Wilhelm Bittrich

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Bittrich.jpg
Wilhelm Bittrich, * Werningeroge, 26 febr. 1894, † Wolfratshausen / Oberbayern, 19 apr. 1979, Duits SS-generaal. B. nam als luitenant in een bataljon Jagers aan de Eerste Wereldoorlog deel, alvorens hij zich in 1917 vrijwillig bij de opleiding voor jachtvlieger aanmeldde. Het einde van de oorlog in 1918 verhinderde zijn luchtdoop in werkelijke dienst en hij trad toe tot het vrijkorps "von Hülsen". In 1923 werd hij in de Reichswehr opgenomen, waar hij begin Jaren 30 aan de door "Versailles" verboden opleiding voor jachtvliegers, die in het geheim in Rusland plaatsvond, verbonden was.

In 1932 trad hij tot de algemene SS toe als lid van het SS-luchteskader "Ost". Daarnaast werd hij commandant van de 74ste SS-Standarte (regiment). In 1934 verliet hij het leger en trad tot de SS-Verfügungstruppe (een cluster van drie regimenten) toe, waar hij tot SS-Sturmbannführer (majoor) bevorderd werd. Okt. 1936 kreeg hij het 2de bataljon van SS-regiment "Germania" onder zijn hoede. In 1938 werd hij commandant van dit regiment zelf, dat hij tijdens de veldtocht tegen Polen aanvoerde. Voor het begin van de veldtocht tegen het westen werd hij naar het hoofdkwartier van de SS overgeplaatst. In de winter van 1940 kreeg hij de leiding van SS-regiment "Deutschland", dat hij tijdens de operatie op de Balkan en vanaf juni 1941 in Rusland aanvoerde. Op 19 okt. 1941 werd hij tot SS-Brigadeführer en generaal-majoor van de Waffen-SS bevorderd en met de opbouw van de 8ste SS-cavaleriedivisie "Florian Geyer" belast. Voor zijn verdiensten als commandant van SS-regiment "Deutschland" bij de gevechten in Rusland werd hij op 14 dec. 1941 met het ridderkruis van het IJzeren Kruis bedacht. Voorjaar 1943 legde hij het commando van zijn divisie neer om de SS-pantserdivisie "Hohenstaufen" gevechtsklaar te maken. Op 1 mei 1943 werd hij benoemd tot SS-Gruppenführer (luitenant-generaal) en vocht met zijn divisie in de afweerslagen in de sector Kamenez-Podolsk en bij Trembowla. In juli 1944 werd hij vervolgens bevelvoerend generaal van het 2de SS-pantserkorps, dat hij bij het invasiefront in Frankrijk leidde. Op 1 aug. 1944 werd hij tot generaal van de Waffen-SS bevorderd, maar kon niet voorkomen, dat hij slechts een beperkt deel van de troepen uit de Slag om Normandië en de zgn. Zak van Falaise kon terugtrekken. Voor zijn capaciteiten als bevelhebber werd hem op 28 aug. 1944 het Eikenloof bij het ridderkruis van het IJzeren Kruis toegekend. Hierna mocht het korps in Nederland op adem komen en werd vervolgens ingezet tegen de Britse valschermtroepen tijdens Operatie Market Garden. In aansluiting hierop nam B. met het korps deel aan het Ardennen-offensief.

Voorjaar 1945 stak B. na zware afweerslagen met zijn korps de Rijn over en nam in apr. 1945 nog aan de gevechten rond Wenen deel. Voor de inzet van het korps werd hij op 6 mei 1945 met de Zwaarden bij het ridderkruis onderscheiden.

Tegen het einde van de oorlog raakte B. in Amerikaanse krijgsgevangenschap. Vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij de executie van verzetsstrijders bij Nîmes in febr. 1944 werd hij tot 5 jaar detentie veroordeeld. In 1953 werd hij vrijgelaten.

Bron: Lexikon der Wehrmacht.