Willem van Oranje

Uit Milpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Willem van Oranje.jpg
Willem I de Zwijger, prins (sinds 1544) van Oranje, stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht (1559-67 en 1572-84), * Dillenburg, 15 apr. 1533, † (vermoord) Delft, 10 juli 1584, zoon van Willem de Oude (1487-1559) en Juliana van Stolberg (1506-80), 1551 gehuwd met Anna van Buren († 1558), 1561 met Anna van Saksen (1571 gescheiden), 1575 met Charlotte de Bourbon († 1582) en 1583 met Louise de Colligny; vader van de stadhouders Maurits (1567-1625) en Frederik Hendrik (1584-1647). W. werd in 1544, doordat zijn neef René van Chalon sneuvelde, prins van Oranje. Vanwege die status haalde Karel V hem een jaar later naar het hof in Brussel; hij werd in 1551 kapitein en 1555 kapitein-generaal van het leger en in 1559 lid van de Raad van State en Vliesridder.

W., de grote figuur uit de Tachtigjarige Oorlog, stond, in tegenstelling tot het beleid van de Habsburgs-Spaanse koning Filips II, die het gezag wilde centraliseren, een Nederlandse regering van de adel voor ogen, die zou berusten op de oude privilegiën, hoewel onder oppergezag van de koning. Na 1559 overwoog hij samen met andere invloedrijke edelen, de graven Egmont en Hoorne, zijn uittreden uit de Raad van State, toen bleek dat de werkelijke macht bij kardinaal Granvelle berustte. W. organiseerde in 1562 de Ligue van de hoge adel, die in 1564 het vertrek van Granvelle bewerkte. De regering kwam echter niet in handen van de hoge adel, waarna Egmont naar Spanje gezonden werd om dit alsnog te bereiken, maar de oppositie kwam daarna terecht bij de lage adel, die een Verbond sloot, waarmee W. contact onderhield via zijn broer Lodewijk van Nassau. De Beeldenstorm (1566) werd door W. veroordeeld omdat een volksregering het einde van de adelheerschappij zou betekenen. In 1567 week hij bij de komst van Alva uit naar Dillenburg.

W. deed in 1568 drie aanvallen van het oosten uit, die echter mislukten, omdat de Nederlanden niet in beweging kwamen en de Duitse lutherse vorsten werkeloos bleven toezien, terwijl W.'s broer, Adolf, bij Heiligerlee sneuvelde. Hij wendde zich toen tot Frankrijk, verenigde zich met het leger van admiraal De Coligny in Limoges, maar moest na de nederlaag van de Hugenoten bij Moncontour (okt. 1569) naar Dillenburg vluchten. In 1570 mislukte andermaal een inval, maar met de inneming van Den Briel (1572) door de Watergeuzen kwam het keerpunt. Na de mislukking van het 3de veldtochtplan door de Bloedbruiloft in Parijs echter, waardoor er geen hulp uit Frankrijk zou komen, en de val van Mechelen, Zutphen en Naarden kwam W. ertoe zich bij de calvinisten aan te sluiten: nov. 1572 ging hij naar Holland. 1573 werd hij calvinist.

Met de Pacificatie van Gent leek W.'s ideaal, vrijheid van de gezamenlijke Nederlanden, met verdraagzaamheid op godsdienstig gebied, bereikt (1576). De Generale Unie, door de Pacificatie van Gent tot stand gekomen, was echter een kort leven beschoren en 1579 kwam het met de Unie van Atrecht en de Unie van Utrecht tot een breuk tussen Noord en Zuid. In 1580 sprak koning Filips de ban over W. uit, waarop deze, omdat hij dit als enige uitweg zag, de hertog van Anjou als Heer der Nederlanden erkende, met hoop op Franse steun. Maar Anjou was katholiek, en het kostte W. zijn populariteit. In 1582 werd een aanslag op hem gepleegd door Jean Jaureguy. W. verloor nog meer aan populariteit door de Franse furie, een mislukte poging van Anjou om Antwerpen in te nemen, zodat de ontvangst in Antwerpen bij zijn huwelijk (1583) met Louise de Colligny uiterst koel was en hij de stad in juli moest verlaten. Toen hij naar Holland teruggekeerd was, hadden de Staten van Holland en Zeeland het plan hem de soevereiniteit aan te bieden om de invloed van Anjou te beperken, doch zonder dat hij zelf veel macht zou krijgen. Voor het zover was, werd W. te Delft door Balthasar Gerards vermoord.

Lit.: Berkelbach van der Sprenkel, J.W.: Oranje en de vestiging van de Nederlandse staat (2de dr. 1960); Kikkert, J.G.: Willem van Oranje (2de dr. 2006).