedseltekorten in de grote bevolkingscentra leidden tot onrust.

In Rusland braken hierop de revoluties van 1917 uit, waarna de communisten met de Duitsers begonnen te onderhandelen. De Russische legers waren inmiddels uiteengevallen en de Duitsers bezetten zonder slag of stoot de Oekraïne. De communisten sloten tenslotte de Vrede van Brest-Litowsk met de Duitsers, die hierdoor de beschikking kregen over een keten vazalstaten en de handen vrij kregen in het westen. Na de wapenstilstand moesten deze gebieden echter ontruimd worden, en bij het Verdrag van Versailles werd het Verdrag van Brest-Litowsk nietig verklaard. Tevens moest al het Russische en Roemeense in beslag genomen goud worden teruggegeven.

Data 1914

D = Duitsland, Duits, Duitsers, Duitse leger enz.; F = Frankrijk enz.; E = Engeland enz., O = Oostenrijk-Hongarije enz.; R = Rusland enz., S = Servië enz.

Oostelijk front 1914 (tenzij anders vermeld betreft het D, O of D-O acties): 3 aug. D bezetten Kalisj. R overschrijden de grens van Oost-Pruisen ... 17 aug. Gevecht bij Stallupönen ... 19-20 aug. Slag bij Gumbinnen ... 23-31 aug. Slag bij Tannenberg ... 23-25 aug. Slag bij Kraśnik ... 28-30 aug. Slag bij Zamosc-Komarów ... 28 aug. R bezetten Złoczów ... 28-30 aug. 1ste Slag bij Lemberg. R bezetten Lemberg ... 5-15 sept. Slag bij de Mazoerische Meren ... 5-13 sept. 2de Slag bij Lemberg, ontruiming van Oost-Galicië en de Boekowina ... 15 sept. Begin van R belegering van Przemyśl ... 27 sept. R dringen Hongarije binnen ... 28 sept. Begin D-O opmars in Zuid-Polen ... 2 okt. Vruchteloos R offensief bij Augustowo ... 6 okt. Opatow en Kielce bezet ... 7 okt. R bezetten Lyck (13 okt. terugveroverd) ... 11 okt. Przemyśl ontzet ... 9-19 okt. Slag bij Warschau ... 20-26 okt. R doorbraak bij Iwangorod ... 27 okt. Terugtocht O D tot linie Czenstochau-Krakau ... 11 nov. Opnieuw belegering Przemyśl ... 11 nov. Doorbraak 9de D leger bij Włoclawek ... 14-16 nov. Slag bij Kutno ... 17 nov.-15 dec. Slag bij Lodz ... 23 nov. Doorbraak bij Brzeziny ... 29 nov. R bezetten Czernowitz en dringen op tot Karpatenpassen ... 5/6 dec. Lodz ingenomen ... 17 dec. Lowicz ingenomen ... 5-17 dec. Slag bij Limanowa ... Eind dec. dringen R via de Karpatenpassen Hongarije binnen.

De strijd tegen Servië 1914: 29 juli Beschieting Belgrado ... 12-19 aug. 1ste veldtocht en inval in Servië ... 18 aug. O terugtocht naar de Drina ... 9-15 sept. S offensief richting Syrmië ... 20 sept. Begin O offensief (2de veldtocht) ... 1 nov. Sjabatz bezet ... 15 nov. Valjevo en Obrenovac bezet, 27 nov. Uzice ... 2 dec. Belgrado bezet ... 3 dec. S offensief. Opnieuw terugtocht O tot Save en Drina ... 15 dec. Belgrado ontruimd.

Data 1915

D = Duitsland, Duits, Duitsers, Duitse leger enz.; F = Frankrijk enz.; E = Engeland enz., O = Oostenrijk-Hongarije enz.; R = Rusland enz., S = Servië enz.

Oostelijk front - bewegingsoorlog 1915 (tenzij anders vermeld betreft het D, O of D-O acties): 23 jan. Begin van de strijd in de Karpaten en de D-O tegenoffensieven ... 26 jan. Ufzoker Pas veroverd ... 27 jan. Wyskower Pas bezet ... 22 jan. Kirlibaba veroverd ... 16 febr. Kolomea veroverd, 17 febr. Czernowitz, 20 febr. de Boekowina geheel bevrijd ... 4-22 febr. Winterslag in het Masoerengebied ... 22 febr. R aanval op Mława-Johannisburg ... 9-11 mrt. D tegenaanval bij Mława ... 18 mrt. Memel door R bezet ... 15-29 mrt. Gevechten bij Memel en Tauroggen ... 22 mrt. Przemyśl capituleert ... 20 mrt.-30 apr. R offensief tegen de Karpatenrug, enkele doorbraken naar Opper-Hongarije ... 9 apr. D bestormen De Zwinin (Karpaten) ... 1-22 mei D-O doorbraak in Galicië ... 1-3 mei Slag bij Gorlice-Tarnów ... 14-20 mei De San overschreden ... 15 mei Doorbraak bij Jaroslaw ... 20 mei Westkarpaten bezet, San bereikt ... 31 mei Doorbraak bij Stryl ... 3 juni Przemyśl terugveroverd. R ontruimen Oost-Karpaten ... 12-19 juni Strijd om de R Grodeckstelling ... 19 juni Doorbraak bij Magierow ... 22 juni Lemberg bezet ... 13 juni De Boekowina bevrijd ... 28 apr. Begin van de opmars in Koerland ... 7 mei Libau ingenomen ... 18 juli Windau en Tuckum bezet ... 24 juli Doorbraak bij Schaulen ... 13-23 juli Strijd om de Narew-linie ... 13-17 juli Slag bij Mława en Przasnycz ... 24 juli De Narew overschreden. Rosan en Pultusk veroverd ... 19 juli Blonie en Grójec bezet ... 21 juli Góra-Kalwarija bezet ... 16 juli Begin opmars in Zuid-Oost Polen ... 21 juli Iwangorod omsingeld ... 28 juli De Weichsel bij de Pilicamonding overschreden ... 30 juli Lublin veroverd ... 1 aug. Chelm bezet ... 3 aug. Begin van de algehele R terugtocht ... 3 aug. Ostrolenka bezet ... 4 aug. Iwangorod veroverd ... 5 aug. Warschau veroverd, 10 aug. Lomza ... 18 aug. Kowno (Kaunas) veroverd, 19 aug. Nowo-Georgiewsk (Modlin), 23 aug. Osowiec ... 27 aug. Olita, 26 aug. Brest-Litowsk, 3 sept. Grodno veroverd ... 28 aug. O offensief bij Złoczów-Sokal ... 31 aug. Brody en Luzk veroverd, 3 sept. Dubno ... 1 aug. Begin verdere opmars in Koerland, Mitau bezet ... 3 aug. Bruggehoofd Friedrichstadt bestormd ... 9 sept.-1 nov. Slag bij Dünaburg (Dwinsk) ... 29 sept. Begin stellingoorlog bij Jakobstadt, Riga (21 okt.) en Dünaburg (1 nov.) ... 10 sept. Miedniki en Lida bezet, 24 sept. Nowogrodek ... 16-18 sept. Slag om Wilno (Vilnius) ... 16 sept. Pinsk bezet, 27 sept. Baranowitsji, 24 sept. Lipsk ... 13 sept.-17 nov. R offensief aan de Styr en de Strypa ... 22 sept. Lysk door R veroverd ... 20-28 sept. O tegenoffensieven ... 5 nov. Strijd aan de Strypa ... 15 nov. Strijd om de Styrlinie ... 27 dec. Aanvang R offensief in Oost-Galicië.

Data 1916

D = Duitsland, Duits, Duitsers, Duitse leger enz.; F = Frankrijk enz.; E = Engeland enz., O = Oostenrijk-Hongarije enz.; R = Rusland enz., S = Servië enz., I = Italië enz.

Oostelijk front - stellingoorlog 1916 (tenzij anders vermeld betreft het D, O of D-O acties): 16 jan. Aanvallen op bruggen over Dnjestr beslissend afgeslagen ... 18 mrt.-30 apr. Slag bij het Narotsjmeer ... 19-26 mrt. R doorbraakpogingen bij de Beresina ... 4 juni Begin 1ste Broessilow-Offensief ... 5-16 juni R doorbraak bij Luzk, Czernowitz en bij de Dnjestr ... 16 juni R bezetten Czernowitz ... 13 juni-29 juli Vruchteloze aanvallen op Baranowitsji ... 1-10 aug. Mislukte aanval op Kowel, R doorbraak in de Boekowina. Terugtocht O tot Stanislau en Karpaten ... 27 aug. Intrede Roemenië in de oorlog ... 1-30 sept. 2de (R-Roemeens) Broessilow-Offensief in Oost-Galicië, Boekowina en Zevenburgen ... 22 sept.-2 okt. R aanvallen op Korytnica mislukken ... 29 okt.-7 dec. 3de Broessilow-Offensief in Wolynië en de Karpaten.

Data 1917

D = Duitsland, Duits, Duitsers, Duitse leger enz.; F = Frankrijk enz.; E = Engeland enz., O = Oostenrijk-Hongarije enz.; R = Rusland enz., I = Italië enz.

De oorlog in het oosten - stellingenoorlog 1917 (tenzij anders vermeld betreft het D, O of D-O acties): 26 juni Aanvang Kerenskij-offensief ... 1 juli Doorbraak richting Brody bij Zborów ... 11 juli R veroveren Kalusz ... 19-27 juli Vruchteloze R pogingen Smorgonie, Dünaburg en Jakobstadt te ontzetten ... 19 juli D tegenoffensief in Oost-Galicië ... 24 juli Tarnopol, Stanislau en Radworna bezet ... 3 aug. Czernowitz veroverd ... 27 aug. Zbruczlinie bereikt ... 1-5 sept. Slag bij Riga ... 3 sept. Riga veroverd ... 4 sept. Dünamonding bezet ... 22 sept. Bruggehoofd van Jakobstadt bezet ... 12-20 okt. D veroveren eilanden Ösel en Dagö ... 12 okt. Landing op Ösel ... 18 okt. Eiland Moon bezet ... 20 okt. Dagö bezet ... 15 dec. Wapenstilstand met R.

Data 1918

D = Duitsland, Duits, Duitsers, Duitse leger enz.; F = Frankrijk enz.; E = Engeland enz., O = Oostenrijk-Hongarije enz.; R = Rusland enz., I = Italië enz., A = Amerika (Ver. Staten) enz.

1918 - Rusland stort in (tenzij anders vermeld betreft het D, O of D-O acties): 10 febr. Vredesonderhandelingen te Brest-Litowsk worden afgebroken ... 18 febr. Begin D opmars ... 20 febr. Wenden, Dünaburg en Luzk bezet ... 21 febr. Hapsal vanuit eiland Moon bezet, Minsk bezet ... 22 febr. Dubno bezet ... 24 febr. Dorpat, Pskow en Shitomir bezet ... 25 febr. Reval (Tallinn) bezet ... 1 mrt. Kiew veroverd ... 3 mrt. Narwa veroverd ... 3 mrt. Vrede met Sowjet-Rusland ... 3 mrt. Begin Finse operatie, bezetting Äland-Eil. ... 14 apr. Helsingfors (Helsinki) veroverd ... 29 apr.-3 mei Slag bij Tavastehus ... 1 mrt. Begin bezetting Oekraine en Krim tot Charkow en Rostow ... 13 mrt. Odessa bezet ... 17 mrt. Nikolajew bezet ... 20 mrt. Cherson bezet ... 3 apr. Jekaterinoslaw (Dnjeprotrowsk) bezet, 8 apr. Charkow ... 1 mei Sebastopol bezet, 8 mei Rostow aan de Don ... 7 juni-2 febr. 1919 Expeditie naar de Kaukasus ... 15 nov. Ontruiming Lijfland, de Oekraine en de Krim ... 7 mei Vrede van Boekarest tussen Centralen en Roemenië.

Overige fronten

De Balkan en Italië

Oostenrijk-Hongarije, dat immers de oorlog tegen Servië begonnen was, trachtte dit land drie keer te bezetten. Drie keer werden de Habsburgers teruggedreven. In 1915, na de toetreding van Bulgarije en Turkije tot de Centralen werd Servië vanuit Oostenrijk-Hongarije en Bulgarije onder Duitse supervisie bezet. Bulgarije gaf er overigens daarna de brui aan. Zoals een generaal zei: "We hebben wat we willen (Macedonië), wij doen niets meer." De laatste Servische en geallieerde troepen werden naar Korfoe en Saloniki verdreven. De laatste stad werd door de Bulgaren ingesloten. In de eindfase van de oorlog werden de Centralen door de Geallieerden teruggedreven naar hun beginpunt.

Italië was voor de beloften van de Geallieerden gezwicht. De Centralen zagen dit als verraad, aangezien Italië met Oostenrijk en Duitsland in de Triple-Alliantie zat. Maar Italië was meer een last dan een steun, het economisch zwakke land moest door Groot-Brittannië van steenkool en krediet worden voorzien en de Italiaanse soldaten moesten steeds worden geholpen door Franse soldaten. Daarbij kwam ook nog dat ze alleen wensten te vechten voor de Oostenrijkse gebieden die ze op het oog hadden, puur op eigen gewin gericht dus. De Piëmontezen weerden zich kranig, maar bij de Zuiditaliaanse troepen ontbrak de motivatie om te vechten.

Aan het Alpenfront liepen de Italianen zich met hun Franse bondgenoten drie jaar lang te pletter op de Oostenrijkse stellingen. De Centralen dreigden zelfs door te breken. Uiteindelijk werden de Oostenrijkers bij Vittorio Veneto in 1918 verslagen. De wapenstilstand werd gesloten te Padua op 4 nov. 1918.

Turkije

Voordat de oorlog uitbrak had Turkije goede contacten met vooral de Duitsers. Het Ottomaanse Rijk werd toen geregeerd door het driemanschap van de Jonge Turken. Enver Pasja had een sterke voorkeur voor Duitsland en op 2 augustus 1914 tekenden de Turken en Duitsers een geheime overeenkomst. Op 5 november verklaarden de Turken de geallieerden de oorlog.

De Turken streden op twee fronten: in het Midden-Oosten tegen het Verenigd Koninkrijk en bij de Kaukasuscampagne tegen Rusland. Zij riepen, op Duits aandringen, een jihad uit tegen de geallieerden, om zo de steun van de Arabieren en andere moslims te proberen te vergaren. Dit had echter weinig succes. De Arabieren waren zeer ontevreden over de Turkse overheersing en zouden later vanwege hun eigen nationalistische ambities daartegen in opstand komen.

De Geallieerden probeerden troepen te laten landen in Turkije, maar werden verslagen tijdens de Slag om Gallipoli. De Turken streden met wisselend succes tegen Rusland. Vele Armeniërs kwamen in opstand tegen de nationalistische Jong-Turken. Andere Armeniërs vochten in het Russische leger. Dit leidde tot de Armeense genocide, die naar schatting 500.000 tot 1,5 miljoen slachtoffers maakte.

Na de Russische Revolutie bezette het Turkse leger de Kaukasus, maar het moest zich in 1918 toch overgeven.

In Arabië lukte het de Britten om Hoessein ibn Ali, de Sjarif van Mekka, over te halen om aan hun zijde mee te vechten. De Arabieren, met hulp van de beroemde Lawrence of Arabia, en de Britten verdreven de Turken tijdens de zogenaamde Arabische opstand.

Het Balkanfront

In de Balkan wisten de Geallieerden in september 1918 door te breken. In Servië rukten ze op naar de Donau, terwijl Britse troepen langs de kust naar Konstantinopel oprukten. Met de Bulgaren werd te Prilep op 29 sept. 1918 een wapenstilstand overeengekomen; met de Turken te Mudros op 30 okt. 1918.

Afrika en Azië

Duitslands (bescheiden) koloniale rijk werd relatief gemakkelijk ontmanteld. Overal waren de Duitsers numeriek ver in de minderheid en afgesneden van hun moederland. Duits Togoland, Kameroen en Duits Zuidwest-Afrika werden in 1914 en begin 1915 al door de Geallieerden bezet. Een leger van 60.000 Japanners omsingelde het kleine Duitse garnizoen van Kiautschou. Ook verscheidene Pacifische eilanden werden door de Japanners bezet, terwijl de Britten vanuit Australië, Keizer Wilhelmsland en de Salomonseilanden bezetten.

China verklaarde Duitsland de oorlog en stuurde duizenden arbeiders naar de loopgraven voor ondersteunend werk. Japan heeft na de bezetting van de Duitse koloniën en concessies geen man naar het front gestuurd, maar stelde wel een ultimatum aan China (de Geallieerden floten Japan overigens terug). Het toewijzen van de Duitse concessies in China aan aartsvijand Japan is Woodrow Wilson door de Chinezen, en ook door veel Amerikanen, bijzonder kwalijk genomen.

Slechts in Duits Oost-Afrika, het latere Tanzania, hielden de Duitsers onder leiding van Paul von Lettow-Vorbeck stand tot na de wapenstilstand van 1918.

De oorlog ter zee

Ver weg van het Europese strijdgewoel kwam het reeds in de beginfase van de Wereldoorlog tot gevechten tussen eenheden van de Duitse en Britse marine: bij Chili (Slag bij Coronel, 1 november 1914), Duitse overwinning op de Britten, en bij de Falkland-Eilanden aan de andere kant van Zuid-Amerika (8 december), Britse overwinning op de Duitsers. Verder zijn de avontuurlijke omzwervingen van het Duitse kaperschip Emden in de Indische Oceaan, augustus - november 1914, vermeldenswaard.

Gedurende de Wereldoorlog vonden in de Noordzee een viertal confrontaties plaats tussen de Britse Grand Fleet en de Duitse Hochseeflotte, tweemaal bij Helgoland (→ 1914 en 1917), bij de Doggersbank in 1915 en voor het Skagerrak ("Slag bij Jutland") in 1916, maar in geen van deze zeegevechten verloor de Grand Fleet de controle over de Noordzee. De Britse schepen waren elk afzonderlijk wellicht niet beter dan die van de Duitsers, maar door een combinatie van "strategie op afstand" en offensieve tactiek werd toch een duidelijke overwinning op de opponent bereikt. De Grand Fleet had de oorlog kunnen verliezen in de middaguren van de 31ste mei 1916 tijdens de Slag bij Jutland, maar het echte bewijs dat ze niet had verloren bleek pas toen de Hochseeflotte niet in staat was in 1917 de Amerikaanse troepentransporten naar Europa te verhinderen. Tijdens de gehele oorlog zetten de Britten negen miljoen soldaten Het Kanaal over zonder dat er ook maar één om het leven kwam. Om dit te bereiken gingen elders wel veel schepen verloren, maar deze prijs was niet te hoog, want de Britse suprematie ter zee bleef gedurende de gehele oorlog onaangetast.

Gevolgen

Het "Monument de la Victoire" te Verdun wordt ingewijd (1929)

Staatkundig

De Eerste Wereldoorlog heeft de kaarten van Europa en de wereld grondig door elkaar geschud. De oorlog had een groot aantal staatkundige, economische en maatschappelijke gevolgen.

  • Nieuwe staten ontstonden in Europa en het Midden-Oosten. Uit de nieuwe grenzen zouden nog talloze internationale conflicten ontstaan.
  • In Rusland was het communisme aan de macht gekomen, de Sovjet-Unie zou ontstaan.
  • De Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie was verdwenen. De Donauregio bestond nu uit losse staten.
  • Een kunstmatige staat, Joegoslavië, ontstond op de Balkan.
  • Het Duitse keizerrijk werd vervangen door een democratische republiek, de Republiek van Weimar.
  • Het Turkse Rijk dat inmiddels al circa 800 jaar over het Midden-Oosten heerste, werd een seculiere republiek.

3rightarrow.pngZie ook de kaartjes aan het begin van dit artikel en de afzonderlijke vredesverdragen met Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Bulgarije en Turkije voor meer details.

Economisch en maatschappelijk

  • Uiteraard was daar de directe schade. Miljoenen jonge mannen (in de oorlogvoerende staten een groot gedeelte van de generatie 16 tot 30 jarigen) hadden het leven gelaten als dienstplichtig militair of vrijwilliger, miljoenen burgers waren vluchteling geworden. Ook de economische schade was enorm. Landen als Frankrijk, Duitsland, Italië en Groot-Brittannië kampten met een enorme schuldenlast, terwijl vooral in de vroegere gevechtszones veel fabrieken etc. in puin lagen;
  • De Geallieerden legden de Centralen harde vredesvoorwaarden op. Grenzen werden vrij willekeurig getrokken, waarbij politieke belangen zwaarder wogen dan die van de mensen die er toevallig woonden. Behalve vluchtelingenstromen leverden de verdragen ook latente haat- en wraakgevoelens op. In de Tweede Wereldoorlog zouden deze tot uiting komen. De Tweede Wereldoorlog wordt dan ook wel door veel historici beschouwd als voortzetting van de Eerste Wereldoorlog. Sommigen spreken zelfs over de Europese burgeroorlog van 1914 - 1945.
  • Het concept van de "totale oorlog" werd geboren;
  • In België legde de oorlog ook de taalwantoestanden bloot. Franstalige officieren (achter het front) gaven bevelen aan Vlaamse soldaten aan het front. Het gaf een impuls aan de taalstrijd. Het is de basis van het reglement dat elk Belgisch officier verplicht tweetalig te zijn.

Vergeefs

Het was een oorlog die begon met de militaire tactieken van de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71. Met charges van de cavalerie, massale inzet van de infanterie en al even massale als vergeefse bajonetaanvallen. Aan Franse kant was bijvoorbeeld deze tactiek uitentreuren beoefend. De naam voor deze tactiek (het Elan genaamd) van de aanval met grote groepen infanterie in een offensieve vorm heette: Offensive de Outrance (aanval tot het uiterste). Het was ook een oorlog die zou eindigen met de tactieken van de Tweede Wereldoorlog: in deze oorlog namen tanks en vliegtuigen (→ De luchtoorlog 1914-1918) voor het eerst deel aan de strijd. Maar het was bovenal de oorlog die een hele generatie Europeanen uit zou roeien. In totaal vielen er bijna negen miljoen doden, overwegend militairen. Burgerslachtoffers waren er in deze oorlog nauwelijks, hoewel de Duitsers zich tijdens hun inval in België bijzonder rigide gedroegen tegenover de Belgische burgerbevolking.

Naamgeving

De Eerste Wereldoorlog wordt zo genoemd omdat het als de eerste oorlog gezien werd waar landen uit "de hele wereld" actief of passief bij betrokken waren. Hoewel later de veel grotere Tweede Wereldoorlog uitbrak wordt de Eerste Wereldoorlog nog steeds ook wel de Grote Oorlog genoemd (al dan niet volgens de oude spelling), al werd de naam Eerste Wereldoorlog al in 1920 door luitenant-kolonel Repington gebruikt in zijn boek The First World War 1914-18; hij voorzag al dat de Eerste Wereldoorlog een tweede uit zou lokken.

Bronnen

Artikel gebaseerd op http://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_Wereldoorlog en http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki

Boeken

Landoorlog:
officiële geschiedschrijvingen:

  • Military Operations. [Bandtitel: Official History of the War. Reeks: History of the Great War based on official documents by direction of the Historical Section of the Committee of Imperial Defence]. 28 dln. Londen: MacMillan, 1922-48.
  • United States Army in the World War, 1917-1919. 17 dln. Washington, D.C.: Department of the Army, Office of Military History, 1948.
  • Reichsarchiv e.a. (red.): Der Weltkrieg. 1914 bis 1918. Die militärischen Operationen zu Lande. 14 + 2 dln. Berlijn (na 1945 Frankfort/Main): Mittler, 1925-1956.
  • Oesterreichisches Bundesministerium für Heereswesen / Kriegsarchiv: Oesterreich-Ungarns Letzter Krieg 1914-1918. 8 dln. Wenen: Verlag der Militärwissenschaftlichen Mitteilungen, 1930-1938.
  • Ministère de la guerre, état-major de l'armée, service historique (red.): Les armées françaises dans la Grande Guerre. 11 dln. Parijs: Imprimerie Nationale, 1922-1939.
  • État-major général de l'Armée (red.): Les opérations de l'armée belge pendant la Campagne de 1914-1918. Bruxelles: Ministère de la défense nationale, 1928.
  • Ministero della Difesa. Stato Maggiore dell'Esercito. Ufficio Storico: L' Esercito italiano nella Grande Guerra 1915-1918. Rome: Provveditorato generale dello Stato, Libreria. 7 dln. 1927-81.

Voorts:

  • Falls, Cyril: The Great War, 1914-1918. New York: Putnam, 1959.
  • Liddell Hart, B.H.: A history of the World War, 1914-1918. Londen: Faber and Faber, 1934.
  • Schuursma, R.L., e.a.: 14-18. De Eerste Wereldoorlog. 5 verzamelbndn. (ook in 10 dln.). Amsterdam: Amsterdam Boek b.v., 1975-76.

Zeeoorlog:
Officiële geschiedschrijvingen:

  • Corbett, J.S., e.a.: Naval Operations. 5 dln. Londen: Longmans, Green, 1920-31 (herdr. 2005).
  • Der Krieg zur See 1914-1918, 22 dln. Berlijn / na 1945 Frankfort/Main: E.S. Mittler & Sohn, 1920-66.

Internet



Dit artikel valt onder de GNU-licentie voor vrije documentatie